Hoe zorgen we ervoor dat mensen met een beperking niet alleen kunnen sporten, maar ook echt mee kunnen doen? In deze aflevering van de Sport & Samenleving Podcast spreken we met Carin Schröder van Mijn Leven 2.0 en Erik Bakker van Team Sportservice Amsterdam over aangepast sporten, mentale weerbaarheid en de weg naar passend sportaanbod.
Van het vinden van passend aanbod tot de eerste stap naar een vereniging. En van sociale verbondenheid tot samenwerking tussen sport, zorg, welzijn en onderwijs. Een gesprek over wat mensen helpt om in beweging te komen én te blijven.
Ook bespreken zij hoe gemeenten, sportverenigingen en professionals samen de route naar sport toegankelijker kunnen maken.
Als je met vakantie wil, kan je gewoon op Airbnb allerlei dingen filteren en scrollen. Het ziet er prachtig uit, je kan van alles vinden. En ik denk: ja, waarom zouden we niet ook zoiets maken voor mensen met een leven met een beperking? Zodat we veel meer kunnen zien wat er is.
Carin Schröder:Als ik nou graag rolstoeltennis zou willen doen, dat ik gewoon veel sneller kan vinden wat er is.
Lennart Booij:Dit is Sport & Samenleving, de vooruitgeschoven spits op het sportief-maatschappelijke veld.
In deze podcast bespreken we de ontwikkelingen en uitdagingen van het sportbeleid in de lokale praktijk.
Lennart Booij:Iedereen die in deze wereld actief is, van bestuurder tot vakleerkracht, willen we met mooie gasten inspireren en wijzer maken.
Mijn naam is Lennart Booij en vandaag praten we over de toegankelijkheid van sport en bewegen met mijn gasten Erik Bakker, regisseur aangepast sporten van Team Sportservice Amsterdam, en Carin Schröder, gz-psycholoog en bestuurslid van de stichting Mijn Leven 2.0.
Lennart Booij:Vanuit hun eigen expertise zetten zij zich dagelijks in voor mensen die om uiteenlopende redenen ondersteuning nodig hebben om de weg naar sport en bewegen te vinden.
Samen verkennen we hoe we sport toegankelijker kunnen maken voor iedereen.
Lennart Booij:Welkom. Voordat we de inhoud induiken is het misschien goed om jezelf even kort voor te stellen.
Carin, jij bent gz-psycholoog, fysiotherapeut en bestuurslid van stichting Mijn Leven 2.0. Kun je wat meer vertellen over dat initiatief van Mijn Leven 2.0 en hoe je daarbij betrokken bent geraakt?
Carin Schröder:Mijn Leven 2.0 is een initiatief dat zich richt op psychosociale ondersteuning voor mensen met een ziekte of een lichamelijke aandoening.
Deze mensen zijn een risicogroep voor het ontwikkelen van psychosociale problemen zoals somberheid of angst.
Lennart Booij:En hoe is die stichting er gekomen?
Carin Schröder:Omdat dat eigenlijk iets is wat ontzettend ontbreekt in de zorg.
Er is een kwaliteitsstandaard voor psychosociale support voor mensen met een ernstige aandoening. Daarin is al heel lang geleden geconstateerd dat dat tekortschiet en dat het er dus niet is.
Carin Schröder:Nu laten we mensen eigenlijk, als ze uit het ziekenhuis of uit een revalidatietraject komen, gewoon los.
En we gaan ze pas helpen als zij weer een stoornis krijgen. En dat is zonde.
Lennart Booij:Dus er moest eigenlijk een brug tussen?
Carin Schröder:Ja. Daar wordt al heel lang over gesproken en er is eigenlijk nog niet zo veel gedaan.
Toen dachten we: kunnen wij misschien zelf gewoon instappen?
Carin Schröder:En dat hebben we gedaan samen met mijn compagnon Mia Willems.
Lennart Booij:Nou, we gaan er straks uitgebreider op in.
Lennart Booij:Tegenover jou zit Erik. Erik Bakker, jij bent regisseur aangepast sporten van Team Sportservice Amsterdam.
Wat houdt dat in, die regisseursrol?
Erik Bakker:Nou, ik ben in principe gewoon buurtsportcoach en regisseur is dan een mooie term die erop geplakt is.
Erik Bakker:Maar wij voeren het sportbeleid van de gemeente Amsterdam uit.
En dat doen we specifiek voor kinderen met een beperking in Amsterdam.
En ik coördineer het programma op het cluster 1, 2 en 3 onderwijs.
Erik Bakker:En dat betekent dat we in samenwerking met de scholen nadenken over hoe we kinderen zoveel mogelijk kunnen laten sporten en bewegen.
Lennart Booij:En waar vind je die kinderen dan?
Via het speciaal onderwijs misschien?
Bij sportvereniging is het misschien moeilijker?
Erik Bakker:Nou, dat is dus het voordeel van werken met de scholen, want dat is voor ons ook echt de vindplek van de kinderen.
En eigenlijk ligt daar ook echt de basis van ons werk.
Erik Bakker:Dus daar kunnen we ook verbindingen leggen tussen sportvereniging en school.
Eigenlijk waar de buurtsportcoach voor bedoeld is.
Dus de basis van ons werk ligt echt bij het speciaal onderwijs.
Lennart Booij:Ja, nou zeiden we al, het is vandaag in dit gesprek belangrijk om goed te onderzoeken hoe meer mensen aan sport en bewegen kunnen deelnemen.
En hoe zit het in Amsterdam?
Want je zegt de gemeente Amsterdam die je ondersteunt.
Maar hoeveel van deze kinderen worden er bereikt?
En vooral, wie worden er nog niet bereikt?
Erik Bakker: den, dan zijn dat er ongeveer: Erik Bakker: etingen die we zijn gedaan in:Maar we hebben natuurlijk ook kinderen die bijvoorbeeld visueel beperkt zijn of lichamelijk beperkt, die gewoon in het regulier onderwijs meedraaien.
En dat is wel heel lastig om die te lokaliseren, dus daar ligt nog echt een uitdaging.
Lennart Booij:Ja, want dan zou je denken, die doen dus ook aan het reguliere sport en bewegen van bijvoorbeeld de school zelf mee, maar dat kan dus toch betekenen dat ze een aantal dingen tekortkomen.
Erik Bakker:Ja, zeker weten.
Lennart Booij:Oké, nou zullen we straks ook denk ik wel meer over horen.
Erik Bakker:Ik hoop het.
Lennart Booij:Carin, je had het er al even over dat jullie een soort brug proberen te vormen met Mijn Leven 2.0.
Kun je een voorbeeld nemen, wat voor soort mensen bereik je nou?
Wat betekent dat voor die mensen?
Carin Schröder:Nou, eigenlijk proberen we helemaal geen onderscheid te maken wat je hebt.
Als iemand een ziekte of een lichamelijke beperking heeft, dan behoor je tot de doelgroep.
Carin Schröder:En we willen mensen helpen nadenken en ook die boodschap verkondigen dat als je dingen doet die je leuk vindt en daar echt in investeert, dat dat bijdraagt aan je mentale weerbaarheid.
En dat heb je nodig, want als je namelijk leeft met een ziekte of een beperking of net als een kind met een ziekte of een beperking, dan kost het gewoon meer moeite en meer energie.
Dus je moet er ook meer in stoppen om te zorgen dat je weerbaar blijft.
Carin Schröder:Ja, dus juist die weerbaarheid is ook voor jou een belangrijke reden om hiermee bezig te zijn.
Jij hebt een aantal mooie voorbeelden ook op jullie website staan. Eigenlijk een soort getuigenissen zou je kunnen zeggen. Wat is voor jou dan een hele aansprekende die je zou kunnen noemen?
Carin Schröder:Nou, er zijn er wel een heleboel.
Carin Schröder:Bijvoorbeeld Tom. Dat is iemand die blind is geworden op 21-jarige leeftijd en dat verandert ontzettend veel in je leven.
En bij hem heeft bijvoorbeeld sport heel erg geholpen om de draad weer op te pakken.
Carin Schröder:Die is gewoon in de revalidatie al in contact gekomen met sport en die is gaan roeien.
En die heeft heel erg de visie: als je het niet uitprobeert, dan weet je ook niet of je het kan.
Dus je moet er gewoon aan dingen beginnen en dat is ook de boodschap die hij heel erg uitzendt naar andere mensen.
Carin Schröder:Maar op een klein niveau zie je natuurlijk ook voorbeelden.
We hebben een vrijwilliger die is begonnen met sporten en dat ging goed. Die ging zwemmen, viel af en kreeg daardoor weer vertrouwen in zichzelf.
Daardoor durfde ze ook andere dingen aan te gaan. Haar leven werd prettiger en ze werd weerbaarder.
Lennart Booij:Mooi. Juist dat begrip weerbaarheid is denk ik een hele belangrijke die we ook kunnen verkennen met elkaar.
Lennart Booij:Maar laten we eerst eens even terugluisteren naar de nieuwe minister Mirjam Sterk van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport.
In onze vorige uitzending spraken we met haar en ze vertelde toen dat sport natuurlijk gezond is, maar dat de kracht van sport juist ook zit in verbinding, structuur en het zelfvertrouwen dat je kunt opbouwen.
Laten we even luisteren.
Mirjam Sterk:Sport is natuurlijk gezond, maar je doet het ook met anderen samen.
Het is verbindend. Als je met elkaar een wedstrijd verliest, dan doe je dat met elkaar. En als je met elkaar wint, dan win je ook met elkaar.
Mirjam Sterk:Je leert er veel over structuur. Je leert over geven en nemen.
Je leert wat je krachten zijn, maar misschien ook waar je niet zo goed in bent en hoe iemand anders dat weer kan aanvullen.
Want dat doe je als het goed is in een team.
Mirjam Sterk:Ook voor zelfvertrouwen is sport ontzettend belangrijk.
En dat geldt zeker ook voor mensen die een beperking hebben, omdat zij vaak het gevoel hebben dat ze een beetje buiten de samenleving staan of harder moeten knokken om ergens te komen dan anderen.
Sport kan daarin heel verbindend zijn.
Lennart Booij:Erik, hoe luister je hiernaar?
Erik Bakker:Ik denk dat alles wat ze zegt natuurlijk waar is.
En daarom is het ook heel goed dat er programma's zijn die hierop inspelen. Dat is in ieder geval wat wij op de scholen proberen te doen.
Erik Bakker:We zien het ook in de praktijk.
Veel van onze kinderen sporten niet of nauwelijks, zeker niet buiten school, en missen daardoor een stuk sociaal contact.
We hebben bijvoorbeeld een project een jaar lang gedraaid en daar zie je dat kinderen letterlijk hun plek durven nemen op het sportveld.
Ze leren omgaan met winnen en verliezen, met andere kinderen en met niveauverschillen.
En dat is natuurlijk hartstikke mooi om te zien.
Lennart Booij:De minister heeft het over verbinding, het samenleven en het kunnen incasseren.
Carin noemt ook specifiek die weerbaarheid. Zie je die dan ook toenemen?
Erik Bakker:Ja, dat sowieso.
Ik denk dat je dat eigenlijk op alle niveaus kunt zeggen.
Erik Bakker:Mentaal zie je het terug omdat veel kinderen zich moeilijk uiten.
Bij sport gebeurt dat veel vanzelfsprekender wanneer je met andere kinderen samen sport.
Erik Bakker:Fysiek is natuurlijk ook heel belangrijk.
Als je lichamelijk beter in je vel zit, dan werkt dat ook door naar je hoofd.
Volgens mij zijn dat inmiddels wel feiten.
Lennart Booij:Nou, mooi.
Carin, Mirjam Sterk noemt zelfvertrouwen en het gevoel erbij te horen. Jij hebt het over weerbaarheid.
Hoe belangrijk zijn die factoren volgens jou voor iemands welzijn?
Carin Schröder:Wat mij opvalt is dat Mirjam Sterk eigenlijk twee psychologische basisbehoeften noemt.
Er is een mooie theorie over: de Self-Determination Theory.
Die zegt dat je aan drie basisbehoeften moet voldoen. Als je daarop inzet, wordt je weerbaarheid groter.
Carin Schröder:De eerste behoefte is sociale verbondenheid.
Bij sport krijg je dat vanzelf, omdat je iets samen met anderen doet.
Je voelt: ik hoor erbij, ik ben ergens mee verbonden.
Carin Schröder:Het andere wat ze noemt is doen waar je goed in bent.
Je merkt dat iets lukt. Je hebt gewonnen of je hebt die bal goed gespeeld.
Dat verhoogt heel erg je zelfvertrouwen.
En dat vergroot vervolgens ook je weerbaarheid.
Lennart Booij:Dus eigenlijk zitten al die elementen in sport als het gaat om welzijn en je goed voelen.
Lennart Booij:Gaat inclusie vooral over toegankelijkheid?
Of gaat het eigenlijk ook over de cultuur en de houding die je daarmee teweegbrengt?
Lennart Booij:Gaat inclusie vooral over toegankelijkheid?
Of gaat het eigenlijk ook over de cultuur en de houding die je daarmee teweegbrengt?
Carin Schröder:Ik denk zeker ook die cultuur.
Als je kijkt naar toegankelijkheid gaat het heel vaak over fysieke toegankelijkheid. Kan je met je rolstoel ergens naartoe?
Terwijl ik denk dat toegankelijkheid ook heel erg zit in mensen uitnodigen. Veel meer uitnodigend zijn om naar die sport toe te gaan.
Carin Schröder:We hebben een voorbeeld van Jan. Die was heel erg ziek en obees en moest naar de buurtsportcoach, maar die ging maar niet.
Toen heeft de Wmo-consulent hem gewoon opgehaald en daar naartoe gebracht.
Hij is daar ontzettend gaan sporten, is zelf coach geworden en wat hij nu doet, is mensen ophalen voor een eerste keer, omdat het gewoon spannend is.
Carin Schröder:Dus toegankelijkheid is ook gewoon iemand aan de hand meenemen.
Lennart Booij:Herken je dat, Erik?
Je hebt het natuurlijk ook over kinderen waarvan je zelf zegt dat ze buitenschools nauwelijks aan sporten toekomen. Misschien is het zelfs binnenschools soms al lastig.
Hoe help je die kinderen over die drempel heen?
Erik Bakker:Een van de dingen die wij veel doen in Amsterdam is clubondersteuning.
Dat kan betekenen dat we zeggen: we hebben tien kinderen in Amsterdam Nieuw-West die graag willen voetballen bij de plaatselijke FC.
Dan helpen wij die clubs daarbij. We brengen eigenlijk vraag en aanbod bij elkaar.
Erik Bakker:En ik vind inderdaad dat het vaak over fysieke toegankelijkheid gaat.
Maar juist dat sociale stuk is zo belangrijk.
Erik Bakker:Als die kinderen binnenkomen, dan gaan ze direct in een clubshirt.
Zorg dat ze niet op een afgelegen veldje trainen, maar dat ze bijvoorbeeld hand in hand met het eerste elftal het veld op gaan.
Erik Bakker:Dat is ook een vorm van toegankelijkheid die vaak vergeten wordt.
Lennart Booij:Maak ze meteen onderdeel van het geheel.
Erik Bakker:Ja, en dat geldt zowel op verenigingsniveau als op beleidsniveau.
Het moet geen side note zijn dat aangepast sporten ook bestaat.
Lennart Booij:Hoe ervaar je dat vandaag de dag?
Is het nog steeds een side note of zie je dat het langzaam lukt om het structureel onderdeel van het aanbod te maken?
Erik Bakker:Steeds beter.
Er zijn steeds meer clubs die het graag willen.
Erik Bakker:Als ik een probleem moet noemen, dan is het dat er ontzettend veel initiatieven zijn.
En dat die soms onbedoeld met elkaar concurreren.
Lennart Booij:Maar jij bent regisseur.
Erik Bakker:Inderdaad.
Dus dat proberen we tegen te gaan.
Lennart Booij:En lukt dat?
Erik Bakker:Soms wel, soms niet.
Erik Bakker:Ik werk nu acht jaar bij Team Sportservice in Amsterdam.
En nog steeds hoor ik regelmatig over initiatieven waarvan ik nog niet wist dat ze bestonden.
Dat blijft interessant in zo'n grote stad.
Lennart Booij:Maar het is stiekem wel een van jouw missies om dat tegen te gaan.
Erik Bakker:Ja.
Lennart Booij:Carin, hoe kijk jij daarnaar?
Is er meer aangepast sportaanbod nodig?
Of gaat het juist om het toegankelijk maken en verbinden van bestaande initiatieven?
Carin Schröder:Oeh, dat is een moeilijke vraag.
Ik denk dat je het aanbod veel beter onder de doelgroep bekend moet maken.
Bijvoorbeeld via social media.
Carin Schröder:Het moet veel makkelijker worden dat mensen het zelf vinden.
Dat ze zichzelf kunnen aanmelden.
Nu moet je vaak verwezen worden en lopen er allerlei routes tussendoor.
Dat maakt het ingewikkeld.
Carin Schröder:Terwijl mensen juist vaak op zoek zijn naar aangepast sporten.
Lennart Booij:Dus jij zegt eigenlijk dat de doelgroep zelf nog beter bereikt kan worden?
Carin Schröder:Ja.
Ik denk dat we ons nu te veel richten op zorgverleners die mensen moeten attenderen.
Carin Schröder:Terwijl de doelgroep zelf vaak heel goed weet wat ze wil.
En dat ze willen sporten.
De website Uniek Sporten is daarin bijvoorbeeld echt al winst.
Carin Schröder:Ik geef die website heel vaak mee aan cliënten.
Ga daar kijken. Wat is er bij jou in de regio? Wat zou je willen doen?
Lennart Booij:Herken je dat?
Dat kinderen eigenlijk zelf wel willen, maar dat de uitdaging vooral zit in het bereiken van die kinderen?
Erik Bakker:Dat zeker.
Ik denk dat je kinderen, maar ook volwassenen, veel meer moet betrekken bij de vraag waar je op gaat sturen.
Erik Bakker:Op een aantal scholen nemen we bijvoorbeeld sportinterviews af.
Dan vragen we gewoon: sport je?
Wat vind je leuk?
Welke sport zou je willen proberen?
Erik Bakker:Met die informatie kunnen we veel beter sturen op programma's.
Als blijkt dat er tien kinderen willen voetballen, dan halen we dat uit die data en brengen we dat samen.
Lennart Booij:Ja, dan kun je vraag en aanbod ook echt samenbrengen.
Erik Bakker:Precies.
Lennart Booij:Uit onderzoek blijkt dat er in Nederland ongeveer 1,8 miljoen mensen met een handicap zijn.
t mensen met een beperking in: Lennart Booij:Daar hoort natuurlijk ook toegang tot sport en bewegen bij.
Maar het is eigenlijk een veel grotere maatschappelijke opdracht.
Lennart Booij:Tien jaar na invoering van het VN-verdrag Handicap ervaren veel mensen met een beperking nog altijd dat ze niet volledig kunnen meedoen.
Op het gebied van sport, maar ook bij werk, zorg, onderwijs en sociale participatie.
En ook financieel staat hun positie vaak onder druk.
Lennart Booij:Eén op de vier geeft nog steeds aan zich niet volledig meegeteld te voelen in de samenleving.
Herken je dat, Erik?
Erik Bakker:Ja, dat herken ik wel.
Een paar jaar geleden is er onderzoek gedaan door Cliëntenbelang Amsterdam.
Daar werd precies dit genoemd.
Erik Bakker:Een paar jaar geleden is er onderzoek gedaan door Cliëntenbelang in Amsterdam.
Daar zat een panel bij waarin de resultaten werden gepresenteerd. Eén van de belangrijkste uitkomsten was dat mensen het gevoel hadden niet zelf mee te kunnen praten over het onderwerp.
Erik Bakker:En dus ook niet voldoende invloed hadden op waar het precies wringt.
Of waar de behoefte eigenlijk ligt.
Erik Bakker:Daar valt echt nog veel winst te behalen.
Lennart Booij:Is dat dan nog steeds een beetje de houding van: we doen het voor jou?
Erik Bakker:Ja.
Lennart Booij:In plaats van dat mensen het zelf mogen doen of voor zichzelf kunnen bepalen?
Erik Bakker:Ja, de intentie is vaak ontzettend goed.
Alleen moeten we wel veel meer vanuit de echte behoefte blijven werken om het succesvol te maken.
Lennart Booij:Ik denk ook dat dat een belangrijke reden is waarom jij jouw initiatief bent begonnen.
Hoe geef je dat vorm? En hoe kunnen we daar maatschappelijk iets van leren?
Carin Schröder:Ik denk dat we heel vaak nog te veel bezig zijn met zorgverleners, netwerkbijeenkomsten en professionals.
Terwijl de ervaringsdeskundigen daar vaak niet bij aanwezig zijn.
Carin Schröder:We leven inmiddels in een heel digitale wereld.
Als je op vakantie wil, kan je naar Airbnb, dingen filteren en eindeloos scrollen.
Het ziet er aantrekkelijk uit en je vindt snel wat je zoekt.
Carin Schröder:Dan denk ik: waarom maken we niet zoiets voor mensen die leven met een beperking?
Zodat veel duidelijker zichtbaar wordt wat er allemaal mogelijk is.
De sociale kaarten die er nu zijn vind ik vaak ontzettend onoverzichtelijk. Daar verzuip je bijna in.
Carin Schröder:Een platform zoals Airbnb ziet er aantrekkelijk uit.
Je zou eigenlijk direct moeten kunnen zien welke sportverenigingen toegankelijk zijn.
Voor welke doelgroepen ze aanbod hebben.
En welke mogelijkheden er bij jou in de buurt zijn.
Carin Schröder:Als ik bijvoorbeeld wil rolstoeltennissen, dan wil ik dat veel sneller kunnen vinden.
De website Uniek Sporten is daar al goed mee bezig.
Maar het kan volgens mij nog veel eenvoudiger.
Carin Schröder:Zodat mensen niet afhankelijk blijven van een hulpverlener die toevallig zegt:
heb je al eens op die website gekeken?
Lennart Booij:En vooral dat je niet allerlei mensen nodig hebt om ergens terecht te komen.
Dat er één duidelijke plek is waar je weet:
hier moet ik zijn.
Lennart Booij:Net zoals je voor een vakantie direct weet waar je gaat zoeken.
Wat houdt die ontwikkeling dan tegen?
Waar zitten de echte drempels?
Erik Bakker:Volgens mij zit een groot deel van het probleem gewoon in de versnippering.
Er zijn heel veel initiatieven, maar ze weten elkaar niet altijd te vinden.
Erik Bakker:Daarnaast zie je het ook terug op beleidsniveau.
Wij werken bijvoorbeeld al jaren in opdracht van de gemeente.
En vorig jaar kwamen daar de school- en omgevingsgelden bij.
Erik Bakker:Maar die zijn eigenlijk nauwelijks gebaseerd op alles wat wij in de praktijk al geleerd hebben.
Terwijl er juist veel kennis aanwezig is door jarenlange ervaring.
Erik Bakker:Dat is zonde van het geld.
En ook zonde van de tijd.
Bestaande partijen zouden veel vaker betrokken moeten worden.
Zeker als het om aangepast sporten gaat.
Lennart Booij:Ik hoor eigenlijk twee belangrijke boodschappen.
Ten eerste: zorg dat de doelgroep zelf betrokken is en gehoord wordt.
En zorg dat mensen zelfstandig toegang hebben tot de mogelijkheden die er zijn.
Lennart Booij:En ten tweede: zorg dat bestaande initiatieven en ervaren organisaties beter samenwerken.
En gebruik die kennis ook als er nieuwe regelingen worden ontwikkeld.
Lennart Booij:Anders kom je uiteindelijk niet verder.
Erik Bakker:Zeker.
Lennart Booij:Wat hoor je terug van beleidsmakers?
Is er frustratie?
Of ontbreekt het overzicht?
Erik Bakker:Ik denk dat het overzicht soms ontbreekt.
En dat die directe toegang voor mensen zelf nog te weinig aandacht krijgt.
Carin Schröder:Dat mensen zichzelf ergens kunnen aanmelden bijvoorbeeld.
Dat blijft nog altijd minder vanzelfsprekend dan het zou moeten zijn.
Lennart Booij:En dat zie je ook terug in de manier waarop beleid vorm krijgt.
Eigenlijk wordt er nog te weinig samengewerkt met gebruikers zelf.
Lennart Booij:In de ICT heb je hackathons waarbij gebruikers producten testen.
Op dit terrein gebeurt dat eigenlijk nauwelijks.
Carin Schröder:Ja, onvoldoende.
En als ik naar beleid kijk, zie ik vaak dat dezelfde organisaties aan tafel zitten.
Carin Schröder:Dat zijn vaak organisaties die al heel lang meedraaien.
Terwijl je juist ook ruimte zou moeten maken voor nieuwe partijen en frisse ideeën.
Carin Schröder:Ik heb zelf ook initiatieven opgezet.
Dan merk je soms dat mensen eerst kijken naar wie je bent voordat ze luisteren naar wat je te vertellen hebt.
Carin Schröder:Terwijl juist daar interessante ideeën vandaan kunnen komen.
Je moet volgens mij ook openstaan voor nieuwe geluiden.
Lennart Booij:Dat is een mooie tip.
Blijf nieuwsgierig naar nieuwe initiatieven en nieuwe manieren van werken.
Lennart Booij:Want als ik naar jullie luister, lijkt het probleem niet zozeer te zitten in een gebrek aan aanbod of initiatieven.
Het gaat veel meer over samenwerking, verbinding en de vertaling van goede ideeën naar beleid.
Lennart Booij:Of aanbod.
Het probleem lijkt veel meer te zitten in de manier waarop wordt samengewerkt.
En in de manier waarop goede ideeën uiteindelijk wel of niet terechtkomen in beleid.
Lennart Booij:Die verbinding dus.
Carin, artsen, therapeuten, revalidatiecentra en begeleiders zijn vaak de eerste professionals die mensen met een beperking tegenkomen.
Je zou denken dat sport en bewegen dan automatisch onderdeel van het gesprek zijn.
Carin Schröder:Deels wel.
Maar eigenlijk komt maar een relatief kleine groep mensen terecht in de revalidatie.
Carin Schröder:In de revalidatie is sport zeker een onderwerp.
Ik heb bijvoorbeeld in De Hoogstraat gewerkt. Daar is een sterke sportafdeling en wordt er veel mee gedaan.
Carin Schröder:Maar er zijn ook veel mensen die alleen in een ziekenhuis komen en daarna weer naar huis gaan.
Dan wordt er soms helemaal niet over sport gesproken.
Carin Schröder:Je krijgt tegenwoordig leefstijladviezen.
Vroeger hadden we sportloketten, nu hebben we leefstijlloketten.
Maar dat gebeurt nog steeds mondjesmaat.
Carin Schröder:Sport als medicatie zit er vaak nog niet bij.
Carin Schröder:Er wordt veel over gesproken.
Maar ik denk dat het nog onvoldoende in de uitvoering terechtkomt.
Carin Schröder:Dat kost natuurlijk ook tijd.
Maar daar mag best meer initiatief in worden genomen.
Carin Schröder:Er gebeurt wel iets.
Alleen nog vrij voorzichtig.
Het is nog niet echt structureel georganiseerd.
Carin Schröder:Je hebt bijvoorbeeld Healthy Habits.
Daar heb ik zelf aan meegewerkt.
Carin Schröder:Dat gaat ook over sport voor mensen met een beperking.
Maar veel mensen kennen het niet.
Of het verdwijnt uiteindelijk weer uit het aanbod.
Lennart Booij:Dus mensen kunnen het niet goed vinden.
Hoe zit dat in Amsterdam?
Zijn professionals daar voldoende op de hoogte van de mogelijkheden om mensen door te leiden naar sport en bewegen?
Lennart Booij:En specifiek ook naar passend aanbod voor kinderen?
Erik Bakker:Als ik kijk naar fysiotherapeuten en artsen, dan kan dat zeker nog beter.
Erik Bakker:We hebben wel projecten waarin we nauw samenwerken.
Bijvoorbeeld met partijen binnen de geestelijke gezondheidszorg.
Erik Bakker:En dat sluit ook aan bij het verhaal van Tom dat Carin zojuist vertelde.
Gewoon beginnen.
Erik Bakker:Klein beginnen.
En iets de tijd geven om te groeien.
Erik Bakker:In dit geval heeft dat heel goed gewerkt.
Omdat er ruimte was om iets op te bouwen.
Erik Bakker:We verwijzen vaak naar Only Friends in Amsterdam.
Dat enorme sportcentrum voor kinderen en jongeren met een beperking.
Erik Bakker:Ook zij zijn ooit gewoon begonnen.
En hebben jarenlang doorgezet.
Erik Bakker:Inmiddels is het volgens mij wereldwijd een prachtig voorbeeld van hoe het kan.
Lennart Booij:Dus eigenlijk zeg je:
niet altijd wachten.
Niet op elkaar wachten.
Lennart Booij:Maar tegelijkertijd zijn er wel organisaties nodig die met elkaar verbonden moeten worden.
Je gaf net al aan dat dingen soms letterlijk langs elkaar heen lopen.
Wat kan daarin beter?
Erik Bakker:Vooral laten weten dat we bestaan.
Erik Bakker:Ik denk altijd dat Team Sportservice behoorlijk zichtbaar is.
We hebben bijvoorbeeld opvallend blauwe shirts.
Erik Bakker:Als wij door Amsterdam fietsen, zijn we niet te missen.
Lennart Booij:Niet te missen.
Erik Bakker:In het verleden hebben we zelfs flyers door brievenbussen van fysiotherapeuten gedaan.
Gewoon om te laten weten:
wij zijn er en we willen dit opstarten.
Erik Bakker:Zo kleinschalig kan het beginnen.
Je hoeft maar één partij te vinden die meedoet.
Erik Bakker:Vervolgens kan zoiets uitgroeien tot iets veel groters.
Dus geef het tijd en begin gewoon.
Lennart Booij:Carin, veel mensen beginnen enthousiast met sporten.
Maar het volhouden is vaak lastig.
Lennart Booij:Voor mensen met een beperking kan dat misschien nog ingewikkelder zijn.
Heb jij tips om die drempels te verkleinen?
Carin Schröder:Ja.
Gedrag volhouden is voor iedereen moeilijk.
Carin Schröder:Als je iets wilt blijven doen, moet het een gewoonte worden.
Dan wordt de kans veel groter dat je ermee doorgaat.
Carin Schröder:Daarom is het belangrijk dat het onderdeel wordt van je omgeving.
Dat je voortdurend herinnerd wordt aan wat je wilt doen.
Carin Schröder:Als je vaker wilt fietsen, zet je fiets bijvoorbeeld zichtbaar voor de deur.
Dat maakt de stap kleiner.
Carin Schröder:Hetzelfde geldt voor een speeltuin.
Als die dichtbij is, gaan kinderen er automatisch gebruik van maken.
Als hij kilometers verderop ligt, gebeurt dat veel minder snel.
Carin Schröder:Als je niet enorm gemotiveerd bent om naar die speeltuin vijf kilometer verderop te gaan, dan gebeurt dat gewoon niet.
Lennart Booij:Is dat dan ook wat organisaties moeten doen?
Dat ze mensen, als ze die willen vasthouden, ook echt een aanbod dichtbij moeten organiseren?
Wordt dat voldoende gedaan? En is daar voldoende bewustzijn van?
Carin Schröder:Dat durf ik niet helemaal zo te zeggen.
Maar als je wilt dat mensen gaan bewegen, dan moet de omgeving daar ook toe uitnodigen. Dat geldt net zo goed voor mensen met een beperking.
Carin Schröder:De omgeving moet als het ware vragen om beweging.
Ik denk ook dat aangepast sporten vaak nog te ver weg georganiseerd wordt.
Carin Schröder:Ik sprak laatst iemand van Stichting Gewoon Sport Soest.
Daar hebben ze prachtige fitnessmogelijkheden voor mensen met een beperking.
Maar vaak zit het probleem erin dat mensen daar simpelweg niet kunnen komen.
Carin Schröder:Het aanbod bestaat wel, maar het is te ver weg.
Lennart Booij:Dat is eigenlijk best opvallend.
We hebben het over ongeveer tien procent van de bevolking.
Waarom organiseren we dat dan nog zo vaak apart?
Lennart Booij:Jij zegt juist dat mensen onderdeel moeten zijn van het geheel.
Gewoon meedoen op dat hoofdveld.
Waarom wordt het dan toch nog zo vaak apart benaderd?
Erik Bakker:Dat is denk ik tweeledig.
Soms is het ook gewoon vervelend als jij de enige bent met een beperking binnen een volledig reguliere groep.
Erik Bakker:Ik weet niet of je mensen daar altijd een plezier mee doet.
Erik Bakker:Daarnaast kan het ook prettig zijn om met mensen samen te sporten die vergelijkbare ervaringen hebben.
Dat geeft verbondenheid.
Erik Bakker:Je begrijpt elkaar sneller.
Je hebt soms aan een half woord genoeg.
Erik Bakker:Dat heeft dus ook waarde.
Daarom denk ik dat het uiteindelijk draait om een goede mix.
Erik Bakker:Je wilt onderdeel zijn van het geheel.
Maar je wilt ook voldoende ruimte hebben om jezelf te kunnen zijn.
Lennart Booij:Ja, precies.
Uiteindelijk ben je met een beperking in sommige opzichten ook gewoon anders.
Lennart Booij:Zijn er in Amsterdam voorbeelden waar die ideale mix wordt bereikt?
Bijvoorbeeld binnen iets als de dynamische schooldag?
Erik Bakker:Nog niet helemaal.
Maar wat ik eerder vertelde over het verenigingsleven is daarbij wel belangrijk.
Erik Bakker:Dat kinderen echt onderdeel worden van een club is prachtig.
Maar er zijn ook leerlingen voor wie dat niet haalbaar is.
Erik Bakker:En dat is ook prima.
Erik Bakker:Als iets in aangepaste vorm moet gebeuren, dan is dat ook goed.
Het belangrijkste is dat kinderen in beweging komen.
Erik Bakker:Daarom blijft maatwerk zo belangrijk.
En dat is juist iets wat we op scholen goed kunnen organiseren.
Erik Bakker:We kennen de kinderen steeds beter.
Daardoor kunnen we ook beter inschatten voor wie het verenigingsleven passend is en voor wie niet.
Erik Bakker:Past het niet bij een vereniging, dan zoeken we naar een alternatief dat beter aansluit.
Erik Bakker:Dan kom je bijvoorbeeld uit bij de dynamische schooldag.
Met sport- en beweegactiviteiten op school of direct na schooltijd.
Erik Bakker:Het blijft voortdurend zoeken naar de juiste verbindingen tussen organisaties.
En naar het juiste aanbod voor ieder kind.
Lennart Booij:Tegelijkertijd hoor ik Carin zeggen dat mensen ook zelf hun weg moeten kunnen vinden.
Dat vraagt weer om toegankelijkheid van het aanbod.
Lennart Booij:Is het zichtbaar?
Is het vindbaar?
Ligt het dichtbij?
Dat zijn minstens zo belangrijke vragen.
Carin Schröder:Mag ik daar iets over zeggen?
Lennart Booij:Ja natuurlijk, ga je gang.
Carin Schröder:Volgens mij begint toegankelijkheid juist bij maatwerk.
Carin Schröder:Als je iets aanbiedt, moet je ook de mogelijkheid hebben om maatwerk te leveren.
Dat is namelijk wat mensen uitnodigt om überhaupt binnen te komen.
Carin Schröder:Mensen vinden het prettig als iemand met hen meedenkt.
Waar kom ik het beste tot mijn recht?
Wat past bij mij?
Carin Schröder:En dat je daar ook zelf invloed op hebt.
Carin Schröder:Heel vaak is het nog: dit is ons aanbod, dit is wat we hebben.
Maar het wordt veel uitnodigender als je zegt: we denken met je mee.
Carin Schröder:Juist dat helpt mensen om die eerste stap te zetten.
Lennart Booij:Dat klinkt logisch.
Maar vanuit de Rijksoverheid hoor je ook vaak dat er een nationale aanpak moet zijn.
Lennart Booij:Gemeenten stellen voorwaarden.
Er zijn programma's, actieplannen en vaste kaders.
Lennart Booij:Dat zorgt natuurlijk voor een spanningsveld.
Want jij zegt eigenlijk: kijk naar wat iemand nodig heeft.
Lennart Booij:Maar beleidsmatig proberen we juist vaak te standaardiseren.
Is dat voor jullie een spanningsveld?
Erik Bakker:Ja, dat is zeker een spanningsveld.
Maar ik zie ook dat het steeds beter wordt.
Erik Bakker:Buurtsportcoaches staan dicht op de praktijk.
Zij zien iedere dag wat werkt en wat niet werkt.
Erik Bakker:Daarom moet je programma's ook de ruimte geven om dingen uit te proberen.
Om onderdelen toe te voegen of juist weg te laten.
Erik Bakker:En die ruimte moet je zo veel mogelijk bij de buurtsportcoaches leggen.
Die weten namelijk wat er in de praktijk nodig is.
Erik Bakker:En we merken dat juist de buurtsportcoaches in Amsterdam daar echt de ruimte voor geven.
Dus bijvoorbeeld, we hebben nu een subsidieaanvraag lopen waarbij die ruimte er ook daadwerkelijk is.
Lennart Booij:Maatwerk lukt dus toch langzamerhand?
Erik Bakker:Ja, zeker wel.
Lennart Booij:Oké, mooi.
Maar wel omdat ze die tijd geven.
Erik Bakker:Ik heb collega's in andere regio's die die luxe nog niet hebben.
Dat zou dus wel een belangrijke tip zijn.
Lennart Booij:Tijd en vertrouwen.
Carin Schröder:Ja, vertrouwen.
Lennart Booij:Je lacht er zelfs bij.
Carin Schröder:Ja, dat zou mooi zijn.
Precies wat jij zegt: je moet tijd en ruimte hebben om dingen uit te proberen.
Carin Schröder:Dat je als professional de ruimte krijgt om voor die ene persoon iets anders te doen als dat nodig is.
Carin Schröder:Natuurlijk werkt een groot deel van een nationaal programma prima.
Maar je moet ook ruimte houden voor die twintig procent die afwijkt.
Carin Schröder:Om iets anders te proberen.
Om maatwerk mogelijk te maken.
Carin Schröder:En juist daarvan leer je weer.
Dan ontdek je wat wel werkt.
Carin Schröder:En die inzichten kun je later weer meenemen in toekomstige programma's.
Lennart Booij:Misschien ook wel een mooie tip voor landelijke programma's.
Laat voldoende ruimte voor maatwerk.
Carin Schröder:Ja, zeker.
Lennart Booij:Erik, welke aanpakken of lessen zie jij terug bij gemeenten die er relatief goed in slagen om mensen duurzaam naar sport en bewegen toe te leiden?
Wat zijn succesvolle aanpakken waar andere gemeenten van kunnen leren?
Erik Bakker:Dan ga ik toch een beetje het sigaar-uit-eigen-doos-principe toepassen.
Wij zijn dit jaar gestart met een project dat De Club heet.
Erik Bakker:Het is een samenwerking tussen scholen, Amsterdamse sportverenigingen en Team Sportservice.
Erik Bakker:Wat we doen is kinderen vanuit school ophalen en meenemen naar een centrale sportlocatie.
Erik Bakker:Dus echt naar een plek buiten school.
Dat doen we heel bewust.
Erik Bakker:De gymdocent gaat mee.
Ook buurtsportcoaches gaan mee.
Erik Bakker:Van daaruit bieden we verschillende sporten aan, samen met sportverenigingen uit de buurt.
Zo brengen we ook daar vraag en aanbod weer samen.
Erik Bakker:Kinderen zitten dan niet meer in hun vertrouwde schoolomgeving.
Ze komen letterlijk ergens anders terecht.
Erik Bakker:En wat we na een jaar zien, is dat kinderen buiten school durven te sporten.
Ze durven ook daadwerkelijk een proefles bij een sportvereniging te proberen.
Lennart Booij:Dus eigenlijk een tussenstap richting regulier sporten.
Erik Bakker:Ja.
En de sport- en omgevingsgelden hebben dit echt mogelijk gemaakt.
Erik Bakker:Er is veel nodig om zoiets te organiseren.
Maar ga daar niet op bezuinigen.
Erik Bakker:Want we zien dat het werkt.
Ook voor jongeren die anders nooit bij een sportclub terecht zouden komen.
Lennart Booij:Carin, hoe luister jij hiernaar?
Het gaat eigenlijk ook over bruggen bouwen en mensen verleiden om die eerste stap te zetten.
Carin Schröder:Ja.
Het gaat om het creëren van een uitnodigende cultuur.
Carin Schröder:En dan moet je investeren in dat eerste contact.
Vooral niet bezuinigen op die eerste stap.
Carin Schröder:Want zodra mensen in aanraking komen met sport, verspreidt dat zich vaak als een olievlek.
Vriendjes, familieleden en anderen horen erover.
Carin Schröder:Daardoor wordt sport steeds zichtbaarder binnen de doelgroep zelf.
Erik Bakker:Wij zoeken altijd naar een gezamenlijk belang.
De school vindt het belangrijk dat kinderen gezond zijn.
Dat vinden wij ook.
Erik Bakker:Sportverenigingen vinden het prettig dat hun accommodatie wordt gebruikt.
En dat ze nieuwe leden krijgen.
Erik Bakker:Daarnaast vinden veel verenigingen het waardevol om iets te betekenen voor mensen met een beperking.
Carin Schröder:En uiteindelijk is het grootste belang natuurlijk dat iemand gaat sporten.
Carin Schröder:Als iemand eenmaal heeft ervaren wat sport oplevert, dan wordt de kans veel groter dat die persoon het opnieuw gaat doen.
Carin Schröder:Uiteindelijk hebben zij daar zelf het meeste profijt van.
Lennart Booij:Mooi.
Zoek het gezamenlijke belang, maar begin wel bij het belang van degene voor wie het bedoeld is.
Erik Bakker:Daar sluit ik me helemaal bij aan.
Lennart Booij:Dat vind ik een mooie conclusie van dit gesprek.
Ik dank jullie wel.
Erik Bakker:Graag gedaan.
Carin Schröder:Graag gedaan.
Lennart Booij:Onze podcast zit erop.
We hopen dat je bent bijgepraat.
Lennart Booij:Verder luisteren?
Abonneer je op onze podcast in jouw podcastapp.
Lennart Booij:Heb je zelf een uitdaging voor Team Sportservice of wil je sparren over een van deze thema's binnen jouw regio?
Ga dan naar teamsportservice.nl en neem contact op met een van onze collega's.
Lennart Booij:En voor nu wens ik je een beweeglijke dag.