Artwork for podcast Derde Ronde van Los Angeles van 1932 tot 2028
Deel 31: Wat was er met de winnaar van het Olympisch Hockey Goud, Marieke van Doorn, en die eerste strafbal bij de Spelen van 1984!
Episode 3112th April 2026 • Derde Ronde van Los Angeles van 1932 tot 2028 • Rik Bouman & Boudewijn van Eijck
00:00:00 00:37:06

Share Episode

Shownotes

The salient point of this episode revolves around the remarkable career and experiences of Marieke van Doorn, a distinguished figure in Dutch women's hockey, who attained the pinnacle of success with her team during the 1984 Los Angeles Olympics. We delve into her extensive achievements, including her pivotal role in securing a gold medal at the Olympic Games, alongside her triumphs in various international tournaments, such as the World Championships and European Championships. Additionally, we explore the profound pressures and challenges that accompany a life dedicated to high-performance sport, particularly the nuanced dynamics of team synergy and individual contributions. Marieke shares her reflections on the significance of her journey, the evolution of the sport, and the anticipated experiences of the current generation as they approach the upcoming Los Angeles 2028 Olympics. Through this discourse, we gain invaluable insights into the interplay of personal ambition and collective achievement in the world of elite athletics. In this episode, Marieke van Doorn shares her personal narrative as a prominent figure in the realm of women's hockey, recounting her journey from a young athlete to an Olympic champion. The discussion intricately weaves through her significant achievements, including the gold medal triumph at the Los Angeles 1984 Olympics and her subsequent bronze medal victory at the Seoul 1988 Olympics. Van Doorn reflects on the rigorous training regimens and the mental fortitude required to compete at the highest levels of international sport. Her insights into the atmosphere of the Olympic Games, particularly the camaraderie among athletes from various nations, paint a vivid picture of the collective spirit that defines such grand events. The conversation further delves into the evolution of women's hockey, highlighting the disparities in opportunities and recognition that have historically plagued female athletes. Van Doorn articulates her thoughts on how the landscape has changed over the years, particularly with the advent of increased media coverage and support for women in sports. The dialogue also touches upon the significance of her experience as a coach, discussing the lessons learned from her playing days that she now imparts to younger athletes. These reflections offer listeners a unique perspective on the transition from player to mentor, emphasizing the importance of resilience and adaptability in both sports and life. As the episode progresses, van Doorn addresses the upcoming Los Angeles 2028 Olympics, contemplating the expectations placed on the current generation of athletes. She expresses her hopes for the future of women's hockey and the critical role that emerging talents will play in shaping the sport's legacy. This thoughtful exchange not only honors van Doorn's remarkable career but also serves as an inspirational narrative for aspiring athletes, encouraging them to embrace their journeys with tenacity and dedication. The episode ultimately encapsulates the essence of sporting excellence, highlighting the profound impact of teamwork, perseverance, and the pursuit of one's passions.

Takeaways:

  • In this episode, we had the honor of hosting Marieke van Doorn, a remarkable figure in Dutch women's hockey, who has achieved numerous accolades throughout her illustrious career.
  • Marieke recounted her experiences as part of the national team, including her participation in the 1984 Olympics where the team secured a gold medal.
  • The podcast delves into the intense preparation leading up to the Olympic Games, discussing the rigorous training schedules and the pressures faced by athletes.
  • We explored the dynamics of competition during the 1984 Olympics, particularly the contrasting experiences of Marieke's team compared to other nations due to the boycott of certain countries.
  • Marieke shared her insights on the evolution of women's hockey and how the landscape has shifted significantly since her time as an athlete.
  • The discussion highlighted the importance of mental resilience and adaptability in sports, especially in high-stakes situations such as the Olympics.

Companies mentioned in this episode:

  • HGC
  • Ronald Naar

Transcripts

Speaker A:

Dit is alweer aflevering 31 en vandaag hebben we een hele bijzondere gast.

Speaker A:

We zitten overigens weer in de prachtige studio van van Rijnmond waar we heel dankbaar voor zijn.

Speaker A:

En onze bijzondere gast vandaag is Marieke van Doorn.

Speaker A:

En met name voor de wat jongere luisteraars zal ik je even introduceren.

Speaker A:

Als voormalig international in het Nederlandse vrouwenhockey maakte Marieke jarenlang deel uit van de absolute wereldtop.

Speaker A:

En om dat even op te sommen.

Speaker A:

Ik zag honderd interlands.

Speaker A:

Precies honderd, daar wil ik het zo nog even over hebben.

Speaker A:

de Spelen van Los Angeles in:

Speaker A:

En dat is één van de Spelen die wij uitvoerig behandelen.

Speaker A:

ons op de Spelen van Seoul in:

Speaker A:

Wereldkampioen in 83 en 86.

Speaker A:

Europees kampioen in:

Speaker A:

Champions Trophy gewonnen in:

Speaker A:

Dat was het internationale landenhockey.

Speaker A:

Maar op clubniveau bij HGC was je ook onderdeel van een gouden generatie daar.

Speaker A:

Als speelster werd Marieke vier keer landskampioen en won ze maar liefst vijf keer de Europacup.

Speaker A:

En alsof dat nog niet genoeg was, keerde Marieke later terug als coach om opnieuw landskampioen te worden met HGC.

Speaker A:

En als ik het goed zag, in die coachjaren of enige jaren daarna was Marieke ook nog expeditiearts van de eerste geslaagde Nederlandse Mount Everest expeditie onder leiding van Ronald Naar.

Speaker A:

Maar achter de medailles en wedstrijden schuilt natuurlijk ook het verhaal van de mens.

Speaker A:

De weg naar de top, de keuzes, de druk van het presteren en het leven na de topsport.

Speaker A:

Vragen als hoe kijk je terug op een carrière op het hoogste niveau?

Speaker A:

Waarom goud in Los Angeles en brons in Seoul?

Speaker A:

t en dan met name Los Angeles:

Speaker A:

ge generatie te wachten in LA:

Speaker A:

Daar gaan we het vandaag over hebben en nog over heel veel andere zaken.

Speaker A:

Marike, welkom.

Speaker A:

En mijn eerste vraag is, klopt het een beetje deze samenvatting?

Speaker B:

Ja, dat klopt aardig, ja.

Speaker B:

Die honderd interlands, dat was toen zo.

Speaker B:

Ik heb ook allemaal cadeaus nog voor gekregen, maar later ben ik nog eens, niet zo heel lang geleden, hebben ze dat allemaal nog eens gedigitaliseerd.

Speaker B:

Toen zeiden ze, we missen er een paar, dus misschien zijn het er geen honderd.

Speaker B:

Ik zei, nou, het maakt mij allemaal niks uit.

Speaker B:

Ik heb wel de cadeaus van de 100, maar of het er werkelijk 100 zijn, volgens mij zijn er inmiddels officieel iets minder.

Speaker B:

Maar ik weet niet precies hoe het zit.

Speaker A:

En 100 was in die tijd natuurlijk veel meer dan 100 in deze tijd.

Speaker A:

Want we hebben nu natuurlijk die Nations Cup en nog veel meer toernooien.

Speaker B:

Ja, we speelden toen veel minder interlands dan nu.

Speaker A:

traks ook zien in Los Angeles:

Speaker A:

En om daar misschien eens even mee te beginnen.

Speaker A:

terugdenkt aan die spelen in:

Speaker B:

Ja, het was één groot feest.

Speaker B:

We gingen daar naartoe en in:

Speaker B:

Daarna ben ik er eigenlijk ingekomen.

Speaker B:

Ik ben vanaf:

Speaker B:

Dus ja, het was eigenlijk een beetje een nieuw soort spelen.

Speaker B:

Daarna was het toch ietsje anders.

Speaker B:

De competitie was ook anders dan nu.

Speaker B:

We hebben toen een soort proefvorm, zeg maar.

Speaker B:

Eerlijker want uiteindelijk komt dan veel vaker de beste wel boven drijven dan als je een slechte dag hebt en je het eigenlijk ongelukkige wijze eens een keertje niet mocht halen.

Speaker B:

Dus maar ja het was natuurlijk gewoon de eerste keer de Olympische Spelen is voor iedereen die eraan meedoet natuurlijk overweldigend.

Speaker B:

Je lacht je helemaal slap.

Speaker B:

Ik weet niet wat voor soort sport dit is.

Speaker B:

Hoe bestaat het?

Speaker B:

Eindloos groot zijn en of heel klein en alles door elkaar in zo'n eetzaal.

Speaker B:

Nou, je keek je ogen uit.

Speaker B:

Ik vond het echt geweldig.

Speaker B:

Een groot feest vond ik het.

Speaker A:

En hoe was het om daar, laten we zeggen, ook iconen van de sport destijds natuurlijk te zien?

Speaker A:

Ik neem aan dat die ook gewoon in de eetzaal liepen en die stonden ook met een blad met eten naast je.

Speaker B:

Nou, dat was natuurlijk de uitdaging.

Speaker B:

Dat is zo'n blad dat je toevallig net ernaast stond, zeg maar, en dan een gesprekje aanknapt.

Speaker B:

Ja, dat was gewoon die tennissers die meededen.

Speaker B:

Met name die individuele sporters die je altijd op tv ziet.

Speaker B:

Wij zijn natuurlijk als teamsporter verdwijnen je meestal toch wat meer in zo'n team.

Speaker B:

Zeker toen, toen was er nog niet die social media en zo.

Speaker B:

Dus ja, ik vond het echt.

Speaker B:

Maar ik was met name wat meer in het De dynamiek van al die verschillende landen was echt heel leuk.

Speaker A:

Bijna alle landen ter wereld doen mee.

Speaker A:

Dat was natuurlijk ook weer een boycott, want Rusland mocht niet meedoen.

Speaker B:

De oorspronkelijke landen deden niet mee.

Speaker A:

Hebben jullie daar toen trouwens iets van meegekregen?

Speaker A:

Speelde dat een beetje in jullie team?

Speaker B:

Nee, in het hockey wat minder.

Speaker B:

Dus Rusland kwam toen net een beetje op als hockeyland.

Speaker B:

Maar eigenlijk hadden we eigenlijk niet zo heel veel last van die boycott.

Speaker B:

Want de landen die zich gekwalificeerd hadden, die zaten daar eigenlijk niet bij.

Speaker B:

Dus wij hadden daar als hockeyland eigenlijk niet heel veel last van.

Speaker B:

Je hoopt altijd dat iedereen meedoet, maar ja goed, in deze tijden denk je wel eens van ja, het is soms denk ik wel terecht dat er mensen niet mee mogen doen om wat er in hun eigen land speelt of in hun eigen situatie speelt, zeg maar.

Speaker A:

Als we even terug gaan naar vlak voor die Spelen.

Speaker A:

Hoe zag die voorbereiding eruit?

Speaker A:

Hoeveel weken van tevoren begon je toen?

Speaker B:

Wij trainden toen, als je in de Nederlandse elftal zat, je trainde door de week.

Speaker B:

Je moest maandag je eigen loopprogramma en krachtprogramma doen.

Speaker B:

Dan dinsdag trainde je in Amstelveen.

Speaker B:

Dan woensdag bij je eigen club.

Speaker B:

Donderdag weer in Amstelveen en dan vrijdag weer bij je eigen club.

Speaker B:

En dan zaten we soms nog corner trainen zondag wedstrijd.

Speaker B:

Dat was een beetje het standaard programma.

Speaker B:

En dan vlak voor zo'n toernooi, dan gingen we wel naar dubbeltrainingen.

Speaker A:

Toen was de competitie denk ik ten einde of liet die toen ook door?

Speaker B:

Nee, dat was dan na de afloop van de competitie.

Speaker B:

Dan had je ook voorbereidstoernooien.

Speaker B:

Als je naar de Olympische Spelen gaat, ga je van tevoren altijd een keer kijken.

Speaker B:

Dus daar waar je uiteindelijk...

Speaker B:

Ja, zo'n Olympische dorp is zo overweldigend dat je een beetje indruk hebt van tevoren.

Speaker B:

Dat je je daar een beetje op in kan stellen.

Speaker B:

Die dorpen zijn natuurlijk bijna nooit af.

Speaker B:

En we hadden toen in dat jaar voor de Olympische Spelen ook de EK nog vlak van tevoren.

Speaker B:

In Lille hebben we dat gehad.

Speaker B:

En we hadden nog een voorbereids toernooi in Berlijn.

Speaker B:

In ieder geval Duitsland en volgens mij was het Berlijn.

Speaker B:

Dus je hebt best wel veel voorbereidingen en trainingskampen in Den Haag.

Speaker B:

Ik was bijna niet geweest daar, L.A., want ik had een clash gehad met mijn coach in een van die trainingskampen.

Speaker A:

Wacht even, dat was Gijs van de Heumen, toch?

Speaker A:

Waar ging die clash over?

Speaker B:

In:

Speaker B:

Ik was pas op het hoogste niveau begonnen en toen vrij snel stroomde ik door.

Speaker B:

Het was allemaal niet een vooropgezet plan.

Speaker B:

Het overkwam me eigenlijk allemaal een beetje.

Speaker B:

Maar toen was het in:

Speaker B:

En toen mochten we niet op wintersport en mochten niet zaalhockeyën.

Speaker B:

We moesten naar van alles en nog wat.

Speaker B:

En ik kwam daar net bij en ik dacht ja, ik heb dat allemaal net vastgelegd.

Speaker B:

Ik had reuzen naar me zien in Jong Oranje en in een zaalteam.

Speaker B:

En met mijn jaarclub wilde ik altijd een leuke vakantie.

Speaker B:

En ik vond mezelf eigenlijk niet goed genoeg.

Speaker B:

Dus ik dacht, wat doe ik hier eigenlijk?

Speaker B:

Ik kom net kijken in die hoofdklasse en dan zit ik hier ineens bij de Nederlandse elftal.

Speaker B:

Ik snap er allemaal niet zoveel van.

Speaker B:

Ik had ook nooit echt...

Speaker B:

In de jeugd of zo gezeten.

Speaker A:

Je hebt heel lang bij een kleine club volgens mij gezeten.

Speaker B:

Ja, bij Ilus had ik een groepje gezeten.

Speaker A:

Wat je nu alle talenten volgens mij nog steeds aanraadt.

Speaker B:

Ja, en gewoon niet te snel allemaal naar zo'n grote club en dan op een niet belangrijke positie spelen.

Speaker B:

Hij ontwikkelt je gewoon bij je eigen club en wordt daar in je team belangrijk.

Speaker B:

Ik denk dat je daar meer aan hebt.

Speaker B:

Maar in ieder geval dus.

Speaker B:

En toen had ik dus in die voorbereiding, ik was er net bij en toen Had ik bedankt.

Speaker B:

Ik dacht van ja, ik ben hier niet goed genoeg.

Speaker B:

Ik ga gewoon terug naar Jongerhanje.

Speaker B:

Ik ga lekker in de zaal zo hokje.

Speaker B:

En ik ga lekker op wintersport.

Speaker B:

Sindsdien diept het ietsje moeizamer tussen mij en Gijs van Heumen.

Speaker B:

Niet op het persoonlijk vlak, maar als het over hokje ging.

Speaker B:

Hij had al het idee van je doet het er maar een beetje bij ofzo.

Speaker B:

En ik was natuurlijk heel ontvankelijk, want ik was lekker aan het studeren.

Speaker B:

Ik had reuzen naar m'n zin in Rotterdam.

Speaker A:

Je was toen 21, 22 ongeveer?

Speaker B:

Ja, ik was 20.

Speaker B:

Ik was net 20 en toen...

Speaker B:

Ja, ik...

Speaker B:

Ja...

Speaker B:

Het overkwam me allemaal en ik vond het allemaal hartstikke leuk.

Speaker B:

Maar ik had ook mijn studie die ik leuk vond en mijn studententijd die ik leuk vond.

Speaker B:

En dat is natuurlijk voor een coach best lastig.

Speaker B:

Dus ik snap dat ook wel.

Speaker B:

En ik was natuurlijk super eigenvoudig.

Speaker B:

Dus vanaf het begin was het al een beetje van dat je wel eens naar me keek.

Speaker B:

Wat moet ik nou toch precies met haar?

Speaker B:

Welke knoppen moet ik denk ik aan draaien?

Speaker B:

En toen hadden we, maar goed, dat ging eigenlijk allemaal best prima.

Speaker B:

En toen gingen we 84, wat ik zei, hadden we eerst die EK.

Speaker B:

Die had ik echt goed gespeeld.

Speaker B:

Maar inmiddels zat ik er al een paar jaar bij.

Speaker B:

En toen wist ik van ja, als je daar goed gespeeld hebt, gaat die daarna bij de eerstvolgende training worden om van je enkels doorgezaagd door hem.

Speaker B:

Om je weer met twee voeten op.

Speaker A:

De grond terug te trekken.

Speaker B:

Maar ja.

Speaker B:

Eén dacht ik was nooit zo, wat ik al zei, ik was niet zo dat ik dacht van nou, ik vlieg hier bovenuit, zeg maar.

Speaker B:

En twee, als je weet dat hij het zo speelt, dan werkt het ook niet meer.

Speaker B:

Dus ik liet het maar een beetje over me heen komen en hij ging steeds verder daarin.

Speaker B:

Omdat hij wilde dat ik reageerde.

Speaker B:

En op een gegeven moment werd het natuurlijk een machtsdreis.

Speaker B:

Dat ga ik niet meer doen.

Speaker B:

En toen waren we op trainingskamp en op een gegeven moment hadden we, en ik zat in de cornerploeg, ik was de vaste cornerstop en toen had je nog lange corneren en vrije slijten.

Speaker A:

Ja, heel gevaarlijk waren daardoor, ja precies.

Speaker B:

En dan was ik ook degene, ik nam de strafballen, dus ik had best al in die vaste situatie al een belangrijke rol en dan moest je altijd een half uur of een uur van tevoren op de training komen, want dan moest dat eerst getraind worden voordat de normale training begon.

Speaker B:

Dus dan kwam ik daar en dan liet hij me gewoon de hele tijd staan.

Speaker B:

Dan stond ik een uur te wachten.

Speaker B:

Oké, en dan begon de training en dan gaf hij iedereen individueel, ook de reservespecial aangewezen, een taak.

Speaker B:

En ik kreeg geen taak, dus ik stond gewoon ballen te grappen.

Speaker B:

Ik leefde de hele training ballen eraan.

Speaker B:

Ik dacht, ik ga niks zeggen.

Speaker B:

Ik ga niks zeggen.

Speaker A:

Ik laat me niet kennen.

Speaker B:

Ik ga niet zeggen, dan heb je nog iets voor mij bedacht.

Speaker B:

En op een gegeven moment gingen we dan het slotpartijtje doen.

Speaker B:

En toen had hij me wel nodig, want dan werd je even aantal.

Speaker B:

Maar elke keer als ik dan de bal aannam, vloot hij af.

Speaker B:

Het gaat wel heel ver.

Speaker B:

Ja, het ging heel ver.

Speaker B:

En op een gegeven moment, dan kwam er zo'n bal en toen dacht ik net als ik me stopte, dan vloot hij al en dan tilde ik m'n stik om.

Speaker B:

Toen was het partijtje bijna klaar.

Speaker B:

Toen dacht ik, nou ik ben er nu wel klaar mee.

Speaker B:

Dus ik dacht zo, ik denk dat ik mijn punt wel gemaakt heb toen ik die bal dus voorbij had en dat hij weer floost.

Speaker B:

Dus ik heb er wel genoeg van.

Speaker B:

Dus ben ik naar de kleedkamer gelopen.

Speaker B:

Ben ik aan het douchen, spullen gepakt en naar huis gegaan.

Speaker B:

Ik dacht echt, stikt er maar in.

Speaker B:

Zo heb je geen zin meer in.

Speaker A:

En dit was hoe lang voor de Spelen ongeveer?

Speaker B:

Een paar weken, twee, drie, vier weken.

Speaker A:

Ja, echt toen je echt in die voorbereiding na was.

Speaker B:

Alles was al aangewezen, selectiebel.

Speaker A:

Shirtjes waren gedrukt.

Speaker B:

En ik zei, ik heb nog wel een beetje eigen waarde, dit ga ik niet doen.

Speaker B:

En ik was er ook nooit geweest.

Speaker B:

En wat ik zei, het was allemaal voor mij, en daar had hij wel gelijk in.

Speaker B:

Het was niet dat je, zoals nu, je hele leven erop ingericht is.

Speaker B:

Ik dacht echt, ja.

Speaker B:

De studie is voor mij belangrijker.

Speaker B:

Dat was natuurlijk niet in hoe je deed, want je was wel elke dag met hockey bezig.

Speaker B:

Ik was er niet van afhankelijk, dat in ieder geval.

Speaker B:

Dus toen ging ik naar huis en toen werd er natuurlijk gebeld door iedereen.

Speaker B:

En toen had hij gezegd dat ze mag terugkomen als ze excuses aanbiedt.

Speaker B:

Ik zeg nou dat gaat echt never nooit gebeuren.

Speaker B:

Ik geloof niet dat het nu aan mij ligt.

Speaker A:

Ja, je had wel steun in je team.

Speaker A:

Dat wou ik nog vaker.

Speaker B:

Ja, zij vond het wel.

Speaker B:

Wat ik zei, je werd afgezaagd als je daarvoor in dat toernooi daarvoor juist een van de beteren was.

Speaker B:

Dus zij wilde ook wel echt verder.

Speaker B:

Voor die Olympische Spelen, dat ik graag mee wil, dat ik meeging.

Speaker B:

Ik wil best mee, ik vind het hartstikke leuk, maar niet onder deze voorwaarden.

Speaker B:

Ik laat me niet zo piepelen.

Speaker B:

Er zijn echt grenzen.

Speaker B:

En toen zei hij van nou, je mag weer meedoen.

Speaker B:

Ik zeg nou, ik doe wel mee, maar op andere voorwaarden.

Speaker B:

Toen mocht ik wel weer meedoen en zo, maar ik mocht niet meer de corner stoppen.

Speaker B:

En ook niet meer straf wil nemen.

Speaker B:

En dat ligt ook aan mij.

Speaker B:

Ik was natuurlijk best wel ondervankelijk en eigenwijs.

Speaker B:

Maar dat heeft ook wel weer zo'n.

Speaker A:

Waarde in een team toch?

Speaker B:

Nou, en die teamgenoot die zei bij z'n achteraf, wij zijn blij dat jij die bliksen bovenlaat.

Speaker B:

Wij gingen lekker achterover leunen en dachten, laat zij maar.

Speaker A:

Eigenlijk ving jij alle klappen op om het zomaar te zeggen.

Speaker B:

Ja, ik was een beetje confoliëerd bij hem.

Speaker B:

Maar goed, toen kwamen we op de Olympische Spelen.

Speaker B:

In de eerste wedstrijd was er inderdaad een straf al.

Speaker B:

Die ging mis, want ik nam het niet.

Speaker A:

Dat was tegen de Verenigde Staten, als ik het goed zag?

Speaker B:

Nee, ik weet niet tegen welk team dat was.

Speaker B:

Volgens mij de eerste wedstrijd tegen Nieuw-Zeeland.

Speaker B:

Maar in ieder geval Fieke nam en die ging daar niet in.

Speaker B:

Toen was hij daarna in de persconferentie.

Speaker B:

Dus de hele pers vroeg, zeg maar, waarom neemt Marike de strafballer niet in?

Speaker B:

Die heeft een 100% score.

Speaker B:

En dat was ook echt zo, een 100% score.

Speaker B:

Dat kon er ook weer niks natuurlijk.

Speaker B:

Maar daarna mocht ik wel weer de strafband nemen, want Fieke zei, ik doe het niet meer.

Speaker B:

Dus toen dacht ik, ja, dan kost hij toch wel eieren voor zichzelf.

Speaker B:

Toen hebben we nog wel een strafband geregeld, die ging erin.

Speaker B:

Niet per doel, maar ging er wat in.

Speaker A:

Dus van die hele, wat er speelde, wat wou ik ook nog vragen, dat is niet in de pers gekomen?

Speaker B:

Nee, ik heb dat, nee, ik heb dat, ik heb altijd, ik vond het, dit was echt een intern ding, vond ik niet.

Speaker B:

En ik vond het sowieso, Dat was wel zo, daar zaten we ergens te kijken, er kwam een personaatje zitten, zo'n beetje vieze.

Speaker B:

Maar ik hield me kaakstijf voor elkaar.

Speaker B:

Dit blijft intern.

Speaker B:

Dit is ook echt iets tussen mij en mij en mijn team.

Speaker A:

Nee, heel begrijpelijk.

Speaker B:

Maar het is eigenlijk altijd een beetje moeizaam geweest tussen Gijs en mij.

Speaker B:

Eigenlijk altijd.

Speaker A:

Het is wel een beetje gebeuren.

Speaker B:

Niet buiten, als ik nu zie, want we komen nog wel bij elkaar, in de kort weer eens met elkaar rondje golfen en irriteren.

Speaker B:

Hartstikke gezellig, is geen enkel probleem.

Speaker B:

Maar als het over hockey ging, was.

Speaker C:

Het altijd een beetje...

Speaker C:

En jouw ploeggenoten die wel al toen bij het Nederlands team zaten, die je later natuurlijk meegemaakt hebt, die net wat ouder waren, voor hun was het de allereerste keer dat natuurlijk de mogelijkheid was om Olympisch Spelen voor de dames te spelen.

Speaker B:

Ik hoorde van hun daar niet heel veel rauwe...

Speaker B:

Reacties om, omdat ze zeiden van ja, dat toernooi had eigenlijk geen waarde als alle andere landen waar we normaal gesproken...

Speaker B:

Duitsland, Australië, Groot-Brittannië.

Speaker B:

Als die allemaal niet gaan, wat doen we daar dan?

Speaker B:

Dus die waren er wel redelijk reëel onder.

Speaker B:

Dat is natuurlijk zeker omdat het de eerste keer was.

Speaker B:

We hadden ook geen...

Speaker B:

Geen voorgeschiedenis ervan.

Speaker B:

Dus je wist ook niet wat je miste, zeg maar.

Speaker B:

Dus dat scheelde ook.

Speaker A:

En was er eigenlijk sportief gezien een bepaald verwachtingspatroon toen jullie daar naartoe gingen?

Speaker B:

Naar LA?

Speaker A:

Ja, in 84.

Speaker B:

Nou, we waren toen natuurlijk wel wereldkampioen.

Speaker B:

In:

Speaker B:

In:

Speaker B:

Dus we waren wel een van de kanshebbers.

Speaker B:

En wat ik zei, we speelden in een systeem waardoor je denk ik wel de sterkste uiteindelijk wel boven kon drijven.

Speaker A:

Om dat misschien nog even uit te leggen voor de luisteraars.

Speaker A:

Volgens mij was het een pool van zes ploegen.

Speaker B:

Je speelt tegen iedereen één keer.

Speaker B:

En degene die uiteindelijk de meeste punten haalt, die zou...

Speaker B:

En dat lag natuurlijk wel dicht bij elkaar altijd.

Speaker B:

Maar het was eigenlijk een Champions Trophy formule.

Speaker B:

De oude Champions Trophy formule.

Speaker B:

En daar is pas later die finale bij gekomen.

Speaker B:

Dus eerst was het gewoon zes partijen en iedereen speelt tegen elkaar.

Speaker B:

En degene die het meeste punten heeft, die is de winnaar.

Speaker A:

Die is de winnaar, ja.

Speaker B:

En later kwam toen wel een finale.

Speaker B:

En later kwam pas dat systeem.

Speaker A:

Dus wat je zei, een vrij eerlijk systeem.

Speaker B:

Eigenlijk het eerlijkste systeem, denk ik.

Speaker A:

Eigenlijk, ja.

Speaker A:

Geen knock-out, maar gewoon echt een competitie.

Speaker B:

Uiteindelijk, ik denk dat systeem wel de sterkste boven komt drijven.

Speaker A:

En wat waren de concurrenten toen?

Speaker B:

Ja, we hadden natuurlijk Duitsland altijd.

Speaker B:

Dat was een belangrijke concurrent.

Speaker B:

Australië was altijd een sterke tegenstander.

Speaker B:

Nou, de thuislanden zijn altijd wel.

Speaker B:

De Verenigde Staten was op dat moment nog best wel op hoog niveau.

Speaker B:

En daarna werd het ietsje, ietsje minder.

Speaker C:

Ja, dan wil ik eigenlijk even naar die wedstrijden zelf kijken.

Speaker C:

Jullie speelden een wedstrijd tegen West-Duitsland.

Speaker C:

En dat was een hele knappe overwinning.

Speaker C:

6-2.

Speaker B:

Dat is natuurlijk altijd een beetje...

Speaker B:

Tegen Duitsland zijn altijd speciale wedstrijden, zeker omdat zij en wij toen wel echt de toppers waren.

Speaker B:

Dus dat was een lekkere.

Speaker B:

Die tikt aan.

Speaker C:

Ja en dan zijn er drie andere wedstrijden waar ik toch even ook aandacht wil geven.

Speaker C:

Dat is tegen Nieuw-Zeeland, tegen de Verenigde Staten en dan tegen Australië.

Speaker C:

En het bijzondere wordt dat achtereenvolgens worden Fieke Boekhorst, Marieke van Doren en Laurien Willemsen worden benoemd als zijnde dat ze bij die drie wedstrijden zeg maar steeds aan het einde van die wedstrijd het extra punt noteerde, waardoor de overwinning behaald werd, drie keer.

Speaker C:

Want jullie moesten alle drie, moesten jullie in die laatste fase van de wedstrijd toch scoren maken, want anders was het drie keer gelijk geweest.

Speaker B:

We hebben één gelijk gespeeld.

Speaker C:

Tegen Canada.

Speaker C:

2-2.

Speaker B:

We hebben in:

Speaker B:

Daar zat een lading op die wedstrijd.

Speaker B:

In:

Speaker B:

Toen hadden ze de finale verloren.

Speaker B:

Ze hadden het gevoel dat ze beter waren.

Speaker B:

Toen moesten we in:

Speaker B:

Waren we ook beter, dan kwamen we 1-0 achter.

Speaker B:

En toen zag je bij een aantal, oh nee, niet weer.

Speaker B:

Dat gevoel.

Speaker B:

En uiteindelijk hebben we die wedstrijd wel gewonnen.

Speaker B:

Dat was in Marleis in Kuala Lumpur.

Speaker B:

Maar dus Canada was een belangrijke, ja, dat was toch een wat lastige tegenstander voor hem.

Speaker B:

Die waren heel fysiek en eigenlijk speelden die om te zorgen dat jij niet speelt.

Speaker B:

Dus niet omdat ze zelf zo goed waren, maar ze zorgden ervoor dat jij ook niet goed was.

Speaker B:

Dus dat waren voor ons best wel wat lastige wedstrijden.

Speaker B:

En volgens mij was dat ook de eerste Canada.

Speaker B:

We hebben toen de EK in:

Speaker A:

Oké.

Speaker A:

En waarom niet?

Speaker A:

ak er in jouw ogen dan aan in:

Speaker B:

Ik denk dat we daarvoor hebben heel veel gehockeyd.

Speaker B:

Dus wat ik zei, we waren naar L.A.

Speaker B:

Geweest, we waren naar Berlijn geweest, we hadden de EK gehad en we hadden denk ik net iets te vroeg gepiekt.

Speaker A:

Oké, ja.

Speaker C:

Nou, er wordt zelfs gezegd dat in het Wijnkaartstadion waar jullie speelden, waar de wedstrijden ochtends om 8 uur begonnen trouwens, leken de Oranjevrouwen enigszins overbelast door de zware voorbereiding.

Speaker B:

Ja, dat klopt wel met mijn eigen ervaring.

Speaker B:

Daarvoor de EK hebben we echt goed gespeeld.

Speaker B:

En ik vond dat we in de Olympische Spelen er zelf eigenlijk net ietsje minder waren.

Speaker C:

Ja, want ook fysiotherapeut Govert-Jan de Lint, die had het heel erg druk trouwens, want Blessures, Marjolein IJsvogel, Margriet Segers, Laurien Willemsens, Sandra LePaul, Irene Hendricks en Marieke van Doorn, hebben allemaal wel wat blessures gehad ook in die periode.

Speaker B:

Ja, nee dat klopt.

Speaker B:

Toen had je nog maar één fysiotherapeut, die had het echt druk.

Speaker B:

Dat was wel grappig, in L.A.

Speaker B:

Kon je ook, dan had je daar in het dorp, kon je je laten masseren.

Speaker B:

Dus wij dachten, dat gaan we doen.

Speaker B:

Toen was onze vision natuurlijk niet zo heel blij mee.

Speaker B:

Wij dachten, we proberen het gewoon een keer.

Speaker B:

Dus wij zeiden, joh, dat is lekker voor je.

Speaker B:

Je hoeft niet zo hard te werken voor ons.

Speaker B:

Maar het klopt wel.

Speaker B:

Tegenwoordig wordt het allemaal beter gemonitord.

Speaker B:

En dat was in onze tijd echt nog niet.

Speaker B:

Wat ik zei, ik denk dat wij voor ons, we hebben denk ik echt teveel gedaan in die voorbereiding.

Speaker A:

Als je het probeert te vergelijken met het huidige hockey, wat voor soort hockey speelden jullie met dit elftal?

Speaker B:

Nou dat moet ik zeggen, daar was Gijs echt goed in.

Speaker B:

Gijs was echt wel een innoverende coach.

Speaker B:

Op alle vlakken wel.

Speaker B:

Tactisch hadden wij, hebben wij elke keer een ander systeem.

Speaker B:

We konden ook wisselen van systeem.

Speaker B:

We speelden wel 3-3-1, maar daarin veel variaties.

Speaker B:

We hadden ook echt een goede groep, waardoor het kon.

Speaker B:

We konden eigenlijk op technisch niveau, maar ook op tactisch niveau.

Speaker B:

En we hadden een goede corner, goede keepser.

Speaker B:

Dus we hadden echt wel heel veel wapens, waardoor we ons eigenlijk altijd wel konden redden.

Speaker B:

Dus we hadden wel echt een hele goede lichting.

Speaker B:

Ik speelde altijd chip.

Speaker B:

Dat mocht toen nog.

Speaker B:

En als je dan Sofie van Weijden hebt, die is zo idioot snel.

Speaker B:

Die kon je gewoon lanceren en dan stond ze vrij voor de keeper.

Speaker A:

Ja, een mannetje door de lucht.

Speaker B:

Andere teams hadden dat niet.

Speaker B:

We waren meestal vrij aanvallend, maar tactisch was Gijs echt innoverend.

Speaker B:

En ook op andere vlakken.

Speaker B:

We waren ook al bezig met krachttraining en dat was voor die tijd best wel nieuw.

Speaker B:

Echt credits aan Gijs, dat had hij goed gedaan.

Speaker C:

Ja en dan wil ik toch ook weer even terugkomen op een van de wedstrijden.

Speaker C:

Want wat gebeurde er?

Speaker C:

Nou Canada was dus het gelijke spel en de andere wedstrijden werden gewonnen.

Speaker C:

Maar toen stond er nog één wedstrijd open en dat was Australië.

Speaker C:

Ja en wat gebeurde er?

Speaker C:

Australië moest met twee doelpunten verschil winnen om het bezit van de gouden medaille te komen.

Speaker C:

Dat uitgangspunt leidde aanvankelijk tot een gespannen wedstrijd, waarin het risico zoveel mogelijk werd gemeden.

Speaker C:

Na de ruststand van 0-0 richtte de favoriete ploeg zich echter op.

Speaker C:

Drie minuten na de pauze vond Sophie van Weyler via een strafcorner het eerste succes.

Speaker C:

In de slotfase, toen Martine Oor voor het eerst in de ploeg was gebracht, ten einde ook haar eigen Gouden Maruiën te laten verdienen, verhoogde Fieke Boekhorst de feestvreugde met een tweede treffer.

Speaker C:

En voor aanvoerster Lisette Sevens betekende het succes in haar 125e interland tevens het afscheid van een imponerende loopbaan.

Speaker B:

Klopt.

Speaker C:

En mooi.

Speaker C:

Dat was een soort, ja, het was geen finale, maar het leek wel een finale.

Speaker A:

De laatste wedstrijd ging er dus echt om.

Speaker B:

Het goud was nog niet verdiend, toen moesten ze het echt binnenhalen.

Speaker B:

Klopt.

Speaker B:

En het was ook anders dan nu.

Speaker B:

Je kon toen met de wissels niet doorwisselen.

Speaker B:

Dus die coach moet dus veel meer.

Speaker A:

Dan nu echt wel zeker weten.

Speaker A:

Als je iemand wisselt, dan komt hij er niet meer in.

Speaker B:

En dat was bij de Olympische Spelen.

Speaker B:

Tegenwoordig wisselen ze allemaal door.

Speaker B:

Dus als je een medaille kreeg, dan was je wel ergens onderweg.

Speaker B:

Dan had je wel in tussen de lijnen gestaan.

Speaker B:

Maar dat was bij Martine Oor niet zo.

Speaker B:

Nog wel ingebracht worden.

Speaker B:

Vlak voor het einde werd ze ook nog ingebracht, omdat ze dan die gouden medaille kon krijgen.

Speaker B:

En toen weet ik nog wel, ik elke keer maar vragen.

Speaker B:

Ik stond op de rechtsmidden en zij stond rechtsbuiten.

Speaker B:

Ik zeg hier, hier die bal.

Speaker B:

Ik dacht per se ook dat ze de bal ook aangeraakt had.

Speaker B:

Weet je wel, dus dat zijn wel aparte situaties.

Speaker A:

Het is al lang geleden, maar kan je dat nog een beetje terughalen?

Speaker A:

Want het gaf natuurlijk wel wat druk, maar ik kreeg een beetje de indruk uit jouw verhalen dat jullie toch zo'n volwassen team hadden dat er behoorlijk vrijheid werd gespeeld.

Speaker A:

Zelfs misschien wel bij die laatste wedstrijd.

Speaker B:

Ja, wij wisten, we hebben echt, wat ik zei, we hebben veel wapens in het team zitten.

Speaker B:

Dus we hadden goede keepsen, goede corner.

Speaker B:

Aanvallend hadden we makkelijk scorende spitsen.

Speaker B:

We hadden fysiek op orde.

Speaker B:

We hadden tactisch het vermogen om te variëren.

Speaker B:

Dus dan moet je van goede huizen komen.

Speaker B:

Wil je ons van het veld blazen?

Speaker B:

Dus dat was er, dat gevoel hadden we wel.

Speaker B:

En als het erop aankomt, kon iedereen ook nog wel Ja, als het nodig was dan kon iedereen nog wel rise to the occasion.

Speaker B:

Dat zat ook wel in dat team.

Speaker C:

Ja en ook Martine Hoor wordt ook op 1-0 gewoon nog toch wel erbij gezet.

Speaker C:

Ondanks dat ze nog niet gespeeld had.

Speaker C:

Maar ze kregen ook gewoon de mogelijkheid om vertrouwen om te horen.

Speaker C:

Overigens Australië, die zou dus goud kunnen winnen nog in die laatste wedstrijd.

Speaker C:

Uiteindelijk worden ze door die 2-0 nederlaag worden ze vierde.

Speaker A:

Zo dicht lag het bij elkaar.

Speaker A:

En Marieke, kan je nog iets omschrijven over dat stadion daar?

Speaker A:

Heb je daar nog geen herinneringen aan?

Speaker A:

Hoe was dat?

Speaker A:

Zat er veel publiek?

Speaker A:

Was het heel warm?

Speaker B:

Ja, het was best vol.

Speaker B:

Het was groot en er zat ook een atletiekbaan volgens mij eromheen.

Speaker B:

Dus dat was groter dan wij zeg maar gewend waren.

Speaker B:

Maar het zat iets verder weg dan we gewend waren, het publiek.

Speaker B:

Het zat ietsje verder weg.

Speaker B:

Bij die Olympische Spelen, je hebt de Olympische hymne, je hebt allemaal dat soort dingen.

Speaker B:

Dat maakt het allemaal wat anders, zeg maar.

Speaker A:

Anders dan een EK en een WK.

Speaker A:

En veel meer landen natuurlijk aanwezig.

Speaker B:

En er zaten ook die Amerikanen, dat was wel grappig, die zijn heel erg sportminded, maar van hockey hebben ze op zich niet zo heel veel verstand van.

Speaker B:

Ze juichen dan ook op momenten waar je denkt van, oké, het zal.

Speaker B:

Maar het was wel echt heel leuk.

Speaker B:

Dat soort stadions waren volgens mij eenmerkend voetbalstadions of zo, maar dan niet de grootste, maar wel, ja, het waren wel.

Speaker A:

Ja, misschien van die college types of zo.

Speaker A:

Die zijn natuurlijk ook al 20, 25 duizend toeschouwers.

Speaker B:

In L.A.

Speaker B:

Had je twee dorpen.

Speaker B:

U.C.L.A.

Speaker B:

En U.S.C.

Speaker B:

Dat waren eigenlijk de universiteitsgebouwen van die dormitories.

Speaker B:

En daar haalden ze dan het dorp van.

Speaker B:

Al die studenten werden eruit gebranchoerd en dan werden wij ingezet.

Speaker B:

Dus er waren twee dorpen.

Speaker B:

Volgens mij is dat in Zuul begonnen dat ze hele nieuwe dorpen bouwden.

Speaker A:

Jullie gebruiken gewoon de bestaande infrastructuur.

Speaker B:

Volgens mij ook met de stadions dat ze dat op die manier tijdelijk aanpassen.

Speaker A:

En wat deden jullie tussen de wedstrijden door?

Speaker A:

Want je hoort toch altijd wel, met name van de voetballers, dat ze altijd tegen die verveling aanzitten.

Speaker B:

Ja, in de Olympische Spelen is dat niet zo.

Speaker B:

Want in het dorp is er zoveel te zien en te beleven.

Speaker B:

Je had natuurlijk zwembaden.

Speaker B:

Wij hadden bijvoorbeeld een schoonzwemzus.

Speaker B:

Toen gingen wij met de schoonzwemzus proberen na te doen wat zij deden.

Speaker B:

Dus daar hadden we ontzettend veel lol rond, zeg maar.

Speaker B:

Je mocht natuurlijk maar beperkt dingen doen, want je moest altijd rusten, rusten, rusten.

Speaker B:

Daar word je gek van, want dat rusten altijd.

Speaker B:

Maar je kon een beetje rondkuieren in het dorp.

Speaker B:

Er was genoeg te zien en te beleven.

Speaker A:

Kon je ook naar andere wedstrijden?

Speaker B:

Ja, dat is natuurlijk als een hockeyploeg wat lastiger.

Speaker B:

Je hebt een wedstrijd, dan heb je een hersteldag of trainingen.

Speaker B:

Je hebt ook tussendoor gewoon trainingen.

Speaker A:

Ja, je blijft eigenlijk in een soort ritme zitten.

Speaker B:

Ja, daar hebben we niet eens zo heel veel gezien.

Speaker A:

Nee, nee, oké.

Speaker A:

Ook niet, want jullie...

Speaker A:

Onze toernooi gaat.

Speaker B:

Meestal wel begin tot eind.

Speaker A:

Ja, ja, ja, dat beslaat eigenlijk de hele Olympische Spelen, ja.

Speaker A:

Dat is op zich wel jammer natuurlijk, dat je niet Carl Lewis kan zien ofzo.

Speaker B:

Nee, die hebben we wel gezien.

Speaker B:

Volgens mij hebben we de sprint...

Speaker B:

Was dat Sehu?

Speaker B:

Maar we hebben wel wat dingen gezien.

Speaker A:

Ja, ja.

Speaker B:

Dus ja, je ziet wel wat.

Speaker B:

En ik weet niet, maar dat was dus bijvoorbeeld in Zühl hebben we toen Ben Johnson, weet je wel, die toen later geschors werd, hebben we gezien.

Speaker B:

Dus je ziet wel...

Speaker A:

Bijna een iconisch moment is dat geweest.

Speaker B:

Ja, ja, ja.

Speaker B:

En ja, sommige dingen zijn natuurlijk ook ver weg.

Speaker B:

We hadden daar natuurlijk, de zwemploeg zijn altijd vrij snel klaar.

Speaker B:

Dus die zijn altijd in de eerste week.

Speaker B:

Dus die hebben vaak in de tweede week wel wat meer ruimte om dingen te zien.

Speaker A:

En lag het stadion ver buiten de stad?

Speaker B:

Ja, dat is een uurtje rijden.

Speaker B:

En dat gaat altijd met politiescorten enzo, want anders kom je niet door het verkeerde.

Speaker A:

Dat vertelde Nico Rins ons ook, dat vond hij geweldig.

Speaker A:

Dat je daar ook wel de grootsheid van de Spelen, maar met name van Amerika natuurlijk, mee krijgt.

Speaker A:

Dat zou in 28 niet anders zijn met alles wat er gebeurt in de wereld.

Speaker B:

Als je in zo'n bus zit, je staat ook echt bij zo'n bushalte.

Speaker B:

Bij zo'n dorpje zeg je zo'n bushalte, van deze bus moet jij naar dat station.

Speaker B:

Dus je staat dan echt allemaal een beetje te wachten bij zo'n bushalte met je stokje.

Speaker B:

Dat is wel grappig.

Speaker A:

Hebben jullie nog naar de mannenploeg kunnen kijken?

Speaker A:

Want daar ging het heel anders mee.

Speaker B:

De mannenploeg, volgens mij speelde die ook een beetje net op de dagen.

Speaker B:

We hebben wel wat gezien, maar niet veel.

Speaker B:

Want dat is dan alternerend.

Speaker B:

Dat bots dan een beetje met je aan.

Speaker B:

We hebben wel wat gezien.

Speaker B:

Op een gegeven moment was het wel grappig.

Speaker B:

Zij speelde niet goed.

Speaker B:

En toen was er een uitslag waardoor ze ineens toch weer, want zij speelden volgens mij een ander systeem, dus waardoor ze toch weer door konden naar de halve finale.

Speaker B:

Wim van Heumen, de vader van Gijs, die was bij de jongens de baas, die wilde trainen, maar al die mannen waren gewoon niet in het dorp.

Speaker B:

Die waren echt op pad.

Speaker A:

Die verhalen heb ik ook gehoord, inderdaad.

Speaker B:

Die hadden het al opgegeven en die dachten nou, dan gaan we ook echt gaan.

Speaker B:

Gevoel op te worden genieten.

Speaker B:

En dat was dus een beetje...

Speaker B:

Nee, daar ging het niet helemaal zo spannend.

Speaker A:

Die bleven buiten de medailles.

Speaker C:

Ja, ze kregen nog een herkansing inderdaad.

Speaker C:

Ze moesten winnen met 5-0 van Kenia.

Speaker C:

Maar ze kwamen niet verder dan 3-0.

Speaker C:

En dus bleven ze buiten de halve finales.

Speaker A:

Hadden jullie al iets van een soort Holland Heineken huis of iets dergelijks?

Speaker B:

Nee, dat was daar nog niet.

Speaker B:

Volgens mij is dat...

Speaker A:

Dat is later gekomen?

Speaker B:

Ja, volgens mij was dat voor het eerst in Barcelona.

Speaker C:

In:

Speaker A:

En hoe werd die gouden medaille gevierd?

Speaker A:

Hoe ging dat?

Speaker B:

Ja, dat ging wel.

Speaker B:

Er waren natuurlijk allemaal bobo's ook.

Speaker B:

Die kwamen allemaal kijken en die zaten in een of ander hotel en daar hadden ze iets geregeld waar al die familie toen, dus degene die, familie had komen.

Speaker B:

Mijn familie was daar.

Speaker A:

Behoorlijk ver weg ook.

Speaker B:

Maar dat was toen.

Speaker B:

Tegenwoordig is dat allemaal anders.

Speaker B:

Al die families die reizen allemaal en masse erachteraan.

Speaker B:

Dat was in die tijd allemaal.

Speaker B:

Er waren best wel wat familieleden.

Speaker B:

Die koppelden gewoon een vakantie aan.

Speaker B:

En daar hebben we toen wel echt gevierd.

Speaker B:

Het leukste is eigenlijk altijd, niet eens zozeer per acute moment dat je wint, maar dat het besef indaalt.

Speaker B:

Dat je zegt, oké, dit is echt...

Speaker B:

Nou ja, nu heb ik echt het hoogste gehaald wat ik kan halen op mijn sportgebied.

Speaker B:

Dat was wel echt grappig.

Speaker A:

En gebeurt dat dan, laten we zeggen, op de avond dat je goud wint of een dag daarna?

Speaker B:

Bij mij was het meer in het wachten voor die prijsuitreiking.

Speaker B:

Dat je dan zegt, oké, dan is het allemaal wat rustiger.

Speaker B:

Iedereen alleen maar staat te juichen en doen en dan sta je een beetje te wachten en dan daalt het eigenlijk een beetje in.

Speaker A:

En dan denk ik dat je, laten we zeggen, intern bij jezelf van binnen toch ook wel wat emoties zal voelen.

Speaker B:

Ja, het is meer zo van, dat je eigenlijk, dat is wel grappig, als je in zo'n toernooi zit, of nou de WK is, of de Olympische Spelen helemaal, dan je hebt eigenlijk helemaal niet zo door wat de impact thuis is.

Speaker B:

Want je bent bezig met je eigen toernooi, met je eigen maten, waar je natuurlijk al heel lang mee sport.

Speaker B:

Je hebt eigenlijk geen idee.

Speaker B:

En dan kom je thuis en dan valt iedereen over je heen en dan gebeurt er van alles en nog, dat je denkt, oké.

Speaker A:

Ben je ook naar de koningin gegaan?

Speaker B:

Ja, in:

Speaker B:

We moesten naar het Katshuis.

Speaker B:

En wij zijn inderdaad ook nog wel bij de koningin langs geweest.

Speaker B:

Wij kregen bijvoorbeeld niet een lientje toen, alleen de captain kreeg een lientje.

Speaker B:

Maar je hebt pas thuis door en pas eigenlijk ook daarna, want daarna ga je al heel snel weer verder met.

Speaker A:

Ja, dat wou ik vragen.

Speaker A:

Het lijkt me altijd heel erg moeilijk om dan weer op je eerste competitietraining te staan bij je club.

Speaker B:

Ja, maar eigenlijk was dat ook wel weer leuk juist.

Speaker B:

We hadden natuurlijk vrij kort vakantie.

Speaker B:

Dan heb je twee of drie weken en dan ging je altijd wel even uit.

Speaker B:

En dan had je eigenlijk vaak ook wel weer zin om te gaan hockeyen.

Speaker B:

Dus met een andere druk.

Speaker B:

Ja, ik vond hockey natuurlijk gewoon superleuk.

Speaker B:

En ik vond mijn team heel leuk.

Speaker B:

Mijn eigen clubteam heel leuk.

Speaker B:

Ja, ik vond het eigenlijk allemaal wel grappig.

Speaker B:

En ook het ritme.

Speaker B:

In die tijd vond ik echt een heerlijk ritme.

Speaker B:

Gewoon studeren, lekker hokje.

Speaker A:

Jij studeerde geneeskunde, even voor de luisteraars.

Speaker A:

Een pittige studie natuurlijk.

Speaker B:

Ja, maar ik vond die combinatie...

Speaker B:

Wat ik net zei, we hebben toen voor die Olympische Spelen echt veel gehokjeet.

Speaker B:

Dat vond ik lastig.

Speaker B:

Ik wilde graag ook iets met mijn hoofd af en toe nog doen.

Speaker B:

Dus dat vond ik dan eigenlijk wel lekker.

Speaker A:

Ja, ja, ja.

Speaker A:

En die gouden medaille, heb je die nog ergens liggen thuis?

Speaker B:

Of is dat...

Speaker B:

Ja, ik ben hem soms wel ergens kwijt en denk, oh ja, die moet ik ergens opruimen.

Speaker B:

En dan denk ik, we hebben hem ook weer opgeruimd.

Speaker B:

Hij heeft niet de vaste plek, zeg maar.

Speaker B:

Hij wordt nog wat uitgeleend.

Speaker A:

Marieke, ik denk dat we hier:

Speaker A:

Wij gaan wel door met het interview met jou, want we gaan in de volgende aflevering praten over jouw leven als coach, zou ik maar zeggen.

Speaker A:

En alles wat je van die spelen hebt geleerd in je coachvak.

Speaker A:

Maar voor dit moment al hartstikke bedankt en op naar de volgende aflevering.

Speaker B:

Ik vond het ook leuk om je weer eens over te hebben.

Links

Chapters

Video

More from YouTube