Hans Koeleman:
Hij was tienvoudig Nederlands kampioen 3000m Steeplechase tussen 1978 en 1990.
Hij heeft ook de door atletieksport geïnspireerde boeken geschreven:
Olympiërs – Roman (2016) ISBN 9789029506793
Het blauwe uur – Wat de hardloper bezielt (2014) ISBN 9789035142053
https://mysticalmiles.nl/abonnement/
The salient point of this podcast episode revolves around the intricate experiences of Hans Koeleman as an athlete during the 1984 Los Angeles Olympics. We delve into the myriad challenges and triumphs he faced leading up to, during, and after the event, providing listeners with a profound understanding of the dedication and resilience required at such a high level of competition. The episode encapsulates not merely the athletic achievements but also the personal narratives that define the Olympic journey, shedding light on the emotional and psychological facets of preparing for the grand stage. As we explore Hans's reflections on his journey, we examine the broader implications of the Olympic Games, particularly how they resonate with the culture of Los Angeles and the memories they evoke for those who participated. Ultimately, this discussion invites listeners to appreciate the rich tapestry of stories that come to life through sports and the enduring legacy of the Olympic spirit.
This episode of the podcast presents an engaging dialogue centered around Hans Koeleman, a distinguished athlete who participated in the 1984 Los Angeles Olympics. The hosts welcome him in the vibrant RTV Rijnmond studio, fostering an atmosphere conducive to candid conversation. Koeleman shares his unique journey from being a football player to an accomplished runner, illustrating the serendipitous moments that shaped his athletic career. His narrative is enriched with personal anecdotes, revealing the challenges and triumphs that characterize an athlete's life.
As the dialogue transitions to the Olympic experience, Koeleman vividly describes the qualifying trials and the intense preparations leading up to the Games. He reflects on the emotional high of competing on an Olympic stage, the collective spirit of the athletes, and the significance of representing one’s country. The hosts skillfully navigate through his memories, allowing listeners to grasp the weight of the moment and the pride associated with Olympic participation.
Moreover, the episode touches upon the legacy of the 1984 Olympics, emphasizing its role in revitalizing the spirit of Los Angeles and the broader implications for future Games. The discussion culminates in a forward-looking perspective towards the 2028 Olympics, with Koeleman’s insights offering a bridge between past experiences and future aspirations. This rich tapestry of narratives not only honors the legacy of Olympic athletes but also inspires a new generation to pursue their dreams with unwavering dedication.
Takeaways:
Rick, heb je alle boeken bij je?
Speaker B:Ja, alles bij me. Zodadelijk gaan we natuurlijk al beginnen met Hans Koeleman. Die heeft veel te vertellen, dus we moeten het snel klaarmaken.
Speaker A:Dat gaat helemaal goed. We zitten hier in de prachtige studio van RTV Rijnmond, waar we meer opnames mogen maken. Het is geen betere omgeving om die podcast op te nemen.
n als eerste oud Olympier uit:Kan jij vertellen wat jij in de sportwereld zelf als atleet hebt gedaan? De meesten weten dat natuurlijk en ik kan het wel vertellen, maar het is leuk als jij het zelf even vertelt.
en inzoomen op Los Angeles in: Speaker C:Ik ben als 17-jarige jongen met hardlopen in aanraking gekomen. Ik was voetballer. Voetbal was afgelast en we hebben het over midden jaren 70.
Er waren allerlei trimblokjes in die tijd en ik was best wel fanatiek voor mijn doel. Dus we hebben er een paar trimlokjes mee en dat ging best wel heel erg leuk. En toen kwam er op een keer een oud mannetje naar me toe.
En die zei van op vlak Amsterdam van Achternooi, wat kan jij herinneren, zeg. En die vroeg op welke atletiekclub ik zat. Ik zei nou nee, ik zit op de voetbalclub. Nou, toen viel hij helemaal van zijn stoel.
Vier maanden later werd ik tweede op het Nederlands juniorenkampioenschap en zo ging het best wel heel snel eigenlijk. Ik had eigenlijk al de mindset van een hardloper voordat ik überhaupt een hardloper deed. Ik wilde het gewoon alleen doen.
Het hardlopen was een goede modus voor mij om die passie en ook die nieuwsgierigheid te kanaliseren. Waar dat zou eindigen. Ik wist wel dat ik talent had, want dat zei de trainer op de atletiek dat dat ook kon tegen mij. Nou, wie kun je nou uitjuilen.
Je komt pas kijken en je loopt niet iedereen er al uit.
Ik weet nog wel dat ik als heel jong tienertje in een dagboekje schreef, een paar dingen, best wel interessant, dat ik iets wilde doen wat zo bijzonder was dat de mensen op de banken zouden gaan staan om te klappen. Dat was heel grappig, dat kan ik me nog heel goed herinneren. En ik wilde in Amerika wonen, ook heel bijzonder. En allebei is het eigenlijk gebeurd.
Ik heb wedstrijden gewonnen waar echt het stadion op stond om te klappen en ik heb in Amerika gewoond.
Dus ik was eigenlijk gemaakt om hard te lopen, want ik was een dromer, ik was ambitieus, ik was nieuwsgierig, ik was gedisciplineerd, omdat ik dat allemaal had. Dat zal Nico ook verteld hebben, denk ik. Dat is geen opgave. Dat komt volledig natuurlijk.
Speaker A: astische discipline vind, die: Speaker C:Ja, dat is heel bijzonder ook, want als junior, ik heb dus twee jaar atletiek gedaan, toen was ik nog junior, en ik was de beste van Nederland daarin.
En de transitie naar de senioren, dat is de grote jongen, en mijn afstand was vijf kilometer, dan draai je net een paar mensen in, die heel erg goed waren, die ook al naar de Olympische Spelen waren geweest. Je hebt bijvoorbeeld Los Hermans, Evert Hoving, 500 meter lopen, in mondvuur al mee op de Olympische Spelen, te broken, echt wereldkoppers.
Dus ik dacht, jeetje, dan wordt die overgang wel heel erg zwaar.
e voor het tussenjaar eens de:En als je mazzel hebt, dan kom je ook nog in de nationale ploeg en dan loop je toch nog een beetje mee als jong gast. Dat vonden we hartstikke leuk. Het grappige was dat ik die hele top van Nederland, als je dat zo noemt, meteen de eerste wedstrijd helemaal afslagde.
En een maand daarna al bijna Op Papendal was dat toen nog, bijna het Nederlandse koorverdrag. Nou ja, toen dacht ik van ah, dit is geen nummer om even tussendoor te doen.
Dit is gewoon een nummer wat heel erg leuk is en waar ik kennelijk best wel heel erg goed in ben. Dus zo is dat, als een soort probeersong, uitgegroeid tot gewoon mijn nummer.
Speaker A:Kan je eens uitleggen waarom noemen ze dit eigenlijk een stiepelchase? Dat heb ik me ook altijd afgevraagd. Ik kan het natuurlijk opzoeken, maar het is leuker om dat eens even aan jou te vragen.
Speaker C:Toen in de tweede helft 19e eeuw mensen meer tijd kregen voor vrije tijd. De acht uur gewerkt werd toen ingeboerd. Mensen hadden acht uur om te werken, acht uur om te slapen.
En acht uur om dingen te doen die ze zelf wilden doen. Dat was ook de tijd dat georganiseerd sport, of sport aan zich, enorm populair werd. Dat zie je ook met name in Enderland.
Heel veel voetbalclubs opgericht werden. En er werd ook heel veel gerend. vanaf die tijd. En er waren ook wedstrijdjes tussen dorpen.
En daar ren je soms van het ene dorp naar het andere dorp door de velden van Engeland. En dan ga je er door slootjes heen, door bosjes heen en over muurtjes heen en zo. En daar ren je van kerktoren naar kerktoren.
En een kerktoren in het Engels is een stiepel. Dus het is een soort chase, een soort wedstrijd. Van hier naar daar. Maar ja, tussen hier en daar zitten slootjes en heuvelen.
En die oude Engels muurtjes en dat soort dingen. Dus zo is dat gekomen.
En toen heeft de Slimmerik ooit bedacht, toen de Olympische Spelen gevormeerd werden, van hé, dat moeten we toch op de atletiekbaan doen. En toen hebben ze dus die houten hindernissen erin gezet en een soort waterbakkie in elkaar gezet. En dat is dan de stiepelchef geworden.
Speaker A:Geweldig. Nou, laten we eens even een beetje naar de Olympische Spelen gaan waar onze podcast over gaat.
ongetwijfeld dat we straks in:Kan jij ons eens meenemen naar die periode? Waar stond je toen als atleet? Hoe heb je je kunnen kwalificeren?
Nou ja, we hebben honderden vragen eigenlijk, maar misschien is het leuk om met jou daar eens even naartoe te gaan naar die periode.
Speaker C:Ik had eerder, een paar jaar daarvoor, eind jaren 70, wat een heel groot scoreverbroek. Ik zat wel bij de beste dertig of zoiets van de wereld, geloof ik.
In: die spelen over drie jaar in: ndelijk waren die limieten in: t moet op zich wel lukken. In:Op de laatste dag dat wij konden lopen, dus dat de limiet gehaald kon worden voor Nederland, want Nederland had ook nog weer tijd waarin je die limieten kon lopen, ook nog verkort. Internationaal konden mensen nog een Maar we konden nog een week lang proberen om 8,30 miljoen te lopen.
En ik moest op dat soort spieren hier, geloof ik, 8,24 miljoen lopen. Dus ik moest het en sneller doen, en ik moest nog harder lopen ook. En de laatste kans was in Hengelo toen, en ik moest 8,24 miljoen lopen.
En ja, een enorme wedstrijd, vaar, snel om het einde, en ik liep 8,24 miljoen. Dus het mocht niet.
De atletiek indiener die wilde mij ook niet voortdragen, En het Nederlands Olympisch Comité kon ook niks doen, want die moesten wachten op de voortrachten. Ik deed dat niet, ik weigerde dat.
Ondanks dat ik misschien nog een week had om het formeel nog te kunnen doen, waren die weken toch nog wel een aantal wedstrijden. We ronden er eentje in Lausanne, een sterke wedstrijd. En ik kwam steeds beter in vorm.
En de spelers waren pas een maand later, dus ik dacht, waarom doe je zo moeilijk? Ik mocht niet, punt uit. Kronkelkoppen, echt hoor, van wat een onzin is dit.
Mijn trainer zei toen, die wedstrijd in Lausanne over drie dagen, ga daar gewoon heen. Nou, de organisator die kende mij, die wist ook van dit verhaal al. Dus die zei, kom maar naar Lausanne toe.
Ja, maar als je dan die limiet loopt, dat telt toch niet, want onze sluipweekstijd is al gesloten. Los Angeles liep ik 823,4. Die organisator kwam er rennend naar me toe met een grote stopbord in de hand met die cijfer op.
Hij was wel heel blij van mij. Ik was ook heel blij. Mijn trainer was ook heel blij. Dus zij toch weer bellen naar de autarkie. Vanuit de hand zit toch de limiet gelopen.
Formeel kan het nog. Nee, dat kan niet, want de sluitingstijd was vorige week vrijdag, dus dat kan niet. Toen viel letterlijk alles kroon over.
Alle kroontjes en letterlijk wat erover hangt, dat weet ik nog wel. Hoe kan dat nou? Dat is toch een onzin? En Adriaan Pauwen, die toen voorzitter van het IOC was geweest, die bemoedigde zich erbij.
Die zei tegen de attractiviteiten van dit is zo'n onzin, deze jongen moet gaan. Want er waren meerdere mensen die een beetje op het randje zaten. En toen kreeg ik vrijdag erop zo'n belletje van ja, je mag toch gaan.
En ik dacht, ik wist dat het een grapje was. Maar ze kwamen uiteindelijk tot inkeer.
Maar ik was wel een schrijnend geval, omdat ik uiteindelijk aan alles had voldaan, alleen een week te laat volgens de Nederlandse normen. Dus dat was nogal een gedoe. Ik was net bezig met een interview te geven voor de Parool, die vrijdagmiddag.
Toen ik gebeld werd, is de Parool uit Enk van der Sluis, die had de premiere, dus diezelfde avond, de Parool was een avondkrant, dus diezelfde avond voor de voorkant van de krant, dat ik toch mocht.
Speaker A:Ja, geweldig. Dat was natuurlijk een prachtige scoop.
Speaker C:Ja, en Studio Sport die avond opende met dezelfde item. Dat was ook wel heel bijzonder. Dus het was toch wel een gedoe om er te komen. Maar uiteindelijk mocht ik toch meenemen.
Speaker A:En heeft dat je voorbereiding nog enigszins beïnvloed? Of ben je eigenlijk, zeg je van, nou ja, het maakte eigenlijk niet zoveel uit, want ik ging gewoon door met mijn programma.
Ik kan me voorstellen dat dat toch wel enige invloed had.
Speaker C:Nou, het feit dat ik best wel heel veel moest lopen achter elkaar, dat was best wel een impact. Ik was op zoek naar erlegingen, daar aankwam het.
Uiteindelijk kreeg ik een heel klein blessuretje aan mijn hoed, waardoor ik gewoon een week echt rust moest nemen. Dat heeft me eigenlijk best wel gered. Niet de beste voorbereiding, maar dat was voor die tijd. Dat kwam best wel vaak voor.
Vier jaar daarvoor in München had je een schilderij gebroken. Ook een wereldtopper. Echt een enorm sterke loper. Maar die miste de limieten van 10 kilometer net met een paar seconden.
Of de Nederlandse limieten, niet de internationale. En die moest nog een keer 10 kilometer lopen. Ja, dat is de slechtste van moeilijkheden. Die jongen die liet maar en die liet maar en die liet maar.
Ja, die kwam in Moskou aan en dat was dus helemaal op. Gaat het nou om de formaliteiten of om de prestatie in de arena straks? Ja, die gedachtengang is wel enerzijds veranderd.
Speaker A:Ja, ten positieve bedoel je nu?
Speaker C:Ja, wat kan je daar doen?
Speaker A:En hoe lang van tevoren was jij uiteindelijk in Los Angeles?
Speaker C:Ja, dat is een goede vraag. Adventief begint altijd de tweede week. Ik denk dat wij zo'n drie dagen voor de opening daar waren. 6 augustus moest ik pas lopen.
Dus ik was er pas twee weken van tevoren. Toen hoorde ik zelf de arena in.
Speaker A: e sporten staat te wachten in:De stad is wel veranderd, maar het weer en klimaat denk ik niet heel erg. Wat staat die sporten daar te wachten? Moest jij lang acclimatiseren toen je daar was?
Speaker C:Ja, het is warm daar, maar ook niet bloedheet. Het is geen woestijn. Formeel is het een woestijn in L.A., maar het is de temperatuur van 30 graden.
Ik woonde in Amerika toen al, overigens, aan de andere kant van het land, in South Carolina, waar het veel warmer is. Het mooie van L.A., van zuidelijke Californië, is dat de zon eigenlijk elke dag schijnt. Het is zowel een hele mooie als een hele lelijke stad.
Welk deel van de stad zit je? En wat hou je ermee bezig? Het is al tientallen jaren helemaal volgebouwd. Er kan gewoon niks meer bij of af of op.
et is een soort herhaling van: Speaker A:En het Olympisch dorp waar jij zat, lag dat een beetje goed ten opzichte van het atletiek stadium en zo?
Speaker C:Nou, er waren twee dorpen, twee grote universiteiten in Los Angeles. Dus de helft van de Londen zat in de downtown-gebied van L.A. En wij zaten in het westen bij UCLA, dus de University of California at Los Angeles.
Dat is echt het mooie deel van de stad. Dicht tegen de heuvels aan, vrij dichtbij, relatief dichtbij het strand. Dus wij zaten in een heerlijke plek. We konden er prima lopen.
Het was een heerlijke plek. Op zich niet zo heel ver van het Olympisch Stadion. Maar sowieso hadden ze de snelwegen voor een deel afgezet.
Zodat het transport van de sporters vrij makkelijk kon doorgaan.
Speaker A: En is de verwachting dat in: Speaker C:Ja, volgens mij wel. Dat is ook een soort mandaat van het Internationale Olympisch Comité, dat je zoveel mogelijk bestaande accommodaties gebruikt.
iteiten gebruiken als toen in:Dat weet ik eerlijk gezegd niet, maar het zou me verbazen als ze dat niet zouden doen.
Speaker A:Als ze heel wat anders opduigen, ja.
Speaker C:Ja, want het zijn gewoon grote plekken met hele mooie accommodaties en het werkt gewoon.
Speaker A:En was je ook bij de openingsceremonie?
Speaker C:Nee, nou ik zei net al in ieder geval dat ik een klein ietsje aan mijn voet had. Op een ochtend werd ik wakker en mijn ene voet, die was dik. Twee spiertje of een zin, ik weet niet wat het was, maar die was dik. Heel erg pijn.
Dus ik naar de physio van het Nederlands team toe. Ja, die deden eerlijk gezegd niet heel veel van mij. Gewoon een pak ijs op. Ik dacht, oh wauw. En die ging weer weg.
Dus met andere woorden, zoek het maar uit. Die opening was de dag daarna, dus iedereen ging in een mooie oranje pak. naar de bus toe om naar het stadion te gaan.
Ik ben thuis dus ik heb die opening niet meegemaakt, nee.
Speaker A:En had je gedurende die Spelen, zat je natuurlijk in dat Olympische dorp, hadden jullie nou veel contact als Nederlandse ploeg onderling? Ging je ook naar andere sporten kijken waar Nederlanders aan deelnemen en vice versa?
Speaker C:Nou, het contact onderling was best wel goed, want het was een groep, ik denk wel 220 mensen of zo, geloof ik. Dat zat allemaal bij elkaar gepropt in een deel van dat dorp. We hadden echt wel intens contact met elkaar.
Toch bepaalde sporters zoeken elkaar natuurlijk wel op. Individuele sporters zoeken elkaar toch wat sneller op, maar ik had een goede vriendje van mij die daar ook was. Ook een hardloper.
Ik kende veel jongens van de hockeyploeg, dus er was best wel een goede interactie. Als je in het fotoalbum van mezelf nog eens terugkijkt, zie je best wel heel veel foto's met andere sporters.
Maar echt kijken naar andere wedstrijden, ik in ieder geval niet. Want kijk, de atletiek begint altijd pas in de laatste week van door lunch te spelen.
En dan kan je die eerste tien dagen wel van alles en nog wat willen doen, maar dat doe je dus niet.
Speaker A:Nee, want je gaat je natuurlijk focussen op waarom je daar bent, begrijp ik.
Speaker C:Precies. Slapen, eten en een beetje trainen.
Speaker A:Dan komt natuurlijk de dag dat jij de eerste serie moet lopen.
Speaker C:Ja.
Speaker A:Weet je dat nog een beetje te herinneren?
Speaker C:Ja, dat weet ik heel goed te herinneren. Ja, dat vergeet je natuurlijk nooit. Ik denk ook iemand die al vier, vijf Olympische Spelen meegemaakt heeft, die herinnert elke keer weer. Denk ik.
Denk ik wel. Zeker en zeker. En zeker altijd niet.
Want het was natuurlijk in het stadion waar alles gebeurde, waar de opening was, een stadion met honderdduizend mensen die er ook elke dag zaten. Mega groot. En je had natuurlijk al wat atletiek wedstrijden begonnen geloof ik.
Die laatste dag, dat was op 4 augustus, ik moest de maandag de zesde lopen. Dus je had al een klein stukje op televisie gezien van het stadion. Dat is zo enorm groot.
Je gaat dan die ochtend nog een beetje lopen en in de namiddag komt de bondstrainer en wat andere mensen. Dan ga je naar die bus toe die je dan naar het stadion brengt.
En dan naar de inloopbaan die op een van die andere universiteiten was, waar het andere Olympisch dorp was. de University of Southern California. Dat was de inloopbaan.
Ik weet nog heel goed dat een Keniaanse jongen, Julius Correer, die overigens later de Gouden Vordelje won, die kende ik goed. We zaten zo'n beetje te zitten en te stretchen en te mijmeren. En hij zei tegen mij, Hans, wat is het ongelooflijk mooi hier.
En ik zei, we keken zo rond, Ik ben helemaal gegaan. Toen zei ik, ik denk dat ik hier nog wel eens terugkom. Vier jaar later woonde ik daar en gaf ik les op die universiteit.
In een gebouw wat grenzen aan die atletiek waren.
Speaker A:Oh, wat geweldig.
Speaker C:Om u eraan te geven dat als je maar een droom in je hoofd hebt, waar je zo verliefd op bent, dan je ziet kansen of je maakt kansen. Dus dat was een paradijs. En ja, goed, dan ga je met een klein busje nog eventjes naar het stadion toe.
Een paar minuten en dan ga je in zo'n grote tent.
Speaker B:De callroom. Maar volgens mij gebeurt er heel veel al voordat de wedstrijd plaatsvindt. Welke tegenstanden zijn er en hoe kan ik ze beïnvloeden?
Gebeurt dat in die callroom?
Speaker C:Nou, dat laatste zeker niet. Het zou kunnen dat misschien onder de sprinter of zo, die denk ik toch een iets groter ego hebben, dat dat misschien wel gebeurt.
Vandaag de dag overigens zie je heel vaak bij grote wedstrijden dat de camera in de koolroom komt. En dan zie je ook de mensen daar een beetje zitten en zo. Dus dat geheimzinnige wat in onze tijd er was, dat is een beetje weg.
Die magie is een beetje weg. Wij gingen gewoon met zo'n twaalfen, want we hadden drie series van twaalf mensen.
En de eerste zes zouden dan doorgaan naar de halve finale twee dagen later. En dan loop je dan met, ja, ik en dan alle anderen gaan dan in de tent zitten. En dan heb je daar een soort mooie oranje pak aan en een strohoed op.
En dan wordt je stadnummer gecontroleerd en je spijtvoer gecontroleerd. En dan zit je er een beetje naar elkaar te kijken. Want wie weet, ja, we zijn met z'n twaalfen. En zes van ons mogen, die gaan straks door.
Die zijn dan heel blij. En zes anderen, die zijn dan niet zo blij. Ja, er zaten mensen in het Paraguay.
De Filipijnen, ik ken de hele jongens niet, maar dat zal geen probleem zijn. Maar goed, een Amerikaan, een Keniaan, een Fransman, een Italiaan, een Spanjaard, een Engelsman.
Dus er waren zo'n acht mensen ongeveer die allemaal, ja, daar wel een beetje bij hoorden.
Dus het was wel spannend, maar van enige mindgames, op elkaar een beetje aankijken en je tong uitsteken en iemand bang maken, nee, dat was totaal geen straat, dat was sterk nog. Die Keniaanse jongen die ik net benoemde, Julius Corrier, die staat naast me op zo'n stoel. Die was ook zenuwachtig.
Ik weet nog dat hij zijn hand op mijn knie legde en zei daarvan, weet je, wat er ook gebeurt, laten we hiervan genieten. Ik dacht, jezus, ja, dat is eigenlijk ook zo.
Weet je wel, want het was heel veel later, jaren later, Ik kan me op dat moment herinneren dat ik toen die koor omgekeerd naar het stadion ging. Er stond iets gigantisch groots, die toen al uitkwam in het stadion en echt omhoog keek.
Echt leuk dat ik even een seconde stilstond, want dat was zo indrukwekkend. Een zee van mensen, honderdduizend mensen.
Dat is, ik zeg altijd tegen kids, Je pakt dan de Arena van Ajax op en de Kuip van Feyenoord en die zet je bovenop elkaar. En dan nog is het niet groter dan het stadion in L.A. Ik zat echt stil, indrukwekkend.
Het was pas veel later dat ik me herinnerde dat ik toen dacht, dit is het eigenlijk al.
Die wedstrijd moet nog komen, maar het feit dat ik hier mag staan, Als we de wereld op dat moment in elkaar gesodemiseerd hebben, dan zou ik zeggen, goed, ik ben tevreden.
Speaker A:Wat ik me ook kan voorstellen, is dat je zoveel adrenaline krijgt als daar honderdduizend man zitten. Dat je veel te snel van start gaat of je tempo gaat aanpassen en dat je dan de laatste vier, vijfhonderd meter niet meer vooruit komt.
Hoe hou je je in zo'n omgeving aan het plan wat je hebt gemaakt voor die race?
Speaker C:Nou ja, dat vinden we zelf, want op kop lopen en keihard weg, dat was sowieso niet om te praten. Ik hoefde maar bij de eerste zes te zitten. Dus ik hoefde ook niet te winnen, ik hoefde ook niet heel hard te lopen. Ik hoefde maar bij de eerste zes.
En ik wist dat als ik slim loop, dan zou dat best wel moeten kunnen. Ik wist ook dat ik in een eindspunt of een laatste ronde sneller was dan een Spanjaard en een Italiaan, weet je. Behoud de koel.
Als ik erop terugkijk, en ik heb een video van die wedstrijd, en heel heel af en toe kijk ik nog wel eens op Mensen vroegen me af of ik nog video's had. En dan kijk ik en denk ik van ja, alles klopt. Ik was goed getraind. Ik had een hele goede trainer. Ik was gehard in allerlei wedstrijden.
Ik woonde al vier jaar in Amerika. Ik had een enorm zelfvertrouwen. de discipline om je cool en het zelfvertrouwen.
Ik denk dat het zelfvertrouwen was om jezelf cool te houden en gewoon mee te lopen en om heel alert te lopen. En dat deed ik ook. Ja, ik was gewoon heel sterk.
Speaker A:Ja, dat lukte, want volgens onze gegevens eindig je als vierde in die heat.
Speaker C:Ja, ik eindig als vierde, dus dat vind ik gewoon heel goed. Het leuke was ook dat de televisiekommentaar werd toegevoegd door Theo Rijtsma en Ben de Graaf. Theo, om een of andere reden.
Ben de Graaf mocht mij altijd wel, want hij was een stoere Nederlandse jongen die een moeilijk nummer deed en ik klaagde niet. Maar hij zal je nooit een complimentje geven. Maar hij moest toch zeggen in die laatste honderd meter van nou ik neem toch m'n feestje af.
Misschien wel even de grootste complimenten van die Eren Muntens speler, dat van Zuurbrain was Ben de Graaf, toch zeggen, nou dit vind ik toch best wel heel erg goed eigenlijk.
Speaker A:Ja, mooi.
Speaker B:Zelfs van Ben de Graaf.
Speaker A:Zelfs van Ben de Graaf. Ja, dat is toch een beetje een nukkige verslag even af en toe.
Speaker C:Ik ken Theo heel goed. Theo is altijd enthousiast en die pareerde dan op dat geneudel van Wim de Graaf. Dat van Van Bonnee en Hans Knecht van Sprint.
Hoe wij de eerste zes te eindigen. En dit is op iemand die altijd van de positieve kant bekijkt. En dan was niemand er gebeurd. En Wim de Graaf had precies het omgekeerd.
De wereld stort in en als er niets gebeurt, dan is het een meevaller.
Speaker A:Ja, dat is helemaal waar.
Speaker C:Dus ja, dan sta je daar aan de Venus en dan kijk je weer omhoog. En dan denk je gewoon, holy shit. Dat moet nog gebeuren. Ik moet nog naar de finale lopen.
En dan zat ik naar de finale, maar dat dacht ik helemaal niet aan. Het was letterlijk van, dit is al mooi zo. Ik was niet van het niveau dat ik me daarin haalde.
De finale halen met die achtergrond van al die wedstrijden, dat was echt... Dus toen had ik al een beroep dat werd en dat blijkt ook wel zo te zijn.
Speaker A:Die halve finale, hoeveel dagen later was die?
Speaker C:Twee. Alleen in de halve finale ging het tempo wel verschrikkelijk veel hoger. Dat kon ik voor een deel bijhouden.
Ik weet niet eens meer hoe snel mochten zes mensen mee naar de eerste zes naar de finale. Volgens mij was ik negen tot tien.
Speaker A:Klopt, je was tiende. Je was één seconde ongeveer langzamer dan in de eerste serie.
Speaker C:Ik heb niet eens zo'n teleurstelling in m'n mond. Ik was wel blij dat ik er was. Dat was al best wel goed. En denk na over vier jaar zenderspelen in Seoul, dan zie ik dan wel hoe ver ik kom.
Maar dat was mooi. Gewoon vierde kunnen worden in zo'n stadion en erbij zijn. En dat zei Theo Rijtsma ook in die uitzending.
Dat hele sodomieten met de limieten, wat een onzin was dat. Deze atleten, of dit soort atleten, die horen hier gewoon thuis. Dat is ook heel mooi gezegd.
Die stad en die speler daar, dat is nog steeds een soort van droom. En de mensen in de L.A. zien het ook nog steeds als een soort van droom.
Speaker B: r zelf al even over, over een:Er waren gewoon een aantal mensen wat beter. Maar in Seuil kwam ik erachter dat jij in plaats van dertiende ben jij veertiende en daardoor net niet die finale haalde.
Speaker C:Klopt, ik miste de finale op één plek. De organisatie had gezegd we nemen veertien mensen mee naar de finale. Maar de Keniaanse bond vond dat te veel.
rtien van nemen. En ik ben er:Dan had ik in die finale geweest. Dat was wel een teleurstelling. Dat kan ik je wel vertellen. Tot mijn trainer een keer zei, nou moet je even ophouden met dat gezeur.
Want kijk nou gewoon eens wat je gedaan hebt. Je bent naar de olympische speler geweest. Keertwee. Hoeveel mensen kunnen dat zeggen? Ja, nee, klopt. Dat zijn er niet heel veel.
Speaker A: s we even weer teruggaan naar: Speaker C:Ja, absoluut.
Speaker A:Waarom was dat zo?
Speaker C: ien, die Olympische Spelen in: kwam allemaal boven water in:Die trok zich snel terug toen de Ayatollahs daar de macht over namen. L.A. was de enige stad die die Spelen wilde hebben. Niemand op aarde wilde zich nog branden aan het organiseren van een Olympische Spelen.
huld. Hebben jullie begrepen?:Vervolgens, per referendum, stemde Zuidelijke Californië tegen het gebruik van enig publiek geld, of overheidsgeld, voor het organiseren van de Spelen. En tot dat moment werden alle Olympische Spelen betaald onder kost of met overheidsgeld.
Dus de organisatie had een Spelen die niemand wilde, en ook geen geld om het überhaupt te bekostigen. Dus we moesten alles anders doen.
Nou, de bevolking van LA, er waren er toen van acht miljoen, de helft die zei van ik zie er gewoon helemaal niet zitten, die trok de stad uit. Dus de stad was relatief leeg. De snelwegen, daar kon je ook echt op rijden in plaats van met de bussen.
De andere helft die bleef, die vond het wel een leuke avontuur. En die meldde zich ook allemaal aan als vrijwilliger en zo. En het werd uiteindelijk een enorm feest. Dus het was enorm gastvrij.
Die stad werd letterlijk verliefd op die Olympische Spelen en die heeft die verliefdheid nooit losgelaten. Dus het opnieuw kunnen organiseren over drie jaar. Dat was echt voor zeker die generatie gewoon een droom. Alsjeblieft, laat het me terugkomen.
Sterker nog, misschien moeten we het van de elke vier jaar gewoon hier doen, want wij vinden het gewoon heel goed. Dus ja, het is voor een hoop mensen, met name door de oudere generatie, echt wauw, dat we nog een keer mee kunnen maken.
Speaker A:Ja, dat wou ik net zeggen. Dat is het mooie van wat jij nu vertelt.
deel natuurlijk nu ook nog in:Ja, die zullen dat natuurlijk fantastisch vinden dat het weer terugkomt.
Speaker C: niet, de Olympische Spelen in: Speaker A:Ja, precies. Met Coca-Cola. De Coca-Cola Games werd dat volgens mij ook wel genoemd.
Speaker C:Ja, dat is ook allerlei slimme.
Angeles Foundation, die sinds:Het is ook een jongere generatie die ook daarvan gehoord heeft, van heeft geprofiteerd wellicht ook.
Speaker A:Ja, van hun ouders ook denk ik hè.
Speaker C:Van hun ouders ook. Vergeet niet de Olympische Spelen, dat heeft in Amerika een enorme magische klank.
In Amerika, als je zegt dat je aan de Olympische Spelen hebt meegedaan, Dan ben je wat. Toen ik naar een baan of universiteit ging, zeiden mijn attiseurs van de andere universiteit...
...zet bovenaan dat je aan twee Olympische Spelen hebt meegedaan. Ja, maar wat heeft dat dan met je te maken? Nee, dit is Amerika. Dus L.A. kan niet wachten.
Speaker A: , nog evenwel eens terug naar: Speaker C:We zaten daar aan de westkant van de stad en dichtbij het strand. Mooie mensen, lieve mensen en een fantastisch mooi omgeving. Dus ik zat in het dorp daar op een ochtend koffie te drinken.
Volgens mij was dat de dag na die halve finale. Ik zag daar een Een hele mooie vrouw daar loopt, die was een hostess.
Dat was iemand die in het olympisch dorp van Roentgen meerdere talen sprak en kwam met mensen in gesprek. Dat was een beetje haar rol. Ze ging daarna zitten en ze zei van, ik weet wat ik ga doen. Jij en ik gaan vanmiddag naar het strand.
En ze zei, ja, maar ik moet werken. Ik zei, nou, dan denk je maar wat anders. En dat deed ze ook. En dat is tot op de dag van vandaag een van mijn allerbeste vriendinnen nog steeds.
Speaker A:Oh, geweldig.
Speaker C:Drie jaar geleden woonde ik in L.A. Ik kom er nog regelmatig. Ik woon in Amsterdam, maar ik zeg het altijd, ik heb twee duizend. Eén is Amsterdam en de andere is Rotterdam.
Die trots, die denk ik, en ik denk dat iemand dat zelfs niet door die medailles gewoon heeft, dat valt wel aan, maar dat met die jaren die trots groter en groter en groter en groter wordt.
Speaker A:Ja, dat zei hij precies hetzelfde.