In deze tweede aflevering van ‘Boegbeelden & Bliktrekkers’ staat een uitzonderlijk sportverhaal centraal: Wat drijft twee roeiers om, decennia na hun studietijd, nog steeds op wereldniveau de strijd aan te gaan? Presentator Erik Peekel gaat in gesprek met Jan Bruijn en Frank Verhulst over hun ijzersterke vriendschap en hun internationale successen in het Masters-roeien.
Van studentenroeien bij Skadi en de Olympische Spelen van München 1972 tot wereldgoud op de World Rowing Masters Regatta: Jan en Frank nemen je mee langs hoogtepunten, tegenslagen en de herontdekking van hun passie voor roeien, decennia na hun eerste gezamenlijke meters op het water.
In deze aflevering ontdek je:
Een inspirerende aflevering over Masters roeien, Olympische ervaringen, vriendschap, ouder worden in de sport en de verbindende kracht van De Maas.
Podcastmaker Rik Bouman
The episode is centered around a profound exploration of enduring friendship within the context of competitive rowing, as exemplified by the illustrious journey of Jan Bruin and Frank Verhulst. As they recount their remarkable triumph at the World Rowing Masters Regatta in September 2025, where they secured victory in the double scull category, they delve into the essence of camaraderie that underpins their sporting endeavors. Through their narratives, we gain insight into the exhilarating yet demanding atmosphere of international rowing competitions, revealing both the joy and the profound challenges they face. The dialogue further elucidates the evolution of their passion for rowing, from their formative years to their current pursuits, highlighting how this shared commitment has fostered a bond akin to brotherhood. Ultimately, the episode serves as a testament to the transformative power of sport in cultivating meaningful relationships and personal fulfillment.
, situated in the heart of Rotterdam, the prestigious Sociëteit of the Royal Rowing and Sailing Association de Maas stands as a testament to the city's rich maritime heritage. For 175 years, this institution has served as a nexus for rowing enthusiasts, where champions and aspirants alike converge to celebrate their shared passion. In this episode, I, Erik Pekel, engage in a profound dialogue with esteemed rowers Jan Bruin and Frank Verhulst, delving into their enduring friendship and their remarkable achievements on the international rowing stage. The conversation begins with a recollection of their triumph at the World Rowing Masters Regatta in September 2025, where they secured victory in the double sculls category. Their camaraderie shines through as they recount the exhilarating atmosphere of competitive rowing, punctuated by moments of tension and joy. Frank shares his reflections on the unique ambiance of these events, emphasizing the blend of anticipation and jubilation that permeates the air. The duo describes how they navigate the rigors of training while fostering a spirit of enjoyment, often finding solace in the company of fellow rowers, even amidst the challenges of competition. As the dialogue unfolds, we explore the intricacies of their training regimen, characterized by a commitment to excellence and a shared determination to succeed. Jan's strategic insights into pacing during races reveal the depth of their collaboration, while Frank's anecdotes about their shared experiences on the water highlight the profound bond that has developed over years of companionship. The episode culminates in a heartfelt discussion about the essence of rowing, the joys of rekindling their passion after years of hiatus, and the indelible impact of their friendship on their athletic pursuits. Through their stories, listeners are invited to appreciate the beauty of rowing as both a sport and a lifelong journey of connection and growth.
Takeaways:
In het hart van Rotterdam, op een van de mooiste plekken van Nederland, ligt de Sociëteit van de Koninklijke Roei- en Zijlvereniging de Maas.
Speaker A:Al 175 jaar een icoon dat de stad en het water met elkaar verbindt en waar boegbeelden en bliktrekkers samenkomen.
Speaker A:Mijn naam is Erik Pekel en in deze aflevering ga ik in gesprek met Jan Bruin en Frank Verhulst over hun vriendschap en over hun gezamenlijke successen op het internationale roeiwater.
Speaker A:We gaan meteen van start.
Speaker A: In september: Speaker A:Frank Banyoles, het was de vierde keer dat jullie deelnamen aan dit WK voor veteranen.
Speaker A:Hoe zou je eigenlijk de sfeer omschrijven op zulke wedstrijden?
Speaker B:Ja, die sfeer is geweldig.
Speaker B:Meestal zijn we ook met collega-roeiers.
Speaker B:We hebben dit keer ook een camping gedeeld.
Speaker B:Dat vond ik een iets minder...
Speaker B:Frenk
Speaker C:zei, dat doe ik nooit meer.
Speaker B:Ja, dat doe ik nooit meer.
Speaker B:Maar we hebben wel heel veel plezier gehad.
Speaker B:Het is plezier, maar het is ook de spanning voor de wedstrijden, want we zijn altijd...
Speaker B:reten, gespannen als we een wedstrijd moeten roeien en dan gaan we er ook voor en dat is een geweldig en zeker als je dan toch niet zeker weet hoe je zal presteren en al zo snel voorkomt te liggen en die voorsprong ook weet te houden.
Speaker B:Dat is fantastisch.
Speaker A:Jan, waarom vinden jullie het zo leuk om mee te doen aan die wedstrijden?
Speaker C:Omdat het natuurlijk altijd leuk blijft om succesvol te roeien.
Speaker C:En omdat het heel erg leuk is om samen een beetje weg te gaan.
Speaker C:We genieten dan eigenlijk zelfs van de reis.
Speaker C:Altijd heel leuk.
Speaker A:Dit keer waren jullie de jongste in categorie I.
Speaker A:En jullie hadden een gigantische voorsprong.
Speaker A:Jullie lagen wel een halve minuut voor op het veld.
Speaker A:En toen zette Jan opeens nog een flinke tempoverhoging in.
Speaker A:Waarom was dat nodig dan?
Speaker B:Nou kijk, het was de laatste wedstrijd.
Speaker B:We waren vier dagen aan het wedstrijd roeien en dit was de laatste wedstrijd die we roeiden.
Speaker B:Ik was gewoon hartstikke moe en ik had nog nooit een wedstrijd geroeid waar we zo ver voor lagen.
Speaker B:Dus ik dacht nou, ik ga een beetje omlaag in tempo.
Speaker B:Toen hoorde ik ineens geschreeuw achter me van omhoog, omhoog, want anders word ik veel te moe.
Speaker C:Ja, ik kon nog steeds zwaarder worden.
Speaker C:Ik dacht, dat moet ik niet hebben zeg.
Speaker C:En hij is er ook een voorstander van om met een hoog tempo te starten, zodat we direct voor liggen.
Speaker C:En dat lukt haast altijd.
Speaker C:We hebben een filmpje van die race, waarbij iemand een filmpje maakte en dan hoorde hij diegene zeggen, dat wordt een blik.
Speaker A:Ja, dat ziet er echt spectaculair uit, die beelden.
Speaker A:De volgende editie van de Masters is in Bled in Slovenië.
Speaker A:Gaan jullie dan ook weer meedoen?
Speaker C:Ja, absoluut, want we hebben ook al een huisje gehuurd.
Speaker C:Hebben we al gereserveerd.
Speaker B:Ja en dan luistert Jan heel aardig naar mij, want ik heb gezegd Jan ik ga nooit meer kamperen.
Speaker B:Dat vond ik zo tegenvallen.
Speaker C:Ja dat is wel een tegenvaller voor mij hoor.
Speaker C:Ik vind kamperen heerlijk.
Speaker A:Als je kijkt naar de Roespoort, wat maakt die zo aantrekkelijk?
Speaker C:Waarom is roeien aantrekkelijk?
Speaker C: n een vriend van mij, toen in: Speaker C:En toen moest ik van de mensen zeggen, ga even meeroeien, want die boot moet voorgeroeid worden.
Speaker C:En toen ben ik uiteindelijk gezegd, nee ik doe het niet, maar ik moest per se mee, dus ik ben met mijn gewone kleren aan meegegaan.
Speaker C:Dertig halen heen, dertig halen terug.
Speaker C:Maar na twintig halen dacht ik, ik ga weer roeien.
Speaker A:Je had daarvoor meer dan 30 jaar niet geroeid en je had het meteen weer helemaal te pakken.
Speaker C:Het was eigenlijk de snelste beslissing die ik ooit in mijn leven genomen heb.
Speaker A:Jullie trainen inmiddels zo'n drie keer in de week al jarenlang met z'n tweeën.
Speaker A:Hoe houd je dat leuk?
Speaker B:Dus niet altijd leuk, maar wij hebben allebei eigenlijk de neiging om te zeggen...
Speaker B:...we zien er een beetje tegenop als het rot weer is of zo, maar het voelt daarna zo lekker.
Speaker B:Dat maakt het roeien ook zo leuk.
Speaker B:En misschien nog even een antwoord op die vorige vraag.
Speaker B:Ik heb ook meegemaakt, we hebben natuurlijk als student geroeid...
Speaker B:...en toen ik ongeveer zestig was weer in de boot stapte...
Speaker B:...en de geur van het water, de rotte op...
Speaker B:...nou, ik dacht, ja, dat heb ik gemist gewoon.
Speaker B:Het is zo heerlijk.
Speaker B:Ja,
Speaker C:dat deed je ook.
Speaker C:Jij hebt Jan
Speaker A:ontmoet, Frenk, in jullie studietijd hier in Rotterdam.
Speaker A:Geneeskunde deden jullie.
Speaker B:Hoe ging die ontmoeting?
Speaker B:Ja, dat is wel bijzonder, want ik ben een hele brave student was ik.
Speaker B:En na een half jaar, nou dat is niet helemaal waar, misschien na een maand of vier stond ik in de mensa achter iemand en dat was Jan.
Speaker B:En die vertelde dat hij geneeskunde studeerde.
Speaker B:Nou, ik had hem nog nooit gezien op college.
Speaker B:Maar dat was onze eerste treffen en toen was er gelijk een klik en zo zijn we eigenlijk bevriend geraakt.
Speaker B:Frank was een
Speaker C:veel ijveriger student dan ik en we woonden in hetzelfde huis.
Speaker C:Toen nog niet misschien, maar wel vrij snel erna.
Speaker C:Wat ik altijd zo jammer vond, hij ging altijd bij zijn moeder studeren.
Speaker C:Daarom haalde hij zulke hoge cijfers.
Speaker C:Ik bleef
Speaker A:gewoon in het huis.
Speaker A:Jullie woonden samen in het Scadi-huis, de Heere
Speaker C:Zeestien.
Speaker C:Ja, het Scadi-huis.
Speaker C:Want toen was het
Speaker A:nog een echt roeihuisje.
Speaker A:Hoe was het leven in dat huis
Speaker B:in die tijd?
Speaker B:Zooi.
Speaker B:Ontzettende benden, maar wel heel
Speaker C:gezellige benden was het.
Speaker C:Ja, ik leerde mijn toen aanstaande vrouw pas laten kennen...
Speaker C:en die was helemaal stupefait over hoe vuil de rakens waren...
Speaker C:en hoeveel stof er op de grond lag.
Speaker C:En dat vond ze niet te geloven dat dat kon.
Speaker C:Maar
Speaker A:het was heel gezellig.
Speaker A:Frenk, jij vertrok toen voor een uitwisselingsproject naar Californië.
Speaker A:En daarna kwam je terug en toen ben je echt gaan roeien.
Speaker A:Wat
Speaker B:is dat voor verhaal?
Speaker B:Nou, ik heb in mijn eerste jaar geroeid en in mijn derde jaar ben ik inderdaad naar Amerika gegaan om te studeren.
Speaker B:En daar kwam ik in aanraking met, ja dat was nog een beetje een nawee van de hippie cultuur, dus cannabis en allerlei ongezonde dingen.
Speaker B:En toen kwam ik terug in het huis hier in Zeventien en daar was Jan volop aan het trainen voor de Olympische Spelen.
Speaker B:Dat vond ik zo ontzettend boeiend en ik vond het ook goed voor de lichamelijke gezondheid.
Speaker B:Dus toen ben ik het roeien gaan oppakken en heb ik een stukje met Jan, voor zover ik hem bij kon houden, ook een beetje gaan trainen in dat jaar dat hij naar
Speaker C:de Olympische Spelen ging.
Speaker C:Ik had een heel fanatiek trainingsschema voor hem gemaakt.
Speaker C:Want ik vond het natuurlijk ook leuk dat hij verderbij kwam.
Speaker C:Maar op een gegeven moment begon hij ook in bed te roeien.
Speaker C:Omdat hij eigenlijk overtraint.
Speaker C:Maar later ging het toch eigenlijk heel goed.
Speaker C:Met de
Speaker B:handen boven de dekens.
Speaker B:Maar hij
Speaker C:heeft veel talent hoor.
Speaker C:Want hij heeft relatief veel korter geroeid dan ik.
Speaker C:En hij is 10 kilo zwaarder dan ik.
Speaker C:Dus hij gaat toch altijd...
Speaker C:Tot mijn ergering is
Speaker A:hij altijd ietsje harder.
Speaker A:Jullie waren in die tijd allebei dus serieus bezig met de roesport.
Speaker A: pische Spelen in München van: Speaker A:Daar roeide je samen met Paul Venemans in de dubbel 2.
Speaker A:Hoe hebben jullie je voorbereid
Speaker C:op die Olympische strijd?
Speaker C:We hadden allebei al heel veel in de skif getraind.
Speaker C:Ze vonden ook dat ik als lichte pik op slag moest zitten.
Speaker C:Maar daardoor had ik achter mij een soort voorwielaandrijving zitten.
Speaker C:Als het einde naderde, dan zette hij aan.
Speaker C:En dan had ik het idee dat ik niks meer hoefde te doen.
Speaker C:Want dan gingen we zo hard door Paul, die zo'n waanzinnige conditie had.
Speaker C:Wij bereiden ons voor om veel te trainen en we zijn ook nog drie weken in Zarmoerdis geweest op een fantastisch trainingskamp waar we dus veel te hard trainden, waar we twee keer per dag roeiden op een hoog bergmeer en tussendoor dan ook nog de berg oprenden.
Speaker C:En toen kwamen we in München voor de wedstrijden en toen merkten we dat we dood en doodmoe waren.
Speaker C:Dus we waren eigenlijk, we
Speaker A:hadden te hard getraind.
Speaker A:Dus eigenlijk lagen jullie uitgeput aan de start, aan het begin.
Speaker A:Uitgeput is een
Speaker C:groot woord, maar we gingen
Speaker A:niet meer zo hard.
Speaker A:Maar dat aan het begin van het Olympische roei toernooi.
Speaker A:Hoe is dat toernooi voor jullie verlopen?
Speaker A:We hebben net
Speaker C:de finale niet gehaald.
Speaker C:Dus ik zeg nu altijd maar, als ze zeggen wat waren jullie?
Speaker C:Dan zeg je we waren de zevende van de 27.
Speaker C:Dat is waar, maar ik zeg maar niet de finale niet gehaald.
Speaker C:Maar de
Speaker A:B-finale hebben jullie gewonnen.
Speaker A:Ja,
Speaker C:die hebben we gewonnen.
Speaker C:Frank, was jij
Speaker A:er eigenlijk bij om jouw huisgenoot en jouw vriend aan te moedigen op te spelen?
Speaker A:Ik
Speaker B:was er niet bij.
Speaker B:Nee, jammer genoeg niet.
Speaker B:Maar ik heb hem wel op de televisie gezien.
Speaker B:Dat was heel mooi, dat blauwe water van de baan in München en dan die oranje shirts.
Speaker B:Maar ik was er jammer genoeg niet bij.
Speaker B:Ook een tragische
Speaker A:editie van de Olympische Spelen met die gijzeling
Speaker C:van de Israëlische atleten.
Speaker C:Zeer indrukwekkend.
Speaker C:Dat er een helikopter ontploft is in de lucht met een stel kapers, maar ook met een stel gekaapten.
Speaker C:Ja, die hebben
Speaker A:het dus niet overleefd.
Speaker A:Een hele grote tragedie.
Speaker A:Jij was daar als één van de atleten.
Speaker A:Hoe heb je dat daar beleefd?
Speaker A:Wij vonden het een enorm
Speaker C:verdrietig, indrukwekkende, afschuwelijke toestand.
Speaker C:Het was eigenlijk één van de eerste aanslagen.
Speaker C:Daarna zijn er veel meer aanslagen op allerlei evenementen geweest.
Speaker C:Maar dat was één van de eerste.
Speaker C:Wij vonden het verschrikkelijk.
Speaker C:En de voorzitter van de EOC was toen Avery Brundish.
Speaker C:En die riep al heel snel, die riep al heel snel, the show must go on.
Speaker C:Maar wij zijn haastig.
Speaker C:Ja, want het roeitournooi
Speaker A:was ook al afgelopen.
Speaker A:Jullie hadden juist erop verheugd om dan nog een week daar te blijven,
Speaker B:te kijken,
Speaker C:te feesten.
Speaker C:Ja, zeker.
Speaker C:Maar dat
Speaker A:ging allemaal niet door.
Speaker A:Nee,
Speaker C:dat was echt jammer.
Speaker C:Maar we hadden toch wel onder die omstandigheden vrede mee om
Speaker A:naar huis te gaan.
Speaker A:Een jaar na de Spelen streden jullie met z'n tweeën samen in de dubbeltwee op de Open Europese Kampioenschappen in Moskou.
Speaker A:Hoe kwamen jullie daar terecht?
Speaker A:Het is een tweede
Speaker C:skifjaar,
Speaker B:moet je nagaan.
Speaker B:Ongelooflijk.
Speaker B:Ja, het trieste was dat Paul Velemans is overleden.
Speaker B:En hetzelfde jaar
Speaker A:van de Spelen nog.
Speaker A:Ja,
Speaker B:dat was heel triest.
Speaker B:Ik was begonnen met skiffen en misschien nog even wat aardig, want Jan zei dat hij trainingsschema's voor mij maakte.
Speaker B:Dat was ik eigenlijk vergeten, maar dat doet Jan nog steeds.
Speaker B:Dus dan zitten we in de auto en dan denk ik van, nou, ik heb niet zo'n zin om heel hard te gaan trainen.
Speaker B:Dan komt Jan met een voorstel voor een soort monstertraining en dat doen we dan ook.
Speaker B:Dus jij bent nog steeds...
Speaker B:Eigenlijk degene die daar de initiatief neemt en daar gedij ik wel bij hoor.
Speaker B:Maar in dat jaar dus, ik was dus wat snel omhoog geklommen met het skiffen.
Speaker B:En toen, ja ik voelde me wel heel vereerd dat de coach van Jan en Jan zelf zeiden, goh kunnen we niet samen trainen, kunnen we misschien samen een dubbel twee gaan vormen.
Speaker B:En zo is het gekomen eigenlijk.
Speaker B:Toen was de
Speaker A:voorwaarde dat jullie wel dan op de bosbaan gingen trainen in Amsterdam, terwijl jullie hier in Rotterdam geneeskunde
Speaker B:studeerden.
Speaker B:Hoe ging dat?
Speaker B:Nou, dan gingen we in de auto naar Amsterdam.
Speaker B:Ik herinner me dat we ook een keer een hele snelle BMW van mijn vader mochten lenen, waar we mee slipten.
Speaker B:En dan zat de één, die zat, die reed, die had het stuur vast en de ander die las voor uit het neurologieboek.
Speaker B:We hadden toen het koosschap neurologie en zo bleven we bij.
Speaker C:We repeteerden elkaar eigenlijk.
Speaker C:En voor Moskou
Speaker A:hadden jullie een trainingskamp op die baan in Muntje, waar de Olympische Spelen ook waren geweest.
Speaker A:We hebben toen
Speaker C:veel mol gehad ook, maar we hebben weer te hard getraind, hè Frenk?
Speaker C:Ja, we kwamen weer moe aan in Moskou.
Speaker C:Ja, en in
Speaker A:die tijd lag Moskou achter het ijzeren gordijn.
Speaker A:Hoe hebben jullie dat beleefd?
Speaker A:Ja, dat
Speaker B:was wel bijzonder, omdat...
Speaker B:Dat viel ook wel tegen eigenlijk.
Speaker B:We hadden zo hard getraind dat jaar.
Speaker B:Met het idee, nou dan gaan we een geweldige wedstrijd roeien.
Speaker B:En de baan was eigenlijk een vieze modderpoel.
Speaker B:Het
Speaker C:was nog niet af.
Speaker C:Nee,
Speaker B:het was niet af.
Speaker B:Dus die zag er heel vies uit.
Speaker B:En we werden aan alle kanten gecontroleerd door mannetjes in de bus, buiten de bus.
Speaker B:En ja, dat was heel onplezierig.
Speaker B:Dus dat viel wel een beetje tegen.
Speaker B:De sfeer was niet
Speaker C:wat we hadden verwacht.
Speaker C:We proberen weleens met die mannetjes aan te praten te gaan, om te discussiëren waarom het land zo gecontroleerd werd.
Speaker C:En dan zeiden ze dat ieder systeem zijn voordelen had.
Speaker A:Meer zeiden ze niet.
Speaker A:En er was
Speaker B:ook een feest daar?
Speaker B:Ja, als ik dat mag vertellen.
Speaker B:Het was een feest in...
Speaker B:Hotel Rossia en dat is een heel groot hotel met een soort gangen die elkaar kruisen met grote asbakken en het feest begon en al gauw met al die roeiers die opgelucht waren dat ze niet meer hoefden te roeien en konden feesten, ze werden dronken en Australiërs, Amerikanen, noem maar op en dat werd een enorme bende al na een uur ongeveer en toen werd het feest afgelast, omdat ze dat niet kenden en ook een beetje eng vonden.
Speaker B:Dus er kwamen allemaal mannetjes het podium op het feest uit afgelast, muziek moest ophouden.
Speaker B:Maar ja, toen had je dus de pop aan het dansen, want toen gingen al die dronken roeiers, die gingen in dat hotel zwermen en die gebruikten de asbakken, die daar dus in die kruisingen stonden, van die gangen als isbak.
Speaker B:Dus beestachtig hebben we daar pret gehad.
Speaker B:Het is volledig uit de hand gelopen.
Speaker B:Maar ze konden ons niet te pakken krijgen, want het was door het hele hotel heen en iedereen rende rond.
Speaker B:Ze kregen geen vat op ons, dus
Speaker A:dat was wel grappig.
Speaker A:Hoe hebben jullie eigenlijk gepresteerd op dat toernooi in Moskou?
Speaker A:Nou,
Speaker B:dat mag Jan zeggen.
Speaker B:Toen zijn we
Speaker C:negende geworden, dus dat was derde in de kleine finale.
Speaker C:Maar ook weer negende van, ik denk, zes of zeven.
Speaker C:Maar het viel eigenlijk niet tegen als je nagaat dat Frenk tweedejaars was.
Speaker C:Tweedejaars kif,
Speaker A:toch?
Speaker A:Ja, dat klopt.
Speaker A:Jullie roeiden in die tijd bij Skadi.
Speaker A:Hoe waren de contacten eigenlijk met de roeiers van de Maas?
Speaker C:Nul contact.
Speaker C:Behalve Diego.
Speaker C:Ja, Diego wel.
Speaker C:Diego, een ontzettend mooie vent was dat.
Speaker C:Die ook heel veel schifte.
Speaker C:En die dan ook, die veel ouder was dan wij.
Speaker C:Hij is helaas een paar jaar geleden overleden.
Speaker C:En die dan toch altijd weer aan ons vroeg.
Speaker C:Hoe vind je het gaan?
Speaker C:Hoe roei ik?
Speaker C:Hoe roei ik?
Speaker C:En hoe zagen jullie toen
Speaker A:de Maas als vereniging?
Speaker A:Eerlijk gezegd, ik
Speaker B:durf het bijna niet te zeggen in deze podcast, maar als ontzettend tuttig.
Speaker B:En ik zat in Rotterdam op een middelbare school.
Speaker B:En ik kan je vertellen dat de jongens die bij de Maas roeiden, dat waren nerds van de bovenste plank.
Speaker B:Dus dat was echt niet chill, zou je nu zeggen, om bij de Maas te roeien als jongeman.
Speaker B:Dat
Speaker C:deed je gewoon niet.
Speaker C:Ik moet eerlijk zeggen dat ik eigenlijk helemaal geen beeld had van de Maas.
Speaker C: En dat ik lid geworden ben in: Speaker C:Dus toen ben ik voor het zeilen lid geworden.
Speaker C:En pas veel later ben ik weer gaan roeien.
Speaker C: In: Speaker A:roeien.
Speaker A:Wat leuk, ja.
Speaker A: Want jullie zijn zo rond: Speaker A:Zijn
Speaker B:jullie gestopt
Speaker A:met roeien?
Speaker A: Misschien: Speaker A:Waarom was jij gestopt, Frank?
Speaker A:Misschien ook omdat ik
Speaker B:zo hard had getraind.
Speaker B:En er was verder in het leven niks meer.
Speaker B:Het was trainen, zes keer per week.
Speaker B:Ja, je was afgebuldigd.
Speaker B:Nog vaker.
Speaker B:En dan gingen we ook nog naar het Kralingsebos, het strandje, om naast het roeien ook nog door het zand te banjeren.
Speaker B:En ik dacht na anderhalf jaar, twee jaar, dacht ik, ja, ik wil ook nog weer eens de kroeg in.
Speaker B:En ik wil nog wel wat leuke dingen doen, lezen en zo.
Speaker B:En toen heb ik, tot Jansen verdriet, heb ik besloten om op te houden met roeien.
Speaker B:En toen is Jan keihard doorgegaan.
Speaker B:Ik had nog steeds
Speaker C:een verschrikkelijk goede conditie.
Speaker C:Toen werd ik uitgenodigd om in een lichte vierplaats te nemen.
Speaker C:Ik zei, ja, maar jongens, dat kan helemaal niet, want 2,5 kilo te zwaar.
Speaker C:Nou, dan ga je maar op dieet.
Speaker C:Dus ik op dieet en ik Ik ben enorm gaan vasten en de bakker was voor mij een obsessie.
Speaker C:Ik liep altijd even naar de overkant als er een bakker was, want anders was ik bang dat ik naar binnen zou gaan.
Speaker C:Maar ik moest van 75 naar 70 halen, terwijl ik al helemaal niet dik was.
Speaker C:En als boot gemiddelde 70.
Speaker C:Ja, er zaten twee jongens in het voorgip.
Speaker C:Die waren nog maar tweedejaars.
Speaker C:Maar die wogen precies iets afs 70 kilo.
Speaker C:Bram Loss was een fenomenale slag.
Speaker C:Minstens net zo goed als Frenk.
Speaker C:En die was maar 67.
Speaker C:Maar in ieder geval waren we gemiddeld precies 70.
Speaker C:Maar het kostte
Speaker A:jou heel veel moeite
Speaker C:om licht
Speaker A:te roeien.
Speaker A:Zeker, ja.
Speaker A:En niet veel later ben je toen ook gestopt met roeien.
Speaker A:Ja,
Speaker C:ik ben nog wel...
Speaker C:We hebben nog wel toen...
Speaker C:Dat vind ik wel leuk om te vertellen natuurlijk.
Speaker C:Op de Roossee, bijna de mooiste rooibaan van de wereld, hebben we nog meegedaan aan de WK voor lichte roeiers.
Speaker C:In Luzern.
Speaker C:Luzern.
Speaker C: En op: Speaker C:Ongeveer gelijk met nummer één.
Speaker C: Toen gingen ze op: Speaker C:Toen riep ik eindprint, want ik dacht ze moeten het nog proberen.
Speaker C:Maar de boeg riep toen nee nog niet, want die vond het te zwaar.
Speaker C:Dus toen wist ik nou dan tweede.
Speaker C:Was toch ook nog leuk.
Speaker C:Ja, zilver.
Speaker A:Ja, heel erg mooi.
Speaker A:En na jullie hoei carrière, die daar eindigde voor dat moment, ging de vriendschap gewoon heel goed door.
Speaker A:Hoe zou
Speaker B:je jullie vriendschap omschrijven?
Speaker B:We omschrijven onze vriendschap eigenlijk altijd als een soort broers zijn we eigenlijk.
Speaker B:We hebben al zoveel met elkaar meegemaakt, in ieder geval voor mij vanaf mijn 17e.
Speaker B:Jij
Speaker C:bent natuurlijk wat ouder.
Speaker C:We zijn toch een
Speaker B:soort broers en vrienden.
Speaker B:Ja, er zijn natuurlijk fases in het leven geweest dat we iets minder contact hadden, maar we hebben altijd contact gehad.
Speaker B:En vooral de laatste jaren met de roeier natuurlijk weer veel intensiever.
Speaker B:Maar we zijn altijd heel goed bevriend geweest gedurende
Speaker C:het leven.
Speaker C:Ja, prachtig.
Speaker C:En misschien is het nog wel leuk om aan te...
Speaker C:om aan te vullen, dat je vraagt waarom vind je het roeien zo leuk?
Speaker C:Het roeien is ook zo leuk omdat wij goede vrienden zijn.
Speaker C:En dat we altijd achteraf, het roeien is niet af, de training is niet af, als we ook niet, uitgebreid koffie drinken.
Speaker C:Zeker twee koppen koffie en soms wat lekkers erbij.
Speaker C:Bij een uitspanning in de
Speaker A:buurt van de WAP.
Speaker A:Ja heel mooi, want dat is wat jullie nu doen.
Speaker A:Jullie hebben dat roeihebje weer opgepakt.
Speaker A:Ruim dertig jaar nadat je daarmee gestopt was.
Speaker A: e botendoop langs de Rotte in: Speaker A:En daar maakte hij die eerste paar halen.
Speaker A:Ik denk dat
Speaker C:ik misschien na tien halen dacht ik ga weer roeien.
Speaker C:Want die jongens van die acht hadden jarenlang aan mijn, maar die kende ik nog van vroeger, die hadden jarenlang aan mijn kop gezeurd dat ik er toch weer in moest.
Speaker C:Want ze wisten natuurlijk dat ik goed kon roeien en dat ik een goede vriend was.
Speaker C:En ik zei steeds nee, nee, het kost me te veel tijd.
Speaker C:Het kost me een halve dag, dat ga ik niet doen.
Speaker C:De kinderen zijn nog klein, ik ga het niet doen.
Speaker C:Maar uiteindelijk heb ik de weerstand toch niet, ik heb het niet kunnen weerstaan.
Speaker C:Jij startte een
Speaker A:paar jaar later op aansporing van de Amerikaanse bevriende Royster.
Speaker A:Hoe heeft zij jou weer in de boot gekregen?
Speaker A:Nou, zij was
Speaker B:een geweldig enthousiaste Royster.
Speaker B:Zij heeft mij op een gegeven ogenblik, zonder dat ik het wist, ingeschreven voor The Head of the Charles.
Speaker B:Ik was wel weer even aan het skiffen, maar nog niet veel ervaring had ik.
Speaker B:Dus ik vond het doodeng.
Speaker B:En zeker als je dus moet starten op de Head of the Charles, dan is het een heel breed water met grote hoge golven.
Speaker B:En zo ben ik dus begonnen met het weer wedstrijd roeien.
Speaker B:En toen was Jan, we roeiden in de acht, maar Jan zeilde ook heel veel.
Speaker B:Dus ik was toen vooral veel aan het skiffen en zo ben ik mijn eerste blikken gaan trekken.
Speaker B:Onder andere in de eerste Masters die ik heb geroeid in Varese.
Speaker B:Toen roeide ik ook veel met anderen samen.
Speaker B:Willem van Schelve, Ed Maan.
Speaker B:Ed Maan die trouwens ook in Moskou roeide destijds en ook dat trainingskamp deed.
Speaker B:Ja, dat is dus zo'n klik van eigenlijk veteranen roeiders die nog heel fit en actief zijn.
Speaker B:Dus ik heb ook met die jongens heel veel samengroeid
Speaker A:of samen wedstrijden geroeid.
Speaker A: En dan in: Speaker A:En dat is na 40 jaar voor het eerst weer samen in een boot aan de
Speaker C:start.
Speaker C:Hoe voelde dat?
Speaker C:Ja, toen hebben we aan de 2head meegedaan en een dag later aan de skiffhead.
Speaker C:Toen merkten we toch wel dat dat een beetje veel ontgroeier was, maar het was wel leuk om één keer te doen.
Speaker C:En we hebben in onze klasse gewonnen in de dubbeltwee.
Speaker C:Ja, dat
Speaker B:was wel heel grappig.
Speaker B:We hebben maar één keer geoefend in een dubbeltwee en direct een paar weken later, een week later, hebben de tweehert geroeid.
Speaker B:En ja, dat is toch wel heel wonderlijk dat we dan gewonnen
Speaker C:hebben eigenlijk.
Speaker C:Ontzettend leuk.
Speaker C:Want het
Speaker A:kwam meteen weer samen.
Speaker A:Het voelde meteen weer als van ouds.
Speaker A:Het was wel
Speaker B:een beetje wennen, want ik had natuurlijk heel veel met die andere jongens die jaren daarvoor geroerd.
Speaker B:Met Edmaan en Willem van Schelf.
Speaker B:En die waren van de niet al te lange haal achter en van hoog tempo.
Speaker B:En in de acht werd dat niet gaan.
Speaker B:De acht had nog een beetje ouderwetse haal.
Speaker B:Dus ver doorhalen.
Speaker B:Dus toen we voor het eerst in de twee zaten, toen liep het nog niet heel erg lekker.
Speaker B:Maar ja, toch ging het hard.
Speaker B:Ja, ik heb altijd een
Speaker C:vrij lange haal gehad.
Speaker C:Daardoor kon ik ook niet zo goed op tempo komen, maar het ging wel goed.
Speaker C:Maar ik heb er erg aan moeten wennen om het van achter op het korter te maken.
Speaker C:Maar jullie hadden
Speaker A:gewonnen, dus het was meteen succesvol weer met z'n tweeën in die twee.
Speaker A:Even later kochten jullie samen een boot, een twee, een zwarte
Speaker B:Filippi.
Speaker B:Hoe ging dat?
Speaker B:Wij roeiden eigenlijk onze eerste veteranenwedstrijd, dus onze masters, in een dubbeltwee van de Maas.
Speaker B:De Liens.
Speaker B:De Liens.
Speaker B:En we hadden wel getraind, maar natuurlijk niet heel erg lang.
Speaker B:En we roeiden lekker, maar net niet genoeg om een blik te trekken.
Speaker B:Dus we zaten net, vaak als tweede eindigden we.
Speaker B:En dat irriteerde, maar we hadden ook wel de smaak te pakken.
Speaker B:Want Jan was wat minder gaan zijlen, of misschien toen niet, maar je was in ieder geval meer gaan roeien.
Speaker B:En we hadden dus meer getraind.
Speaker B:Ja, we hadden ineens weer de smaak te pakken en dachten, ja, als we nou onze eigen boot hebben, we kunnen echt flink gaan trainen, dan lukt het wel weer.
Speaker B:En dat hebben we gedaan.
Speaker B:En dat is
Speaker C:ook nog uitgekomen ook.
Speaker C:Ja, het is gelukkig een vrij, bedenken wij, een vrij snelle boot.
Speaker C:Want we verliezen er zelden in.
Speaker C:Maar toen die boot tegen ons gekocht, want Nieuws-Nederlandse dames hadden de WK erin gewonnen.
Speaker C:En toen ging Filippi die boot verkopen, tweedehands, op veteranenwedstrijden.
Speaker C:Maar die verhuurden hem eerst naar de Amerikanen.
Speaker C:Dan hadden wij dus een optie opgenomen en wij roeiden in die liens toen.
Speaker C:En toen vroegen wij, hoe roeit die?
Speaker C:Nou hij is absoluut die awful, verschrikkelijke boot.
Speaker C:Heel, heel moeilijk erin te roeien.
Speaker C:Maar wij roeiden er direct eigenlijk lekker in.
Speaker C:En hij heeft een beetje een banaanvorm, dus dat maakt hem ook, denken wij, wat sneller.
Speaker C:De boot heeft
Speaker B:eigenlijk, van alle wedstrijden die de boot heeft geroeid, heeft hij één keer niet een blik getrokken.
Speaker B:Dat was vorig jaar bij Tromp, geloof ik, was dat.
Speaker B:Maar alle andere keren, dat zegt al heel wat, hebben we er
Speaker C:een blik in getrokken.
Speaker C:En we hebben maar toepasselijk genoemd een Girovallee Autunno.
Speaker C:En dat betekent een jeugdige herfst.
Speaker C:Prachtig.
Speaker C:En jullie boot
Speaker A:en ook jullie skiffs liggen bij de Willem-Alexander-baan.
Speaker A:Daar trainen jullie ook twee à drie keer per week.
Speaker A:Hoe is het
Speaker C:om daar te trainen?
Speaker C:We hebben langzamerhand ontdekt dat je met elk weer daar kan roeien.
Speaker C:Want als het te hard waait voor de baan, dan gaan we altijd op zee kanalen.
Speaker C:En daar is altijd wel ruwte te vinden.
Speaker C:Het
Speaker B:is een heerlijke baan.
Speaker B:En verder is
Speaker A:het hier heel erg rustig, asociaal noem je dat.
Speaker A:Nou, wat zo
Speaker B:fijn is van de WAP is dat als je dus, vooral als je dus wat hoger tempi wil trainen, dus voor zo'n veteranenwedstrijd, dat je markeringen hebt, elke 250 meter.
Speaker B:Dus je kan heel goed je trainingen daar op richten.
Speaker B:En je hoeft nooit om te kijken.
Speaker B:Dus je kan al trainen om goed in de baan te blijven, dus de ballen in.
Speaker B:Want dat is in onze twee best wel moeilijk.
Speaker C:Je hebt geen tegenliggers.
Speaker C:Ja,
Speaker B:je hebt geen tegenliggers.
Speaker B:Dat is ideaal.
Speaker B:En voor het roeien vind ik het een fantastische plek.
Speaker B:Veel minder gezellig dan op de loods natuurlijk.
Speaker B:Dan blijft het altijd knus en gezellig en sociaal leuk.
Speaker B:Dus dat is dan wel een nadeel, maar er
Speaker A:zijn heel veel voordelen.
Speaker A:Hoe is het roeien nu anders dan in jullie studententijd?
Speaker A:Ja, de manier van
Speaker C:trainen is heel anders.
Speaker C:Want er wordt natuurlijk heel veel ED, extensieve duur, wordt er vaak.
Speaker C:Dus dan mag je met je hartslag bijna...
Speaker C:Eigenlijk moet je hele lange afstanden roeien, zo'n 16, 20 kilometer.
Speaker C:Maar dan mag je niet met je hartslag, wij niet, boven de 123, 125 komen, zoiets.
Speaker C:En dan heb je tegenwoordig ook de zogenaamde drempeltraining.
Speaker C:Dan mogen we niet boven de 155 en 145 komen.
Speaker C:En dat is om meer zuurstofcapaciteit te krijgen.
Speaker C:Dat deden we vroeger helemaal niet.
Speaker C:Voor hoogstens deden we intervallen en zo hard mogelijk roeien.
Speaker C:We hadden veel minder ingewikkelde trainingsschema's.
Speaker C:Dat is iets
Speaker B:van onze laatste jaren, dat we op hartslag trainen.
Speaker B:Dat deden we vroeger natuurlijk helemaal niet.
Speaker B:Dus dat is ook wel een groot verschil met vroeger.
Speaker B:En natuurlijk het materiaal.
Speaker B:Vroeger hadden we nog houten riemen.
Speaker B:De boten waren van zwaar plastic.
Speaker B:Het is wel
Speaker C:leuk om te vertellen dat Jacob Koster steeds tegen ons riep, jullie roeien veel te hard, jullie roeien veel te hard, dat is helemaal niet goed.
Speaker C:Dat heeft hij talloze keren geroepen tot wij op een gegeven moment erachter kwamen
Speaker A:dat hij gelijk had.
Speaker A:In november roeien jullie jaarlijks de Silver Skiffs, dat is de internationale skiffwedstrijd in Turijn over een traject van 11 kilometer.
Speaker A:Hoe verdeel
Speaker B:je dan je krachten?
Speaker B:Ja, ik moet misschien zeggen dat het wel aard is dat ik door de vader van Pieter Romkoltof eigenlijk Silverskip ben gaan roeien.
Speaker B:Dus ik heb het nu al een stuk of twaalf keer geroeid.
Speaker B:Een paar jaar later is Jan ook meegegaan en dat is eigenlijk wel zo'n beetje onze favoriete wedstrijd.
Speaker B:Er doen ook wel andere Maasroeiers aan mee.
Speaker B:Het is een geweldige wedstrijd en eigenlijk is het niet anders dan anders.
Speaker B:Het is gewoon hard starten en dan doorroeien tot de finish eigenlijk.
Speaker B:Ja, het
Speaker C:is een soort het.
Speaker C:En als je een goede conditie hebt, dan ga je gewoon hard weg naar een goede deur.
Speaker C:Maar Frenk heeft zijn, ik zou het bijna zeggen, talloze malen gewonnen.
Speaker C:Ik ook een paar keer in de master, maar jij hebt hem zeker vijf keer gewonnen.
Speaker C:Vijf keer heb ik gewonnen, ja.
Speaker C:En als je drie keer wint, dan krijg je een soort houten, heel mooi klein houten skiffje.
Speaker A:Je staat hier ook.
Speaker A:We zijn nu bij jou thuis, Frenk.
Speaker A:Je bent ook gaan koostel roeien.
Speaker A:Dat is ook die vader van Pieter Rob Roldhoff geweest, denk ik, Martijn.
Speaker A:Zonder Jan.
Speaker A:Jij had de finale van de WK in Hongkong.
Speaker A:Hoe heb je dat avontuur ervaren?
Speaker A:Ja, dat
Speaker B:was een enorme avontuur.
Speaker B:Ten eerste al ontzettend leuk om vooraf te gaan, omdat we met z'n vieren in de Coastal Double 4 hebben getraind.
Speaker B:En dat trainen was al geweldig leuk.
Speaker B:En ook wedstrijden gehoord, dus op de Noordzee, bij Scheveningen, veel op het IJsselmeer.
Speaker B:En toen is uiteindelijk de vader Pieter, dus Martijn Romkooltof, die kwam met het idee om mee te doen met wereldkampioenschappen.
Speaker B:En daar hebben we ons voor ingeschreven en daar zijn we naartoe gegaan.
Speaker B:En ja, dat was eigenlijk wel een hele rare sensatie, want dan ben je al op leeftijd en dan ineens krijg je een soort gevoel van hoe het moet zijn om als topper in de jonge jaren echt een belangrijke wedstrijd te roeien, want je kreeg prachtig materiaal tot je beschikking.
Speaker B:De faciliteiten waren geweldig.
Speaker B:Het enige frustrerende was dat ik dan in de douche stond, naast een 23-jarige beul van een Portugese koosterroeier.
Speaker B:Dan voelde je je wel weer niet te geen klein, maar heel even had je de fantasie van ja, Ik doe mee met de wereldkampioenschappen en we hebben de finale gehaald.
Speaker B:Dat is leuk.
Speaker B:Ja, daarna daar zijn we wel weggeroeid.
Speaker B:Maar het was toch wel knap.
Speaker B:Ja, het was wel een ontzettend leuke ervaring, ook om in Hongkong te zijn.
Speaker B:Trouwens, het was net in Hongkong toen die riots er waren.
Speaker B:Dus dat was ook nog wel heftig.
Speaker B:Dat hing ook nog wel rond.
Speaker B:Maar boeiende stad.
Speaker B:Ja, helaas nu in het nieuws.
Speaker B:Vanwege die brand van die torens.
Speaker B:Prachtige stad en ook schitterend water
Speaker A:om op te roeien.
Speaker A:Jullie zijn allebei psychiater, dus weet je veel ook over hoe dat brein werkt.
Speaker A:En ik vroeg me af of jullie er wel eens over hebben nagedacht hoe het nou toch te verklaren is dat de ene veteranen het gewoon prima vindt om gewoon lekker te bewegen en dat water op te gaan.
Speaker A:Terwijl de ander, zoals jullie, wil winnen op internationale wedstrijden en daar heel veel moeite voor doet.
Speaker A:Dat
Speaker B:is een mooie vraag.
Speaker B:Ik denk eigenlijk dat het heel genetisch is.
Speaker B:Er zijn mensen die ook gewoon doorgaan met het leven totdat ze het niet meer kunnen.
Speaker B:Er zijn mensen die het opgeven.
Speaker B:En ik denk dat zit zo ingebakken als het ware in ons allebei.
Speaker B:Dat maakt ook dat we lekker roeien samen, dat we gewoon doorgaan.
Speaker B:En dat hadden we eigenlijk al vroeger toen we niet roeiden, maar gingen we weleens hard lopen rond je plas.
Speaker B:Dat we dan ook zo fanatiek waren dat we ook weer niet wilden toegeven.
Speaker B:Dus dat we allebei zo hard mogelijk renden.
Speaker B:En toen bijna allebei gevallen zijn omdat we onze benen in elkaar verstrengeld raakten tijdens de eindsprint.
Speaker B:Maar ik denk bijna dat het een soort ingebakken, bijna genetische...
Speaker B:Ik denk dat
Speaker C:in ieder geval het vermogen om een hele goede conditie te krijgen, dat is zeker genetisch, denk ik.
Speaker C:Dus bij mij heb ik zeker het gevoel dat dat zo is.
Speaker C:Als ik een tijd niet getraind heb en ik ga weer trainen, dan ben ik heel gauw weer op conditie.
Speaker C:Dat zeg jij ook altijd.
Speaker C:Ja.
Speaker C:Maar ik denk dat het bij jou ook zo is, want jij hebt ook een hele goede conditie.
Speaker C:Maar het motief om zo ontzettend moe te willen worden, dat is denk ik een vermogen dat ook wel mentaliteit heeft.
Speaker C:Maar ja, wat is mentaliteit?
Speaker B:Dat klopt, heel stil.
Speaker B:Maar goed, daar verschillen we wel eens in van mening als psychiaters.
Speaker B:Dus ik ben meer van de genetica en Jan is wat meer van de omgeving.
Speaker B:Dat houdt ons ook in evenwicht.
Speaker B:Maar ik moet ook zeggen dat het leuke van Jan is...
Speaker B:Ik ben wat eerder geneigd om niet tijdens een wedstrijd om op te geven, maar om met de trainingen wel eens wat luier te zijn dan Jan.
Speaker B:En Jan heeft altijd als een soort credo van dan gaan we met iets beginnen wat heel zwaar en moeilijk is.
Speaker B:En dan zegt Jan altijd geen gelul van ik wist het niet.
Speaker B:Zoiets
Speaker C:van, we gaan ervoor.
Speaker C:Ja, maar hij gaat al een ietsje harder dan ik.
Speaker C:Dus ik heb de enorme uitdaging om toch eens avontuurzijdig 20 graden harder te gaan.
Speaker C:En enkele keer lukt dat ook.
Speaker C:En dan schrik
Speaker B:ik, dan schrik ik.
Speaker B:Jeetje, wat gaat-ie harder.
Speaker B:Nee, dat kan niet.
Speaker B:Ja, ik denk
Speaker C:dat het ook wel...
Speaker C:Het feit dat we toch heel vaak in de skif sparren...
Speaker C:dat geeft ook, denk ik, een hele goede conditie.
Speaker C:Want het motief om harder te gaan roeien als je alleen bent...
Speaker C:is veel, veel kleiner.
Speaker C:De motivatie is veel kleiner.
Speaker C:Zeker op
Speaker A:die Willem-Alexander-baan, denk ik.
Speaker A:Als psychiater gaat het natuurlijk ook over stofjes in je brein waar je met je hele lijf ook goed op gaat.
Speaker A:Er zijn wel eens roeiers die zeggen van ja ik voel me gewoon ook echt heel fijn.
Speaker A:Leen die endorfine?
Speaker A:Nou dat weet
Speaker C:ik niet, maar ik denk wel dat de stoffen die vrijkomen als je hard traint, dat die je toch wel tot een tevreden mens maken.
Speaker C:Ik heb heel
Speaker B:vaak dat ik bijvoorbeeld moe ben en denk van, ghetve, ik heb helemaal geen zin om te roeien.
Speaker B:En dan heb ik dat gedaan.
Speaker B:En dat vind ik zo heerlijk.
Speaker B:Wij roeien altijd op dinsdagochtend, donderdagochtend.
Speaker B:En dan daarna heb ik mijn spreeker, ga ik werken.
Speaker B:En dan ben ik altijd zo fris
Speaker C:als een...
Speaker A:Zo'n waterhondje.
Speaker A:Waterhondje, ja.
Speaker A: van Los Angeles wordt op een: Speaker A:Wat betekent dat voor de Olympische roeiers?
Speaker A:Ik denk dat
Speaker C:het initiatief om dat te doen zeker niet van roeiers gekomen is.
Speaker C:Maar ja, ze moeten nu wel mee want ze willen natuurlijk wel op de Olympische Spelen roeien.
Speaker C:Maar ik denk dat de meeste roeiers het een beetje jammer vinden.
Speaker C:Wat betekent de
Speaker A:Maas voor jou persoonlijk?
Speaker A:Ja, ik vind
Speaker B:het een warm bad.
Speaker B:Ik vind het een ontzettend gezellige vereniging.
Speaker B:Ik vind het, dat mis ik wel als op de WAP roeien.
Speaker B:Ik vind het roeien op de loods, op de Rotterdam.
Speaker B:Dat vind ik ontzettend gezellig en daarna lekker.
Speaker B:lullen en koffie drinken.
Speaker B:Dat geldt misschien voor roeiers in z'n algemene, maar dat vind ik zeker ook bij de Maas, dat roeiers competitief zijn, maar ook heel behulpzaam en vriendschappelijk.
Speaker B:Zeker.
Speaker B:En ik vind
Speaker C:het een hele gezellige vereniging, maar ik vind het ook wel erg leuk dat al die mensen die daar roeien of zeilen, dat die het met hart en ziel
Speaker B:doen.
Speaker B:Dat
Speaker A:is mooi.
Speaker A:Heel mooi.
Speaker A:Ik denk dat dat ook een schitterend einde is van dit gesprek.
Speaker A:Het vond het prachtig om te horen over jullie vriendschap en over jullie passie voor de hoediesport.
Speaker A:Heel veel
Speaker B:dank voor dit gesprek.
Speaker B:Heel hartelijk
Speaker C:dank voor het interview.
Speaker C:Wij vonden het heel