De veertiende aflevering van de Derde Ronde LA podcast biedt een diepgravende discussie met Peter Blange, een icoon in de volleybalsport. Het gesprek begint met een terugblik op Blange’s beginjaren en zijn ervaringen tijdens de Olympische Spelen van 1984, waar Nederland niet deelnam, maar waar Blange zijn carrière in het nationale team begon. Hij bespreekt de toestand van het volleybal in Nederland tijdens die periode, waarin de sport nog niet de erkenning en structuur had die het nu geniet. Het gesprek ontvouwt zich verder en belicht de rol van de Nederlandse volleybalbond en de inspanningen die zijn geleverd om de sport naar een hoger niveau te tillen.
Blange’s inzichten over de transformatie van het team onder leiding van coach Arie Selinger zijn bijzonder intrigerend. Hij benadrukt hoe Selinger's innovatieve benadering en zijn focus op intensieve training de spelers hebben geholpen om het niveau van hun spel drastisch te verhogen. Dit leidde niet alleen tot betere prestaties op internationaal niveau, maar creëerde ook een cultuur van hard werken en toewijding binnen het team. Blange deelt zijn persoonlijke worstelingen en overwinningen in deze transformatie, en hoe deze ervaringen hebben bijgedragen aan zijn groei als speler en als individu. Het gesprek belicht ook de dynamiek binnen het team, de rivaliteit en de vriendschappen die zijn ontstaan, en hoe deze elementen cruciaal waren voor hun uiteindelijke succes.
De aflevering biedt een schat aan waardevolle lessen over teamwork, doorzettingsvermogen en de impact van leiderschap in de sport. De verhalen van Blange zijn niet alleen een eerbetoon aan de geschiedenis van het Nederlandse volleybal, maar ook een inspiratiebron voor toekomstige generaties sporters die streven naar uitmuntendheid in hun vakgebied.
Takeaways:
Companies mentioned in this episode:
Dit is aflevering 14 van onze podcast Derde Ronde LA. We zitten weer in de prachtige radiostudio van RTV Rijnmond. Daar zijn we elke keer heel dankbaar voor.
En dit keer hebben we een hele bijzondere gast, Peter Blanchet. Een zeer bekende volleyballer natuurlijk. Je hebt deelgenomen aan vier op één volgende Olympische Spelen. 88 CUL, 92 Barcelona.
en: nnen in voor jou dan december: We waren in: Speaker B:Toen nog niet zover.
Speaker A: Maar je begon wel in: Speaker B:Ja, hartstikke leuk om hier aan mee te mogen doen of hier aan bij te dragen. Het is natuurlijk altijd een eer om in zo'n Olympische podcastserie je bijdrage te mogen leveren.
Want dat Olympische, ja, dat heeft natuurlijk iets magisch. Ja, 84, ik weet nog wel, toen Olympische Spelen in LA. Ik was nog een tiener toenertijd. Ik was nog 19. Maar ik heb wel bijvoorbeeld Ria Stalman in L.A.
met de discus natuurlijk een serieuze afstand zien behalen. En Stefan van den Berg op de Windsor. En Stefan kom ik nog steeds wel eens tegen bij de NVOD, de Vereniging Olympische Deelnemers, bijvoorbeeld.
Speaker A:Dat is een hele vereniging. Een hele levendige vereniging neem ik aan.
Speaker B:Ja, die doen best wel veel activiteiten. Tegenwoordig heten ze Dutch Olympians. Dat klinkt makkelijker en zeker internationaal.
Speaker A:En iedereen die olympisch heeft gesport, om het zomaar even te zeggen, die mag daar lid van worden?
Speaker B:Ja, dus iedere deelnemer.
Dus het maakt niet uit hoe succesvol, maar als je op de Olympische Spelen bent geweest, de naam zegt het al, de Nederlandse Vereniging Olympische Deelnemers.
Speaker A:En jij gaat natuurlijk wel even daar onze podcast promoten. Die kennen ze volgens mij nog niet.
Speaker B:Ik zou in ieder geval even een linkje doorsturen in de nieuwsbrief. En ja, weet je, dat volleybal toenertijd, inderdaad, LA84 deed Nederland niet mee. De deelnamer daarvoor was in Tokyo64.
Ja, eigenlijk was het volleybal in Nederland toenertijd matig. Het trok wel volle zalen, want het was echt wel een sport van stoere mannen.
Het was ook nog wel, zeker in de jaren tachtig natuurlijk, de tijd van een beetje de mannen met de baarden en de grote kerels en hard tegen een bal aanslaan. Wij woonden in Voorburg, mijn moeder woont daar nog steeds op 93-jarige leeftijd, vlak naast Sporthal de Vliegermolen.
enoeg, houten vloer, kon ruim: Speaker A:Ja, dat is een bekende naam.
Speaker B:Gesponsord door, wie kent hem niet? Ja, het is een beetje ouwe meuk misschien. De Stoop, Dingema Stoop. Toentertijd nog de eigenaar van FC Amsterdam.
In de tijd dat ook Amsterdam nog twee profclubs had. Daar ben ik opgegroeid en dat heeft mij natuurlijk gevormd.
Mijn tien jaar oudere broer Fred, ook Volleyball International geweest, die speelde bij Starlift. En mijn vijf jaar oudere zus Anita, die basketbalde in de Vliegermolen bij Voorburg onder andere.
Speaker A:Dat was voor jullie om de hoek in feite.
Speaker B:Ja, 300 meter. En in de tussentijd, als er niet werd gevolleybald of gebasketbald, was er wel handbal.
Zowel Hellas bij de vrouwen en Hermes bij de mannen speelden daar. Er werd gekorfbald. Dus ik was helemaal sport-adept.
Speaker A:Een soort olympisch centrum bijna. Kwa sporten die je noemt.
Speaker B:We hebben in Nederland natuurlijk een geweldige sportinfrastructuur met veldjes, verenigingen, halletjes, noem alles maar op. Dat draagt natuurlijk bij aan een grote sportparticipatie in Nederland. Ik wil wel zeggen kansel, ongelijkheid, wat dan ook. Dat is al heden ten dagen.
Bewegingsarmoede, prima. Maar de sportinfrastructuur ligt er. Daar heb ik enorm van geprofiteerd. Ik heb altijd graag gevolleybald. Ik ben geen natuurtalent.
Ik ben een decemberkind en je zit altijd weer met geboortemaat. In effect, ik ben een late groeier geweest. Ik ben wel behoorlijk doorgegroeid, maar pas op latere leeftijd. Hoe lang ben je nu, als ik vragen mag?
Twee, vijf. Nou, prima lengte natuurlijk om te volleyballen of te basketballen. Dus ja, het was de keus tussen beide sporten. Ik deed allebei graag.
Speaker A:Was het nou een voordeel dat je als spelverdeler lang was? Want als ik naar het volleybal kijk, zie ik ook spelverdelers die eigenlijk niet zo lang zijn.
Speaker B: erboven. En in de tijd rondom:Dus als ik aan het net stond, was ik aanvaller. En stond ik in het achterveld, dan was ik spelverdeler.
En dat is uiteindelijk eind jaren 80, begin jaren 90 helemaal getransfereerd naar toch meer de huidige spelvorm met maar één spelverdeler. En ook dus in de diagonaal met de spelverdeler een speler die alleen maar aan het aanvallen is.
Dus zowel aan het net als ook achter de drie meter lijn. Dat is enorm doorgeëvalueerd.
Ik moest wetijveren als spelverdeler tegen de kleinere spelers die een stuk sneller waren en veel beter konden verdedigen. Maar ik kon aan het net redelijk uit de voeten.
Speaker A:Ja, kon je ook extra rol spelen.
Speaker B:Maar dat heeft echt een tijd gekost. En mijn eerste jaren in het nationaal team. Nou ja, in 84, eigenlijk in 85, 86 zijn we, toen kwam Arie Selinger naar Nederland, bij Martinez.
Ik kwam uit Voorburg, bij Starlift vandaan. En de mensen uit Martinez en Amstelveen en de Bankras. Daar speelde zijn zoon, Avitan.
En daar met Marco Brouwers, Bert Goedkoop, Harry Brocking, Martinus, Frits Juwer als vertegenwoordiger van Nationale Nederlander. Toenertijd onze eerste hoofdsponsor bij het nationalteam.
Ja, die zijn eigenlijk toch wel, zoals ik het heb ervaren, de echte pioniers en de bedenkers ook wel van het feit van ja jongens, we hebben een lang volk. Maar hoe kan het nou dat wij in een sport die door lange mensen wordt beoefend, niet in staat zijn om boven het nationale niveau uit te stijgen?
Want we praten in die tijd, ik ben er wel bij Starlift, wij trainden nou twee, max drie keer in de week, gewoon in de avonduren, twee uurtjes. En meestal na de training werd natuurlijk de training nog even geëvolueerd aan de bar. Ik heb in de kantine van de Vliegenmolen leren drinken.
Uitermate gezellig, want de volleybalcommunity, teamsporter aan zich, teambalsporter zijn natuurlijk sowieso die kenmerken zich door een grote mate van gezelligheid. Hartstikke mooi. Je kon er kampioen van Nederland mee worden, maar internationaal stelden we niks voor. We speelden internationaal hooguit springcup.
Dat was een soort van losers toernooi van landen die niet kunnen volleyballen, maar toch iets te doen hebben en die niet in het serieuze programma zitten. Nou, er waren natuurlijk mensen die zeiden, ja jongens, wat moeten we nou doen om dit te veranderen?
En nou ja, in Amstelveen en in de bankras, de mannen van Brol en Martinus, die zijn toen wel echt gaan pionieren met veel meer trainen. Ze haalden een trainer naar Nederland, Ari. Ik weet de allereerste training dat ik nog voor hem stond. Die zei, oké guys, you wanna go to the top?
e Olympische Spelen van LA in:Hij was de bondscoach van de Amerikaanse vrouwen. En daar heeft hij zilver mee gemaakt. En hij kwam wel echt uit het vrouwenvolleybal.
En we hebben in het begin ook heel veel vrouwenoefeningen gedaan, zeg ik dan maar. Met heel veel verdedigingswerk. Hij wilde ons lange mensen goed leren bewegen. Het was natuurlijk heel erg nuttig, maar ook heel erg vervelend.
Want daar waren we niet op voorbereid. En we zijn gaan volleyballen om lekker te springen en tegen een bal aan te slaan. En verdedigen is echt wel fel werk, weet je wel.
Speaker A:Dat zijn in het voetbal, in het hockey, de vieze meters.
Speaker B:Daar moet je echt karakter voor hebben, zeg ik altijd maar. Het leukste is natuurlijk een bal keihard erin slaan. Dat is het allermooiste. Maar goed, iedereen moest zich voorstellen op die eerste training.
Want ik praat nu echt al wel over 85, 86. 84 was inderdaad mijn eerste keer dat ik bij het nationaal team meedeed. Haarlemse volleybalweek, volgens mij ook nog tegen Korea.
Maar dat was een andere tijd met een andere bondscoach, waarin we zelfs toen nog 2-4 speelden. Dus aan het net. Kon ik prima mee. In het achterveld, ja, ik was spelverdeler, maar het was allemaal een beetje moeizaam.
En verdedigen is nooit mijn ding geweest, maar zeggen.
Speaker A:Er waren dus een aantal mensen die de potentie in Nederland zagen van in dit geval het mannenvolleybalteam.
Speaker B:Zeker, zeker.
Speaker A:Wat is er nodig om nou boven die middelmaten uit te komen? Toen kwam het idee om Arie Selinger als coach daarvoor aan te trekken. Daar was ook geld voor nodig, neem ik aan.
Speaker B:Zeker.
Speaker A:Dus dat was een groter plan. En dat is op een gegeven moment gaan ontwikkelen. En toen zijn jullie gaan trainen en wat later dat Bankras-model werd.
Daar is heel veel over geschreven en gezegd. Kan je een beetje vertellen hoe jullie daar uiteindelijk terecht zijn gekomen en wat dat voor jou ook betekende?
Speaker B:Ja, nou de Sporthal Bankras was gewoon de thuishal waar zowel Broder Martínez als Delta Lloyd AMVJ, twee grote clubs uit Amstelveen, dat was gewoon hun thuishal. En het was eigenlijk ook nog een hal die ongeschikt was voor volleybal, omdat die veel te laag was. De vloer was prima. Er lag een verende vloer in.
Dat is lekker om op te springen en op te duiken. Maar ja, als het plafond maar zeven meter is, dat is echt de minimale hoogte om in te volleyballen. Vergelijk het met een soort van flipperkast.
Dan gaat er nog weleens een keer een balletje tegen de glasplaat, in dit geval tegen het plafond aan. Maar weet je, die hal, ja, Arie zei ook, follow me, I know the way. Tuurlijk, er is een enorme switch gemaakt in gedachtegoed.
Want zes uur in de week trainen, drie keer twee uurtjes. naar vervolgens vier tot zes uur per dag trainen. Dat betekende nogal wat. Je lichaam moest zich aanpassen. De mindset moest zich aanpassen.
We waren niet gewend om zo zwaar belast te worden, want ook de intensiteit op trainen, die was echt anders dan hoe we dat in de vorige periode hadden. Beetje de old school manier. We deden warming up, we gingen inslaan. Het was partijtje. Het was een hoop gebabbel tussendoor.
Maar nu was het gewoon echt pezen. We hadden dagen dat we kwamen Twee uur lang aan het verdedigen waren, zonder waterbreak of wat dan ook.
Het was gewoon gaan, gaan, gaan en meters maken. En heel veel repeteerwerk, gewoon basistechnieken heel goed inslijpen. Altijd maar bovenhans, altijd maar onderhans, altijd maar verdedigen.
En gewoon heel veel uren maken.
Speaker A:En zaten jullie daar intern ook of ging je wel naar huis tussendoor?
Speaker B:Nee, we gingen wel tussendoor gewoon steeds naar huis. Ik woon in Voorburg, dus nou toen de tijd kon je de A4 richting Amsterdam nog redelijk nemen. Maar goed ja, dat was natuurlijk een andere tijd.
Maar wat je wel zag, was dat we natuurlijk relatief snel al veel beter werden.
En wat ook heel mooi was in die tijd was dat de Nederlandse volleybalbond onder aanvoering van voorzitter Weyle Pieter Bruin ook de bereidheid had om de nek uit te steken en in staat bleken te zijn om het kwalificatietoernooi voor Seoul 88, de Olympische Spelen, om die naar Nederland te halen.
Dus er was ook een eikpunt al om te zeggen ja jongens weet je we zijn nu al bezig met een groter plan en het plan was gebaseerd om op de Olympische Spelen van 92, dus zes jaar later, In 86 de echte start van het heden ten dagen TML bankkasmodel.
Speaker A:Dat was de stip op de horizon.
Speaker B:En dan in 92 moest alles staan en Ari was natuurlijk ook echt wel gewoon handig met woorden.
En met veel overtuiging en met veel charisma kon ik zeggen jongens als het allemaal gaat zoals het gaat dan gloort er medailleperspectief, lange spelers, goede talenten, bereidheid om hard te werken. You wanna go to the top? Follow me, I know the way.
Nou ja, en we waren natuurlijk jong en naïef en er was geen internet en je wist werkelijk waar niet buiten je sporthal wat er überhaupt in het volleybal was. Er was geen concurrentie vanuit het buitenland die aan ons aan het trekken was, want Nederland was geen volleyballand.
Kortom, dus we konden in alle rust gewoon ongestoord trainen.
Speaker C:Maar Peter, die bankras situatie, dat waren ook volgens mij twee generaties.
Speaker B:Zeker, zeker. Natuurlijk, ieder volleybalteam of bijna iedere sportploeg die herbergt verschillende generaties. Van jong tot met wat meer senioriteit en ervaring.
Dat was bij ons ook zo. Maar het toeval was eigenlijk wel dat er een vrij jonge talentvolle lichting bij het nationaal team was gehaald.
Speaker A:Daar zat jij bij hè?
Speaker B:Ja, ik zat er net bij. Ik was een beetje de oudere samen met Jan Postema van de jongere generatie. En een van de jongste was bijvoorbeeld Ron Zwerver.
Ron is twee jaar jonger dan ik ben. Je had ook nog een Ronald Sootsma, Rob Grabert, Edwin Benne, hoorden ook bij die generatie.
Alleen ik als decemberkindje had nooit in een jeugdteam gezeten. Ron Zwerver, Ronald Sootsma, Henk Jan Held, later ook nog daarbij maar Edwin Benne ook zeker.
Die hadden allemaal wel, dat was dezelfde generatie die ook in het jeugdteam hadden gezeten. Onderleiding van Joop Albada. Daar gaan we het straks ongetwijfeld nog even over hebben.
Dus weet je, er zaten al wel een aantal componenten in dat team of in de voorgeschiedenis die mede hebben bijgedragen aan het latere succes. Veel talent. De juiste coaches die daar op zijn gegaan.
Bereidheid om hard te werken, want als je goed wil worden moet je eerst zorgen dat je leert wat hard werken is om de achterstand in te halen. En uiteindelijk ook vanuit de bondskant de bereidheid om al grote toernooien naar Nederland te halen die de snelste weg waren.
naar olympische kwalificatie. Zeker in een mondiaal sterke sport als volleybal, waarin heel veel landen gewoon voor maar twaalf plaatsen in het geval van olympische spelen.
Twaalf beschikbare plaatsen voor deelname. Dus nou ja, dat viel allemaal redelijk goed op zijn plaats.
Nou, 86 was mijn start ook in het bankkasmodel, na even op en neer gehopt te hebben de jaren ervoor. Het EK85 was in Nederland volleybal, maar daar heb ik niet aan meegedaan, want toen werd Avital genaturaliseerd als Nederlander.
Speaker A:En die was toen de spelverdeler?
Speaker B:Die was een van de spelverdelers van het national team, waarin zij toen ook al de combi hebben gemaakt van 2-4 naar 1-5. Het was het eerste toernooi dat Nederland in het zogenaamde 1-5 systeem speelde met één spelverdeler.
Speaker A:Maar wacht even, betekende dat dat jij niet geselecteerd werd?
Speaker B:Ik zat er niet bij, ik zat niet bij de selectie.
Speaker A:En hoe ben je daarmee omgegaan? Want dat was wel het zoontje van de coach natuurlijk.
Speaker B:Arie was niet de coach nog toen van het ASL team, dat was Gertron Petter in het EK85.
Speaker A:Dat was een jaar later ja.
Speaker B:En ik ben het jaar daarna weer, toen Arie in Nederland de coach van Martinus was. Toen was hij eigenlijk ook nog niet echt bondscoach. Dat kwam daarna eigenlijk in een soort van combirol.
Ben ik ook toen bij een best grote selectie gehaald. Ik denk dat we zijn gestart met misschien wel 20, 22 spelers.
En uiteindelijk, dat is ook nog misschien wel een hele leuke, op een van de eerste trainingen moest iedereen zich ook voorstellen aan Ari. Dus ik stel me voor, ik ben Peter Blanchet, I'm a setter, spelverdeler. Hij kijkt mij aan, begint nee te schudden en zegt impossible, middelblokker.
Ik heb het eerste twee jaar bij het national team in het bankkasmodel, dus van 86 en 87 ook nog een stuk, grotendeels op het middenstand ploeteren. Want ja, als de grote goeroe zegt dat je op een andere positie moet staan, nou ja, dat kon in zijn ogen niet.
Speaker A:Maar accepteerde je dat of heb je er wel alles aan gedaan om toch op die andere plek te komen?
Speaker B:Het was niet makkelijk, maar weet je, ik volleybalde natuurlijk graag. Je hebt toch ook de trots als je ineens bij het national team bent uitgenodigd.
En ja, en als de grote goeroe zegt dat je op een andere positie moet staan, why not? Maar joh, ik heb daar echt wel nachtmerries van gehad in die tijd. Ja, dat kan ik me voorstellen, ja.
Want ja, ik ben rechtshandig, maar mijn aanlopen in het volleybal is als een linkshandige. Dat noemen ze een telgangerspas. Normaal is de aanloop in het volleybal voor een rechtshandige is links, rechts, links.
Als je het in een drie passen ritme doet. Maar ik doe dus rechts, links, rechts. Dat ziet er heel apart uit.
Er zijn maar heel weinig volleyballers die op die manier springen, want het ziet er een beetje amatorisch uit. Nou, dat heb ik dus. Ik kreeg van Arie de keuze of je voetenritme omdraaien of met links gaan slaan. Ik heb beide geprobeerd. Het werkte beiden niet.
Droog kon ik het wel. Dus dan op die manier springen zonder bal, dat ging dan nog. Maar als er een bal bij kwam, dan kreeg ik al een mental breakdown.
Dan trokken mijn hersencapaciteit het niet. Nou, dat was een horrortijd. Ik kan niet anders zeggen. Ik was eigenlijk manisje van alles op de training.
En als er een teampartijtje werd gedaan, dus 6 tegen 6, dan was ik stevast chef ballenwagen. Dus ik deed daar niet mee, want we waren met meer dan 12 spelers. En ja, dat was mijn rol. En zo heeft het ruim anderhalf jaar voortgekabbeld.
Ik zou ook weg bij zowel Martinez en dus eigenlijk ook bij het nationaal team, omdat ik zogenaamd te duur was. Nou, je mag best weten, ik kreeg toen een tijd 500 gulden in de maand onkostenvergoeding. Dan moest ik ook van op en neer reizen iedere dag.
Dus om nou te zeggen dat je te duur was, hij had ook gewoon kunnen zeggen, je was niet goed genoeg. Dat had best gekund. En door toeval ben ik op een kwalificatietoernooi voor het EK87. in mei 87 in Hongarije. Ik weet niet meer precies waar het was.
Toch meegevraagd, omdat er bij andere spelers wat calamiteiten waren.
En de tweede spelverdeler van het Nederlands team toenertijd, dat was na Avito Selinger, was dat Marco Brouwers, die eigenlijk gewoon een middenman was. Werd ik toch ineens als tweede spelverdeler meegevraagd. Omdat Marco naar het midden moest weer. Dat een andere speler was afgehaakt.
Dus ik ben puur door toeval toen meegegaan met de twaalf spelers die naar dat kwalificatietoernooi zijn gegaan. We hadden ons toen al in het begin al relatief makkelijk gekwalificeerd en dan moest nog één wedstrijd gespeeld worden tegen Bulgarije.
En toen heeft Ari gezegd, de kwalificatie is binnen, ik gooi de hele jonge ploeg erin. Daar was ik onderdeel van. En we wonnen daar 3-0 van Bulgarije, die op dat moment nummer drie van de wereld waren. Op het WK van 86 waren zij derde.
Ik zou na dat toernooi een contract gaan tekenen in België, bij Zonhoven, bij mijn vorige coach Pierre Martieu. Ook helaas overleden. Maar dat is niet doorgegaan, want die wedstrijd, daar gebeurde een bepaalde dynamiek in.
Je zag ineens, die spelers die hebben iets met elkaar. En ik kan hier wel zeggen, ja dat is de redding geweest van mijn interland carrière, want anders was hij er nooit gekomen. Eén wedstrijd.
Speaker A:En toen dit gebeurde, trainde jij toen nog wel mee met het nationale team?
Speaker B:Zeker.
Speaker A:O, dat wel.
Speaker B:Dus je was dan wel volledig in beeld.
Speaker A:Je mochten leden toen niet mee eerst.
Speaker B:Dat klopt, dat klopt. Maar goed, de switch en in ieder geval in mijn carrière, dat is daar gebeurd.
Het EK87 heeft Arie de keus gemaakt, dat was in België, om volledig met de jonge ploeg te gaan spelen. Ook daar zijn we vijfde geworden, want toen zaten we al in de poel met en Italië en met Frankrijk. En de Fransen waren toen nog te sterk voor ons.
Maar het EK87 is vooral gebruikt om ons klaar te stomen voor het kwalificatietoernooi voor Seoul 88. Wat we in januari 88 in Sporthalle Zuid in Amsterdam hebben gespeeld.
Speaker A:Oké, dat was gelukkig in Nederland.
Speaker B:Dat was in Nederland en dat had wijle Pieter Bruijn namens als voorzitter van de Nevobo met goede internationale lobby weten binnen te halen. En natuurlijk ook met de enorme support van nationale Nederlanden. Frits Subert daar op de achtergrond.
Weet je, op alle vlakken lagen de stukjes, die lagen goed. En de vibe rondom dat team, ook in de media, die was toen al echt gestart. Want ja, daar stond een mooi verhaal. Ambitieuze gasten.
Het ging niet over geld. Het ging om hard werken. Stuk voor stuk hadden die spelers ook nog wel een goed verhaal. Ron Zwerver was in de media top.
Nou, ze waren er natuurlijk nog een hoop. Arie deed daar zijn werk in. Ja, dat balletje ging rollen. En ja, dat kwalificatietinooi in Sporthalle Zuid.
Ik ben er toevallig afgelopen maand nog geweest, omdat mijn zoon daar moest basketballen. Dan loop je daar weer, want Sporthalle Zuid, voor degene die daar wel eens geweest zijn, dat is nog steeds hetzelfde. Daar aan de Zuidas.
Het had al lang gesloopt moeten zijn, maar het is er nog steeds. Ja, dat daar gebeurde, iets magisch. En ja, we kwamen daar uiteindelijk in de finale, want het was een poolfase.
En dan de nummers 1 en 2 van de pool, die speelden de grote finale tegen elkaar. Nederland-China. Dat hok afgeladen vol. Ik denk dat er 3.500, 4.000 man in konden. Nou, ze hadden er misschien wel 14.000 in kunnen krijgen.
Ja, het gebeurde daar gewoon. We wonnen die wedstrijd met 3-0. Dus we gingen naar de Olympische Spelen. Toen was natuurlijk ineens het plaatje helemaal rond.
Dat we eigenlijk al binnen twee jaar na de echte start al een olympisch ticket afdwongen en in zo'n olympische carousel terechtkwamen. Je voelde je natuurlijk ook als koning en dat was kicken. En ik was daar onderdeel van als een van de eerste spelverdelers van boven de twee meter.
Speaker C:Ja, en dan komen we in die 88-serie van Seuul. Daar werden jullie niet weggespeeld. Verder van?
Speaker B:Zeker niet. Zeker niet. Nou, de openingswedstrijd was tegen Frankrijk. De nummer twee van Europa van het jaar daarvoor. En die wonnen we.
Speaker C:Ja, precies. En hoe kwam dat?
Speaker B:Nou, gewoon omdat we weer een stapje beter waren geworden. En uiteindelijk in staat bleken te zijn. Frankrijk had een hele goede speelverdeler, Alain Fabiani. Echt een bal virtuoos. Goede atleten ook daarbij.
Het Franse volleybal, ja, ze hebben niet voor niks de afgelopen twee Olympische Spelen goud gehaald. Frankrijk sowieso in teamsporten zijn ze extreem goed. Het maakt niet uit welk balsport je neemt, maar overal hebben ze goud of zilver.
Ze doen overal mee. Ja, dat is een zeer serieus land om te verslaan. En wij waren toen in staat om dat te doen. Het viel allemaal goed. Dat was onze openingswedstrijd.
En ja, we zaten ook nog in de pool met Amerika, de olympisch kampioen van 84 L.A.
Speaker A:Fantastische volleyballers.
Speaker B:Karsky Rye, Steve Timmons, Bob Stavrtlik. Nou ja, allemaal namen die de echte volleybalkenners van Molière allemaal nog wel zullen weten. Ja, die waren ook onze tegenstanders.
Daar verloren we van. in de poolfase. Zij werden trouwens weer olympisch kampioen, ook in Seoul.
En uiteindelijk was het in:Dat betekende de laatste poolwedstrijd een wedstrijd tegen Argentinië. ook een zeer goed sportland en zeker ook een zeer goed volleyballand. Nog steeds heden ten dagen.
Ik weet nog de dag ervoor, we hadden natuurlijk de doelstelling om zo goed mogelijk voor de dag te komen, maar voor de wedstrijd de dag ervoor hebben wij de doelstelling aangepast, want we hebben het latje toen nog ietsje verder omhoog gelegd.
Speaker A:Hoe gaat zoiets, kwam dat uit jullie of kwam dat uit Zwillingen?
Speaker B:Wij waren toen nog wel een jonge ploeg en Arie had ons echt nog wel redelijk bij de hand. Er werd natuurlijk veel gestuurd.
Er werd af en toe wel eens het idee gewekt van ja de spelers hebben zelf heel veel te zeggen, maar ik vond toch wel dat er altijd best wel veel eigenlijk geredigeerd was. Arjen was niet echt een coach die heel veel kon loslaten. En er moest heel veel in teambelang gedacht worden. Nou op zich is dat natuurlijk heel goed.
Later is dat wel allemaal wat verder gegaan, omdat je met veel ervarende spelers, dan moet je toch ook de verantwoordingen wat meer binnen de lijnen beleggen. Maar dat is natuurlijk een heel proces geweest. Voor die tijd was het prima. En eigenlijk was alles voor ons ook de eerste keer.
Ook bijvoorbeeld de eerste keer om eens een keer een wedstrijd te moeten spelen. die echt ergens om ging, want het was eigenlijk de toegangssleutel tot gewoon het behalen van een medaille al in Seoul.
We hebben het toen gehad over de doelstellingen. Ik weet niet eens hoe ze werden aangepast, maar het was natuurlijk wel gaan voor Metal Range.
Maar de volgende dag, volgens mij stonden we in een uur en tien minuten weer buiten. Want die Argentijnen waren echt wel een kluifje te groot voor ons.
En echt met Waldo Cantor, Hugo Conte, Raúl Quiroga, dat waren internationale toppers. Dus daar hebben we weinig gezien. Maar van die wedstrijden heb ik een hoop geleerd, kan ik je zeggen.
En een van de dingen was sowieso, dat weet je, blijf dicht bij jezelf en ga vooral niet nadenken over oorzaak en gevolg. Als we winnen, dan gloort er misschien een medaille. Want het zijn allemaal afleiders.
Speaker A:Een heel bekend fenomeen natuurlijk in de topsport.
Speaker B:En dat moet je leren. Dat moet je ervaren. Dus ook dit soort wedstrijden. Ik heb altijd gezegd, joh, je leert meer van je nederlagen dan van je overwinningen.
Tenminste, zo heb ik het ervaren. Want in je nederlagen word je op de proef gesteld. En bij je overwinningen gaat toch alles lekker en vanzelf en zo.
Dus die wedstrijd was een hele pijnlijke. We hebben daarna nog wel het toernooi moeten uitspelen. Gebeurde toenertijd nog. Dus gewoon van vijf tot en met acht.
Nog in de oude puntentelling hebben we daar nog de laatste vijf setter ook nog gespeeld. Ik meen ook weer tegen Bulgarije. Je kwam weer over naar Bulgarije. En dat was ook weer tegen Bulgarije. En volgens mij een 15-13 in de vijfde set.
Nou volgens mij moet die wedstrijd 3,5 uur geduurd hebben. Want met het oude side-out systeem dat je alleen maar op eigen serve punten kon maken. Ja daar kwam natuurlijk geen einde aan.
En dat is de laatste speler geweest waarin het volledig met nog zowel ook nog in de tiebreak met side-out puntentelling is gespeeld. Het was een zeer leerzame Olympische Spelen. Ik heb me daar ook een halve toerist gevoeld, want op een dag wedstrijd en dan weer een rustdag.
Het is best wel een lang toernooi, want je bent dan twee weken aan het spelen zo'n beetje. Op die rustdagen had je wel een beetje training, maar voor de rest kon je natuurlijk ook nog wel wat doen.
Dus je ging met de fotocamera op stap om te kijken of je celebrities kon spotten. Het was ook de tijd van de Carl Lewis, de Linford Christie's, maar ook de Steffi Graf's, noem alles maar op.
Ja, een snoepwinkel voor de sportliefhebber.
Speaker A:En konden jullie ook gaan kijken bij die andere sporten?
Speaker B:Zeker, want toenertijd was het nog met je Olympische accreditatie had je ook nog gewoon toegang tot het Olympisch stadion en dat lag naast het Olympisch dorp. Bij wijze van spreken als ik een uurtje de tijd had. Ik was binnen een kwartier in het Olympisch stadion.
Ik heb de magische 100 meter met Ben Johnson gewoon vlak voor mijn neus zien plaatsvinden.
Speaker A:Die hebben wij hier al besproken.
Speaker B:Ik heb Flojo zien gaan. Carl Lewis liep daar. De grote ster uit L.A. ook weer. Dat was natuurlijk een snoepwinkel.
Ik weet nog Daley Thompson, de teamkamper, die brak zijn polstok daar. En dan de knak in zo'n Olympisch stadion van zo'n polstok die breekt. Ja, dat hoor ik nu nog.
Speaker A:En Peter, hoe was het om als volleybalploeg ineens onderdeel te gaan uitmaken van die Nederlandse Olympische ploeg?
Speaker B:Ja, het was heel bijzonder, want je krijgt dan natuurlijk ook een hele andere relatie met NOC-NSF. Het begint al met het passen van Olympische kleding, het Olympische pakket wat je uiteindelijk krijgt als je die kant op gaat.
Ik vond het ook een hele ervaring om dan in zo'n Olympisch dorp te moeten bivakkeren, want normaal ben je toch op een EK en een WK gewend. Je zit meestal in hotels en die zijn echt, het zijn nooit over de top. Maar het is altijd wel drie, meestal vier sterren, gewoon goed verzorgd.
Ja, en nu kom je in gewoon eigenlijk barakken die nog niet of nauwelijks waren afgebouwd. Gewone appartementencomplexen nog volledig kaal. En dan zit je op Zevenhoogachter in een appartement waar af en toe de lift het niet van doet.
Nou, dat is ook niet alles. Je zit met de hele ploeg in een paar appartementen in kleine kamertjes.
En we hebben zelfs ook Olympische Spelen gehad waar je gewoon in stapelbedden lag. Dus dat was al een hele ervaring.
Je komt in de eetzalen waar je met duizenden mensen tegelijk en zeker in de eerste week waarin iedereen nog in competitie is of nog denkt daar nog als een soort van serieuze sporter te moeten acteren. In enorme massa's en dat je je eten maar moet zien te vergaren. Nou ja, dat is ook allemaal een ervaringskwestie.
Dat is zeker met meer dan 10.000 atleten en 5.000 begeleiders natuurlijk een serieuze klus. En je komt er ook achter dat in de tweede week de helft natuurlijk, of drie kwart, het als een vakantieoord is gaan beschouwen.
Nou ja, er is natuurlijk later ook heel veel aanpassingen en heel veel overgezegd en geschreven. Maar ja, dat gebeurt gewoon.
Speaker C:Daar hadden jullie overigens last van in de zin van dat jullie altijd de tweede week ook doorspeelden.
Speaker B:Nou, als je ver komt en de volleybalcompetitie is... Ja, we zijn vaak op dag één begonnen. ging meestal ten koste van de openingsceremonie. En ja, in Atlanta waren we het sluitstuk bijvoorbeeld.
En in Barcelona was dat ook zo, want ja, de volleybalfinale is altijd op de laatste dag. Dus ja, dat weet je. Ik heb daar nooit last van gehad, maar daar ben je natuurlijk ook in getraind.
Maar ik weet ook nog wel, het zwemmen zat altijd in de eerste week. En ik loop Pieter van de Hoge Band er altijd mee te dissen.
Dat hij natuurlijk in Atlanta op z'n eerste spelen, dat we elkaar tegenkwamen om een uurtje of vijf ochtends, omdat wij de ochtendwedstrijd moesten spelen heel vroeg om tien uur ochtends in Atlanta. En Pieter met zijn konuiten in de tweede week. Hij was al uitgezwommen, had het daar al hartstikke goed gedaan.
Net geen medaille, maar hij was toen natuurlijk al een kanjer. En dat hij ons tegenkwam, wij op weg naar de ontbijtzaal en hij terug van hey jongens, wat moeten jullie?
Ja Pietertje, daar heb je het wel geleerd hè? Hoe het effe werkt. Maar hard op twijfel, dat zijn altijd leuke momenten joh. Het heeft mij nooit gestoord. Ik kon me altijd best wel goed afsluiten.
Maar goed, ik weet ook wel dat het niet voor iedereen dezelfde sinecuur is. Ja, ik heb daar misschien een beetje mazzel mee dat ik niet zo beïnvloedbaar ben en daardoor veel meer altijd wel kon focussen en met herrie.
Je doet je ogen dicht en je doet je ding. Je weet waarvoor je er bent. En ik ben getraind geraakt door uiteindelijk al die ervaringen in gewoon ik en mijn taak.
Nou, maar dat hebben we daar dus wel geleerd.
Speaker C: t mooie ervan is denk ik, van: Speaker B:Nee, dat klopt. Kijk, zoals heel veel in het leven, zelfs bij het maken van een podcast, heel veel is ervaring opdoen en beters maken. Zo ook in een sportcarrière.
Zo ook in het zijn van de juiste Olympier met de juiste mindset. En ja, het zijn allemaal onderzoekjes die allemaal zijn uitgevoerd.
Ja, het is natuurlijk geen verrassing dat de meeste sporters die voor het eerst op de Olympische Spelen komen, een grotere kans hebben op een underperformance dan sporters die het al vaker hebben gedaan.
Dat heeft te maken met ervaring en de hoeveelheid afleiders en het transport en alle beïnvloeders die er zijn en de enorme media-aandacht die ongeëvenaard is tijdens een Olympische Spelen. Tal van Takker van Sport is het Eén keer in de vier jaar dat er media aandacht überhaupt is.
Nederland is een groot roeiland, maar ja, nu is het wellicht ook bij de EK's en de WK's interessant. Maar roeien komt één keer in de vier jaar echt in beeld en dat is tijdens de Olympische Spelen. Daar doen ze het super goed.
Maar goed, ja, dat hebben we daar natuurlijk allemaal wel gewoon aan de lijve ondervonden. En het was natuurlijk lekker dat voor Barcelona we al behoorlijk wat ervaring hadden opgedaan.
Overigens was de periode tussen Ceuil en Barcelona, die vier jaar, is er ook binnen het Nederlands team veel gebeurd.
Speaker A:Dan wou ik inderdaad nog even naartoe gaan, voordat we naar Barcelona gaan.
n opbouw met dat team, dan in: Speaker B:Ja.
Speaker A:Ik kan me toch voorstellen dat dat eerste jaar dat dat al lastig is. Gingen jullie toen weer meteen in het bankrassen model?
Speaker B:Ja, we zijn toen ook al uit competitie gegaan, want we speelden ook nog voor Martinez gewoon in de Nederlandse competitie. Maar ja, we verloren geen wedstrijd meer, maar we verloren ook geen set meer. Dat had niet zoveel zin meer.
En we wilden graag grotere internationale wedstrijden spelen. Dus we zijn toen ook na 88 zijn we ook op toernee door Amerika gegaan. Want die Amerikanen hadden ook geen competitie.
We zijn naar Cuba gegaan, want die Cubanen die speelden ook geen competitie. Om gewoon betere wedstrijden te kunnen spelen.
Speaker A:Gewoon weerstand opzoeken.
Speaker B:Maar ja, we deden heel veel clinics ook in die tijd in Nederland. Dus we trokken het land in, zalen vol. Was hartstikke leuk om te doen.
Maar als op een gegeven moment de teller op 80 staat, dan is het een stuk minder leuk. Kan ik je vertellen.
Speaker C:Was er ook niet in die periode daartussen doorselecteren?
Speaker B:Ja, er zijn natuurlijk na iedere spelen of eigenlijk ieder jaar in de topsport, wordt er door geselecteerd. Na 88 zijn er een hoop oudere spelers uiteindelijk afgehaakt, maar dat is natuurlijk gebeurd.
En die jonge generatie, Ari heeft ons wel eens in de media de Wonderful Six genoemd, want dat klonk natuurlijk ook al helemaal geweldig weer. Ja, die stond wel en die ploeg die had ook wel wat met elkaar. Maar goed, Dam is een periode van vier jaar. En dan zeker weer in de winter.
En iedere dag weer die bankras in. En van tevoren alweer weten hoeveel sprongen en hoeveel duiken en hoeveel dit en hoeveel dat het was.
Ja, ik ben van nature een enorm competitief dier. Je kan mij voor iedere wedstrijd wakker maken. Maar ik durf hier ook wel toe te geven, ik was geen trainingsbeest.
En dan moesten we ook nog een paar keer in de week duurloop langs de Amstel doen. En we deden nog een paar keer in de week meerdere 800 meters op het parkeerterrein van de bankras, nadat we al drie uur getraind hadden.
En we moesten horder springen en weet ik veel wat. Nou joh, dat was niet mijn ding.
En uiteindelijk heeft Ari in:Ik had al zo mijn twijfels, maar het werd er... Je twijfels waren over? Nou, vooral over de hoeveelheid trainen en relatief weinig spelen.
Want ja, er viel competitie weg omdat we uit competitie gingen. En je had natuurlijk gewoon periodes dat je maandenlang alleen maar aan het trainen was met alleen maar clinics geven. Nou, dat ik vond het horror.
Ik kan me voorstellen. Want ik werd niet uitgedaagd in mijn competitiviteit. Nee. Ik vond oefenwedstrijdjes of partijtjes spelen op trainen, dat was leuk.
Maar die twee uur ervoor, die was niet leuk. Want dat was alleen maar herhalen en slijpen en dit.
Speaker A:Ja, maar dat jouw teamgenoten ook merkten dat Peter dat niet heel leuk vond.
Speaker B:Dat zal ongetwijfeld, nou vonden ze me vaker niet zo leuk, denk ik. Dat lag misschien aan de vorm van Haagse humor of dat ik soms inderdaad wel een soort van alter ego van mezelf was als het me allemaal niet zo zinde.
Ik was altijd wel mondig, zeker. Ja, dat ben je vandaag ook.
Speaker C:Maar Peter, jullie waren ook als team heel mondig en ook naar elkaar toe is het vrij strak geweest soms.
Speaker B:Nee, absoluut. Wij maakten van ons hart geen moordkuil.
We deden sowieso best wel veel praatsessies, want ja, weet je, Als je ook weer bepaalde grenzen wil verleggen en ook in van ja, wat verwacht je nou van elkaar? Ja, dat gaat niet vanzelf. En de topsport is geen wereld voor sissies. Het is wel eten of gegeten worden. Het is geen defensie.
We zeggen altijd wel ja, het is of leven en dood. Nou, dat is natuurlijk relatief figuurlijk, denk ik. Het scorebord staat wel aan en voor jou ook weer een paar andere als je niet presteert.
Dus ja, dat vereist ook wel binnen de lijnen een bepaalde hardheid.
Ook van mij, want ik stond ook voor mijn plekkie en ik moet wel zeggen, ik heb keihard moeten knokken om überhaupt de kans te krijgen om te laten zien wat ik kan. Omdat ik tegen de gevestigde orde op moest boksen, de kleinere spelverdelers. En in mijn geval was het ook nog de zoon van de coach.
Dat moet ook voor hun en voor Arie ook niet makkelijk zijn geweest. Maar dat was het voor mij ook niet. En ik ben vaak genoeg echt als, nou in mijn ogen wel gewoon als Jan Lulletje behandeld.
Voordat het uiteindelijk door toeval ineens wel is goed gevallen.
Speaker A:Toch weer goed kwam, ja.
Speaker B:Ja, nou ja goed joh. En ik kan alleen maar zeggen joh, ik ben blij dat ik nooit ben afgehaakt. Het is nog nooit in mijn kop opgekomen.
Want ik had altijd wel de trots om erbij te horen. En ik zeg ook altijd tegen iedereen van jongen, tegenwoordig alles moet snel zijn. Als het niet bevalt, nou, dan gaan ze weer weg.
Succes is als een marathon. Neem nou een beetje de tijd. Gun jezelf ook de tijd om gewoon te groeien in je rol. Om ervaring op te doen. De een zwaluw maakt nog geen zomer.
Het zijn natuurlijk allemaal clichés en tegeltjeswijsheiden, maar ze zijn ook in de topsport o zo waar.
Dat is juist zo zonde dat je zo heel veel van die talenten heb ik ook vroegtijdig zien afhaken, puur omdat ze het geduld niet konden opbrengen om gewoon hun ontwikkeling een gezonde kans te geven.
Speaker A:En dan bedoel je talenten die bij die groep van zes kwamen, wat laten we zeggen de kern zo lang was van het Nederlandse team?
Speaker B:Nou, meer de groep van twintig. Waarvan we natuurlijk jongens waren die echt tot hun navel boven het net uitkwamen ongeveer.
Maar ja en soms ook wel moeite hadden om gewoon als de wedstrijd er was dan hetzelfde te laten zien. De zogenaamde kampioenen van de training die zaten er bij ons ook tussen. en die waren echt wel getalenteerd.
Maar ja, je moet natuurlijk een combinatie hebben van competitiviteit, overlevingsmodus, de juiste dingen op het juiste moment kunnen doen, een scherpe geest op het moment dat het moet. Ja, dat is geen sinecure. Dat gaat niet alleen om hoog kunnen springen, hard kunnen slaan, maar je geest moet het ook nog allemaal kunnen verwerken.
Achteraf kan ik wel zeggen, ja, daar lag ook wel een stuk van mijn gave. dat ik juist die competitiviteit en mijn omgeving aan de gang zette. En hoe moeilijker het werd, hoe beter ik vaak ging spelen, ook nog.
Ja, dat heeft mij natuurlijk later in mijn carrière enorm geholpen. En dat werd ook mede gestimuleerd door mijn medespeler, want die waren ook steeds meer veel eisend.
En daarom ook terugkomend op jouw vraag, jullie waren mondig. Dat had een doel. Want Ron Zwerver, die gaf mij natuurlijk af en toe ook uit de zak als hij een snellere sedup wilde of een andere sedup.
En we zaten elkaar op een positieve manier uit te dagen. Om het niveau omhoog te krikken, want daar werden we natuurlijk met z'n allen beter van.
Ik heb jonge spelers uit mijn tijd, die wij toen jong bij de ploeg hebben gekregen. Ik maak al wel een stapje, maar bijvoorbeeld een Rijnder nummer door.
Daarna ook een zeer begenadigd beachvolleyballer geworden samen met Richard Schuyl. Die bij ons in de ploeg kwam na het goud van Atlanta. en in 97 gewoon in de basis stond op de plek van Ron Zwerver.
Toen we Europees kampioen werden in Nederland, toen waren we echt nummer één van de wereld. Een fenomenaal team, dat ging super makkelijk. En Reinder paste daar ook heel goed in, als jonkie.
Maar die is op training, heeft hij het regelmatig wel te voortduren gehad.
En ik heb hem later, toen hij het WK beachvolleybal speelde in Den Haag, Nog een keer gecomplimenteerd omdat hij toen de tijd zowel Richard Schell en later nog met zijn andere partner Christiaan Varenhorst onderuit de zak gaf in een time-out met waar hij nou mee bezig was. En toen heb ik gezegd, joh Reinder, ik had het zelfs in mijn vorige jaren niet beter kunnen zeggen.
Het is een heel proces waar je als speler doorheen gaat. En dat is eigenlijk wel het mooie en zeker naarmate je ouder bent en dan met een bepaalde reflectie daar op die carrière terugkijkt.
Geef ook die jongere generatie de tijd, maar het vereist wel een bepaalde hardheid. Dus elkaar af en toe de waarheid vertellen. Stimuleer het alsjeblieft. En zie het ook als een positieve interventie.
Speaker A:Toen kwam er een nieuwe koos. Het lijkt me een heel kritiek punt als die goeroe, zoals jij dat omschrijft, vertrekt.
Speaker B:Ja, de grote roerganger weg maakt de dynamiek toch anders. We hebben toen nog wel het EK in Zweden gespeeld. Daar werden we derde. We verloren de halve finale toenertijd ook van Italië kansloos ook 3-0 eraf.
Ook weer zo'n ja toch een off day op het moment dat je denkt jongens nu gaat het gebeuren. We waren er toen ook gewoon nog niet klaar voor. Het EK89 dus gespeeld.
Maar toen in de periode naar daarna en weer naar 90 toe, ja, toen is het geëscaleerd uiteindelijk. Er kwam steeds meer interesse vanuit het buitenland voor spelers van ons.
En ik ben toen samen met nog een paar andere dissidenten, want dat was toen onze naam, uiteindelijk vertrokken. Jan Postima ging als eerste, maar daarna zijn nog Ronald Sootsma, Rob Gabert en ik daar kort daarna achteraan gegaan.
En dat heeft uiteindelijk geleid tot een escalatie in de ploeg waarin wij toen uiteindelijk allemaal uit het team zijn gezet. Want het construct was toen je komt of uit voor het nationaal team of anders bewandel je je eigen pad, maar dan zonder nationaal team.
Speaker A:En kon jij je vinden in die benadering?
Speaker B:Nee, totaal niet.
Want mijn vlucht naar het buitenland was niet gebaseerd op Gelderlijk gewin, maar op het feit van een chronisch gebrek aan enige competitiviteit in het trainingsprogramma door een gebrek aan wedstrijden.
Speaker A:Wat je waarschijnlijk vaak had aangegeven.
Speaker B:Zeker. En ook geen geloof in de toenmalige bondscoach.
Speaker A:Harry Brocking toch was dat?
Speaker B:Ja, veel verkondigen wat eigenlijk niet je eigen dynamiek is of je eigen aanpak. Of als je het geloof van een ander predikt. Ja, de overtuiging gaat er dan uit. En ik zat wel in de fase in mijn carrière.
Ik had behoefte ook aan eigen verantwoordelijkheid.
eerd en dat betekende toen in: Speaker C:En die escalatie die leidde er uiteindelijk toe dat er na 92 op een nieuwe manier iets gevonden moest worden voor het team.
Speaker B:Nou ja, die periode na 92 toe was een hele moeilijke. Ik ben naar Italië gegaan. Ik heb mijn eerste jaar in Catania op Sicilië gespeeld.
Prachtige omgeving, geweldig sportland, maar het was natuurlijk echt overleven. Los van een flinke aardbeving voor de kiezer krijgen daar en de Etna die spuugt nog wel eens wat uit, zo links en rechts.
veel moeten reizen, nooit één betalingstermijn gerespecteerd laten zijn van een contract. Trouwens in mijn hele Italiaanse periode, zelfs bij de absolute top teams. Daar moet je ook een beetje aan wennen.
Speaker A:Moet je nog steeds wat ontvangen of heb je het allemaal binnen?
Speaker B:Soms jaren later, maar ik heb echt wel geluk gehad. Maar daar leer je ook. Maar het was voor mij een vlucht naar het buitenland.
Om weg te zijn uit het systeem, en ik kan wel zeggen, ik zat zochtes trillend met een bakkie koffie. Je zit natuurlijk gewoon tegenoverspannenheid aan, omdat je gewoon niet in de context zit waar je op je best bent.
En dat langdurig doet met alle stress tot het gevolg. Ik heb dus niet in het nationaal team gezeten toenertijd.
bal tegen de antenne sloeg in:Maar ik speelde niet in het nationaal team. In de tussentijd was het nationaal team in Nederland. Het WK deden ze redelijk, maar zonder de dissidenten.
We hadden weinig spelers, maar goed, het was oké, maar ze gingen er vroegtijdig uit. En in 91 haalden ze niet de directe kwalificatie voor Barcelona en dat was tevens het Waterloo van Harry Brocking.
Nou in 92 en de winter 91-92 is er een hoop gebeurd. Ari is teruggekomen. Die zei gelijk, nou in ieder geval een paar van de dissidenten moeten terug. Ik was er één van.
Ik speelde in de sterkste competitie als kampioen.
En ik was natuurlijk inmiddels ook een ander mens geworden, want ik had al inmiddels wat andere wedstrijden achter me kiezen in de Italiaanse competitie. Nou, zo geschieden.
Ik ben in 90 weggegaan, ook nog met een rechtszaak, want de Nevobo vroeg zelfs een transfersom voor mij, terwijl mijn contract was afgelopen en er stond ook nog in transfervrij. Gewoon alleen maar uit naaierij. Het is een hele vervelende periode geweest.
Speaker A:De zaak heb je wel gewonnen, neem ik aan.
Speaker B:Nou, die is toen wel vereffend, ja. Ik ben uiteindelijk in 92 teruggevraagd. We moesten toen nog kwalificatietoernooi spelen in Ahoy om deelname Barcelona af te dwingen.
In korte tijd ook nog daar weer een team van smeden terwijl er toch wel, je had de remainers in Nederland, de blijvers, die het bankkaarsmodel trouw waren gebleven, geleid door Ron Zwerver, die daar echt zijn roeping richting 92 aan had gemaakt. En toch een paar buitenlanders, Jan Postuma, Rob Grabert en ik, die terug zijn gehaald toenertijd.
Speaker A:Hoe werd je ontvangen door die Remainers?
Speaker B:Kijk, Ron was mijn kamermaatje, zowel voor de breuk als ook weer na de breuk. Maar er was tussen ons wel wat gebeurd. Kijk, het is niet leuk om in een krant te lezen dat je Roemie zegt dat de rotte stukken nu uit de appel zijn.
Toen bij de breuk in 90. Terwijl dat over mij ging. Dat is niet lekker. Dat heb ik hem pas 25 jaar na dato verteld. Wat dat met mij gedaan heeft.
Speaker A:Oké, toen heb je het eigenlijk pas uitgepraat.
Speaker B:Zeker. Ook omdat ik vond dat het de zaak geen goed deed om daar eerder op terug te komen. En dat ik er pas later last van kreeg. Ook dat is levenswijsheid.
Ja, we zijn toen teruggekomen, maar het was altijd wel toch een... Ik moet zeggen Barcelona 92. We hebben trouwens die kwalificatie gewonnen.
Het was de absolute toptijd van ook de aandacht voor het Nederlandse voetbal. We hadden in de Kuip kunnen spelen. We wonnen de finale tegen Polen 3-0.
Overigens was de weg naar de finale een hele moeizame, want we moesten winnen van Bulgarije. Daar komt-ie weer. We stonden 2-1 achter. en ik had nog geen punt gespeeld. En dat lag niet aan mij, maar er is toen aan de zijkant wel wat gebeurd.
We hebben het overleefd. We wonnen die wedstrijd 3-2 en dat betekende toegang tot de finale. En daar sloegen we Polen eigenlijk de tent uit met 3-0. Relatief makkelijk.
En ik weet nog weer, we kwamen aanrijden voor de finale bij Ahoy.
Ik denk twee uur voor de wedstrijd en het voorplein van Ahoy stond volledig vol, want de hal was afgeladen en iedereen probeerde daar zijn plekje te bemachtigen. Zo groot was de aandacht en daar zat echt wel een beetje spadding op. En Arie, ik weet nog, we hebben daar gewonnen. Prima.
En we liepen uiteindelijk naar alle festiviteiten de zalen. Het was een enorme ontlading, want het was ook voor Ron zeker en voor iedereen, het was een hele ingewikkelde tijd.
We wilden allemaal graag, maar we hadden toch allemaal wel onze eigen gedachtes over de weg daarnaartoe. En dan kom ik weer met mijn tegeltjeswijsheiden, maar er zijn meerdere wegen die naar Rome leiden. We wilden allemaal naar Rome.
En die intentie was bij iedereen goed, alleen we snapten nog niet van elkaar waarom niet iedereen op dezelfde manier dacht. Het was een heel moeilijk proces geweest. Maar we liepen toen de zaal uit Ahoy en toen sloeg Arie, die ook weer terug was, zijn arm om me heen.
En die zei daar de woorden, I always told you, you were a winning setter. Toen dacht ik ook wel een beetje terug, joh. Eerst zag hij me niet zitten als spelverdeler. We hebben natuurlijk een hoop gedoe gehad. In de tussentijd.
Kijk, Arie heeft een onwijze bijdrage aan het Nederlandse voetbal geleverd. En ik heb mede mijn carrière aan hem te danken, want hij heeft me natuurlijk echt op weg geholpen.
Maar het is altijd wel zoiets van, weet je, er is misschien ook niet eens een goed recept voor zo'n weg naar de top. Iedereen heeft gedaan wat in zijn ogen, waarvan hij dacht dat het goed was, met een zuiver kompas.
Alleen zo is het niet altijd bij iedereen overgekomen. Zo heb ik ook natuurlijk naar anderen gehandeld, maar ik ben blij dat ik erbij was.
En Barcelona, we hebben daar zilver gehaald uiteindelijk, maar ook weer nog steeds in een moeizame setting. Het was een mirakel dat we daar zilver hebben gehaald.
Speaker A:En een moeizame setting vanwege deze hele aanloop die je hebt beschreven.
Speaker B:Exact, van toch kampen, niet helemaal lekker naar elkaar kunnen groeien, etc. Dus het is een mirakel dat het daar zilver heeft opgeleverd. Maar het was misschien wel de meest lastige periode in het national team voor iedereen.
Moeilijke poolfase gespeeld. Overigens was de setting ook best lastig.
We zaten daar in Barcelona, nou in de zomer warm, maar kamertjes zonder airco, klein, een ventilator dat was jolot, dus het was echt wel afzien daar gewoon en je zit er toch drie weken. Nou sowieso een beladen sfeer in de ploeg. Die is er eigenlijk die hele zomer niet uit geweest. Pool heel lastig om door te komen.
We werden vierde in de pool, maar het was de eerste spelen waarin er een kwartfinale was. Dus we speelden kwartfinale nummer vier, dat waren wij, tegen de nummer één, Italië aan de andere kant.
Speaker A:Extra ronde dus hè?
Speaker B:Een extra ronde. En in die wedstrijd, ik heb toen mijn Achillespees gedeeltelijk gescheurd. Ergens begin tweede set. Dus het was voor mij toen nooit klaar.
Maar Nederland wint die wedstrijd. 17-16 in de vijfde set. Met Avital binnen de lijnen die het geweldig deed. Dus dat was toegang ineens tot de laatste vier.
Speaker C:Was er ook niet iets met Ron aan de hand op dat moment?
Speaker B:Ron is eigenlijk gedurende het hele toernooi ook geblesseerd geweest aan z'n voet. Die had daar een scheurtje in z'n peesplaat onder z'n voet. Als je natuurlijk honderden keren per dag moet springen, dat is niet lekker.
En Ron, zoals ik hem daar ook heb ervaren, ik lag toen nog niet op de kamer. Nog niet.
Ja, die zat natuurlijk, die was mentaal de jaren daarvoor zo belast geweest door alle gebeurtenissen, dat Ron het ongelooflijk lastig had in die tijd. En ik weet nog wel, ik heb met Ron toen, nou voor zover dat ging, ook wel al diepgaande gesprekken gehad. Later zijn die natuurlijk nog meer gekomen.
Om al een gedeelte van de ellende die we daarvoor wederzijds hadden beleefd en allebei als zeer onprettig hebben ervaren. Om dat alweer een beetje uit glad te krijgen. Maar ook weer gewoon om weer gewoon normaal mens te worden.
Want zowel Ron als ik, we waren natuurlijk gewoon jong, opportunistisch, maar gewoon liefhebbers van het spelletje. We lagen meer met elkaar op de kamer dan met onze vriendinnen. Dus ja, je bent natuurlijk zo vaak weg.
Speaker C:Maar jullie hadden dus een geweldige kwartfinale. Tegen Italië. Daar hadden jullie altijd problemen mee.
Speaker B:En het gebeurde. Zeker, zeker.
Later natuurlijk nog meer problemen ermee, maar dit was al de eerste van jaren achter elkaar finales of grote wedstrijden spelen tegen Italië. Daarna halve finale tegen Cuba. Grootland, Joel de Spanje, geweldige springveer atleet. Scheven erbij, nou echt kanonnen.
Om tien uur ochtends spelen tegen de Cubanen.
Speaker A:Tien uur ochtends een halve finale?
Speaker B:Ja, nou ik weet niet of jij weleens op de Caribiën ben geweest en of je om tien uur ochtends überhaupt mensen wakker ziet.
Speaker C:Dat klopt ja.
Speaker B:Maar, nou ja, Nederland speelde geweldig. Ik heb natuurlijk niet meer meegedaan. Maar de Cubanen, ja voorzitter, wisten dat het 3-0 was. Finale.
Interessant was, na de halve finale natuurlijk een enorme explosie van emoties. Nou, Ron natuurlijk voor de camera zeer geëmotioneerd roepen, we hebben alle medaillen, want dat was zijn doel.
Of het zo is, dat weten we natuurlijk niet. Maar eigenlijk was het Nederlands team na de halve finale niet meer in staat om nog de finale te spelen tegen Brazilië.
Speaker A:Mentaal bedoel je dat?
Speaker B:Vooral mentaal. Twee dagen later sta je de finale te spelen.
Speaker C:De inzet was al gemaakt van we hebben een medaille.
Speaker B:Ja, zeker.
Speaker A:Het is ook moeilijk om die, dat stelde je net namelijk, om die op dat doel dan bij te stellen van nu moet het ook goud worden.
Speaker B:Zeker, zeker. Ja, daar kom je weer. Want het zijn echt wel de rode draden die er doorheen lopen. En ja, de halve finale Barcelona en de explosie van emotie.
Vergelijk met de halve finale vier jaar later in Atlanta. Onze beste wedstrijd die we daar hebben gespeeld van toen ook tegen Rusland. Die slaan we er 3-0 helemaal af.
Daar rookie Bas van der Goor voor de camera. Volstrekt neutraal. Daar zeggend, ja, we zijn natuurlijk blij, maar we weten waarvoor we hier zijn gekomen.
En dat is ook in de ontwikkeling van die ploeg, zijn dat zulke mooie processen die je per Olympische Spelen ziet groeien. De finale in Barcelona tegen Brazilië was een kansloze.
En dat was ook tevens het einde na dat toernooi van het bankrasmodel, want daarna ging ieder zijn zweegs. En is eigenlijk het year-round program zoals we in Nederland hadden.
Dus het hele jaar bij elkaar en alleen maar voor het nationaal team uitkomen is overboord gegooid. Ari weg. En is iedereen gegaan naar een club, want we waren inmiddels ook internationaal topspelers geworden. Zeer gewild.
En daarna is Joop Albeda bondscoach geworden met ook een andere benadering van Arie was toch wel als generaal met zijn soldaten altijd bezig en Joop ook die ineens toch wel in staat nou met een aantal gelouterde ervaren profs inmiddels nou om vooral als zeer goede procesmanager uiteindelijk voor die groep is gaan staan en waarin we uiteindelijk tot ieders verrassing daarna nog vier nog betere jaren uiteindelijk weten te bewerkstelligen. Waarin we op ieder toernooi de finale haalden en ook uiteindelijk een aantal finales zijn gaan winnen.
In tegenstelling tot alle keren daarvoor waarin we vaak finales eigenlijk verloren.