Artwork for podcast Derde Ronde van Los Angeles van 1932 tot 2028
Deel 37: Joop Zoetemelk en zijn wielerploeggenoten presteerden iets heel bijzonders in Mexico City (1968)
Episode 377th June 2026 • Derde Ronde van Los Angeles van 1932 tot 2028 • Rik Bouman & Boudewijn van Eijck
00:00:00 00:11:02

Share Episode

Shownotes

The primary focus of this podcast episode is the remarkable achievement of the Dutch cycling team during the 1968 Olympic Games in Mexico City, where they secured a gold medal in the team time trial. We delve into the composition of the team, which featured notable cyclists such as Joop Zoetemelk, Fedor Den Hertog, Jan Krekels, and René Pijnen, each possessing unique attributes that contributed to their success. Throughout the episode, we examine the rigorous preparations and challenges faced by the athletes, including health issues and the grueling conditions of the Mexican terrain. Furthermore, we reflect on the varying trajectories of each cyclist's career, highlighting the contrasts between their immediate success and long-term achievements in the sport. This exploration not only commemorates a historic moment in Dutch cycling but also serves as a poignant reminder of the diverse paths athletes may traverse following their peak performances. The discussion revolves around the remarkable achievements of the Dutch cycling team during the 1968 Olympic Games held in Mexico City, particularly focusing on the team time trial event. The episode meticulously examines the composition of the Dutch team, comprising Fedor Den Hettog, Jan Krekels, René Pijnen, and the illustrious Joop Soetemelk. Each cyclist brought distinct qualities to the table, which, when synergized, culminated in a historic gold medal win for the Netherlands. The hosts articulate the challenges faced by the team leading up to the event, including adverse weather conditions and health issues among the athletes. Despite these setbacks, the team's perseverance and strategic collaboration enabled them to secure victory, emphasizing the significance of mental resilience in competitive sports. Furthermore, the narrative delves into the individual trajectories of the cyclists post-Olympics, illustrating how their careers diverged, thereby enriching the overarching narrative of the team's legacy.

Takeaways:

  • In de aflevering bespreken we de opmerkelijke prestaties van het Nederlandse wielerteam tijdens de Olympische Spelen van 1968.
  • Het team bestond uit vier unieke renners, elk met verschillende profielen en toekomstperspectieven in de wielersport.
  • Joop Zoetemelk, de meest succesvolle renner van de groep, zou later een legendarische carrière opbouwen.
  • Fedor Den Hertog, bekend om zijn natuurtalent, beleefde een carrière die zowel succes als gemiste kansen met zich meebracht.
  • Jan Krekels behaalde Olympisch goud, maar zijn carrière bleek minder indrukwekkend dan verwacht na die overwinning.
  • René Pijnen vond zijn grootste successen op de baan, wat zijn carrière een verrassend pad gaf naast zijn teamgenoten.

Companies mentioned in this episode:

  • Joop Zoetemelk
  • Fedor Den Hertog
  • Jan Krekels
  • René Pijnen
  • Gerbe Karstens
  • Eef Dolman
  • Jan Pietersen
  • Bart Soet
  • Sadekou

Transcripts

Speaker A:

Dit is aflevering 37, Rick.

Speaker A:

gaan het hebben over Mexico,:

Speaker A:

De ploegentijdrit, vier wielrenners met verrassende namen.

Speaker A:

Fedor Den Hettog, Jan Krekels, René Pijnen.

Speaker A:

En, daar komt-ie, en wij waren het vergeten, Joop Soetemelk.

Speaker B:

Joop Soetemelk, bij de Olympische Spelen.

Speaker A:

De nog levende Joop Soetemelk, ja.

Speaker B:

Geweldig.

Speaker A:

oktober:

Speaker B:

lijk even iets corrigeren van:

Speaker A:

Klopt, want toen hebben wij gezegd dat de ploegentijdrit bij de wielrenners in 64 dat dat de enige medaille is geweest voor Nederland bij het wielrennen op de ploegentijdrit.

Speaker A:

Maar in de voorbereiding van deze podcast kwamen wij erachter dat we in 68 ook een medaille hebben gewonnen.

Speaker A:

Dus dat corrigeren we bij deze.

Speaker B:

Ja, en dan gaan we het gelijk maar over die vier hebben.

Speaker B:

Wie had daarop durf hopen dat vier jaar later dat het alweer raak zou zijn?

Speaker B:

Want de wielerformatie had moeilijke dagen doorgemaakt bij de voorbereiding.

Speaker B:

Door verkoudheid en griep liet de conditie van de renners aanvankelijk veel te wensen over.

Speaker B:

Het maakte Nederland allesbehalve favoriet.

Speaker B:

Maar ze redden het.

Speaker B:

De mannen van Joop Middelink, de coach die vier jaar eerder in Tokio bij de ploegentijdrit hetzelfde Huzarenstukje dus volbracht, Toen met Gerbe Karstens, Eef Dolman, Jan Pietersen en Bart Soet.

Speaker A:

Ja, dus nu een compleet nieuwe ploeg hè?

Speaker B:

Een compleet nieuwe ploeg, maar wel met fantastische namen.

Speaker A:

Ja, en dat wisten ze denk ik toen ook nog niet.

Speaker B:

Nee, precies.

Speaker B:

Maar goed, als een trein spoorde de wielrenners over het stoffige Mexicaanse gebeuren.

Speaker B:

De tussentijden half koers, 50 kilometer dus, leerden in wat voor schitterende positie de Nederlanders verkeerden.

Speaker B:

Slechts een seconde achter het favoriete Zweedse kwartet van de gebroeders Pettersson onder andere, en Italië op 39 seconden van onze landgrote.

Speaker B:

Dus ja, ze waren met z'n drieën heel dicht bij elkaar.

Speaker B:

De oranje ploeg ging in het slopende tempo door.

Speaker B:

De zon, de wind en de heuvels tijsterden de lichamen van René Peinen en zijn makkers.

Speaker B:

Peinen zei over de spannende minuten voordat Zweden en Italië finishten, we zaten te sterven op de fiets.

Speaker B:

Vooral bij het begin van het tweede gedeelte hadden wij het moeilijk.

Speaker B:

Ik zag de wereld voor een doedelzak aan.

Speaker B:

Steeds flitste het door me heen.

Speaker B:

Houden we dit vol of storten we in elkaar?

Speaker B:

We kwamen er overheen door elkaar goed te steunen en steeds maar weer de kop te nemen als iemand terugviel.

Speaker B:

Dicht bij de eindstreep riep Middelink.

Speaker B:

Jongens, het gaat om seconden.

Speaker B:

Alles geven!

Speaker B:

Ik had nooit gedacht dat we zo'n moordend tempo konden draaien.

Speaker B:

10 Km voor het finish leek het noodlot toch nog toe te slaan.

Speaker B:

Fedor de Hertog moest wegens en lekkenband afhaken.

Speaker B:

Het overgebleven trio ging verder en passeerde de witte kalklijn na 2 uur, 7 minuten en 49 seconden.

Speaker B:

Toen was het wachten op de Zweden en Italianen.

Speaker B:

Zou het lukken of zou de concurrentie in de tweede ronde nog veller toeslaan?

Speaker B:

Een klein half uur later viel de beslissing.

Speaker B:

Eerst liep de Italiaanse trein binnen.

Speaker B:

2 Uur 10 minuten 18 seconden.

Speaker B:

En even later kwam de uitgeputte Zweedse equipe langsrijden.

Speaker B:

Twee uur, negen minuten en 28 seconden.

Speaker B:

Het feest kon derhalve beginnen.

Speaker A:

Beginnen, ja.

Speaker A:

En enorme verschillen toch uiteindelijk aan de meet, hè?

Speaker A:

2,9, 2,10 Noemde je.

Speaker A:

Nou, dat zit minimaal anderhalf, twee minuten achter de Nederlandse jongens.

Speaker A:

Ik begreep dat ze gereden hebben met een gemiddelde van bijna 48 kilometer per uur.

Speaker A:

Nou, dat ligt tegenwoordig wel wat hoger, maar dat was voor die tijd denk ik bijna spectaculair.

Speaker B:

Ja, en ook waar het was.

Speaker A:

Ja, precies.

Speaker B:

In Mexico.

Speaker A:

Ja, natuurlijk ontzettend warm, hartstikke droog, op hoogte.

Speaker A:

Daar moet je allemaal aan wennen.

Speaker A:

Het moet allemaal soepel lopen.

Speaker A:

Jij noemde net dat een van die renners het in zijn hoofd had.

Speaker A:

Gaan we dit wel volhouden?

Speaker A:

Gaan we dit wel volhouden?

Speaker A:

Dat is als je het vanuit de sportpsychologie bekijkt, precies wat je niet moet denken.

Speaker A:

Je moet gewoon denken aan je techniek en waar je mee bezig bent en je plan.

Speaker A:

En elkaar wat dat betreft in die cirkel houden, om het zo maar te zeggen.

Speaker A:

Ja, en dan komt er nog een lekke band.

Speaker A:

Dat is in een ploegentijdrit natuurlijk funest.

Speaker A:

Je kan wel proberen snel dat wiel te wisselen, maar dan is het hele ritme kwijt en dan krijg je een enorme tik.

Speaker A:

Dat is fysiek ook heel erg zwaar om dan weer helemaal op te starten.

Speaker A:

Dus dan moet je met z'n drieën verder.

Speaker B:

En je moet ook met z'n drieën eindigen, minimaal.

Speaker B:

Dus ook dat heb je dan nog.

Speaker A:

Eens, dat je dan geen enkel Nee, je kan nergens op terugvallen.

Speaker A:

En die laatste 10 kilometer zullen ze met name ook wel in hun hoofd hebben gehad.

Speaker A:

We moeten niet nog een lekke band krijgen, want dan ben je gewoon je medaille kwijt.

Speaker A:

Je moet met drie man dan over de finish komen.

Speaker A:

Nou, en wij zeiden net al Rick tegen elkaar bij de voorbereiding.

Speaker A:

Wij wisten eigenlijk helemaal niet dat Joop Soetemelk een gouden medaille ooit heeft gewonnen op de Olympische Spelen.

Speaker B:

Nee, dat wij dat niet wisten, dat was wel zo'n klein probleempje, vind ik zelf.

Speaker B:

Daar moet ik nog een keer op terugkomen.

Speaker A:

Zeker, zeker.

Speaker A:

Maar als je die ploeg nou een beetje analyseert, want dat is toch wel leuk om dat achteraf te doen, dan kan je wel zeggen dat die Olympische titel ook wel meer was dan, laten we zeggen, één middag succes.

Speaker A:

Nederland had namelijk vier renners met compleet verschillende profielen.

Speaker A:

De toekomstige grootheid in het klassementswerk, Joop Soetemelk.

Speaker A:

En dat wisten we toen nog niet.

Speaker A:

Een dominante amateur die bijna te laat prof werd.

Speaker A:

Ik zal zo zeggen wie dat is.

Speaker A:

Een talentvolle aanvaller bij wie de grote doorbraak beperkter bleef dan gehoopt.

Speaker A:

En een man die later uitgroeide tot een baanlegende.

Speaker A:

En dat wisten ze toen natuurlijk allemaal nog niet.

Speaker A:

En juist dat contrast maakt deze ploeg zo interessant.

Speaker A:

Op het ene moment paste alles perfect in elkaar, maar daarna liepen hun carrières totaal uiteen.

Speaker A:

lijkenissen met die ploeg uit:

Speaker A:

Want daar hebben we eigenlijk hetzelfde verhaal gezien.

Speaker A:

Nou, dan even verder inzoomen op deze vier kampioenen, met de namen erbij.

Speaker A:

Joop Soetemelk.

Speaker A:

Werd uiteindelijk veruit de grootste man van het kwartet.

Speaker A:

Twee jaar naar Mexico werd hij prof en groeide hij uit tot een van de sterkste ronderenners van zijn generatie.

Speaker A:

Hij werd, om dat nog maar eens even te herhalen, als je dat nu zo hoort, zes keer tweede in de Tour de France, wat hem de bijnaam de Ewige Tweede opleverde.

Speaker A:

uiteindelijk toch de Tour in:

Speaker A:

Een jaar eerder had hij al de Ronde van Spanje, de Vuelta, gewonnen.

Speaker A:

En in:

Speaker A:

Dus even om dat op te sommen.

Speaker A:

Wereldkampioen, Olympisch kampioen, Tour de France kampioen, Ronde van Spanje kampioen.

Speaker A:

Alleen de Giro tussen A naar C is ontbreekt dan nog, maar natuurlijk een hele grote renner.

Speaker A:

En dan te bedenken dat hij dus in het tijdperk van Merckx en Hinault en al die andere bekenden aan het fietsen was.

Speaker A:

Uiteindelijk dat Olympisch Goud voor hem was niet het hoogtepunt, maar het begin van een monumentale carrière.

Speaker A:

Dan hebben we Fedor Denhertog.

Speaker A:

Waarvan wordt gezegd dat dat misschien wel het grootste natuurtalent was van van alle vier.

Speaker A:

Als amateur was hij zo dominant dat hij de bijnaam Ivan de Verschrikkelijke kreeg.

Speaker A:

Dus hij reed iedereen een gord.

Speaker A:

En hij hield jarenlang aanbiedingen van profploegen af, omdat hij zijn vrijheid niet wilde verliezen.

Speaker A:

Ook wel weer mooi.

Speaker A:

Toen hij in:

Speaker A:

nde hij nog een sterk jaar in:

Speaker A:

Zijn profcarrière werd daarna mede beperkt door een ongeluk dat zijn gezichtsvermogen aantastte.

Speaker A:

Dat kan ik nog heel veel.

Speaker A:

En daardoor kreeg zijn verhaal iets dubbels.

Speaker A:

En dan niet in de zin dat hij dubbel zag, maar dat hij in Mexico was onderdeel van goud, maar achteraf voelt zijn loopbaan ook als een gemiste belofte.

Speaker A:

Dus ook wel een legendarisch verhaal.

Speaker A:

Dan nummer drie, Jan Krekels.

Speaker A:

Die leek na het goud van 68 ook klaar voor een grote carrière.

Speaker A:

Hij werd prof meteen al in 69 en liet direct zien dat hij kon winnen.

Speaker A:

Hij pakte een Tour etappe in:

Speaker A:

Toch werd hij nooit de absolute topper die je na Olympisch Goud misschien zou verwachten.

Speaker A:

lk en hij stopte al, Rick, in:

Speaker A:

Krekels laat zien hoe klein het verschil soms is tussen een prachtige carrière en een legendarische carrière.

Speaker A:

Het is bij hem dus uiteindelijk niet geworden.

Speaker A:

Maar goed, hij heeft wel een Olympische gouden medaille in de kast hangen.

Speaker A:

Dan nummer 4, René Pijnen.

Speaker A:

Een bekende naam.

Speaker A:

Hij koos naar Mexico uiteindelijk zijn eigen route en werd vooral, we zeiden het al, een grootheid op de baan.

Speaker A:

Op de weg was hij ook nog wel succesvol met onder andere vier ritzegers in de Fuerta, in periodes in de leiderstrui, de rode trui, maar zijn echte faam kwam in de zesdaagse.

Speaker B:

Ja, René Pijnen met Sadekou.

Speaker A:

Heel goed.

Speaker A:

Ja, dat was een Belg.

Speaker A:

Die waren niet te verslaan.

Speaker B:

Dat was een team hoor.

Speaker A:

Absoluut.

Speaker A:

Pijnen groeide uit tot een van de beste Nederlanders ooit op de baan met tientallen overwinningen en een record aantal Europese Medicine titels.

Speaker A:

Waar Zoetermelk de weg op ging en geschiedenis schreef in de grote rondes, vond Pijnen zijn ware domein dus juist in dat baanwiel rennen.

Speaker A:

En dat maakt hem, vind ik in dit verhaal, wel de meest verrassende loopbaan van dat viertal, als je dat zo op een rij zet.

Speaker A:

En dan nog even het samenvattende.

Speaker A:

Als je nou deze vier profielen hoort, blijft vind ik die ploegentijdrit van 68 zo mooi.

Speaker A:

Niet alleen omdat Nederland goud won, maar omdat je achteraf ziet dat het ene kwartet vier heel verschillende toekomsten in zich droeg.

Speaker A:

Zoetenmerk werd wielermonument.

Speaker A:

Den Hertog een verhaal van ruwe kracht en gemiste potentie.

Speaker A:

Krekels een renner met een sterke, maar kortere topfase.

Speaker A:

En Pijn een kampioen die zijn grootste roem op de baan vond.

Speaker A:

Samen vormden ze niet alleen een gouden ploeg, maar ook een prachtig tijdsbeeld van het Nederlandse wielrennen aan het einde van de jaren zestig.

Speaker A:

En dit is denk ik een mooi slot voor deze aflevering 37.

Links

Chapters

Video

More from YouTube