Artwork for podcast Derde Ronde van Los Angeles van 1932 tot 2028
Deel 11: Beste waterpoloster van de wereld op weg naar LA, Simone van de Kraats (Live interview)
Episode 112nd November 2025 • Derde Ronde van Los Angeles van 1932 tot 2028 • Rik Bouman & Boudewijn van Eijck
00:00:00 00:30:00

Share Episode

Shownotes

Beste waterpoloster van de wereld op weg naar LA, Simone van de Kraats (Live interview)

This podcast episode elucidates the intricate dynamics of water polo, focusing particularly on the remarkable achievements and preparations of the Dutch national team as they approach the upcoming Olympic Games in Los Angeles. We engage in a profound dialogue with key players, who provide insights into the rigorous training regimens, competitive landscape, and the mental fortitude required to excel at the highest levels of the sport. The conversation highlights the significance of teamwork, the development of young talent in Catalonia, and the strategic adjustments made during pivotal matches. Additionally, we reflect upon the journey from the past Olympic Games to the present, emphasizing the lessons learned and the aspirations for future triumphs. Our discourse encapsulates not only the technical aspects of water polo but also the emotional resilience and camaraderie that define this compelling athletic endeavor.

In the latter portion of the discussion, the speakers examined the mental fortitude required in high-stakes competitions, particularly in the context of their experiences in crucial matches, including a dramatic semifinal against Spain. Speaker B recounted the psychological strategies employed to overcome a challenging 6-1 deficit, illustrating the resilience and adaptability of the team under pressure. This segment emphasized the necessity of maintaining mental clarity amidst the physical and emotional demands of the sport. The conversation also touched upon tactical nuances, such as the role of the coach in guiding players through critical moments and the importance of teamwork and communication in executing strategies. As they looked toward the future, particularly the 2028 Los Angeles Olympics, the speakers expressed optimism about the team's prospects while acknowledging the ongoing challenges of competition and the need for continuous improvement in their gameplay, both technically and mentally. This multifaceted discussion not only highlighted the current state of water polo but also the personal and collective journeys of the athletes involved.

Takeaways:

  1. The water polo scene in Catalunya is significantly enhanced by a centralized training facility near Barcelona, fostering talent from a young age.
  2. Playing professionally in Spain entails rigorous training schedules, with athletes engaging in two to three training sessions daily, enhancing their skills and competitive edge.
  3. The podcast discusses the transition of the national team to a new coach, highlighting the importance of fresh perspectives for team dynamics and performance.
  4. The speakers reflect on their journey through recent tournaments, emphasizing the mental resilience required to succeed under pressure and the importance of teamwork.
  5. The conversation addresses the significance of mental fortitude in water polo, noting that maintaining composure is crucial during high-stakes matches.

Companies mentioned in this episode:

  1. Sabadell
  2. RTV Rijnmond

Transcripts

Speaker A:

Hoi Simone, waar ben jij op dit moment?

Speaker B:

Ik ben nu op Sicilië, want wij spelen de eerste wedstrijd van de groepsvaart van de Champions League met mijn Spaanse club.

Speaker B:

Ik speel nu bij Sabadell.

Speaker C:

En hoe komt dat zo, dat dat waterpolo zo goed is in Catalunya?

Speaker B:

Ze hebben een centraal opleidingscentrum dicht bij Barcelona en daar ga je al vanaf jonge leeftijd naartoe.

Speaker B:

En daardoor zie je dat er en veel clubs zijn en een goede opleiding, waardoor jonge meiden ook snel veel minuten kunnen maken tegen goede speelers.

Speaker B:

Daarvoor gezorgd dat het voor internationals een hele interessante markt is om naartoe te gaan, om jezelf te ontwikkelen en op het hoogste niveau te spelen.

Speaker B:

Het zorgt er wel voor dat de competitie denk ik ook wel de sterkste ter wereld is.

Speaker B:

In Spanje is alles professioneel, dus we trainen twee à drie keer per dag.

Speaker B:

Ook vanwege de Champions League spelen we één à twee wedstrijden per week.

Speaker B:

En in Nederland zie je dat de enigen die het professioneel doen, dat zijn de meiden die aangesloten zijn bij het nationaal team, want die trainen ook in Rotterdam.

Speaker B:

En zijn afgelopen januari zijn we verplaatst naar het Centrum Rotterdam, dicht bij de Kuip.

Speaker C:

Dicht bij de Kuip is altijd goed natuurlijk.

Speaker C:

Twee Rotterdammers hier en we zitten in de studio van RTV Rijnmond, dus dat horen we graag altijd.

Speaker B:

In september start ons seizoen en loopt vaak tot eind mei, begin juni.

Speaker B:

In de periode van december en januari zijn we bij elkaar als nationaal team en dan veren we in Rotterdam.

Speaker B:

Vanaf begin juni starten we het programma richting het eindtoernooi.

Speaker B:

Zoals dit jaar veren we in december, januari en februari samen omdat we het EK hebben op Madeira.

Speaker B:

En dan beginnen we ergens einde juni in voorbereiding op de World Cup in Sydney.

Speaker C:

Dat is vrij intensief.

Speaker B:

Ja, op het moment dat we in Rotterdam zitten, dan slapen we daar ook vaak in een hotel naast het zwembad.

Speaker B:

En dan beginnen we om negen uur en dan zijn we tussen zes en half acht klaar.

Speaker B:

Dus dat maakt ons wel echt behoorlijk veel uren.

Speaker A:

Ben je zelf in:

Speaker A:

Er komen er ook twee gouden medailles langs.

Speaker A:

Het EK en het WK.

Speaker A:

Het staat allemaal kort achter elkaar en jullie pakten twee keer goud.

Speaker B:

Ik denk dat als je kijkt naar de cyclus van Parijs, wat we heel goed hebben gedaan is we hadden en heel veel talent in het team, ook op de verschillende posities.

Speaker B:

Ook al wat ervaring ook vanuit de afgelopen Spelen in Tokio.

Speaker B:

Er was een goede verdeling van de helft die in de eerste Olympische Spelen ging spelen, de andere helft die had al een Olympische Spelen gezien, alsnog een totaal andere Spelen.

Speaker B:

Maar goed, wel een Spelen gezien, dus je weet wat voor een wereldvermiddel het is.

Speaker B:

Maar dat we in en buiten het water ook erin gespeeld waren, eerlijk durfde te zijn, ons best wel durfde op te stellen.

Speaker B:

En wat ook echt meespeelt, heel veel uren samen hebben gemaakt.

Speaker B:

Puur in trainingen, maar ook onder druk.

Speaker B:

En je merkt dat dat zich op een gegeven moment gaat uitbetalen.

Speaker A:

Simone, in:

Speaker A:

Maar dan in:

Speaker A:

Je had mooie prestaties geleverd daarvoor.

Speaker A:

Hoe keken jullie ernaar?

Speaker B:

Een combinatie van alles is mogelijk.

Speaker B:

We hebben het afgelopen twee seizoenen laten zien.

Speaker B:

Het WK in Fukuoka waar we goud wonnen.

Speaker B:

Echt een heel goed toernooi gespeeld.

Speaker B:

WK in januari, weer goud gewonnen.

Speaker B:

En vervolgens hadden we het WK in Doha.

Speaker B:

En daar merkte je wel, oké, het is een lange periode achter elkaar.

Speaker B:

Wat denk ik niet heel gek is, maar waarin het ons niet lukte om nog een keer te pieken.

Speaker B:

Uiteindelijk werden we daar vijfde.

Speaker B:

Kun je ook zeggen, joh in de knock-outs, je hebt de kwartfinale met penalty's tegen Hongarije verloren.

Speaker B:

Is dat dan echt zo slecht?

Speaker B:

Dat hoort ook bij de sport.

Speaker B:

Maar ja, we kwamen er wel aan in Parijs met van de afgelopen De afgelopen drie toernooien twee keer goud, dus je bent geen underdog.

Speaker B:

Aan de andere kant wisten we wel, oké de Olympische Spelen daar komt toch altijd wat extras bij kijken.

Speaker B:

Het is een andere Spelen dan Tokio, daar komen veel familie en vrienden op af.

Speaker B:

Aan de ene kant superleuk, aan de andere kant maakt het ook spannend.

Speaker B:

We gaan het wel zien.

Speaker B:

En ik denk dat hetgene wat ons echt heel erg heeft geholpen is dat we altijd konden terugvallen op de basis die we met elkaar al hadden gelegd de jaren daarvoor.

Speaker A:

Simon, als je dan even kijkt naar de eerste wedstrijden in Parijs, wat was jullie kracht vooral ten opzichte van de andere landen?

Speaker B:

Ik denk dat wij op elke positie heel sterk bezet zijn.

Speaker B:

Ik denk dat we heel fit zijn, dat we veel mogelijkheden hebben in de tactieken die we spelen.

Speaker B:

Je hebt best wel wat landen op dit moment die bijvoorbeeld één verdedigingssysteem heel, of eigenlijk al jarenlang spelen.

Speaker B:

Het vooroordeel van ons is dat we en wendbaar zijn en lang zijn en we qua spiermassa zitten we goed, dat we veel opties hebben en dat je daardoor ook ervoor kan zorgen dat je altijd een plan A, B, C hebt.

Speaker A:

Simon, als je dan ook even doorkijkt naar die halve finale, de meest extreme wedstrijd voor mij althans, om te hebben kunnen kijken voor het waterpolo.

Speaker A:

Hoe krijg je het voor elkaar om na 6-1 achterstand in het eerste kwart om die wedstrijd helemaal om te schakelen en uiteindelijk terug te komen, volledig.

Speaker A:

En ja, dat dan uiteindelijk met de strafballen, dat het uiteindelijk daarmee niet goed ging, dat was ontzettend jammer natuurlijk.

Speaker A:

Maar ik heb toen ademloos zitten kijken naar heel die wedstrijd en het was echt bizar goed hoe jullie terugkwamen.

Speaker A:

Maar hoe kreeg je dat voor elkaar?

Speaker A:

Want 6-1 na een kwart, dat is niet normaal.

Speaker B:

Ook voor jullie niet.

Speaker B:

Nee, nee, nee.

Speaker B:

Nou ja, ik denk dat er komt en iets in je op als 10 zijnde.

Speaker B:

van we hebben niks meer te verliezen.

Speaker B:

Want eigenlijk, de afgelopen finale op het WK en het EK, die speelden we tegen Spanje.

Speaker B:

Op het EK hebben wij het met één doelpunt verschil gewonnen.

Speaker B:

In de laatste seconde op het WK hebben wij de penalty's van ze gewonnen.

Speaker B:

Dat je weet, oké, in die zin zijn we gelijkwaardig en nu sta je in één keer op een halve finale Ja, dat is niet hetgeen wat je verwacht.

Speaker B:

Dus ik moet zeggen dat voor mezelf, ik weet niet precies hoe dat voor de andere meiden was, maar ik kan me voorstellen dat het best wel gelijkwaardig voelde.

Speaker B:

Dus het was best wel gênant.

Speaker B:

Omdat je daar in je eigen wedstrijd lag en dacht, wat is er aan het gebeuren?

Speaker B:

Wij zijn gelijkwaardig.

Speaker B:

Laten wij nu ergens zien dat wij het niet onder deze druk kunnen compenseren.

Speaker B:

Nou, dat is niet zo.

Speaker B:

Dus je denkt op dat moment, wat moeten we hier aan doen om dit te compenseren?

Speaker B:

En dan krijg je wel het dood tot de gladiolen idee.

Speaker B:

En dan maar en dan zien we het wel.

Speaker B:

En wat wel scheelt, is dan valt die drukte ervan af, kan je meer op intuïtie gaan spelen.

Speaker B:

En ik denk wel dat hetgene is wat ons altijd heeft geholpen, is het vertrouwen in elkaar, staf en team.

Speaker B:

En dan kun je ook weer opleven.

Speaker B:

En dan moet je in die zin ook geduld hebben.

Speaker B:

Soms moet je ook een systeem dat aan het begin niet lijkt te werken, gewoon maar doorzetten.

Speaker B:

En dan kijken of er een kantelpunt komt, want die wedstrijd heb je ook.

Speaker B:

En dan gaan die golven komen.

Speaker B:

Wat dat scheelt wel, is de aanvallende kracht, die hebben we altijd gehad.

Speaker C:

Ja, dat wou ik inderdaad vragen.

Speaker C:

Wat dan de rol van de coach op dat moment is bij jullie als het gaat om het waterpolen?

Speaker C:

Want het ziet er toch soms ook vrij tactisch uit wat er moet gebeuren in de laatste fase van de wedstrijd.

Speaker B:

Ja, dat is het ook.

Speaker B:

Het is een waterpolissen spel.

Speaker B:

Tuurlijk, je moet fit zijn.

Speaker B:

Tuurlijk, je moet bijvoorbeeld een goed schot hebben.

Speaker B:

Tuurlijk, je moet inzicht hebben.

Speaker B:

Absoluut.

Speaker B:

Maar een heel groot deel is ook mentaal.

Speaker B:

Als in de tweede speelzaak toe reageer ik op de derde tegenstander.

Speaker B:

Wie wint het spelletje in het hoofd en daarmee in het water.

Speaker B:

Maar het is ook zeker als het zo dicht bij elkaar ligt.

Speaker B:

Wat zijn de praktische beslissingen van een coach?

Speaker B:

Reageert hij op ratio, op emotie en op welk moment?

Speaker B:

De ene keer is het een beter dan het ander.

Speaker B:

Heeft hij door, hij of zij door, waar de doelpunten precies vandaan komen en welke verandering moeten we dan aanbrengen?

Speaker B:

Dat zijn dingen daar is een coach cruciaal in, want wij zien wel, ook vanuit onze eigen ervaring, voelen wij ook veel in het water.

Speaker B:

Waar liggen de gaten?

Speaker B:

Waar moeten dingen opgelost worden?

Speaker B:

Alleen, ja, een coach die staat vanaf buiten relatief rustig, tussen aanhalingstekens gezegd, te kijken wat er gebeurt en die kan objectief beoordelen wat we beter moeten doen, wat we moeten veranderen.

Speaker C:

Nou is de bondscoach heel lang Arno Havenkraag geweest en op een of andere moment hebben jullie een nieuwe coach gekregen.

Speaker C:

Hoe hebben jullie dat ervaren, die omwisseling?

Speaker B:

Eva is ook altijd mijn coach geweest bij Polenbeurs.

Speaker B:

Dus ik zit volgens mij al op jaar 12 nu met hem dat wij samenwerken.

Speaker B:

En de cyclus richting Tokio was Eva al de assistent.

Speaker B:

En na Tokio is ongeveer de helft van de ploeg ook hetzelfde gebleven.

Speaker B:

Dus ja, al die meiden die waren daar ook al aangewend.

Speaker B:

Natuurlijk is een rol als assistent wel anders dan de rol als bondscoach.

Speaker B:

Dus heeft IJssel ook zeker een sausje eroverheen gekooid.

Speaker B:

Maar ik denk dat die verandering heel goed was.

Speaker B:

Wat je ook al zegt, Arno heeft er een lange tijd gezeten.

Speaker B:

En op een gegeven moment is het ook goed voor een team om dan weer een nieuw hoofd te hebben en daarmee aan de slag te gaan.

Speaker C:

En dan weer nieuwe accenten te leggen.

Speaker C:

Hij was vrij vertrouwd dus voor jullie ook.

Speaker C:

Nog even over die tactieken.

Speaker C:

Rick zei net dat hij het zweet in zijn handen had bij Nederland-Spanje bij de Olympische Spelen in Parijs.

Speaker C:

Die heb ik ook gezien, maar ik heb ook Nederland tegen Amerika gezien om het brons.

Speaker C:

En dan zien we dat in die laatste seconde jullie uiteindelijk die wedstrijd beslissen En ik ben toch heel benieuwd naar wat er dan wordt afgesproken vlak voor dat moment.

Speaker C:

Want volgens mij lag het even stil.

Speaker C:

Krijgen jullie instructies?

Speaker C:

Kan je ons eens vertellen hoe dat dan in zijn werk gaat?

Speaker B:

Na deze situatie wat we nu deden is dat we met z'n allen naar voren gingen.

Speaker B:

Wat betekent dat normaal gesproken bij het waterpolo ben je met zes mensen heen en weer aan het zwemmen en ligt altijd een keeper in het doel.

Speaker B:

En je mag er nu met de nieuwe regels voor kiezen om je keeper ook over de middenlijn mee te nemen.

Speaker B:

Op het moment dat het gelijk staat, we hebben op dat moment heel kort gesloten vroeg Eva aan ons is het oké als Laura, ons kiefter, mee naar voren gaat.

Speaker B:

Toen keken we elkaar aan en toen dachten we ja, we gaan het gewoon proberen.

Speaker B:

Als we dan bewusten dat de kickster van Amerika het hele bad over kon gooien, dus op het moment dat wij hem zouden missen en er zou nog te veel tijd over zijn, dan zou zij hem relatief makkelijk in het doel kunnen gooien en dan verlies je je bronsplak.

Speaker B:

Dus we wisten wel dat er echt wel wat vanaf ging.

Speaker B:

En vervolgens ga je systemen die je de weken ervoor een aantal keer oefent met verschillende mensen, met verschillende insert acties, Ga je bespreken?

Speaker B:

En dat heeft Eva als woorden bepaald.

Speaker B:

Op het moment dat we met z'n allen naar voren gaan, gaan we deze situatie doen.

Speaker B:

En dan zorg je dat overal goede schutters liggen.

Speaker B:

En dan is het naar de tijd kijken, goed dreigend zijn en wat woorden uitnemen.

Speaker C:

Ja, want je creëert eigenlijk een soort overtal daarmee.

Speaker C:

Ik kom zelf een beetje uit het hockey, daar heb je dat tegenwoordig ook.

Speaker C:

En dan mag de keeper zelfs gewisseld worden voor een veldspeler.

Speaker C:

Dat is in het waterpolo, zou dat ook mogen of niet?

Speaker B:

Ja.

Speaker C:

En dan probeer je daar ook een overtal mee te kweken.

Speaker B:

Ja, en dat is natuurlijk ook de inschatting die je zelf moet maken bij het waterpolo.

Speaker B:

Dan zie je dat een deel van de keepers niet het hele veld kan overgooien.

Speaker B:

Een deel van de keepers wel.

Speaker B:

Dat weet je van tevoren, dus ook hoe groot het risico is.

Speaker B:

En dat wisten wij nu wel.

Speaker B:

De Amerikaanse keepser is bijna 1,90 meter.

Speaker B:

Enorme spanwijd en enorm veel kracht.

Speaker B:

Dus ja, we wisten dat als we nog twee seconden op de klok hebben en we schieten hem en hij is mis, dan hebben we hem verloren.

Speaker C:

Nu komt Rick even, want die zit al twee minuten te zwaaien.

Speaker C:

Ik kom zo weer terug met een paar andere dingen.

Speaker A:

Ik wil nog even terugkomen namelijk naar de tussenfase tussen die memorabele wedstrijd tegen Spanje en de wedstrijd om de derde prijs tegen Amerika.

Speaker A:

Want die tussenfase, daarin heb ik toch veel berichten voorbij zien komen over hoe goed jullie waren als spelers en begeleiding met het verwerken van die halve finale en dat daar veel met jullie gedaan is.

Speaker A:

Kan je dat misschien vertellen?

Speaker B:

Ja, we speelden gelijk penalty's.

Speaker B:

Nou, dan weet je toch los uit de loterij.

Speaker B:

Je weet ook ergens natuurlijk beïnvloed dat je niet, maar je weet, oh ja, in Fukuoka hebben wij hem gewonnen.

Speaker B:

Het kan natuurlijk prima zijn dat de Spanjaarden hem nu gaan winnen.

Speaker B:

Uiteindelijk verlies je die.

Speaker B:

Nou, dan ben je daar echt kapot van, hoor.

Speaker B:

Dan denk je wel, oh, ik ben niet iemand die heel erg van een olympische droom eerder nu van openlichting LE28 van olympisch doel spreekt.

Speaker B:

Dat je denkt, oh shit, daar gaat ie, weet je.

Speaker B:

Het is nu echt, dat is best wel, ja, best wel taai, omdat kan veranderen.

Speaker B:

Aan de andere kant heb je ook zoiets wat goed was dat we ons hebben teruggevochten en richting het publiek laten zien, maar ook met name trots op onszelf dat we dat niet over ons heen hebben laten lopen.

Speaker B:

Tegen een goede ploeg als Spanje, waarvan we van tevoren wisten, die zijn echte kandidaten voor de Olympische titel.

Speaker B:

En dan kom je in het Olympisch Dorp, daarvoor heb je nog familie en vrienden gezien.

Speaker B:

De emotie komt eruit, de ontlading komt eruit.

Speaker B:

Ga je terug naar het dorp en dan kom je weer met je intieme groepje bij elkaar.

Speaker B:

En dan de ene is verdrietig, de andere deelt frustratie en emotie.

Speaker B:

En dan komt er een punt dat je toch samen die knop moet gaan omzetten.

Speaker B:

En je weet dat die komt.

Speaker B:

Je bent moe, het toernooi is lang.

Speaker B:

Je weet dat je jezelf wil belonen met die bronzen medaille, dat je daarvan gaat genieten als je erop terugkijkt.

Speaker B:

Maar je zit ook nog wel in het moment van, moet dit nou?

Speaker B:

Wil ik dit wel?

Speaker B:

Het grappige was dat wij de eerste halve finale speelden en de finale daarna, de tweede halve finale daarna, was Amerika-Australië.

Speaker B:

Amerika had wel afgelopen drie olympische Spelen goud gewonnen.

Speaker B:

Dus wij dachten oké, Australië uit.

Speaker B:

Poelvaas hadden met penaltys van Australië verloren.

Speaker B:

Nou, dat gaat ons niet meer gebeuren.

Speaker B:

Dat was nog even de spanning.

Speaker B:

Die moesten nog even af.

Speaker B:

We gaan sowieso winnen van Australië, maar we hebben wel goed veel vertrouwen daarin.

Speaker B:

En we waren met het hele team die wedstrijd aan het kijken, wat sowieso heel fijn was.

Speaker B:

En dat bedoelde ik ook met het deel buiten het water.

Speaker B:

Daar waren we heel hecht.

Speaker B:

Dan kan iedereen toch even zijn verhaal kwijt.

Speaker B:

Of een sneer maken.

Speaker B:

Die emotie moet er gewoon uit.

Speaker B:

En wij zien Australië uiteindelijk met penalty's winnen van Amerika.

Speaker B:

Toen kwam er wel een moment dat we elkaar aankijken van oké, deze challenge wordt nog uitdagender.

Speaker B:

En toen zijn we bij elkaar gebleven, uitgesproken van oké, dit is van mij echt niet anders.

Speaker B:

Die bronzen medaille willen we alsnog.

Speaker B:

En als we kijken naar het afgelopen seizoen, dan verdienen we hem ook.

Speaker B:

We hebben de kwaliteiten in huis.

Speaker B:

Het is nu aan ons om die knop om te zetten.

Speaker B:

En ja, ze zien het ook niet meer uit elkaar gegaan.

Speaker B:

die wedstrijd gaan spelen.

Speaker B:

Toen begonnen we weer niet goed.

Speaker A:

Ja, en dat wil ik ook aangeven, Simone.

Speaker A:

Ik dacht dat ik gek werd.

Speaker A:

Zit ik nou weer naar een wedstrijd tegen Spanje te kijken?

Speaker B:

Ik ook.

Speaker A:

Het was iets van 7-3, geloof ik, op een gegeven moment.

Speaker A:

Al heel snel.

Speaker A:

Ik dacht, het zal toch niet waar zijn?

Speaker B:

Nee, en dat is het lastigste.

Speaker B:

Misschien kan je erin verplaatsen.

Speaker B:

Ik lig dan dus in het water.

Speaker B:

Iedereen is super gefocust.

Speaker B:

Iedereen wil het beste eruit halen.

Speaker B:

Iedereen wil winnen.

Speaker B:

Iedereen heeft het niveau om een halve finale te winnen.

Speaker B:

Heeft het niveau om een bronzen medaille binnen te halen op de Spelen.

Speaker B:

Ook onder druk, ook op de Olympische Spelen.

Speaker B:

Alleen je merkt dan, tuurlijk, er zitten individuele fouten bij, maar het is met name gewoon dat op een gegeven moment die synergie binnen tien, dat er is iets, er loopt iets niet goed in het proces in die eerste twee periodes.

Speaker B:

En dat gebeurde dus toen weer.

Speaker B:

We keken elkaar ook echt aan van, wat is dit nou?

Speaker B:

Hoe kan dit nou?

Speaker B:

We zijn er gewoon klaar voor.

Speaker B:

Ja, gelukkig kwam wel weer die knop.

Speaker B:

En dat is wel hetgeen wat een beetje in ons DNA zit, is dat we het dan heel goed kunnen omdraaien en daarvoor gaan en ons terugvechten.

Speaker B:

En dat afdwingen bij de tegenstander, waardoor de tegenstander juist gaat twijfelen en denkt, oh, kunnen wij het eigenlijk nog wel?

Speaker B:

En dat hebben we bij Amerika toch ook wel weer voor elkaar gekregen.

Speaker C:

Je zei net al eerder dat bij het waterpolo het mentaal een grote rol speelt.

Speaker C:

Nou zou je kunnen zeggen dat dat in allerlei topsporten natuurlijk een rol speelt.

Speaker C:

Maar is er iets specifieks in het waterpolo wat dat mentaal zo belangrijk maakt?

Speaker B:

Ik denk dat het spel heeft zoveel componenten dat je nooit in alles de beste bent.

Speaker B:

En je kan mentaal heel veel oplossen.

Speaker B:

Bijvoorbeeld op het moment dat je niet de sterkste bent.

Speaker B:

maar wel het inzicht hebt.

Speaker B:

Als je dat combineert met mentale focus, mentaal sterk zijn, dan kan je dat al heel erg omdraaien, waardoor je die kracht niet nodig hebt.

Speaker B:

Op het moment dat je in een wedstrijd zit waarin het heel dicht bij elkaar ligt, waarin je echt vermoeid bent, dus je hebt een combinatie van je krijgt je armen niet meer over het water, omdat je zo vermoeid bent.

Speaker B:

Aan de andere kant zijn je armen ook aan het trillen vanwege de spanningzenuwen.

Speaker B:

Op het moment dat je dan je kop in rustig kan houden, en een overzicht geeft van wat doet de tegenstander eigenlijk, wie zit er lekker in de wedstrijd bij ons, bij de tegenstander, hoeveel tijd hebben we nog, wie heeft er hoeveel uitsluitingen, en daarmee gaat spelen.

Speaker B:

Ja, dan krijg je controle over de ander.

Speaker B:

En het moment dat een tegenstander dat doorheeft, en ik denk dat we dat dus elke tweede helft van de wedstrijd hebben gedaan, dan worden zij onzeker.

Speaker B:

En dat is precies de positie waar je direct de tegenstander, maar ook gewoon je tegenstander als team in wilt krijgen.

Speaker C:

Dus je noemt een aantal dingen, toch die enorme vermoeidheid die kan ontstaan.

Speaker C:

Het feit dat je veel wedstrijden hebt waarbij het dicht bij elkaar ligt.

Speaker C:

Er wordt relatief veel gescoord in het waterpolo, als je het even met andere sporten vergelijkt.

Speaker C:

En je hebt, en dat noemde je ook, veel uitsluitingen.

Speaker C:

Als wij als leken kijken dan zien we natuurlijk die scheidsrechter constant fluiten.

Speaker C:

Dan moet er weer iemand het bad uit, die moet dan daar gaan liggen in die trambaan noem ik het maar even.

Speaker C:

Vind ik altijd trouwens heel grappig om te zien.

Speaker C:

En heel soms zijn er onderwatercamera's waardoor je een beetje ziet wat er aan de hand is.

Speaker C:

Maar er wordt nooit echt heel goed uitgelegd wat nou een overtreding is en wat niet.

Speaker C:

Maar goed, even los daarvan.

Speaker C:

Deze componenten die maken, en nu ga ik dat heel goed begrijpen wat je uitlegt, dat dat mentale op een gegeven moment inderdaad die doorslag kan gaan geven.

Speaker C:

En is dat ook een van de redenen waarom jij het waterpolo zo leuk vindt of zo uitdagend vindt?

Speaker C:

Met name dit aspect.

Speaker B:

Ja, helemaal dus in die finale.

Speaker B:

Dus dan vind ik dat prachtig.

Speaker B:

Daar geniet ik echt van.

Speaker B:

Ook om dat al te visualiseren en welke situaties er gaan komen.

Speaker B:

Welke situaties ik wil proberen af te dwingen.

Speaker B:

Daar kan ik echt van genieten, ja.

Speaker C:

Ja, geweldig.

Speaker C:

En je had het net, Eder, over de vrij optimale samenstelling van de Nederlandse selectie de afgelopen jaren, waardoor je ook goed kon presteren.

Speaker C:

even proberen te kijken naar:

Speaker C:

Ik neem aan dat jij daar zeker nog bij zal zijn.

Speaker C:

Je hebt een heel makkelijk geboortejaar, dus je bent 28 dan, dus je bent daar zeker bij.

Speaker C:

telling van die ploeg zijn in:

Speaker B:

We zijn nu natuurlijk, net zoals de afgelopen jaren, volop in dat proces bezig, richting LA.

Speaker B:

Dus het afgelopen jaar hebben we al heel erg veel nieuwe meiden en minuten gemaakt.

Speaker B:

En we hebben dus deze januari en februari het EK, volgens de World Cup in de zomer.

Speaker B:

En daarna zullen we met een wat kleinere groep, ik weet niet precies hoeveel er zullen zijn, want dat is niet mijn baan.

Speaker B:

Maar bij wijze van een stuk of 20, 22 meiden zullen we echt gaan focussen op het tweejarige traject richting LA en ook dus de kwalificatiemomenten.

Speaker B:

Dus wie daar precies allemaal bij zijn, dat weet ik nog niet.

Speaker B:

Dat ik erbij ben, die kans is denk ik wel groot.

Speaker C:

Maar je kan wel een beetje zien toch, qua ervaring wat je net zei.

Speaker C:

Veel talent, ervaring.

Speaker C:

Is dat weer een beetje de combinatie denk je in 28?

Speaker B:

Ja, zeker.

Speaker B:

Dus een groot deel wat er in Parijs bij was, zal er in L.A.

Speaker B:

ook weer bij zijn.

Speaker C:

Oké.

Speaker C:

En hoe ziet die kwalificatie er precies uit?

Speaker B:

Het begint vaak een jaar van tevoren.

Speaker B:

Er is altijd een kwalificatiemoment op het EK een half jaar voor de Spelen.

Speaker B:

Waarschijnlijk gaan we die ook weer in Nederland organiseren.

Speaker B:

Ik heb nog eens in Eindhoven, dat was ook super geslaagd.

Speaker B:

Ik weet trouwens niet eens wat we dit allemaal zeggen.

Speaker B:

Dus is dat een nieuwtje.

Speaker C:

Ja, dat is goed zo.

Speaker C:

Hebben we ook een nieuwtje.

Speaker B:

Elk continent heeft een ticket, dus dat is altijd voor ons wel interessant.

Speaker B:

Het voordeel is dat we nu eindelijk gelijk zijn getrokken met de mannen, 12 landen mogen komen.

Speaker B:

Dus dat is fijn dat het nu wel gelijk is.

Speaker B:

Dus daarom zal het voor ons niet heel spannend zijn of we gaan kwalificeren, maar eerder wanneer.

Speaker B:

Ook is er ook best wel een kans dat volgend jaar Rusland gaat aansluiten.

Speaker B:

En de verwachting is dat die sterk terugkomen.

Speaker B:

Ja, dan hebben we weer een WK, daar zijn altijd de finalisten krijgen een ticket, dus twee tickets te krijgen.

Speaker B:

En zo werkt die door.

Speaker B:

Dan is er nog een olympische kwalificatietoernooi.

Speaker B:

En daar worden de laatste tickets verdeeld.

Speaker A:

Ja, Simone, als we daar nog even naar terugkijken naar het verleden.

Speaker A:

lgens mij een verschil tussen:

Speaker A:

En daarmee bedoel ik dat in 21 was jij de algemeen topscorer van het waterpolo in Tokio.

Speaker A:

En in 24 maakte je nog steeds veel doelpunten.

Speaker A:

Maar ik kreeg de indruk, in diverse verslagen zag ik dat, dat er werd zoveel nadruk op jou gelegd.

Speaker A:

door de tegenstanders, door de verdedigers, dat jij een andere rol eigenlijk gedwongen kreeg, waardoor de andere spelers van jullie team daardoor meer vrijheid kregen, meer in beeld kwamen vanwege het feit dat heel veel nadruk op jou gelegd werd door de tegenstander.

Speaker A:

Daar was ik benieuwd naar.

Speaker B:

Ik denk wel dat, nadat ik wel wat terug hoor van de andere landen...

Speaker B:

...op het moment dat zij een voorbereiding doen voor een wedstrijd tegen Nederland...

Speaker B:

...dat ik dan wel hoog op het lijstje sta van laat Harmony vrij.

Speaker B:

Ja, dus dat is ook hetgeen waar ik de afgelopen jaren...

Speaker B:

...veel mee bezig ben geweest om te zorgen dat ik...

Speaker B:

...en nog steeds overigens ook om richting L.A.

Speaker B:

weer stappen te blijven zetten...

Speaker B:

...en gevaarlijk te blijven op te staan in de finales.

Speaker B:

En daarbij bedoel ik dus ook...

Speaker B:

...van uw bouwde knock-out fase op het moment dat het er om gaat.

Speaker B:

En op het moment dat er dus één, twee verdedigers van de tegenstander naar mij toe komen, dat ik dan zo dreigend ben dat ik andere meiden juist heel goed vrij speel.

Speaker A:

Ja, precies.

Speaker B:

En zo vice versa.

Speaker A:

Ja, daardoor word je denk ik zelf nog sterker eigenlijk, omdat je nog meer mogelijkheden creëert voor jezelf en voor anderen om dat waar te maken, denk ik.

Speaker B:

Ja, 100 procent.

Speaker B:

Want dan blijf je niet alleen maar...

Speaker B:

En ik denk, als je kijkt naar Tokio, toen ging het scoren ontzettend lekker.

Speaker B:

Verdedigend had ik soms zeker ook leuke acties, maar voor mondiaal niveau was het niet goed genoeg.

Speaker B:

In ieder geval mijn mening.

Speaker B:

En daar heb ik die jaren na ook echt veel aan gewerkt.

Speaker B:

En ik zal altijd op papier, of als je het aan interviewers vraagt, zal ik altijd een schutter blijven, want dat is mijn wapen.

Speaker B:

Alleen, ja, hoe een completere speelster je bent, hoe gevaarlijker voor de tegenstander en hoe meer ik het team kan helpen.

Speaker B:

Dus daar zou ik altijd mee bezig blijven.

Speaker C:

Nog even een technisch vraagje.

Speaker C:

Jij bent een linkshandige speelster.

Speaker C:

Heeft dat nog een bepaald voordeel in het waterpolo?

Speaker B:

Ik speel aan de rechterkant van het veld en dan kan je de bal gemakkelijker vangen.

Speaker B:

Het kost minder tijd.

Speaker B:

Op het moment dat je de bal van links aangespeeld krijgt en je kan hem direct met links vangen, dan hoef je niet aan te vangen.

Speaker B:

een hele draai te maken, zoals je moet als je rechtshandig bent.

Speaker B:

Dus dat maakt je gewoon veel gevaarlijker.

Speaker B:

Je hebt een veel grotere hoek om uit te schieten.

Speaker C:

Het is natuurlijk ook prettig als je een beetje verdeling hebt in het team met links- en rechtshandigen.

Speaker C:

In het voetbal zijn de goede voetballers altijd tweebenig.

Speaker C:

Ik heb nog niet vaak, als ik naar een waterpolo kijk, gezien dat iemand tweehandig is, om het zomaar even te zeggen.

Speaker C:

Zodat je wel met links als rechts kan werpen.

Speaker C:

Komt dat wel eens voor?

Speaker B:

Het komt wel eens voor, ook in landen als Hongarije zie je het in de jeugdopleiding ook vaker terugkomen.

Speaker B:

Maar op het moment dat je wat ouder wordt, wij trainen ook zeker wel eens met de verkeerde hand.

Speaker B:

Als je ouder wordt, dan zie je toch een voorkeur ontstaan.

Speaker B:

En je merkt ook, op het moment dat je in een individuele actie bent, dan is het heel fijn op het moment dat je tweehandig bent.

Speaker B:

Maar verder is het toch handig als er een keuze wordt gemaakt.

Speaker B:

Omdat, bijvoorbeeld, ik moet ook naar mijn teamsloot kunnen pasen.

Speaker B:

En als beide honderd procent, ja, ik moet wel weten welke het op welk moment is, want anders dan gaan de pasen niet goed.

Speaker C:

gehouden zijn in Los Angeles,:

Speaker C:

En de derde is straks in:

Speaker C:

vraag, was er al waterpolo in:

Speaker C:

was dat onderdeel al onderdeel van de Olympische Spelen.

Speaker C:

Nou, en wat je dan ziet, is dat dat toen alleen open stond voor de mannen.

Speaker C:

Dus het waterpolo zit al heel lang bij de Olympische Spelen.

Speaker C:

Maar pas in:

Speaker C:

En ja, Rick en ik hebben wel vaak onze verbaling daarover uitgesproken.

Speaker C:

Maar dat betekent dat in:

Speaker C:

Dat maakt het misschien nog wel extra bijzonder.

Speaker B:

Ja, ik moet zeggen, en dat is ook wel leuk, het is pas al duizend dagen totdat L.A.

Speaker B:

28 begint.

Speaker B:

steeds meer te leven.

Speaker B:

Dat is wel het mooie van de Olympische Spelen.

Speaker B:

En ik denk dat ze het in Amerika zeker gaan proberen die in Oost-Amerikaans op te blazen.

Speaker B:

En groots, groots, groots.

Speaker B:

Dat is van harte een leuk bestef.

Speaker B:

Daarvoor doe je het als sporter.

Speaker C:

Als jullie daar de finale tegen Amerika spelen, dan gaat dat natuurlijk gigantisch worden.

Speaker B:

Ja, ik hoop ook dat Uiteindelijk, ik wil gewoon dat wij in de finale staan en die gouden plak pakken.

Speaker B:

Uiteindelijk, of het nou tegen Amerika is, dat zal me echt niet zoveel uitmaken.

Speaker B:

Maar in die zin is het wel, op het moment dat je de finale tegen Amerika kan spelen en die een bad uit kan vegen, dat zou wel top zijn.

Speaker A:

Nu is het ook zo dat je in LA, ja, daar zijn de mensen allemaal sportfriek ook.

Speaker A:

Wat zie je voor je?

Speaker A:

Wordt het echt het mooiste van het mooiste?

Speaker A:

Of hangt dat echt helemaal af van worden we kampioen of niet?

Speaker B:

Voor mij is het een beetje tweeledig in de zin van, ik denk dat het altijd belangrijk is dat je ongeacht het resultaat, kijk en wij zijn wel nu op mondiaal niveau, dat als wij daar tiende worden, dan kun je nog steeds een hele mooie Olympische Spelen hebben, maar als topsporter niet.

Speaker B:

Dan hebben we gewoon onszelf teleurgesteld.

Speaker B:

Maar ik hoop wel dat ook in L.A., ondanks het resultaat, dat we sowieso terugkijken op een mooie Olympische Spelen en een mooie ervaring.

Speaker B:

En dat we onszelf belonen met een medaille.

Speaker B:

Want ik denk ook als je kijkt naar de Olympische Spelen van Parijs, hoe we nu verder aan het bouwen zijn, hoe we onze doelen hebben gesteld en ook voor de komende jaren dat we heel goed bezig zijn en dat we ook allemaal er naar uitkijken om ook op de komende EK's en WK's te laten zien wat wij in huis hebben.

Speaker B:

op de Olympische Spelen als die en als kerst op de taart.

Speaker C:

port zit, met name tot en met:

Speaker C:

We hoorden bijvoorbeeld van Nico Rinks dat de afstand daar van de roeibaan 500 meter korter wordt dan nu.

Speaker C:

Zijn er voor het waterpolen nog bepaalde dingen te verwachten, misschien nieuwe spelregels of iets dergelijks?

Speaker B:

Ik hoop het zelf niet, want wij zijn in de sport er wel goed in om bijna elke twee jaar de regels aan te passen.

Speaker C:

Oh, dat lijkt het hockey wel.

Speaker B:

Ja, ik zit nu volgens mij op jaar acht dat ik in het nationaal team zit en actief ben.

Speaker B:

En volgens mij heb ik al zes keer gehad dat de regels zijn veranderd.

Speaker B:

Ik hoop dat het juist even alle jeugdopleidingen daarvan uit kunnen gaan.

Speaker B:

Dat zou ook wel goed zijn voor de sport.

Speaker B:

Misschien wordt het dan ook beter te begrijpen voor mensen die het sporadisch kijken.

Speaker C:

Ja, dus jij hoopt dat het gewoon nu even, het is het, drie jaar geen speelvegelwijze gingen.

Speaker C:

Ja, nee, ik kan me helemaal voorstellen, ja.

Speaker A:

Goed, Simone, we zijn dus op weg naar de laatste duizend dagen, zodat LA kan gaan beginnen.

Speaker A:

dcast derde ronde van LA, van:

Speaker A:

Wij geven dus echt aandacht aan alle 26 sporters die bij het Olympische Spelen langskomen.

Speaker A:

En dan vinden we ook leuk om echt elke sport een kans te geven.

Speaker A:

Als ook jouw verhaal heel goed opgepakt wordt.

Speaker A:

We merken gewoon dat er heel veel sporters en sportliefhebbers aan het luisteren zijn.

Speaker B:

Ja, superleuk.

Speaker B:

Ga ik zeker doen.

Speaker C:

We houden graag contact.

Speaker C:

En ik denk dat Rick wel even een linkje van de podcast, als hij dat niet al gedaan heeft, naar jou zal toesturen.

Speaker C:

Maar zeer bedankt en heel veel succes morgen.

Speaker C:

En we gaan het op de voetbal, jullie kwalificatie.

Speaker B:

Superleuk.

Speaker B:

En jullie weten me te vinden.

Speaker A:

Zeker, zeker.

Speaker A:

Dank je wel, hè Simone.

Speaker A:

Hoi.

Speaker B:

Oké, hoi, hoi.

Links

Chapters

Video

More from YouTube