Artwork for podcast Wie dan wel?
8. Hashtag Activisme - Met Nick Bootsman en Cato Waeterloos
Episode 816th January 2026 • Wie dan wel? • Emma Vogt
00:00:00 00:25:35

Share Episode

Shownotes

In deze aflevering vertelt Nick Bootsman over de sociale mediacampagne #JeKomtErNietIn om aandacht te vragen voor de gebrekkige toegankelijkheid in Nederland. Cato Waeterloos vertelt over haar onderzoek naar de rol van sociale media in activisme en politieke participatie.

Leestips: Handicap, een bevrijding van Anaïs van Ertvelde. Welkom in het Rijk der Zieken van Hannah Bervoets. Volgtip: Feminists Against Ableism op Instagram. Kijktip: Ook al genoemd in de shownotes van aflevering 1, maar bekijk de documentaire Crip Camp op Netflix over disability activism in de Verenigde Staten.

Illustratie door Lakku Platz. Muziek en geluidseffecten via Pixabay.

Transcripts

Emma:

In verschillende sociale bewegingen kwam ik hem tegen: de ladder van engagement.

Emma:

Het is een metafoor die verschillende niveaus van betrokkenheid symboliseert. Het idee is dat mensen onderaan beginnen als passieve volgers van je beweging,

Emma:

die alleen over je horen via de media. Die mensen moedig je aan om een treetje hogerop te komen

Emma:

en zich bijvoorbeeld te abonneren op je eigen nieuwsbrief. Weer een stapje hoger staan dan supporters die petities ondertekenen

Emma:

en berichten delen via social media. Zo komen ze steeds verder omhoog op de ladder.

Emma:

Helemaal bovenaan staan de mensen die bijvoorbeeld zelf een demonstratie organiseren. De kartrekkers.

Emma:

Het beeld van deze ladder moedigt aan om te zoeken naar manieren

Emma:

om zoveel mogelijk mensen verder naar boven te laten klimmen.

Emma:

En het impliceert dat online activisme goed is, maar offline activisme toch nog beter.

Emma:

Dit is Wie dan wel? de podcast over mensen die met hun concrete acties de status quo uitdagen. Vandaag: hashtag activisme.

Emma:

Ik heb zelf meermaals braaf meegeknikt als iemand me uitlegde dat je voor échte impact nu eenmaal de deur uit moet, de straat op. Maar misschien wordt daarmee onderschat

Emma:

wat je ook met online acties kan bereiken. In deze aflevering zoom ik in op online activisme

Emma:

aan de hand van een sociale mediacampagne over toegankelijkheid. Hiervoor ging

Emma:

ik in gesprek met Nick Bootsman, raadscommissielid voor GroenLinks in Dordrecht. Nick zit in een

Emma:

rolstoel en is zich er daardoor sterk van bewust hoeveel letterlijke en figuurlijke drempels er

Emma:

zijn in de Nederlandse samenleving. Ook meedoen aan een demonstratie is vaak niet goed mogelijk.

Nick:

Ja, ik noem maar wat. Als je een demonstratie hebt, dan heel vaak wordt er niet nagedacht over de toegankelijkheid van de route. Dan moet je in één keer van een stoep af zonder afrit en dat soort dingen.

Nick:

Of je staat op het Malieveld en het heeft heel veel geregend. Dat is allemaal gras. Ja, hoe ga je met je rolstoel op dat Malieveld komen dan? Niet!

Nick:

Je ziet dat tegenwoordig wel steeds vaker.. Bijvoorbeeld op de Internationale Vrouwendag vorige keer

Nick:

stond er gewoon bij de informatie over het protest netjes bij, zovan: oké, het is toegankelijk, daar een stukje niet en dan kan je een stukje om zo en zo.

Nick:

Dus je merkt dat het wel binnen de activistische community beter wordt als dat het eerst was, maar het is nog niet 100% natuurlijk.

Emma:

Meedoen aan online activisme brengt minder drempels met zich mee en kan ook leiden tot veranderingen in de politiek.

Emma:

Zo was Nick in 2016 betrokken bij een succesvolle online campagne over toegankelijkheid,

Emma:

naar aanleiding van het VN-verdrag Handicap, dat in Nederland geratificeerd zou worden.

Nick:

Het VN-verdrag Handicap is eigenlijk een verdrag wat in 2006 is opgesteld door de Verenigde Naties.

Nick:

En dat verdrag roept geen extra rechten in het leven. Het is niet dat mensen met een handicap in één keer meer rechten hebben dan mensen zonder handicap.

Nick:

Maar het zorgt ervoor dat mensen met een handicap dezelfde mensenrechten hebben als mensen zonder handicap.

Nick:

Dat VN-verdrag handicap zou geratificeerd worden. Maar de toenmalige regering wilde geen expliciete verplichting voor toegankelijkheid daarin opnemen.

Nick:

Dus toen had Tweede Kamerlid Otwin van Dijk van de PvdA, had een amendement ingediend:

Nick:

We gaan wél een toegankelijkheidsverplichting doen. Maar er was op dat moment nog niet zozeer een meerderheid voor.

Nick:

Dus toen hebben wij die actie Je Komt Er Niet In gelanceerd. Om dus alledaagse voorbeelden te laten zien van waar allemaal om toegankelijkheid was.

Nick:

Omdat een heleboel politieke partijen van de rechtse signatuur zeiden van: Nederland is toch al zo toegankelijk.

Emma:

Je Komt Er Niet In. Dat werd de hashtag waarmee mensen met een handicap in januari 2016 massaal berichten

Emma:

gingen plaatsen op sociale media. Zo lieten ze zien dat Nederland echt nog niet zo toegankelijk was als mensen graag wilden

Emma:

geloven.

Nick:

Dus toen gingen wij op Twitter enzo allerlei korte voorbeelden van: de huisarts.

Nick:

Ook daar kom ik niet in, want mijn huisarts is ontoegankelijk. Dus soms met tekst, of soms ook echt met een concrete foto, bijvoorbeeld een foto van mij

Nick:

die voor de deur van de huisarts staat waar een trapje voor de deur is. Dat helpt vaak om het beeld nog wat meer te versterken.

Emma:

Met de online campagne konden de activisten ook direct de politici bereiken die over het amendement zouden gaan stemmen.

Nick:

Die kamerleden kon je er natuurlijk gewoon in te taggen. Want op dat moment hadden eigenlijk bijna alle Tweede Kamerleden een Twitter-account. Dat was echt een

Nick:

beetje de hoogtijddagen van Twitter, zeg maar. Dus je gaat gewoon taggen. Sommigen gaven of een like of die stuurden een berichtje. Bijvoorbeeld Jesse Klaver stuurde me destijds een DM op Twitter,

Nick:

zo van hé, ik zie het nu continu allemaal voorbij komen. Binnenkort bakkie koffie doen, vraagteken? Weet je wel.

Nick:

En dan zie je dat je echt wel dingen kan bereiken. En ik heb met sommige kamerleden uit die tijd nog steeds gewoon heel goed contact op dit moment.

Nick:

Dus dat zijn dan gewoon vaste contacten gebleven met wie ik nu nog steeds over dit onderwerp regelmatig van gedachten mag wisselen.

Emma:

Dat politici niet om de hashtag en dus om het onderwerp toegankelijkheid heen konden, kwam ook door het grote volume aan berichten.

Nick:

Het is vooral belangrijk dat je tractie creëert. En dat je dus niet in je eentje met een hashtag gaat lopen spammen,

Nick:

maar dat je dus ook al de mensen die je kent waarvan je weet van: hey, die vinden dit ook

Nick:

belangrijk, benadert om mee te gaan doen, zodat je in ieder geval al een groepje hebt wat begint..

Nick:

dat het begint te lopen zeg maar. En met #JeKomtErNietIn was het een relatief grote doelgroep

Nick:

omdat je dan in principe, ja alle één punt zoveel miljoen mensen met een handicap vinden dit wel belangrijk,

Nick:

en die kan je dan dus mee krijgen. Ja je gaat natuurlijk binnen je eigen netwerk en binnen je eigen doelgroep ga je dat verspreiden.

Nick:

Er zijn bijvoorbeeld grote Facebookgroepen waar heel veel rolstoelgebruikers in zitten. Nou, daar ga je dan een bericht in zetten. Zo van: hé, luister, wij gaan met die en die hashtag, doe je mee?

Nick:

En dan zie je dat het vaak wel begint te lopen, omdat dan zeker bij JeKomtErNietIn,

Nick:

kwam er uiteindelijk wel een maatschappelijke verontwaardiging op gang.

Emma:

Nick weet dat berichten over rolstoelgebruikers die de huisartsenpraktijk niet binnenkomen, goed aanslaan.

Emma:

In de campagne werd daar gebruik van gemaakt. Terwijl het eigenlijk voortkomt uit een visie op handicap die Nick juist zou willen bestrijden:

Emma:

Het medische model.

Nick:

Wij kijken volgens het medische model naar handicap. Een medisch model, even heel kort uitgelegd, is van: oké, jij bent handicapt, het is een medisch probleem.

Nick:

Dat moeten de dokters oplossen. En als de dokters dat niet op kunnen lossen, vinden we jou zielig en moet je blij zijn dat er een beetje solidariteit is.

Nick:

En zo kijken 9 van de 10 mensen nog steeds tegen handicap aan.

Emma:

En dus koos Nick ervoor om ook onder de hashtag Je Komt Er Niet In

Emma:

vooral te benadrukken welke medische voorzieningen slecht toegankelijk waren.

Nick:

Toen kregen ook gezonde mensen wel een beetje het idee van: oh, maar dat is niet goed!

Nick:

Want dat is natuurlijk toch ook weer een beetje dat medische model. Dat ze dan meteen denken: ja, maar hallo, mensen die iets medisch mankeren,

Nick:

die moeten toch wel naar de huisarts, de tandarts of de apotheek kunnen. Dus daarmee kan je ook een beetje gebruik maken van het verkeerde sentiment wat er in de samenleving leeft om toch verandering te creëren.

Nick:

Dat zorgde er ook voor dat het amendement van Otwin van Dijk toen is aangenomen in de Tweede Kamer.

Emma:

De hashtag was succesvol. Het amendement werd aangenomen. Maar is Nederland nu dan ook daadwerkelijk toegankelijk?

Emma:

Dat is nu tien jaar geleden.

Nick:

Bijna tien jaar.

Emma:

En heeft het gewerkt?

Nick:

Nee, nee. Nou althans niet echt.. qua de toegankelijkheid..

Nick:

Bijvoorbeeld in Engeland is toegankelijkheid al jarenlang gewoon verplicht. En als je iets nieuws bouwt, maken we het toegankelijk. Hier in Nederland willen ze juist de magere toegankelijkheidseisen die we hebben, wil de minister schrappen.

Nick:

Want dat zouden overbodige regels zijn. Vorig jaar moesten ze dan ook naar de Verenigde Naties voor de eerste landenreview.

Nick:

En dan kijkt de Verenigde Naties hoe dat Nederland het doet. Nou ja, dat rapport was niet mals.

Nick:

Nederland doet het gewoon heel slecht. En heeft echt wel een flinke tik op de vingers gekregen vanuit de Verenigde Naties.

Nick:

Het probleem is dus dat we al die tien jaar rechtse kabinetten hebben gehad. En stellen de rechtse kabinetten hier een prioriteit aan? Nee.

Nick:

En waaraan kan je dat al zien? De uitvoering van het VN-verdrag Handicap ligt bij de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Nick:

Concreet de staatssecretaris van Langdurige Zorg. Wat doet dat bij haar? Ik snap dat niet, want alle mensenrechtenverdragen liggen bij de minister van Binnenlandse Zaken.

Nick:

Waarom dat VN-verdrag Handicap dan bij de staatssecretaris van Langdurige Zorg? Want laten we hem nog concreter trekken.

Nick:

Ik heb een handicap, maar ik maak geen gebruik van langdurige zorg. Dus zo zie je weer, dat medische model zit daar ook nog heel erg in.

Nick:

En ik hoop dat we nu eindelijk vanuit de Tweede Kamer kunnen gaan pushen om het niet meer onder VWS te laten vallen.

Nick:

Aan Groenlinks-PvdA zal het in ieder geval niet liggen, want daar stond het dankzij een amendement van mij in het verkiezingsprogramma.

Nick:

Dat we daar onderzoek naar gingen doen, of dat daar niet weg kon. En dat we volgens het bredere mensenrechtenmodel naar handicap moeten kijken in plaats van het medische model.

Emma:

De hashtag JeKomtErNietIn wordt intussen nog steeds online gebruikt.

Nick:

Ja, #JeKomtErNietIn wordt nog.. dit is echt iets wat is blijven plakken bij de community en wat eigenlijk nog wel regelmatig voorbij komt.

Nick:

Omdat het gewoon een heel sterk voorbeeld is om te laten zien waar het allemaal nog niet goed gaat.

Emma:

En dat is op veel meer plekken dan alleen bij medische voorzieningen.

Nick:

Er zijn wat mij betreft veel belangrijkere dingen dan de tandarts en de apotheek. En dat is gewoon het mee kunnen doen in de samenleving.

Nick:

Het gewoon naar een cafeetje kunnen gaan als je daar zin in hebt. Naar het theater kunnen gaan als je daar zin in hebt.

Nick:

En ergens kunnen werken waar je niet rekening hoeft te houden van: kan ik hier met een rolstoel wel naar binnen?

Nick:

Dat is eigenlijk veel belangrijker dan al die medische dingen.

Emma:

Een slecht toegankelijke samenleving is een probleem van ons allemaal.

Nick:

Ik denk dat het heel belangrijk is om in te zien dat Nederland niet toegankelijk is.

Nick:

Dat Nederland niet vriendelijk is voor mensen met een handicap. En dat mensen met een handicap eigenlijk continu gestigmatiseerd in een hokje geduwd worden.

Nick:

En continu te maken hebben met wantrouwen vanuit de overheid. En ik denk dat het heel goed is om ook te beseffen dat jij, als je hiernaar luistert, ook een handicap kan krijgen.

Nick:

En ook in die ellende terecht kan komen. Ik zeg ook altijd: een handicap is de enige minderheidsgroep waar je zomaar bij kan gaan horen.

Nick:

En ik denk dat het daarom belangrijk is dat we met z'n allen sterk staan en er met z'n allen wat aan gaan doen. Het is denk ik heel goed om gewoon eens over straat te lopen en te bedenken van hé, hoe zou het hier zijn voor iemand in een rolstoel, of iemand die blind is? Van: hoe navigeert die dan door deze ruimte heen?

Nick:

Probeer je er ook gewoon eens druk om te maken. Spreek mensen er eens op aan. Als jij bijvoorbeeld een nieuw gebouw ziet wat ontoegankelijk gebouwd is, vraag gewoon eens van, hé, waarom is dit zo?

Nick:

En als de lift continu kapot is op het station, maak er eens melding van. In plaats van er voorbij te ropen en denken van: oh, hij is kapot.

Nick:

Dat zal al heel veel helpen.

Emma:

Voor een bredere blik op online activisme ging ik ook in gesprek met Cato Waeterloos,

Emma:

professor communicatiewetenschappen en digitalisering aan de Universiteit van Hasselt.

Emma:

Ze promoveerde met een onderzoek over de rol van sociale media in de politieke participatie van burgers. Ik vroeg Cato hoe zij kijkt naar de

Emma:

ladder van engagement die ik aan het begin van deze aflevering beschreef.

Cato:

Dus er zijn studies die kijken inderdaad naar een ladder van engagement. Die gaat er heel sterk van uit dat er een soort van

Cato:

niveaus van engagement zijn waarbij de laagste treden het minste moeite kost, zeg maar, en de

Cato:

hoogste trede het meeste moeite kost in termen van fysieke inspanning, maar misschien ook in termen van tijdsinspanning. En er is ook heel veel heel lang een visie geweest dat aan de onderste trede misschien

Cato:

wel online engagement stond en aan de bovenste trede offline engagement, zoals gaan protesteren,

Cato:

omdat men er heel lang van ook uitging dat online gemakkelijk was en offline moeilijk. Het is een

Cato:

visie waar ik me zelf moeilijker in kan vinden, omdat ik ook niet akkoord ga met het idee dat online engagement zonder kosten is.

Cato:

Ik denk vooral dat de kosten van online, en dan specifiek social media, anders zijn.

Cato:

Minder misschien tijdsintensief, minder intensief in termen van fysieke effort, maar wel andere kosten, mentale kosten met zich kunnen meebrengen, sociale kosten. Bijvoorbeeld mensen die

Cato:

backlash krijgen, omdat ze op sociale media vocaal zijn of net niet vocaal zijn.

Cato:

Dat kan bepaalde sociale implicaties hebben, bij je vriendengroep bijvoorbeeld. En dat kan ook mentale

Cato:

implicaties hebben. Ik vind het ook heel belangrijk om daar niet onmiddellijk een waardeoordeel aan te gaan vasthangen,

Cato:

maar daar vooral alert en attent voor te zijn, ook in wetenschappelijk onderzoek. Wat wel dus ook doorheen de jaren

Cato:

verschillende keren al is onderzocht, is het zo dat mensen die zich dan, als we akkoord gaan met die laddermetafoor,

Cato:

als ze zich op de onderste trede bevinden, gaan ze gemakkelijker naar de volgende trede?

Cato:

En daar is wel wat gemengd onderzoek naar, omdat dat heel sterk afhankelijk is naar, opnieuw, op individueel

Cato:

niveau, daar zijn heel wat individuele verschillen. Maar het hangt ook heel sterk af van naar welk type

Cato:

activisme of welke participatievorm kijk je. Het is mogelijk dat mensen die een bepaalde tijd online vocaal zijn,

Cato:

dat ze op een bepaald moment die overstap zullen maken naar andere participatievormen. Maar dat verloopt niet als een soort eenrichtingsverkeer.

Cato:

Mensen vormen wat we in de wetenschap repertoires noemen, van activisme.

Cato:

Dus mensen hebben een soort dieet van participatievormen,

Cato:

waar ze uit een soort catalogus, zeg maar, alle vormen van activisme die je zou kunnen doen.

Cato:

En mensen kiezen daaruit. Opnieuw afhankelijk van: hebben ze er tijd voor?

Cato:

Hebben ze er mentale ruimte voor? Maar bijvoorbeeld ook, doen hun vrienden het?

Cato:

Sociale factoren spelen een rol. Ja, opnieuw het issue. Hoe belangrijk is het? Hoe urgent is het?

Cato:

Dus daar spelen heel veel zaken een rol. Dus het is niet zo'n simpele.. ik snap dat de metafoor gebruikt wordt,

Cato:

maar het is wel, ja, ik ben een wetenschapper denk ik daar, dus het is genuanceerder.

Emma:

Ja, precies. Daar zijn ze tenslotte voor hè, die wetenschappers. Cato's onderzoek bracht ook nuance aan bij het idee dat online activisme op sociale media zou concurreren met offline vormen van activisme.

Cato:

De vrees leeft, en leefde, heel hard dat als mensen kiezen voor social media, dat hun motivatie om nog andere dingen, "echte participatie" tussen aanhalingstekens te doen, dat dat zou wegvallen.

Cato:

Want als mensen het vanuit hun zetel kunnen, waarom zouden ze het dan op straat gaan doen?

Cato:

Dat is een beetje het narratief. Uit mijn onderzoek blijkt dat dat niet helemaal klopt.

Cato:

Dat sociale mediaparticipatie heel vaak samengaat met offline vormen van participatie,

Cato:

maar dat dat ook gewoon heel individuele keuzes zijn geworden. Dat geldt niet voor iedereen.

Cato:

En er is heel veel diversiteit, bijvoorbeeld onder jongeren, over hoe zij beslissen om te gaan participeren.

Cato:

En bovendien is dat ook heel topicafhankelijk. Hoe iemand participeert voor het klimaat is misschien niet hoe die participeert voor Gaza.

Cato:

En is ook misschien niet hoe die participeert voor bijvoorbeeld buurtwerk.

Cato:

Dus mensen gaan heel individuele afwegingen gaan maken. Dat is ook heel typisch voor jongere generaties.

Cato:

Dus dat is denk ik heel belangrijk, zowel maatschappelijk en in het publieke debat,

Cato:

maar ook vanuit de wetenschap, om daar ook heel genuanceerd naar te proberen kijken

Cato:

en daar geen grote veralgemeningen te maken, zeker als het gaat over jongeren,

Cato:

want ik geloof wel dat het maatschappelijke debat daar belangrijk is, als wij continu spreken over jongeren als

Cato:

niet gemotiveerd, niet geïnteresseerd, en ook hun activisme, dat vaak

Cato:

heel oprecht is, ook al is dat op sociale media, als we dat gaan minimaliseren of weg gaan wuiven, niet gaan oppikken..

Cato:

..kan dat heel demotiverend zijn.

Emma:

Ik vroeg Cato ook naar haar kijk op een ander kenmerk van sociale media: de mogelijkheid om anoniem te zijn.

Cato:

Ik denk een van de belangrijke kenmerken van sociale media, en een kenmerk dat ook vaak geproblematiseerd wordt, ook terecht denk ik, is anonimiteit.

Cato:

Het feit dat je bijvoorbeeld een account kan aanmaken op een platform en dat je niet je echte naam hoeft te gebruiken,

Cato:

dat je ook geen echte foto van jezelf daarop moet plaatsen. Daar zijn heel wat neveneffecten van.

Cato:

Bijvoorbeeld, ik denk aan online pestgedrag, harassment, mensen die worden lastiggevallen, trolling.

Cato:

Dus daar zijn heel wat, ook haatspraak en dergelijke zaken, dat zijn heel belangrijke problemen denk ik in die online omgeving.

Emma:

Ook Nick krijgt hier regelmatig mee te maken als hij zich online uitspreekt.

Nick:

Hoe groter je bereik, hoe meer je buiten je bubbel komt, hoe meer je mensen bereikt die alleen maar negativiteit te verspreiden hebben.

Nick:

En die van alles wat hun tegenkomen in de wereld iemand anders de schuld willen geven.

Nick:

Dus dat zijn eigenlijk dezelfde soort mensen die nu online helemaal los gaan over asielzoekerscentra.

Nick:

Die gaan ook los als het over handicap gaat. Met opmerkingen als: jullie kosten alleen maar geld, jullie kunnen beter dood zijn,

Nick:

Hitler had gelijk, alle gehandicapten dood. Dat soort opmerkingen krijg je dan. Dan denk ik van: oké, als jij dusdanig in je leven zit,

Nick:

dat je zulke dingen tegen iemand met een handicap moet zeggen, hoe zielig ben je dan? Dat is eigenlijk meer. En ik word er ook niet bang van.

Nick:

Ik heb in de coronatijd, werd het best wel heftig en ook wel persoonlijk. En dat toen zelfs de wijkagent aan mij vroeg van, word je er niet een beetje angstig of iets van?

Nick:

Want dit zijn wel gewoon letterlijke bedreigingen op jou gericht. En toen zei ik van: nee, eigenlijk niet. Ik vind het vooral heel zielig dat mensen dit denken.

Nick:

Maar ik ben niet zo heel angstig ingesteld. Maar ik kan me ook voorstellen dat er mensen zijn die denken van, nou ik hou mijn mond wel een beetje.

Nick:

Want als er op alles wat ik zeg over dit onderwerp toch wel minstens één bedreiging binnenkomt, ja, waarom zou ik dat doen?

Emma:

Die bedreigingen komen overigens niet alleen van anonieme accounts.

Nick:

Soms is het anoniem. Soms is het met naam en toenaam. Soms denken ze dat ze anoniem zijn, maar als je dan één seconde even googelt, dan zie je wie het is.

Nick:

Die laatste categorie zijn de meeste. Dat vind ik stiekem altijd heel grappig. Om dan toch even te reageren met: oh, jij heet zo en zo.

Nick:

Want ja, daar hebben ze bijvoorbeeld gewoon een profielfoto van. Dan doe je één keer die profielfoto even googlen. En dan kom je een LinkedIn profiel tegen waar een naam bij staat met dezelfde foto.

Nick:

Dus wat dat betreft zijn die mensen ook niet echt oplettend. Dan denk ik: als je zoiets wil doen en je wil echt anoniem zijn, doe dan wat beter je best!

Emma:

Het is dus te kort door de bocht om te zeggen dat al deze problemen worden opgelost

Emma:

als mensen online niet meer anoniem kunnen zijn. Cato ziet daarnaast ook positieve aspecten aan de optie om anoniem mee te doen.

Cato:

Het kan ook ervoor zorgen dat mensen die bijvoorbeeld in andere contexten misschien zouden worden belaagd, omwille van hun meningen, omwille van bijvoorbeeld hun activisme, of die onder

Cato:

een soort vizier zouden komen, omwille van hun activisme, dat

Cato:

ze misschien wel een soort manier vinden om hun gedrag wel een uiting te geven,

Cato:

of hun intenties liever een uiting te geven. Ik denk bijvoorbeeld aan de mogelijkheid om op Instagram pagina's te gaan creëren rond een bepaalde thematiek.

Cato:

Bijvoorbeeld rond vrouwenrechten, bijvoorbeeld nu rond Gaza.

Cato:

En te focussen op een pagina, een profiel, dat niet rond jou als individu draait,

Cato:

maar waar je focust op het delen van informatie, het delen van beelden, het delen van getuigenissen.

Cato:

En dat vind ik zelf een vrij interessante vorm van... Ik zie het wel als een vorm van activisme of participatie om dat soort pagina's te onderhouden.

Cato:

Daar bestaat nog niet echt een term voor. Ik noem het zelf soms gewoon informatieve of activistische pagina's op Instagram.

Cato:

Op TikTok bestaan ze ook, die echt wel inzetten op dat visuele karakter, maar die niet gebonden zijn aan een individueel persoon.

Cato:

Wat denk ik in de offline sfeer ietsje moeilijker is,

Cato:

want je gaat doorgaans naar een protest als individu. Je bent daar aanwezig, je bent daar fysiek in die ruimte.

Cato:

Dus je kan ook gezien worden. Tegelijkertijd is anonimiteit ook niet iets dat we enkel online zien.

Cato:

We zien heel vaak bij protesten dat mensen hun gezicht bijvoorbeeld willen bedekken.

Cato:

Om bijvoorbeeld niet in het vizier te komen van mensen met een andere mening.

Cato:

Dus die anonimiteit is sowieso iets waar wordt mee gespeeld. Al dan niet in een positieve zin, denk ik.

Cato:

Het kan natuurlijk ook gebruikt worden om geweld te plegen zonder gevolgen. Maar het is zeker een kenmerk van sociale media dat ook net zoals offline zowel positieve als

Cato:

negatieve gevolgen kan hebben, afhankelijk vanuit welk standpunt je het bekijkt natuurlijk.

Emma:

In verschillende landen is voorgesteld om sociale media te verbieden voor jongeren, om hen te beschermen tegen de negatieve gevolgen. Maar Cato waarschuwt dat hun mogelijkheden om mee te doen aan het maatschappelijk debat daardoor zullen worden ingeperkt.

Cato:

Ja, inderdaad, er leeft heel veel in de samenleving op dit moment rond het al dan niet verbieden van sociale media voor jongeren.

Cato:

En ook daar vind ik het wel al belangrijk om te zeggen: als we spreken over verbieden, wat bedoelen we dan?

Cato:

Bedoelen we inderdaad het handhaven van een leeftijdsgrens?

Cato:

Bedoelen we ook een platform of bedoelen we de toestellen waarop het platform wordt gebruikt?

Cato:

Dus daar lopen vaak heel veel informatiestromen en meningen door elkaar.

Cato:

Mijn visie daarop zelf is dat het volgens mij een beetje een

Cato:

doekje voor het bloeden is. Dat het verbieden gaat volgens mij

Cato:

meer nefaste effecten hebben dan positieve effecten. Ten eerste omdat we een beetje de leefwereld van heel veel jongeren

Cato:

daar gewoon mee gaan miskennen. En vooral niet gericht genoeg, denk ik, de problemen zelf gaan aanpakken.

Cato:

Er zijn zeker problemen, er zijn zeker heel veel negatieve effecten

Cato:

van het gebruiken van sociale media-platformen op een bepaalde manier.

Cato:

Maar om dan het kind met het badwater weg te gooien, daar ben ik absoluut geen voorstander van.

Cato:

Er zijn heel veel collega's van mij die daar een heel genuanceerde en ook wetenschappelijk onderbouwde visie rond hebben opgebouwd

Cato:

en die daar ook gelukkig hier in Vlaanderen ons beleid rond kunnen gaan informeren.

Cato:

Dus ik ben daar ook echt wel blij om, om dat te zien, dat daar ook op een genuanceerde manier kan naar worden gekeken.

Cato:

En als we dat dan bekijken in het context van activisme en participatie en expressie,

Cato:

maar ook informatie, want sociale media zijn voor heel veel jonge mensen

Cato:

de plek waar zij hun informatie halen over nieuws, de samenleving,

Cato:

wat er gebeurt rondom hen. Dus het is ook wel belangrijk om na te denken van ja, als we dat gaan limiteren,

Cato:

verbieden, wat krijgen we dan, wat doen we dan, wat verwachten wij dan

Cato:

ook van jongeren opnieuw? Dus dan leggen we opnieuw de verantwoordelijkheid bij jongeren om naar het laatavondjournaal, of naar

Cato:

het zevenuur-journaal, zeg maar, te gaan kijken. Dus ik denk dat het heel belangrijk is om daar ook over na te gaan denken.

Emma:

En als je toch zou willen dat niemand onder de zestien toegang heeft tot Instagram of

Emma:

TikTok, hoe moet dat dan gecontroleerd worden?

Cato:

Een misschien nog iets complexer vraagstuk daarrond is inderdaad die leeftijdsverificatie.

Cato:

Dus het checken van een leeftijd wat gebonden kan zijn aan het verifiëren van uw identiteit.

Cato:

En dat als een voorwaarde koppelen om die platformen te gaan gebruiken. Daar zijn heel veel bezwaren bij te gaan maken.

Cato:

Heel veel privacybezwaren. Wat gebeurt er met die data?

Cato:

Het is niet zo dat de platformen daarvoor zouden mogen instaan, want het is niet zo dat zij erom bekend staan

Cato:

heel zorgvuldig met die data om te springen. Dus ik denk dat daar heel wat huiswerk nog nodig is

Cato:

om dat grondig te doen, om daar ook niet overhaast te werk te gaan, want ik denk dat dat ook een neiging is die we soms zien vanuit politiek

Cato:

als een reactie op morele paniek. Zeker, ik snap bijvoorbeeld bezorgde ouders.

Cato:

Maar ik denk het laatste wat we moeten doen is daar heel over haast te werk gaan. En bepaalde beleidsbeslissingen gaan nemen die misschien meer kwaad doen dan goed.

Emma:

Over de macht van Big Tech valt natuurlijk nog veel meer te zeggen. We kunnen de grote

Emma:

platforms soms gebruiken om de status quo uit te dagen, maar tegelijkertijd

Emma:

verdienen zij het zelf ook om door óns uitgedaagd te worden.....En dat is denk ik

Emma:

stof voor een toekomstige aflevering. Dit was het voor deze week. In de volgende aflevering ga ik in gesprek met een deelnemer aan de Global Sumud Flotilla, de boten die met hulpgoederen richting Gaza voeren.

Emma:

Ik hoop dat je dan ook weer luistert. Dit was Wie dan wel, een onafhankelijke productie van mij, Emma Vogt. En kijk vooral even in de shownotes voor kijk-, lees- en volgtips over toegankelijkheid. Illustraties door Lakku Platz. Tot de volgende!

Links

Chapters

Video

More from YouTube