The celebration of our 25th episode coincides with a significant moment in Dutch sports history, notably the triumph of the Dutch cycling team at the 1964 Tokyo Olympics. In an astonishing display of teamwork, Eef Doolman, Jan Pieterse, Gerben Karstens, and Bart Soet secured the gold medal in the grueling 100-kilometer team time trial, an achievement that remains unparalleled in Dutch cycling. This episode delves into the intricacies of that remarkable race, exploring the dynamics of the team as they overcame both physical and mental challenges. We reflect on the historic context of the Tokyo Games, where the Netherlands finished with a commendable ten medals, with the cycling team’s victory serving as a testament to their preparation and dedication. Join us as we honor these athletes and examine the legacy of their Olympic success, which continues to inspire future generations. In a momentous celebration of their 25th episode, the podcast dedicates its discourse to an exploration of the 1964 Tokyo Olympics, particularly the remarkable achievements of the Dutch cycling team. The speakers recount the exhilarating moment when the quartet of Eef Doolman, Jan Pieterse, Gerben Karstens, and Bart Soet triumphed in the 100-kilometer team time trial, securing a gold medal that would etch their names in the annals of sports history. The episode meticulously details the backdrop against which this event unfolded, including the challenges faced by the athletes and the competitive landscape of the Olympics, which saw participation from approximately 5000 athletes across 93 nations. The narrative unfolds as the speakers delve into the intricacies of the race, discussing the tactical approaches employed by the team and the pivotal decisions made by their coach, Joop Middelink. Through a blend of strategic foresight and an understanding of the athletes' capabilities, the team was able to cultivate a synergy that propelled them to victory. The speakers emphasize the significance of teamwork in a sport often dominated by individual accolades and reflect upon the psychological dynamics that influenced their performance, particularly in the face of formidable competitors. In conclusion, the episode serves as a poignant reminder of the fleeting nature of sporting glory, juxtaposing the triumph of the 1964 team against the backdrop of the modern Olympic landscape. The speakers reflect on how this victory not only galvanized a nation but also contributed to the evolving narrative of cycling as a sport, leaving an indelible mark on both the athletes and the fans. The episode encapsulates a rich historical moment while paying homage to the spirit of competition and the legacy of the athletes who exemplified excellence on that historic day in Tokyo.
Takeaways:
Companies mentioned in this episode:
Ja, en dan zijn we nu alweer bij de jubileum aflevering, want we zijn bij aflevering 25.
Speaker A:Nou ja, en daar hoort natuurlijk ook een mooi moment bij, zeker voor de Nederlanders.
Speaker A: in de tijd, want we komen in: Speaker A:En wat gebeurt daar?
Speaker A:Nou, de grote verrassing van Tokio was De Spelen waren nauwelijks geopend of Nederland was reeds in het bezit van een Olympisch Gouden Prijs.
Speaker A:Want in de tijdrit op de weg joeg het kwartet Eef Doolman, Jan Pieterse, Gerben Karstens en Bart Soet naar de snelste tijd over ruim 109 kilometer.
Speaker A:En juichend nam het viertal, in de nieuwe Olympische truien, bezit van de hoogste treden van het erepodium.
Speaker B:Ja Rick, dat is een geweldig verhaal.
Speaker B:Ik vind ook die discipline fantastisch.
Speaker B:109 kilometer ploegentijdrit.
Speaker B:Je ziet nu af en toe in een van die grote rondes nog wel eens een ploegentijdrit, maar dat is vaak niet meer dan 40, 50 kilometer.
Speaker B:Terwijl met zo'n ploeg is dat natuurlijk geweldig om dat te aanschouwen en daar zal ik zo ook wat over vertellen.
Speaker B:Ja, Tokyo 64.
Speaker B:Ik was toen wel al geboren, maar ik kan me dat niet meer herinneren.
Speaker B:Ik was toen één jaar, dus ja, dan sla je dat allemaal nog niet op.
Speaker B:Ik weet ook niet of wij de ouders toen al een televisie hadden.
Speaker B:Maar in ieder geval ja, Tokyo 64.
Speaker B:Ik denk dat iedereen zich die spelen met name herinnert vanwege Anton Gesink.
Speaker B:Die iconische zwart-wit beelden waarbij hij ineens daar de Japanners allemaal op de mat wegdrukt en goud wint.
Speaker B:Wat mij nog opviel is dat deze spelen werden gehouden in oktober.
Speaker B:Dus niet in de zomer.
Speaker B:Dat zal te maken hebben met het feit dat ook in Tokio de temperaturen in de zomer natuurlijk erg hoog kunnen zijn.
Speaker B: Rond de: Speaker B:En Amerika haalde daar de meeste medailles weg met een aantal van 90.
Speaker B:Nederland had 125 deelnemers.
Speaker B:Het aantal medailles dat Nederland binnenhaalde, dat waren er tien.
Speaker B:Ja, nu zeggen we denk ik als wij tien medailles binnenhalen dat de Spelen mislukt zijn, maar dat was toen zeker niet zo.
Speaker B:En van die tien medailles, we eindigden uiteindelijk vijftien in het landenoverzicht, waren er dus twee gouden.
Speaker B:Dat was inderdaad het wielrennen, de honderd kilometer ploegentijdrit en Anton Geessink, zoals ik net al zei.
Speaker B:Wat ook nog Een bijzonderheid is dat de Spelen in 64 voor het eerst gehouden werden in een Aziatisch land.
Speaker B:Er stonden twee nieuwe sporten op het programma.
Speaker B:Het volleybal voor zowel de mannen als vrouwen en het judo bij de mannen.
Speaker B:Dus Geesink heeft dat meteen benut om daar een gouden plak weg te halen.
Speaker B:Maar wij gaan het even hebben over die ploegen tijdrit.
Speaker B:Rick, je zei net al, er waren vier renners geselecteerd.
Speaker B:Dat waren Gerber Karstens, dat is denk ik de bekendste naam.
Speaker B:Daar zal jij nog wat over vertellen straks.
Speaker B:Bart Soet, Eef Dolman en Jan Pietersen.
Speaker B:De coach was Joop Middelink.
Speaker B:En die had deze vier coureurs geselecteerd en die kwamen alle vier uit Zuid-Holland.
Speaker B:En dat was niet voor niets.
Speaker B:Want tijdens zo'n ploegentijdrit is het natuurlijk van belang dat die jongens elkaar goed kennen.
Speaker B:En in feite waren ze, en dat wilde die coach een beetje nabootsen eigenlijk, in de normale koersen ook steeds concurrenten.
Speaker B:Omdat ze concurrenten waren, en ik herken dat wel van het wielrennen, wilden ze in Japan beslist niet voor elkaar onderdoen.
Speaker B:En het is natuurlijk uiteindelijk een teamprestatie.
Speaker B:Je hebt natuurlijk jongens die, als het goed is, allemaal ongeveer 25 kilometer in totaal van die 100 op kop rijden.
Speaker B:Ja, en dan wil je niet onderdoen voor die andere jongens.
Speaker B:Als die je dan in een soort niveau omhoog stuwen, dan ga je waarschijnlijk ook boven je krachten En dan is het natuurlijk wel de kunst om dat voor te houden.
Speaker B:En een van die vier, Bart Soet, die herinnert zich dat later ook heel goed.
Speaker B:Die zegt, we hebben die laatste 30 kilometer zo verschrikkelijk hard gefietst.
Speaker B:Het werd, en dat bedoelde ik net al even, een prestigegevecht tussen Gerben en mij.
Speaker B:Je kan wel nagaan.
Speaker B:De Belgische ploeg met onder andere Merckx was ons tot op 100 meter genaderd.
Speaker B:Wat een spektakel moet dat geweest zijn.
Speaker B:Als je weet dat Merckx op 100 meter achter je rijdt.
Speaker B:We zijn zo zomaar bij die mannen weggereden.
Speaker B:Dus de Belgen zaten achter de Nederlanders en ze zijn toen vervolgens weer weggereden.
Speaker B:En dat is ook in het wielrennen natuurlijk een fenomeen.
Speaker B:Dat als je naar iemand toe rijdt en zeker met zo'n ploeg en je denkt van nou we zijn er bijna.
Speaker B:Dan zit je op 100 meter.
Speaker B:En dat deed iedereen.
Speaker B:Nou, nu gaan ze ze pakken.
Speaker B:Maar als je dan weer wegrijdt, dan krijgt die ploeg achter jou natuurlijk een enorme mentale klap.
Speaker B:De Fransen, zegt hij, die twee minuten voor ons waren gestart, haalden we driftig in.
Speaker B:Zo van, joe, opzij jullie.
Speaker B:Dat vond ik ook wel mooi.
Speaker B:Toen het Viertal, het Nederlandse Viertal, over de finish kwam, dachten ze echter nog niet dat ze gewonnen hadden.
Speaker B:Want toen alle ploegen hun 100 kilometer gereden hadden, moesten de vier oranje rijders onder de douche vandaan gehaald worden voor de huldiging.
Speaker B:Dus kennelijk hadden ze zelf toch niet helemaal gedacht dat ze als eerste over de streep waren gekomen.
Speaker B:De eindtijd bedroeg uiteindelijk 2.26 en 31 seconden, dus 2 uur 26 minuten en 31 seconden.
Speaker B:En de Nederlandse succes werd uiteindelijk natuurlijk zeer terecht uitbundig gevierd in aanwezigheid in Tokio Rink van prinses Beatrix.
Speaker A:Ja en dan moet ik ook nog even wat vertellen droven want tot verbijstering van de Italiaanse trainer Elio Rimedio Stal Nederland het goud in de ploegentijd rit namelijk op die weg.
Speaker A:De Nederlanders hebben wij geheel onderschat, zei hij.
Speaker A:We hadden gedacht gemakkelijk te kunnen winnen, stamelde de geestelijke vader van de wereldkampioenen.
Speaker A:En dat kwam, want Eef Dolman, Gerbe Karstens, Jan Pietersen en Bart Soet klopten de Italianen met ruim 24 seconden.
Speaker A:En dat na de twaalfde plaats op het WK in Alpenwiel, ontpopte nieuwkome Karsten zich tot een imposante versterking.
Speaker A:Dus net voor deze Olympische Spelen was Nederland dus twaalfde geworden.
Speaker A:En de Italianen waren wereldkampioen geworden.
Speaker A:Ja, men had totaal niet gerekend op het Nederlandse viertal.
Speaker A:En dat kwam dus doordat de nieuwkome Karssen zich tot de imposante versterking wist uit te werken.
Speaker A:In typisch Nederlands weer trouwens, de regen gutste omlaag op het Hartsjo circuit, stippelde coach Joop Medelink daarnaast een meer uitgebalanceerde tactiek uit.
Speaker A:Voor alles diende zijn kwartet zich niet weer in het eerste deel leeg te rijden.
Speaker A:In de eerste ronde lag Nederland vierde achter de Fransen, Italianen en Zweden.
Speaker A:En in de tweede ronde vielen de Fransen terug naar de vierde plaats.
Speaker A:De Oranjetrein liep Frankrijk nog ver voor de meet in.
Speaker A:Daarna brak het wachten op de Italianen aan.
Speaker A:9 minuten na Nederland gestart en op de Zweden 14 minuten later aan de 109 kilometer begonnen.
Speaker A:Bij de tegenstrevers komen de 2 uur 26 minuten en 31 seconden niet meer overtreffen.
Speaker B:Ja, en die langzame start die jij beschrijft, of langzaam, iets langzamer.
Speaker B:Dat was natuurlijk de reden dat die Belgen op een gegeven moment op honderd meter van hun zaten.
Speaker B:En toen zijn ze gas gaan geven.
Speaker B:Dat zal echt wel iemand even hebben aangegeven.
Speaker B:En nu gaan met die banaan.
Speaker B:Want je moet je denk ik niet laten inhalen.
Speaker B:Dan kan je daarna zo hard rijden als je wil.
Speaker B:Maar dan heb je denk ik toch een mentaal probleem.
Speaker B:Aardig is ook nog dat ook nog wel eens even is uitgezocht.
Speaker B:Hoe is het met die jongens die amateur waren, na de Spelen gegaan.
Speaker B:Nou, en dan blijkt wel die Eef Dolman, die was bij de amateurs al ontzettend goed.
Speaker B:Die heeft daar ongeveer 100 overwinningen behaald.
Speaker B:Maar bij de profs werd die kampioen van Nederland op de weg en won die niet de minste klassieker, namelijk de Ronde van Vlaarderen.
Speaker B:Dat is uiteindelijk wel een kanje geworden.
Speaker B:Wat ook nog wel opvallend is, is dat hij daarvoor ook nog de Nederlandse titel op de weg een keer had gewonnen.
Speaker B:Maar die is hij kwijtgeraakt wegens dopinggebruik.
Speaker B:Dus dat was toen ook al aan de orde.
Speaker B:En dat weten we natuurlijk.
Speaker B:Dat blijft toch een rode draad in dat wielrennen.
Speaker B:Maar goed, die Eef Dolman was dus een kanjer.
Speaker B:Nou, Carstens, dat zei je net al.
Speaker B:Die was overigens bekend onder de bijnaam de notariszoon uit Leiden.
Speaker B:Dat vind ik dan ook wel weer een prachtige bijnaam.
Speaker B:En een van die wielerjournalisten die omschrijft hem als een renner met esprit, karakter, grappen en grollen, snelheid, kortom, inderdaad een persoonlijkheid.
Speaker B:En dat kan ik me ook nog herinneren uit een aantal interviews die hij heeft gegeven.
Speaker A:Ja, en dan is het natuurlijk ook ontzettend grappig dat de vier winnaars, die waren al naar het dorp teruggekeerd.
Speaker A:Met de gedachte van nou ja, we hebben het goed gedaan, maar helemaal niet gerekend op een plaats bij de eerste drie.
Speaker A:Dus wat gebeurde er?
Speaker A:Ze kwamen terug en ze kregen te horen goud.
Speaker A:Dat had ik eerlijk gezegd nog nooit voor mogelijk gehouden.
Speaker A:Hooguit hadden we op brons gerekend.
Speaker A:En ja, de stralende middeling die zegt dan ook, ik krijg weer kippenvel als ik me het resultaat realiseer.
Speaker B:Ja, nou ja, ik kan me dat heel goed voorstellen.
Speaker B:Ik zei net al, ik vind het echt doodzonde dat deze discipline niet meer bestaat op de Spelen.
Speaker B:Want die Spelen, die hebben toch ook iets in zich dat, natuurlijk is het ook individueel, maar het is ook mooi als je met je land, met je vier teamgenoten zo'n prestatie kan neerzetten.
Speaker B:En die discipline is er dus helaas niet meer.
Speaker B:Uiteindelijk heeft hij Carstens zes etappes in de Tour de France gewonnen.
Speaker B:Het was niet voor niks dat hij en Dolman daar de kar hebben getrokken, denk ik.
Speaker A: ik nog extra inzetten dat in: Speaker B:Ja, ook een kanjer.
Speaker A:De Belg die in die Tour goed was voor het record aantal van acht etappes.
Speaker A: s Pelletier en Eddy Merckx in: Speaker A:En daar wist dus Gerben Karstens twee keer van te winnen in dat jaar.
Speaker A:Dus ja, hoe bijzonder was dat?
Speaker B:Ja, heel bijzonder.
Speaker B:En het is ook mooi dat jij nog even die twee etappenplaatsen of die finishplaatsen noemt.
Speaker B:Bordeaux en de Champs-Élysées.
Speaker B:Ja, dat is nu nog steeds zo.
Speaker B:Ze komen nog steeds heel vaak in Bordeaux.
Speaker B:Dus dat zijn uitmuntende prestaties geweest.
Speaker B:Overigens, dat weet jij waarschijnlijk ook wel, bleek die Carstens ook een uitstekende schaatser te zijn.
Speaker B:Hij is nooit echt meer in het profschaatsen of zo gegaan, maar dat zie je wel vaker bij wielrenners.
Speaker B:Nou, dan heb je nog die twee andere jongens die meededen, en zeker die Bart Soet.
Speaker B:Ja, die heeft nooit echt kunnen doorbreken bij de profs.
Speaker B:Hij heeft wel allerlei amateurwedstrijden gewonnen, met name in de criteriums, dus daar was hij heel goed in.
Speaker B:Maar hij kwam tragisch aan zijn einde.
Speaker B:Op 49-jarige leeftijd overleed hij aan de gevolgen van een hartaanval, althans, dat was dan de officiële lezing.
Speaker B:Maar volgens zijn biograaf is Soet in werkelijkheid gestorven aan een combinatie van alcohol, verdriet, eenzaamheid en een erfelijke hartkwaal.
Speaker B:Dus ja, dat is dan toch wel weer een heel triest verhaal van iemand die een gouden medaille heeft gehaald op de Olympische Spelen.
Speaker B:Dan de vierde Jan Pieterse.
Speaker B: ft de Ronde van Oostenrijk in: Speaker B:Dus dat was een jaar voor Tokio.
Speaker B:Die werd in Tokyo bij de Olympische Individuele Wegwedstrijd 42e.
Speaker B:En als prof heeft hij eigenlijk gefaald.
Speaker B:Er zijn geen interessante uitslagen van hem bekend.
Speaker B:En door een hoop ongelukken is hij voor langere tijd aan het ziekbed gekluisterd geweest.
Speaker B:En heeft hij nooit meer enige prestatie in de profwielrennen kunnen volbrengen na deze gouden medaille.
Speaker A:Ja, en dan kan je natuurlijk wel zien dat vier wielrenners die gaan een ploegentijdrit van 109 kilometer rijden.
Speaker A:Alleen al die rit is natuurlijk bijzonder dat je dat met z'n vieren doet.
Speaker A:Ze kwamen alle vier uit Zuid-Holland.
Speaker A:Maar als je dan het vervolg daarvan hoort, dan denk je van ja, de een heeft het geluk en de ander heeft zoveel pech.
Speaker A:Hoe bijzonder is dat?
Speaker B:Ja, je zou eigenlijk verwachten dat alle vier de jongens gewoon doorstoten.
Speaker B:Maar uit dit verhaal blijkt dat dat maar voor twee uiteindelijk was weggelegd.
Speaker B:Ja, en die tragiek zie je wel vaker met ploegen, zou ik maar zeggen, die presteren op Olympische Spelen.
Speaker B:Maar desondanks hebben deze vier jongens dit gepresteerd.
Speaker B:En voor zover ik weet, Rick, is dit ook de enige keer dat een Nederlandse ploeg dit heeft neergezet.
Speaker B:Het is natuurlijk zo dat die discipline op een gegeven moment uit de Olympische Spelen is gehaald.
Speaker B:Ik weet niet hoe lang die heeft gedraaid, maar ja, ik denk heel terecht dat wij onze 25e jubileum uitzending, ja, dat wij een ode uitbrengen aan deze vier toppers die voor dat Nederlandse goud naast het goud van Gesink in Tokio hebben gezorgd.
Speaker A:Laten we ze nog één keer noemen dan.
Speaker A:Eef Doolman, Gerben Karstens, Bart Zoet en Jan Pietersen.
Speaker B:Heel goed, Rick.
Speaker B:Dankjewel.