The focal point of this discourse revolves around the illustrious figure of Emil Zatopek, a remarkable Czech long-distance runner renowned for his extraordinary achievements in the 1948 and 1952 Olympic Games. We delve into the nuances of Zatopek's athletic prowess, recounting his remarkable tenacity as he overcame substantial deficits during races, particularly emphasizing his near-defeat in the 5000 meters at the 1948 London Olympics, where he finished just two-tenths of a second behind the victor. Moreover, we explore his astounding performance in Helsinki, where he triumphed in both the 10,000 meters and the 5,000 meters, subsequently undertaking the marathon for the first time, securing victory with a significant lead. This episode also reflects on the broader implications of his legacy, including the psychological toll of fame on athletes, as articulated by his wife, Dana, who poignantly remarked on their struggle with public attention following their astounding successes. As we navigate these themes, we aim to provide a comprehensive understanding of Zatopek's indelible impact on the world of athletics and the personal challenges faced by elite athletes.
The commencement of the 19th episode heralds a focused discussion on the illustrious figure of Emile Zatopek, an iconic athlete whose prowess in long-distance running has left an indelible mark on the realm of sports. Emile Zatopek, a Czech runner renowned for his extraordinary achievements in the 5,000 meters, 10,000 meters, and the marathon, is celebrated as a paragon of resilience and determination. The dialogue unfolds with a reflective exploration of his remarkable career, starting with the 1948 London Olympics, where he secured a commendable second place in the 5,000 meters despite trailing by a significant margin during the race. What distinguishes this performance is not merely the result but the narrative of overcoming adversity, as Zatopek closed an impressive 40-meter gap to finish just tenths of a second behind the leader, Gaston Rijf. This episode serves to illuminate the essence of competitive spirit and the relentless pursuit of excellence that characterized Zatopek's illustrious career, setting the stage for further examination of his subsequent Olympic triumphs.
As the discourse progresses, we delve into the pivotal moment of the 1952 Helsinki Olympics, where Zatopek's legacy was cemented through an unparalleled display of athletic dominance. His exceptional performance in the 10,000 meters, where he triumphed with a remarkable 16-second lead over his closest rival, exemplifies the extraordinary capabilities of a true champion. The conversation further elaborates on the nuanced aspects of his running style, which, while deemed unconventional, became an integral part of his identity as an athlete. The discussion not only highlights Zatopek's technical prowess but also examines the psychological dimensions of his journey, illustrating the profound impact of mental fortitude in achieving sporting greatness. This exploration of Zatopek's journey serves as a poignant reminder of the enduring legacy of athletes who push the boundaries of human potential.
The episode culminates in a comprehensive analysis of Zatopek's audacious decision to compete in the marathon for the first time at the Helsinki Olympics, an undertaking that reflects both courage and ambition. Despite lacking formal experience in marathon running, Zatopek's training regimen had prepared him for this monumental challenge, which he approached with characteristic tenacity. The narrative of his marathon debut is laced with both humor and humility as he navigated the intricacies of race strategy, culminating in a resounding victory that further solidified his status as a legend in the annals of athletics. The episode concludes with reflections on the broader implications of Zatopek's journey, emphasizing the importance of perseverance, integrity, and the indomitable spirit of competition that continues to inspire generations of athletes.
Takeaways:
Emile Zatopek.
Speaker B:Ja, Emile Zatopek.
Speaker B:Ik denk dat alle sportliefhebbers die naam kennen.
Speaker B:Een Tsjech, een held op de 5 en de 10 kilometer en ik dacht ook op de marathon.
Speaker B: Dus dat is een goed begin van: Speaker B:We zijn even eruit geweest met kerst en oud en nieuw.
Speaker B:Het is vandaag zondag 8 januari en voor de luisteraars, we gaan weer elke maandag nu een midden.
Speaker B:Het is eigenlijk van zondag op maandagnacht dat jij het laat posten.
Speaker B:Komt er weer een aflevering.
Speaker B: aten we eens even beginnen in: Speaker B:Dan zitten we in Londen.
Speaker B: econden verschil en dat op de: Speaker B:En wat er zo bijzonder aan is, is dat hij tijdens de race 40 meter achter liep.
Speaker B:Dat is echt heel veel.
Speaker B:Als je dat op televisie bekijkt, dan aan de lange zijde, om het zo maar even te noemen, dat zal iets meer dan 100 meter zijn.
Speaker B:Dus hij lag echt bijna de helft, iets minder dan de helft achter.
Speaker B:Maar het werd een inhoudrace en dat verklaart ook die twee tiende seconden.
Speaker B:Want hij kwam van die 40 meter, daar heeft hij de 39 afgehaald.
Speaker B:Wie uiteindelijk won, dat was een Belg, Gaston Rijf.
Speaker B:Maar Zatopek heeft toen wel zijn naam neergezet, denk ik.
Speaker A:Ja, en het verhaal gaat verder uiteraard.
Speaker A: t gebeurde dan in Helsinki in: Speaker A:En ja, hoe bijzonder is dat dan weer?
Speaker A:Want dat zijn de hardlopers van de lange afstanden.
Speaker A:Ja, puur zang.
Speaker B:Dat zijn de stayers.
Speaker B:Als je dat met schaatsen vergelijkt, de vijfde, tien kilometer.
Speaker B:Ja, dat zijn natuurlijk geen sprinters, maar dat is weer een ander type sporter.
Speaker B: name die Finns waren daar in: Speaker A:Precies op dat moment is Sato Pek op zijn hoogtepunt.
Speaker A:Hij is een Tsjech en hij gaat dus in Finland de medailles weghalen.
Speaker A:Het begint eigenlijk op de eerste zondag van de Spelen.
Speaker A:Want daar demonstreerde hij in grootste vorm te zijn door de 10 kilometer met bijna 16 seconden voorsprong op zijn naaste rival, een Franse Algerijn, Mimoune, te beëindigen.
Speaker A:16 seconden.
Speaker A:Dat is echt serieus afstanden.
Speaker B:Dat was ook niet verladen om naar te kijken qua spanning.
Speaker A:Hij bleef weliswaar een aantal seconden, 15 seconden, om precies te zijn boven zijn eigen wereldrecord.
Speaker A:Maar ja, als je dan toch 16 seconden voorsprong houdt op nummer 2, ja, dan ben je in topvorm.
Speaker B:Ja, en die nummer 2 die werd in Melbourne in 56 de marathon.
Speaker B:In ook nog een Olympische recordtijd.
Speaker B:Dus dat is geen slechte loper.
Speaker A:Dan hebben we het over slechte lopers.
Speaker A:Als we even kijken naar Satopac, hoe die liep.
Speaker A:Want daar was wel wat nodig over te bespreken.
Speaker A:Want Satopac liep, zoals altijd, in een bijna aanstootgevende stijl.
Speaker A:Zuchtend en stampend.
Speaker A:In een concours voor erkende lelijke bekkentrekkers zou hij zonder twijfel de erepalmen hebben weggedragen.
Speaker A:Maar, zegt hij, hardlopen met een vriendelijk gezicht kan ik nu eenmaal niet.
Speaker A:Dat was zijn commentaar.
Speaker B:Ja, nou kijk, dit is natuurlijk een podcast.
Speaker B:Wij hebben hier die foto's voor ons liggen.
Speaker B:De luisteraars moeten maar eens even een fotootje opzoeken.
Speaker B:Dat kan tegenwoordig allemaal heel makkelijk.
Speaker B:En dan zie je echt zijn gezicht staat.
Speaker B:Ja, zodanig dat je denkt over drie seconden valt hij dood neer.
Speaker B:En ik moet zeggen dat er staat hier ook met schokkende schouders en een vertrokken gezicht.
Speaker B:Dat doet me heel erg denken, dat is even heel wat anders, aan Bauke Mollema.
Speaker B:Die heeft dat ook op de fiets.
Speaker B:Dat zegt hij zelf overigens ook, dat hij niet de mooiste fietser is.
Speaker B:Maar daarvan denk je ook vaak van nou, nu zit hij er doorheen, maar dan toch heeft hij nog een jump.
Speaker B:En dat is een beetje dezelfde trekken heeft hij als Satopac wat dat betreft.
Speaker A:Ja, hij komt ook altijd terug.
Speaker A:Maar dan zijn we inmiddels naar de tweede afstand en dat is de vijf kilometer, want die kwam daarna aan de beurt.
Speaker B:Het was eerst tien en dan vijf.
Speaker B:Is dat logisch?
Speaker B:Je zou denken, in het schaatsen is het altijd eerst de 5 dan de 10.
Speaker B:Ik weet niet wat daar de gedachte achter is, maar ik denk dat je in zijn algemeenheid kan zeggen dat de 10.000 zoveel kracht extra nog kost.
Speaker B:dan de vijf kilometer, dat het misschien beter is om eerst die vijf kilometer te doen.
Speaker B:En ik weet niet beter dan dat in het schaatsen zo gaat.
Speaker B:Maar in de atletiek op de Olympische Spelen was het dus eerst de tien en dan de vijf nog.
Speaker A:Ja en die vijf kilometer die daarna dus aan de beurt kwam, werd een schitterend gevecht trouwens tussen Zatopek, de Duitse Schade, de Fransman Mimou en de Belg Rijf.
Speaker B:Die had ik ook net in het vizier in Londen.
Speaker A:Maar die gaf in de kritieke fase op.
Speaker A:Deze Belg.
Speaker A:Die hield op met lopen.
Speaker A:En er waren nog twee Britten.
Speaker A:Dat waren Pirie en Chateauil.
Speaker A:Nou ja, goed.
Speaker A:Saterbeck kon zich ondanks zijn gesleur aan de kop niet losmaken.
Speaker A:Het zag er toen donker voor hem uit, omdat hij volgens ingewijden niet over een eindsprint capaciteit zou beschikken.
Speaker A:Hij was de locomotief namelijk.
Speaker A:Zo werd hij vaak genoemd.
Speaker B:Hij heeft best heel staal, Rick.
Speaker B:De locomotief is natuurlijk een geweldige bijnaam voor een atleet op de vijfentien kilometer.
Speaker B:Overigens ook de titel van deze aflevering.
Speaker B:En niet voor niks.
Speaker A:Nee, zeker niet.
Speaker A:En op driehonderd meter voor de finish van die vijf kilometer sprak Chathaway zijn laatste krachten aan voor een ontsnappingspoging.
Speaker A:Hij kwam niet ver genoeg, werd ingelopen.
Speaker A:Er smakte toen van pure uitputting.
Speaker A:Ook al tegen de Sintels.
Speaker A:Het was nummer twee.
Speaker A:Het gaat snel.
Speaker A:En dat was het moment voor Zaterdijk om zich met de gebruikelijke vervrongen gelaat op tempo te trekken en met woeste passen naar de Finnislint te stampen.
Speaker A:En er waren nog maar twee mensen achter hem.
Speaker A:En dat waren weer die Memun en Schade, de Duitser.
Speaker A:En die joegen machteloos achter hem aan.
Speaker A:Ook in de eindsprint kon de Czech dus heel behoorlijk uit de voeten.
Speaker A:Satopek noteerde voor de 5 kilometer een tijd van 14 minuten en 6 seconden en 6 honderdste.
Speaker B:Ja, en dan kom ik natuurlijk even weer met mijn cijfertjes.
Speaker B:Dat kan ik niet laten.
Speaker B: Dit was in: Speaker B: enk je globaal dat er van die: Speaker A:Volgens mij zitten we in de 12 zoveel.
Speaker B:Ja, daar zit je dichtbij.
Speaker B:1249, dat is in Ethiopië.
Speaker B:Aregawi.
Speaker B:Ja, dat is wel dik.
Speaker B:Eens even kijken.
Speaker A:1 minuut 15.
Speaker B:1 minuut 15.
Speaker B:Dat is niet zo heel veel.
Speaker B: ij zit ergens in Barcelona in: Speaker B:Nou, dan zitten we bijna 70 jaar verder.
Speaker B:En dan gaat er een minuut en vijftien seconden af.
Speaker B:Dus die Zatopac heeft al heel hard gelopen, Rick in 52.
Speaker A:Ja, en ik zie hier ook de beelden.
Speaker A:Ja, helaas bij een podcast kun je dat niet zien.
Speaker A:Nee, maar als ik de beelden zie van Helsinki, waar ze aan het lopen zijn, dat is een hele andere ondergrond.
Speaker B:Ja, ik zal niet zeggen dat het op een strand lijkt, maar het heeft er veel van weg.
Speaker A:Ja, precies.
Speaker A:Ik denk dat de Sinterbaan nu toch wel wat strakker is.
Speaker B:Ja, dat denk ik ook.
Speaker A:Ja, dan en dan komt er nog iets bijzonders.
Speaker A:Want hij wint dus eerst die 10 kilometer, dan de 5 kilometer en dan besluit hij gewoon op de laatste atletiekdag Voor het eerst van zijn leven ook de marathon te lopen.
Speaker A:In Helsinki.
Speaker B:42 kilometer en nog wat.
Speaker A:Dat doet hij nog even.
Speaker A:Op de laatste atletiekdag dus.
Speaker A:Voor het eerst van zijn leven een officiële marathon.
Speaker A:En dat was niet zo gedurfd als het scheen, want bij zijn training verslond Zaterdijk dagelijks zeer veel kilometers.
Speaker A:Maar hij kon natuurlijk niet bogen op inzicht en ervaring op die enorme afstand.
Speaker A:Tijdens de marathon van Helsinki gaf de Czech op humoristische wijze blijk van zijn gebrek aan routine.
Speaker A:Toen hij met de Zweet Jansson en de Britt Peters aan kop liep, vroeg hij zijn rivalen, is dit het goede tempo?
Speaker A:Gaan we er snel genoeg op?
Speaker A:Na het keerpunt trok Zaterdijk er onweerstaanbaar tussenuit en zegevierde met tweeënhalve minuut voorsprong.
Speaker A:Ja, ze hebben hem niet meer teruggezien.
Speaker B:Nee, daar komt het op neer.
Speaker A:Misschien nog wel leuk om even te vertellen.
Speaker A:Ver achter dat geweld legde Janus van der Zanden uit Halsteren, onze Nederlander, verstandig zijn krachten verdelend, in de tijd van 2 uur 33 minuten en 50 seconden, beslag op een eervolle vijftiende plaats.
Speaker B:Vijftiende plaats, ja.
Speaker B:Maar we hebben nog een mooi detail, want er was ook nog een vrouw.
Speaker B:Zatopek.
Speaker B:Hoe zit dat, Rick?
Speaker A:Het is zijn vrouw.
Speaker A:Zatopek.
Speaker A:Ja, Dana is de naam.
Speaker A:Dana Zatopek.
Speaker A: Ook gouden winnaar in: Speaker B:Ja, een hele andere discipline.
Speaker B:Ik heb hier een geweldige foto van haar.
Speaker B:En dat is een uniek feit geweest in de sportsgeschiedenis.
Speaker B:En ja, dat heeft ze toch wel wat problemen opgeleverd, dat echtpaar Zatopek.
Speaker B:Dana heeft goud gewonnen met een worp van 50,47 meter.
Speaker B:Heel Tsjecholookije, zo heette dat toen nog, stond natuurlijk op z'n kop.
Speaker B: gens een hele periode daarna,: Speaker B:En dan zegt ze, na Helsinki voelden wij ons opgejaagde hazen.
Speaker B:Je kon nergens meer rustig naartoe gaan.
Speaker B:Wij hebben altijd het idee dat dat pas van deze eeuw zo'n beetje is, maar dat is dus helemaal niet zo.
Speaker B:Ook in die 50, 60e jaren deed dat fenomeen zich al voor.
Speaker B:Ze legt dan uit, voortdurend waren we omringd door dromme mensen en ze hadden alleen nog maar contact met een paar speciale vrienden, dat ging dan nog.
Speaker B:Met hen hadden we dan, zegt ze, bepaalde klopsignalen afgesproken, anders deden we de deur niet open.
Speaker B:Ja, dat is ook bijna niet meer voor te stellen op dit moment.
Speaker B:Ja, je doet dat natuurlijk via je telefoon, met een WhatsAppje of wat dan ook.
Speaker B:Maar wat wel een beetje de trieste kant is, is dat ze ook zegt dat haar man, dus Emiel, waar jij het zo uitgebreid over hebt gehad, daardoor ook na zijn grootste prestaties niet echt in staat was om van zijn succes te genieten.
Speaker B:Hij kon het geluk niet pakken, zoals zij zegt.
Speaker B:Ja, en dat is toch wel een andere kant van de medaille, om maar even dat gezegde te gebruiken, waar we nu natuurlijk ook vaak verhalen over lezen.
Speaker B:En dat is toch wel een kant die niet veel mensen kennen en een kant die tot, laten we zeggen, 10, 20 jaar geleden ook niet zoveel belicht werd.
Speaker A:Nee, het wordt nu veel meer belicht inderdaad.
Speaker A:Zeker zijn steeds meer topsporters die aangeven van ja, er zijn toch wel dingetjes die niet lekker lopen bij me.
Speaker A:Maar 70 jaar geleden was het dus ook al in die trend aanwezig.
Speaker A:Alleen toen werd het helemaal niet naar buiten gebracht.
Speaker B:En misschien is het aardig Rick om nog even te kijken naar de Nederlanders in Helsinki in 52.
Speaker B:Ja, dat waren er maar liefst 122, lees ik hier.
Speaker B:Maar ze zijn zonder overwinningen thuisgekomen.
Speaker B:Dat is inderdaad wel heel bitter.
Speaker B:Ik weet niet wie de chef de mission was, maar die zal denk ik niet in 56 ook de baas zijn geweest.
Speaker B:En het was met name een echte koude douche voor die Nederlanders.
Speaker B:Na de triomf in Londen hebben we er natuurlijk eerder over gehad.
Speaker B:Maar er zijn dan verschillende redenen daarvoor.
Speaker B:In de eerste plaats was de sportieve vorming in het buitenland.
Speaker B:Toen men na de oorlog eenmaal weer een beetje op gang was gekomen, met sprongen vooruit gegaan.
Speaker B:Maar in Nederland waar men geen geld over had voor sport, nou dat is heden ten dagen natuurlijk ook nog een discussie, en dat de lichamelijke opvoeding met name bij het lagere onderwijs alleen maar beschouwde als een nutteloze sta in de weg voor het leerprogramma.
Speaker B:Dus daar werd toen echt voorrang aangegeven.
Speaker B:En je ziet dat dat dus direct dan toch gevolgen kan hebben.
Speaker B:En ja, het artikeltje wat we hier hebben eindigt dan met de opmerking.
Speaker B:Ja, dan blijf je dus stilstaan.
Speaker B:En te laat is men tot die ontdekking gekomen.
Speaker B:En dat heeft zich dus in Helsinki heel slecht uitbetaald.
Speaker B:En dit doet mij overigens denken aan, er is een hele leuke podcast van Alex Pastoor, de voetbal trainer en coach.
Speaker B:Echt een aanrader, die podcast.
Speaker B:En die heeft twee afleveringen gemaakt met Erik Schreuder.
Speaker B:Dat is die bekende neurolog.
Speaker B:Het is toch wel heel goed om hem eens te laten uitleggen en dat kan hij echt als geen ander, want hij maakt iets zo ingewikkelds heel simpel.
Speaker B:Wat lichamelijke opvoeding, maar ook wat straatvoetbal en gewoon buitenspelen in de cognitieve ontwikkeling van kinderen, hoe belangrijk dat wel niet is.
Speaker B:En hij draagt ook elke keer en ook nu weer tijdens die formatie van kabinetten in Nederlandse op om daar gewoon geld voor uit te trekken.
Speaker B:En om veel meer ook tijdens de lessen aan beweging te doen.
Speaker B:Maar vooral zorgen dat kinderen op straat kunnen winnen, ze kunnen verliezen, ze kunnen ruzie krijgen.
Speaker B:Ja, alles wat je later in je leven natuurlijk ook tegenkomt, dat gebeurt ook op straat.
Speaker B:En met name die lichamelijke opvoeding, om het zomaar te noemen.
Speaker B:Wij noemen dat natuurlijk gymnastiek.
Speaker B:Ja, hij zegt dat is cruciaal voor de ontwikkeling van je hersenen.
Speaker B:En met name is dat het meest effectieve tot je dertigste jaar, want daarna gaat het alweer een beetje achteruit.
Speaker B:Dat vertelt hij dan ook.
Speaker B:Maar goed, daar kan je ook na je dertigste nog steeds een heleboel aan doen.
Speaker B:Ik vind het wel frappant om te lezen dat zo in die jaren, over de vijftige jaren, ook die keuzes zijn gemaakt dat dat zich meteen negatief eigenlijk uitbetaalt in de sport.
Speaker B:Nou, ik denk, Rick, dat we met de locomotief een mooie aflevering hebben gemaakt.
Speaker B:En we gaan op naar de twintigste aflevering.
Speaker A:Dank je wel.