Een terugblik op de dames sprint tijdens de Olympische Spelen van o.a. Los Angeles 1984 met o.a. Els Vader. En uiteraard komt ook Daphne Schippers alvast even voorbij in de 21ste eeuw.
The focus of our discourse revolves around the compelling topic of female sprinting, specifically within the context of the 100 and 200 meters events. We delve into the historical contributions of Dutch athletes in this domain, acknowledging the comparatively limited representation of the Netherlands at major international competitions, particularly the Olympic Games. A significant figure in this discussion is Els Vader, an athlete who, despite not securing a medal, showcased remarkable talent and determination by qualifying for the Olympics in both the 100 and 200 meters during the 1980s. We explore her legacy, as well as the broader implications of national identity and historical performance on the contemporary landscape of women's sprinting. Furthermore, we aim to analyze the statistical data surrounding these events, thereby providing a comprehensive understanding of the evolution and current state of female sprinting on the global stage.
The discourse surrounding the realm of women's sprinting, particularly the 100 and 200 meters, unveils a fascinating narrative of athletic prowess and national representation, with a pronounced focus on the Dutch contributions to the Olympic stage. Throughout the discussion, we delve into the historical context, highlighting the relatively sparse representation of Dutch athletes in sprinting events compared to their counterparts from Anglo-Saxon nations, notably the United States, Jamaica, and Canada. The speakers reflect on the legacy of athletes such as Els Vader, who, despite never winning an Olympic medal, played an integral role in elevating the profile of Dutch sprinting during the 1980s. The dialogue further scrutinizes the competitive landscape of sprinting, where the dominance of certain countries raises questions about the underlying factors that foster such excellence, including tradition, training, and the psychological impact of national pride on emerging athletes.
Expounding upon the achievements and challenges faced by Dutch sprinters, the conversation transitions to a comparative analysis of historical performance metrics. We examine the times clocked by Vader and juxtapose them against renowned sprinters such as Florence Griffith, whose world record remains a benchmark in the sport. The speakers emphasize the importance of personal bests and the environmental conditions that influence race outcomes, affirming that while Vader's achievements were significant, they were overshadowed by the extraordinary performances of her contemporaries. This reflective narrative not only honors the contributions of past athletes but also serves as a catalyst for understanding the evolving nature of sprinting and the potential for future generations.
In a broader sense, the discussion encapsulates the essence of competitive athletics, where victories are often measured in medals, yet the journey of each athlete, particularly those like Els Vader who have navigated the fierce competitive waters of sprinting, deserves recognition. As we traverse through statistics and anecdotes, we are reminded that the spirit of competition transcends the mere acquisition of accolades; it is about the relentless pursuit of excellence and the stories that shape the legacy of a sport. This episode thus serves as a poignant tribute to the unsung heroes of athletics, illuminating the path for those who aspire to sprint towards greatness.
Takeaways:
Companies mentioned in this episode:
Dit is aflevering 9, Rick. En we gaan het vandaag hebben over de sprintende vrouwen. De 100 en de 200 meter. En met name dan ook over de Nederlandse inbreng daarin.
Want zoals je weet zijn de sprintdums bij de dames daar zijn we niet heel rijk vertegenwoordigd. Als je naar alle Olympische Spelen kijkt.
Speaker B:Nee, maar er zijn er toch wel een paar geweest.
Speaker A: we hebben er al een paar uit:Dat was El's vader.
Speaker B: om je dan te kwalificeren in: Speaker A:Ja, dat klopt. En dat zal ik zo ook nog onderbouwen met wat cijfers. Dat toen ook wel weer wereldrecords zijn gelopen. Precies ook weer in die tachtige jaren.
En El's vader, dat is bij mij althans een bekende naam.
Maar het heeft ook iets anoniems, want ze heeft uiteindelijk nooit een plak gewonnen op de Spelen en zat ze eigenlijk elke keer tegen die toppen aan, maar heeft ze nooit echt bij 1, 2 en 3 kunnen meedoen op de echt hele grote mondiale toernooien.
Daarna heb ik er ook niet veel meer in de publiciteit gezien, vandaar dat het enerzijds voor mij een hele bekende naam is, maar er zit ook iets anoniems in. En toen ik er nog wat over aan het opzoeken was, toen zag ik dat ze helaas ook al eens overleden.
deel van die atletiekploeg in:En in de 100 meter, en dat zie je daarna ook in de uitslagen, had je ongelooflijk veel potentie bij de Amerikaanse dames, ook de dames uit Jamaica en Canada. En als je naar de resultaten kijkt van de 100 en 200 meter, dat waren dus 12 loopsters uiteindelijk.
Die komen allemaal uit de landen die ik dus net noemde. Dus met name Amerika is heel goed vertegenwoordigd, Jamaica, Canada en Groot-Brittannië.
En dan rijst toch een beetje de vraag, hoe komt het nou dat met name dan die, ik zeg maar even de Engelstalige landen, dus de Anglo-Saxons landen, en dan reken ik Amerika daar voor het gemak dan ook maar even bij, dat is natuurlijk ook Engelstalig, dat het met name in die hoek zit, dat dat zo goed gelopen wordt. En dat hebben we al eerder in deze podcast gezien. dat dat toch vaak ook dan zo blijft in alle jaren. En ja, Rick, heb jij daar een idee bij?
Kijk, dat Amerika natuurlijk al goed vertegenwoordigd is, dat begrijpen we wel, want daar zit natuurlijk heel veel potentieel. Je hebt ontzettend veel loopsers. Om je daar te kwalificeren moet je al echt bij de wereldtop horen.
Nou, Jamaica is traditioneel natuurlijk ook altijd heel snel.
Ik heb weleens gelezen dat dat misschien toch een beetje met het DNA te maken heeft, terwijl Jamaica natuurlijk niet heel veel inwoners heeft en op zich een heel klein eiland is. Ja, en dan Canada en Engeland er ook nog bij. Dat is toch wel apart, dat zo in die hoek worden die medailles altijd verdeeld.
Speaker B:Ja, ik denk toch dat het ook te maken heeft met het feit van als je eenmaal als land ergens goed in bent, dat je dan automatisch een soort doorrol krijgt, effect, in de toekomst van mensen die denken van ja, wacht even, mijn landgenoten die kan dat heel goed. Ik ga me daar op concentreren.
En ja, dat je dus je sport die goed aangezien wordt door een landgenote, dat je denkt van nou, dan ga ik dat ook eens proberen.
Speaker A:Daar heb je zeker een punt, want ik denk ook dat de ervaring en de kennis en kunde dan natuurlijk makkelijker wordt overgedragen. Door goede looptjes in dit geval in het verleden en dat wordt dan inderdaad een soort traditie in zo'n land.
Dan krijgt het meer aanzien, precies wat jij zegt, meer aantrekkingskracht. En met al die ervaring, ja, blijft dat dan vaak dan bij die landen ook?
Speaker B:Ja, plus dat je ook niet moet vergeten dan dat er vaak ook natuurlijk trainers zullen komen.
Speaker A:Ja, en die gaan natuurlijk langer mee.
Speaker B:Die gaan langer mee, die gaan zich nog meer professioneel wegzetten. Dus ja, ik kan me voorstellen dat er automatisch dan al wat sneller weer ook weer nieuwe toppers naar voren komen.
Speaker A: te knapper is het dat wij in:Als we eens even kijken naar de tijden destijds van Els Vader, ze heeft zich helaas voor de 100 en 200 meter niet kunnen kwalificeren om tot die finale door te dringen.
Speaker B:Nee, maar daarbij wel gezegd dat de 200 meter, daar heeft ze wel de halve finale bereikt.
Speaker A:Ja, precies. Daar kwam ze dus wel doorheen.
Speaker B:En als je dan leest tegen wie ze gelopen heeft, bijvoorbeeld Valerie Briscoe-Hooks. In die tijd was dat echt een topper. En ja, de meest bekende is natuurlijk Florence Griffith. Florence Griffith.
Dat je daar überhaupt al tegen mag lopen. En dan is het gewoon... Ja, dan loopt zij dus gewoon even tegen Florence Griffith.
Speaker A:Ja, dat moet fantastisch zijn geweest. En ik hoop ook dat een hoop andere sporters destijds, net zoals Nico Rinkels vertelde, daar op de tribune haar hebben zitten aanmoedigen.
Maar goed, als je even kijkt naar de cijfers weer, waar ik heel erg van ben, dan zie je dat zij een tijd loopt van 11,56. Dat was niet haar persoonlijke record. Dat vind ik dan ook altijd goed om eens even te kijken van haalt iemand Nou ja, de absolute max eruit.
Waarbij je ook met atletiek natuurlijk nooit helemaal weet wat de omstandigheden waren. Of het heel warm was, of er iets te veel tegenwind was. En dat hun personal best natuurlijk al onder ideale omstandigheden tot stand is gekomen.
Maar ze zat er ook niet ver vanaf.
Want ze heeft in:Als je dan kijkt wie uiteindelijk die 100 meter heeft gewonnen, dat was Evelyn Ashford. Die won die 100 meter in 10.97. Dus ja, dat is natuurlijk wel echt een tikkeltje sneller dan Els destijds kon lopen.
Speaker B:Ja, Evelyn Ashford is natuurlijk ook een van die namen natuurlijk die je 40 jaar later nog gewoon steeds kan noemen. Want iedereen weet dan die naam.
Speaker A: own ook van Amerika. Die liep:Dus dat is allemaal heel dicht bij elkaar. Maar wat je zegt, die Ashford die zat er echt ver vandaan van nummer twee en drie.
Ik heb ook even gekeken of zij haar persoonlijke record heeft gelopen bij die finale, maar ook dat was niet het geval. Want haar persoonlijke best lag ongeveer twee tiende lager, dus op 10.79.
Nou, en dan is het natuurlijk leuk om even te vergelijken bij onze topper Daphne Schippers. Wat is haar personal best en hoe had zij het gedaan in die finale in 84? Nou, dat kan ik je zeggen, die had ze gewonnen.
en dat heeft ze in: n Florence Griffith en dat is:Dus er staat al heel lang dat wereldrecord. En dat vind ik toch echt wel mooi van die atletiek dat zich dat allemaal niet zo snel ontwikkelt.
Speaker B:Nee, maar je noemt wel weer Florence Griffith en die moeten we even boven de rest uit.
Speaker A:Nee, dat moeten we zeker doen. En uiteindelijk is Daphne Schippers dus 10.81 op zichten van 10.49. Het is natuurlijk fantastisch dicht in de buurt gekomen.
Maar iedereen had wel gedacht dat Griffith de 200 meter zou winnen. Maar dat feest ging even niet door. Maar voordat we dat vertellen, ga ik eerst even naar Els vader, wat jij net al zei.
en die liep daar een tijd in:Dus daar zit ongeveer een halve seconde tussen. Ik denk dat ze zelf toch wel in de buurt had willen zijn van die 22-81.
Daarmee had ze overigens in de finale met dat personal best niet bij de eerste zes gezeten. Dus dat was wel een ontzettend goed veld in die periode. Als je dat weer vergelijkt met de personal best van Daphne Schippers...
dus blijkt, is dat Daphne in: dens de Olympische Spelen van: maar gelopen in:Wat natuurlijk op die afstand ook best veel is.
Speaker B:Maar dan toch even nog terugkomend op Els vader. Vergis je niet, hij was tussen 79 en 89, tien jaar lang, was hij vijftien keer Nederlands kampioene, outdoor en indoor samen geteld.
En ze stond met die 22-81 jarenlang ook in de nationale top drie. Ook vele jaren nadat ze gestopt was.
Speaker A:Jij noemde net een periode van ongeveer 10 jaar. 10 jaar. Ze hebben 10 jaar lang als top gestaan.
Speaker B:Probeer dat maar eens als topsprinter.
Speaker A: erder kijkt naar de finale in: eter, ook een Amerikaanse, in: Speaker B:Nee, maar de jaren tachtig, daar zijn wel dingen over te vertellen nog.
Speaker A:Ja, en wat bedoel je met deze cliffhanger, Rick?
Speaker B:Nou ja, in de jaren tachtig is toch wel sprake van dat er wellicht her en der een muntje gebruikt is.
Speaker A:Ja, maar ook aan de Amerikaanse kant, denk je?
Speaker B:Ja, toch wel. Het wordt toch wel gesuggereerd dat het bijna niet anders kan dan de top acht die aan het lopen waren.
Dat bijna allemaal wel een keertje misschien een klein muntje naar binnen gewerkt hebben.
Speaker A:Maar goed, de wereldrecord staat nog steeds.
Speaker B:Ja, zeker, zeker.
Speaker A:Onder leiding van Sebastian Cohen.
Speaker B:Die gaat daar denk ik ook wel over.
Speaker A:Die hebben we ook wel een keer in de uitzending gehad.
Speaker B:Trouwens, over Els Faden nog gesproken. Weet jij waar ze om geroemd werd? Dat ze zo ontzettend soepel, technisch zuiver en dan ook nog eens met een explosieve start.
Speaker A:Vertrok.
Speaker B:Dus het was ook een hele mooie loopster.
Speaker A:Ja, nou dat is nou jammer. Dat is het enige nadeel van een podcast, dat je dat niet kan laten zien. Maar er zijn ongetwijfeld nog wel mooie filmpjes van.
Speaker B:Dat vind ik dan wel weer mooi dat je dat van Els vader dan naar voren kan brengen. Ja, dat dat ook iemand is die het ook met allerlei souplesse gewoon wist te bewerkstelligen.
Speaker A:Ja, klopt. Zeker bij die Olympische sporten wordt alles natuurlijk uitgedrukt in medailles, de prestaties.
En als je buiten medailles blijft, dan word je bijna niet meer genoemd. Maar dat is niet terecht.
Want jij zei dat ook al een paar keer, dat het deelnemersveld is zo sterk, dan is het toch heel goed dat je je weet te kwalificeren. Ook alle reden om het eens even over Els Varen te hebben gehad.