De succesvolle Olympische Podcast serie is nu alweer toe aan de vijfde aflevering. Vanaf aflevering 7 zullen ook de (voormalige en toekomstige) olympische sporters zelf deelnemen aan onze afleveringen.
This podcast episode elucidates the intriguing parallels between the Netherlands and the Los Angeles area, especially in light of the preparations for the 2028 Olympic Games. We delve into the economic and demographic similarities, noting that both regions boast comparable gross national products and populations, each hovering around 18 to 19 million inhabitants. Furthermore, we examine the substantial urban challenges faced by both territories, such as housing shortages and climate-related issues, which serve to underscore their shared dilemmas. Additionally, we reflect on historical performances of Dutch hockey teams in the Olympics, particularly the nuances of past successes and failures, drawing connections to the aspirations for the upcoming Olympic events. Through this discourse, we aim to foster a deeper understanding of the interconnectedness of global sporting cultures and their implications for future competitions.
The podcast episode provides a detailed exploration of the preparatory measures being undertaken by the Dutch Olympic Committee as it gears up for the 2028 Olympic Games in Los Angeles. Central to the discussion is the engagement of various Dutch enterprises in the establishment of a Holland Village, which seeks to promote Dutch culture and commerce during the Games. The speakers draw intriguing comparisons between the Netherlands and the Los Angeles region, noting their shared geographical features and urban challenges. Both regions are situated along the western coast, possess similar economic outputs, and face significant urban issues such as housing shortages and climate change management. This comparative analysis serves not only to highlight the collaborative potential between the two regions but also to underscore the importance of strategic partnerships as the Olympics approach.
In a reflective segment, the conversation shifts to the historical context of Dutch hockey within the Olympic framework, specifically focusing on the 1984 Games held in Los Angeles. The speakers recount the experiences of the Dutch men’s hockey team, which boasted a roster of esteemed players yet ultimately fell short of expectations. Through a critical examination of their performance, the discussion reveals the complexities of competitive sports and the high stakes involved in Olympic competitions. The narrative serves as a reminder of the unpredictability of sports, particularly in high-pressure environments, and highlights the lessons learned that can inform the aspirations of future Dutch teams as they prepare for the upcoming Olympic events.
Concluding the episode, the speakers reflect on the advancements in broadcasting technology that have transformed the viewing experience of Olympic events. They contrast the limited media representation of the 1984 Games with today’s capabilities, which allow audiences to engage with multiple events concurrently. This evolution illustrates a significant shift towards inclusivity in sports broadcasting, enhancing the accessibility of Olympic events for a diverse audience. The discussion wraps up with a forward-looking perspective on the potential for sustainable practices to be integrated into the planning of the 2028 Olympics, emphasizing the necessity of creating a legacy that not only celebrates athletic excellence but also prioritizes environmental stewardship.
Takeaways:
Companies mentioned in this episode:
Ja, dit is aflevering vijf die we aan het maken zijn.
Speaker A:We maken de uitzending uiteraard weer in Rotterdam, want dat doen we altijd.
Speaker A:En het is leuk om met het volgende te beginnen, sinds we met deze podcast bezig zijn.
Speaker A:krijgen wij gelukkig van luisteraars wat berichten en wat stukken doorgestuurd, wat documenten, om eens te kijken van is dat interessant voor jullie om te noemen.
Speaker A: s natuurlijk alweer bezig met: Speaker A:Dus er zijn allerlei Nederlandse bedrijven die ook weer opgetrommeld worden om te kijken of zij op enige wijze willen participeren in dat Holland-dorp, zou ik maar zeggen, wat bij die Spelen natuurlijk altijd wordt opgetuigd.
Speaker A:En in een van die presentaties, daar zat een slide in en dat vond ik wel leuk om even te melden, waar wordt opgezomd en dat vond ik ook wel weer handig gevonden allemaal.
Speaker A:Wat de overeenkomsten zijn tussen Nederland, gewoon Nederland als land en als gebied, en het gebied Los Angeles.
Speaker A:Als je dat ziet, niet alleen de stad, maar gewoon het hele gebied, de county, ik zou maar even zeggen, een soort provincieachtig zouden wij dat dan denk ik noemen.
Speaker A:En daar komen er wel een paar verrassende dingen uit.
Speaker A:Dus dat vond ik wel leuk om een paar daarvan eens even op te noemen.
Speaker A:Allereerst wordt dan opgemerkt dat beide gebieden, dus Nederland en Los Angeles, liggen of hebben een zeeverbinding naar het westen, dus de westkust.
Speaker A:Dus het liggen dus allebei aan de westkust.
Speaker A:Als je kijkt naar het bruto nationaal product van beide gebieden, dan is dat heel vergelijkbaar.
Speaker A:Dus je hebt een soort zelfde omvang qua economie.
Speaker A:Toeval of niet, het aantal inwoners is ook redelijk gelijk.
Speaker A:Dat ligt zo rond de 18, 19 miljoen.
Speaker A:En het laatste wat ik nog even bij kan vermelden, is dat zowel in Nederland als in Los Angeles zijn er natuurlijk enorme stedelijke uitdagingen.
Speaker A:woningtekorten, hoe gaan we om met het klimaat, hoe combineren we klimaat met stedenbouw.
Speaker A:Nou, dat zijn zo'n beetje dezelfde uitdagingen als ze waar in, ja, die ze ook hebben in Los Angeles.
Speaker A:En zo probeert het NOC natuurlijk te laten zien van nou, we zijn eigenlijk best wel gelijk.
Speaker A:Dat vond ik wel aardig gevonden.
Speaker A:Het was in ieder geval iets wat nooit in mij was opgekomen, want ik zie dan de Groote Amerika voor me.
Speaker A:Maar als je dit zo even eruit haalt, ja, dan is dat toch wel opvallende gelijkenis met Nederland.
Speaker B:Ja, dat belooft dus wat.
Speaker A:Ja, dat zou je zeggen.
Speaker A:En ik weet nog dat ik ben ook een keer aan die westkust in Amerika geweest.
Speaker A:En toen wilden wij ook eens kijken waar er nou eigenlijk gehockeyd wordt in Amerika.
Speaker A:Want zeker die vrouwenploeg, die is nu weer een beetje weggezakt.
Speaker A:Mannen hoor je heel weinig van.
Speaker A:Maar op enig moment zijn die toch wel echt opgekomen, ook als een goed hockeyland.
Speaker A:Ze zijn nu weer een beetje weggezakt.
Speaker A:Maar wat ons toen opviel, is dat met name in Los Angeles, dat gebied in San Diego, daar trainde toen de nationale ploeg.
Speaker A:op een van die universiteitsterreinen.
Speaker A:En ik weet nog dat we daar even zijn gaan kijken.
Speaker A:Dat is wel grappig.
Speaker A:Een hele grote Amerika waar je natuurlijk veel te veel ruimte hebt, ligt dan ineens zo'n waterveld waarop gehockeyd wordt.
Speaker A: k twee hockeyploegen gehad in: Speaker A:We hebben eerder uitgelegd dat in 32 hadden ze er ook bij kunnen zijn, maar waren ze er niet bij.
Speaker A:Nou, de vrouwen mochten nog niet, als ik me goed herinner.
Speaker A:De mannen wel, maar die waren er niet.
Speaker A: Maar in: Speaker A:En ik heb nog eens even naar die selectie van destijds gekeken.
Speaker A:Ja, Rick, dat is wel een selectie, want ik ken al die namen goed.
Speaker A:Ik heb tegen een hoop, bijna al die jongens heb ik gehockeyd zelf.
Speaker A:Dat is wel een selectie waar je minst genomen bronzen, zilveren en misschien wel een gouden medaille van mag verwachten.
Speaker A:Het was wel zo dat India en Pakistan toen veel beter waren dan op dit moment.
Speaker A:Alhoewel India wel weer aan de weg aan het timmeren is.
Speaker A:En ook Duitsland, natuurlijk de eeuwige rivaal, die is er ook altijd bij.
Speaker A:Maar er zitten echt bekende namen bij.
Speaker A:Broertjes van Asbeck, nou dat is een hele bekende hockeyfamilie ook.
Speaker A:Dan heb je jongens van Bloemendaal, Kees Jan Diepenveen en Theodor Doyer.
Speaker A:Dan had je Van Haase-Kazetmaart, Van Grimberg, Van Kampong, Arne den Hartog, Tom van der Tek.
Speaker A:Ja, en natuurlijk de gebroeders Kruijzen, Hans en Thies Kruijzen.
Speaker A:En Roel Steens, die was er ook nog bij.
Speaker A:Dus ja, een fantastische ploeg.
Speaker A:Maar die hebben het heel moeilijk gehad.
Speaker A:Ik heb nog even een interviewtje gekeken van Thies Kruijzen.
Speaker A:voor het toernooi.
Speaker A:Jack van Gelder die gaat dan naar dat hockeyveld toe, die loopt al die Nederlandse ploegen langs en die komt ook bij de hockeyploeg van Nederland.
Speaker A:Een hele jonge Jack van Gelder, maar wel een goed interviewer natuurlijk.
Speaker A:Snikken Snik heet en dan zie je dat Nederland speelt dan een oefenwedstrijd tegen India.
Speaker A:En dan heb je van die camerabeelden van gelijke hoogte, zou ik maar zeggen.
Speaker A:Ja, dan zie je natuurlijk helemaal niks, maar je ziet wel dat het heel erg warm is.
Speaker A:En dan stapt hij kruisen naar een helft van het veld, want dan houden ze ermee op.
Speaker A:Want dat was een paar dagen voordat ze begonnen.
Speaker A:Ja, en die zegt dan nou, ik ben eigenlijk wel hoopvol gestemd.
Speaker A:Ik heb er wel vertrouwen in.
Speaker A:Ik denk dat het echt wel goed gaat.
Speaker A:En die zegt dan nota bene nog.
Speaker A:Ja, we hebben nog geluk, want wij zitten in de makkelijke pool.
Speaker A:Dus ja, het moet wel heel raar lopen als we daar niet door gaan komen.
Speaker A:Nou, dan gaan ze beginnen tegen Canada en tegen Nieuw-Zeeland.
Speaker A:Die twee wedstrijden winnen ze.
Speaker A:Nou, dat is compleet volgens verwachting.
Speaker A:Maar dan moeten ze tegen Pakistan.
Speaker A:En dat is ook een goede tegenstander.
Speaker A:En daar spelen ze uiteindelijk gelijk tegen.
Speaker A:Wat op zich helemaal niet zo gek is.
Speaker A:Maar dan heb je volgens nog Engeland in de pool.
Speaker A:En die wedstrijd verliezen ze met 4-3.
Speaker A:En dat werd een probleem, omdat Pakistan en Engeland speelden ook weer gelijk tegen elkaar.
Speaker A:En daardoor had Nederland nog wel een kans om door te komen op doelsaldo in de laatste wedstrijd.
Speaker A:En dan zouden ze tegen Kenia moeten spelen.
Speaker A:Nou zien we Kenia heel weinig op het wereldhockey toernooi.
Speaker A:Ik denk dat die ploeg voornamelijk bestond uit, nou misschien wel Britse hockeyers die een Kenia's paspoort hadden, zo iets dergelijks.
Speaker A:En ze moesten die wedstrijd met 5-0 winnen om door te kunnen gaan naar de halve finales om voor de plekken 1 tot en met 4 uiteindelijk te kunnen gaan spelen.
Speaker A:Maar ze bleven hangen op 3-0.
Speaker A:Dus, Zij kwamen niet in de halve finales waar ze uit hadden moeten komen om het zo maar te zeggen.
Speaker A:Toen moesten ze eerst een wedstrijd spelen van de vijfde tot de achtste plaats.
Speaker A:Toen speelden ze 0-0 tegen Spanje en toen zijn ze met strafballen doorgekomen.
Speaker A:Maar toen moesten ze om de vijfde en de zesde plaats weer tegen India spelen en die hebben ze verloren.
Speaker A:Uiteindelijk hebben ze die met 5-2 verloren.
Speaker A:Zijn ze zesde geworden.
Speaker A:Nou, dat is voor die selectie toch wel een heel matig resultaat uiteindelijk.
Speaker A: den voor onze ploeg straks in: Speaker A: te keer goud was in Sydney in: Speaker A:Je hebt gezien hoe close dat is.
Speaker A:Tegenwoordig werd dat ook weer op shootouts beslist.
Speaker A:Het laatste Europese kampioenschap was ook weer tegen Duitsland.
Speaker A:Nederland had vlak voor die finale Nog eens even uitgelegd hoe goed ze in shootouts zijn en hoeveel ze erop getraind hadden.
Speaker A:Nou, dat is heel duur komen te staan, want nu wonnen de Duitsers de shootouts.
Speaker A:Dus het ligt allemaal vrij dicht bij elkaar.
Speaker A: ndse mannenploeg om straks in: Speaker B:Ja, dat moet weer een keer gebeuren.
Speaker A:Ja, en de dames die scoren natuurlijk de één gouden medaille na de andere.
Speaker A:Maar over die dameshockeyploeg zullen we het nog een andere keer hebben.
Speaker A: speelsters van die ploeg uit: Speaker A: at er allemaal aan toeging in: Speaker A:En hoe zij ook tegen die mannen aankeken.
Speaker A:Want dat is natuurlijk ook wel interessant.
Speaker A:Die dus uiteindelijk zo slecht presteren.
Speaker B:Ja, dan wil ik even terug in de tijd.
Speaker B:1932.
Speaker B:Er was aanvankelijk, er zou er maar één atlete meegaan en dat was Tollien Schuurman.
Speaker B:Dat was echt de held van die tijd in Nederland.
Speaker A:En één atlete bedoel je één iemand voor de atletiek?
Speaker B:Atletiek hardlopen.
Speaker A:Oké.
Speaker B:Ja, honderd meter hardlopen.
Speaker B:Maar op het laatste moment waren er een aantal atletes die hadden zo goed zich ontwikkeld dat er een estafette ploeg ook mee kon gaan.
Speaker B:En één daarvan, van die atletes, was Jo Dalmolen.
Speaker B:Nou, Jo Dalmolen was dus één van die vier en de anderen waren Cor Aalten, Tollien Schuurman en Bep Dumé.
Speaker B:Die deden dus mee als een vier keer 100 meter estafetteploeg.
Speaker B:Dalmolen was geselecteerd als lid van de Groningse vereniging Brunhilde.
Speaker B:Oorspronkelijk was dus alleen eigenlijk Schuurman geselecteerd, samen met hoogspringster Lien Giesolf en de sprinter Chris Berger.
Speaker B:Maar...
Speaker B:We hadden zo geweldig gelopen, zei Jo, dat onze deelname mocht doorgaan.
Speaker B:Dus zij mochten dus ook als een estafetteploeg meegaan.
Speaker B:Maar om geld te krijgen in die tijd moesten onze handtekeningen, zegt ze, moesten we die zetten op foto's en die voor een kwartje per stuk verkopen.
Speaker B:Ik weet niet meer hoeveel dat heeft opgeleverd, want ik was er zo druk mee dat ik geen tijd meer had om al die kwartjes te tellen.
Speaker A:En ze moesten ook nog trainen natuurlijk.
Speaker B:Het waren uiteindelijk 24.000 kwartjes.
Speaker B:Oftewel 6.000 guldens die toen opgehaald zijn door die dames.
Speaker A:Dat is wel veel voor die tijd.
Speaker B:Per dame was er 1.500 gulden benodigd om mee te kunnen.
Speaker B:Dat was berekend wat ze ongeveer voor die twee maanden per speler nodig hadden.
Speaker B:Het was dus wel een duur geintje, zei Dalmolen.
Speaker B:Om geld te krijgen moesten we onze handtekeningen zetten op die foto's dus.
Speaker B:En nou ja, dat heeft ze dus allemaal keurig gedaan.
Speaker B:Het geld kwam er en dan kon de reis beginnen.
Speaker B:Op 1 juli vertrok Stoomschip de Statendam vanuit Rotterdam.
Speaker B:En op september, dus meer dan twee maanden later, keerde de ploeg pas terug.
Speaker B:De voorbereiding van de atleten vonden daarom vooral plaats op de boot.
Speaker B:Op de boot.
Speaker A:Ja, die zijn behoorlijk lang, dus daar kan je wel wat doen.
Speaker B:Dat waren tien dagen, tien, elf dagen.
Speaker B:Maar wat ze daar vooral deden, was zich concentreren op de wissels.
Speaker A:Heel verstandig.
Speaker A:Dat is wel heel leuk dat je dat zegt, want als we dit opnemen is net de 4x400 mix relay geweest in Tokyo en daar natuurlijk die geweldige Gregory's Doc en die legt uit dat de winst voor Nederland met name in de wissels zit ten opzichte van andere landen.
Speaker A:En dat zag je vandaag ook weer.
Speaker A:Die liepen echt perfect weer.
Speaker A:Uiteindelijk herhaalden ze zilver vandaag, want Amerika was te sterk.
Speaker A:En dat lijkt dan een teleurstelling, maar is gewoon weer een fantastische prestatie.
Speaker A:Dus dat vind ik nou zo leuk dat jij dat zegt, dat in 32 dat we dus ook al echt goed bezig waren met die wissels.
Speaker B:Bijna 100 jaar geleden al.
Speaker B:Toen waren ze al bezig met concentreren op die wissels.
Speaker B:Een sprintje trekken van 100 meter op zo'n boot.
Speaker B:Ja, dat ging helemaal niet zo makkelijk natuurlijk.
Speaker B:Maar goed, ze hebben het wel gedaan.
Speaker B:En ze hadden daardoor wat bezigheid tijdens de lange rit van 10, 11 dagen richting New York.
Speaker B:Er waren vijf loopsters echter.
Speaker B:aanwezig voor de eerste verte.
Speaker B:Dat was er één teveel.
Speaker B:En omdat er door een gering aantal deelnemende ploegen alleen maar een finale was, was de vraag wie mocht er lopen.
Speaker B:En dat werd op 24 juli, dus zeg maar een week voorafgaand aan de Olympische Spelen, bepaald door een wedstrijd tussen deze Joe Dalmolen en Mien Klaver.
Speaker B:En in een dagboek van een Nederlandse krant beschreef Schuurman de topper van de estafetteploeg, hoe dat ging.
Speaker B:Nou, ze zei, vandaag hebben Mieke Laveren en Joe Dalmohlen erom gekampt wie de 100 meter estafette zou gaan lopen.
Speaker B:De 100 meter was uitgezet, de beide meisjes zijn een beetje nerveus.
Speaker B:We gunnen het allebei.
Speaker B:We stonden aan de finish.
Speaker B:Deze twee dames gingen eerst een startkuiltje graven, want in die tijd moest je dat nog doen.
Speaker B:Op uw plaatsen, klaar, af.
Speaker B:Ze lopen wat ze kunnen, maar Jo Dalmolen ligt voor en komt met anderhalve meter voorsprong door de finish.
Speaker A:Ja, dus die mocht meedoen.
Speaker B:Die mocht meedoen.
Speaker B: augustus: Speaker B:Vandaag dan de Estervetten.
Speaker B:Kans op de eerste plaats hebben we niet.
Speaker B:We hebben alleen maar te kampen met Engeland, Duitsland, Japan en Canada en Amerika.
Speaker B:Maar Jodalmolen, Beptume, Koraalte en Tollien Schuurman Ja, die lopen vanaf de tweede baan.
Speaker B:Het startschot valt, maar ach, onze Joe laat zoveel zitten.
Speaker B:Bep gaat wel en Coor loopt uitstekend, maar Canada, Amerika en Engeland liggen al een hele eind voor.
Speaker B:Ik haal nog wat in, zegt die schuurman, maar ook in mijn tegenstanders zijn internationale krachten.
Speaker B:Dus ja, dat valt niet licht.
Speaker A:Die is niet heel dichtbij meer.
Speaker A:Nee.
Speaker B:We komen als vierde door de finish, nog wel voor Duitsland en Japan.
Speaker B:Nu hebben we ons best gedaan en meer konden we echt niet.
Speaker A:Tjonge jonge.
Speaker A:Dus die Dalmolen, die is twee maanden op pad geweest om, laten we zeggen, 12, 13 seconden te sporten in de wedstrijd.
Speaker B:Ja, maar hoe is het dan met die Mien Klaver?
Speaker B:Die heeft dus helemaal niet gelopen.
Speaker A:Dat heb je al in een van de andere afleveringen gezegd.
Speaker B:Die was er.
Speaker A:Die heeft een mooie avontuur gehad, maar sportief was het natuurlijk heel teleurstellend.
Speaker B:Maar goed, die werd uiteindelijk wel 107 jaar oud.
Speaker A:Ja, oké, dat krijg je er dan weer van terug.
Speaker A:Maar wat een inspanning zeg.
Speaker A:En dan vieren worden en geen medaille.
Speaker A:Ja, nou ja, dat is ook het mooie van de Olympische Spelen uiteindelijk, dat het op die manier eraan toegaat.
Speaker A: Ja, en wat in: Speaker A:Want we zijn nu allemaal eraan gewend dat we ochtends bij het ontbijt gewoon de televisie aan kunnen zetten.
Speaker A: Maar dat was in: Speaker A: nde presentator, die begon in: Speaker A:Want zij dachten van ja, we zitten natuurlijk met dat tijdsverschil.
Speaker A:Dus we willen de mensen vertellen wat er s'nachts is gebeurd, want dan is het daar natuurlijk overdag.
Speaker A:En dan kunnen we ze meteen bijpraten en dan kunnen ze de televisie aanzetten.
Speaker A:Nou, en dat sloeg eigenlijk best wel aan.
Speaker A:Ten ene zat er alleen wel een kleine of een beetje een slechte start.
Speaker A:En dat zie je nog terugkomen in een artikel van de Telegraaf dat dan schrijft.
Speaker A:dat ze als een van de eerste gasten hadden ze Joop den El uitgenodigd.
Speaker A:En de Telegraaf zegt nou, het is natuurlijk een hartstikke leuk idee om al die sportpretaties te behandelen.
Speaker A:Maar als je nou op je nuchtere maag Joop den El voor je ziet, ja, dan haak je misschien weer af.
Speaker A:Dus dat hebben ze maar snel achterwege gelaten.
Speaker A:En ik geloof dat ze in de eerste week al naar een soort gemiddelde dichtheid van kijkers konden van, nou, ik geloof iets van 350.000.
Speaker B:Ja, zeker.
Speaker A:Dat natuurlijk heel veel was in die tijd.
Speaker B:Ja, ik weet niet of jij zelf geluisterd hebt destijds, maar ik dus wel.
Speaker B:Ik werd dus heel enthousiast erover om ook zorgens al te luisteren weer, terwijl ik s'nachts ook geluisterd had.
Speaker A:Ja, ik kan me dat niet meer herinneren.
Speaker B:Het grappige was dat op zondag was er dan ook een ontbijtprogramma, alleen dat begon twee uur later.
Speaker A:Oké, en hoe laat heb je het dan ongeveer?
Speaker B:Nou, in plaats van half acht werd het half tien.
Speaker A:Oké, op zondag.
Speaker B:Op zondag, ja.
Speaker B:En wat gebeurde daardoor?
Speaker B:Daardoor waren er 700.000 luisteraars.
Speaker A:Kijkers, ja.
Speaker B:Twee keer zoveel.
Speaker A:Ongelooflijk.
Speaker B:En kijkers dus, ja.
Speaker A:Ik denk dat dat gigantisch veel is, want in die tijd had echt niet iedereen een televisie.
Speaker B:Dus ja, een leuke bijkomstigheid, zeg maar, van het gebeuren van een Olympische Spelen.
Speaker A:Ja, nou ja, dat is het mooie van de Olympische Spelen, dat in het verlengde daarvan, in dit geval dan de televisiewereld, zich natuurlijk ook ontwikkelt.
Speaker A:En je ziet ook dat men constant weer met innovatie die sporten en die prestaties beter in beeld wil brengen.
Speaker A:We hebben op enig moment natuurlijk die slow motion beelden gekregen.
Speaker A:Nou, uit allerlei hoeken werd het vervolgens gefilmd.
Speaker A:We hebben natuurlijk nu die soort drones die boven het stadion hangen en die meelopen.
Speaker A:Zo'n 400 meter wordt dan ook van boven af en toe in beeld gebracht.
Speaker A:Je ziet bij die atletiek bijna altijd een soort autootje met een grote oog erin, wat dan aan de binnenkant van de ring alles filmt.
Speaker A:Ja, wat dat betreft worden we natuurlijk op onze wenken bediend.
Speaker B: dan ook wel bijzonder is, in: Speaker B:Daar was natuurlijk heel veel aandacht voor de Amerikanen.
Speaker B:Want ja, zij waren degene die bepaalde welk beeld kwam op dat moment in beeld, om het zo maar te zeggen.
Speaker A:Ja, je bent een Amerikaanse regisseur.
Speaker B:Ja, dus er werden heel veel dingen getoond van de Amerikanen.
Speaker B:En vooral natuurlijk de vreugdesprongen en de mooie dingen die de Amerikanen naar voren haalden.
Speaker B: r als we nu kijken, ik heb in: Speaker B:Want er waren gewoon zes uitzendingen tegelijkertijd.
Speaker A:Ja, ongelooflijk.
Speaker B:Dus je kon alle wedstrijden tegelijkertijd zien.
Speaker B:Dan moest je wel even zes camera's neerzetten in je kamer.
Speaker B:Maar ja, met apparaatjes die je tegenwoordig in je kamer hebt liggen, kan je natuurlijk heel veel televisieschermen tevoorschijn halen.
Speaker A:Ja, nee, dat klopt.
Speaker A:En dan kan je allerlei zenders opzetten.
Speaker B:Maar dat is het mooie van die Olympische Spelen.
Speaker B:Dan krijg je gewoon zes verschillende onderdelen.
Speaker B:Tegelijkertijd kun je gewoon gaan kijken.
Speaker A:Ja, dat is fantastisch.
Speaker A:En dat heeft natuurlijk ook wel weer met geld te maken, want al die stations moeten daarvoor betalen.
Speaker A: Overigens was het ook zo in: Speaker A: En in: Speaker A:En ik zag ook dat men het ook nog wel eens de Coca-Cola Games heeft genoemd daarom, omdat het merk was wat het meest in beeld kwam.
Speaker A:Ja, en dat is nu niet meer weg te denken natuurlijk, het geld rondom de Olympische Spelen.
Speaker A: En dat zal in: Speaker A:Ik hoop overigens wel, dat vind ik wel goed dat ze daar nu oog voor hebben, dat men oog heeft voor het feit van kunnen we die accommodaties die we allemaal gaan bouwen, kunnen we die weer gaan gebruiken na die Spelen?
Speaker A:Kunnen we dat een herbestemming geven?
Speaker A:Dat is in Parijs, dacht ik ook wel, er is daar goed op gelet.
Speaker A:En er zijn ook een aantal stadions waar ze nu bijvoorbeeld weer een WK hebben gehouden.
Speaker A:Of waar we evenementen weer in terugkomen.
Speaker B:En sterker nog, ze gebruiken nu ook al bestaande faciliteiten om die te gebruiken voor de spelers zelf.
Speaker A:Ja, exact.
Speaker A:Ik ben ook heel benieuwd of ze in hetzelfde decor van dat grote stadion zitten.
Speaker A:Daarboven op een berg lijkt het wel alsof het daar ligt.
Speaker B:Laten we het hopen.
Speaker A:Laten we het hopen.
Speaker A:We gaan het zien.