Artwork for podcast De Kreet van de Planeet
Creëer open ruimte en werk mét de natuur
15th September 2022 • De Kreet van de Planeet • Bond Beter Leefmilieu
00:00:00 00:29:37

Share Episode

Shownotes

Vlaanderen is gebetonneerd en versnipperd, waardoor we heel gevoelig zijn voor wateroverlast, hitte en droogte. Dat kan anders! We zouden zoveel beter voorbereid zijn op de gevolgen van klimaatverandering als we nu inzetten op ontharding, als we in en rond onze woonkernen meer groen laten groeien, als we ruimte geven aan natuurlijke rivieren, overstromingsgebieden, bossen ... Erik Grietens van Bond Beter Leefmilieu en Robin Verachtert van Natuurpunt delen in deze podcastaflevering nog veel meer ideeën en oplossingen.

_____________

Dit is een podcast van Bond Beter Leefmilieu | Stem Chloé Van Elsen | Concept & Productie door De Praeters

Transcripts

Chloé:

Welkom bij de Kreet van de planeet, een podcast van Bond Beter Leefmilieu over de toekomst van onze planeet en al wie erop leeft. In deze aflevering met Erik Grietens en Robin Verachtert hebben we het over oplossingen voor meer open ruimte en natuur. Veel luisterplezier.

Chloé:

Welkom, Erik van Bond Beter Leefmilieu en Robin van Natuurpunt ik laat mijn gasten zich altijd eerst even voorstellen. En wat jullie precies doen bij Bond Beter Leefmilieu en Natuurpunt. Dus take it away.

Erik:

Ja hallo, ik ben Erik. Ik ben beleidsmedewerker ruimtelijke ordening en ik probeer de ruimtelijke wanorde in Vlaanderen een beetje bij te sturen. Of toch om daarover in overleg te gaan met allerhande politici, beleidsmakers, burgemeesters, schepenen en enzovoort.

Robin:

Hallo iedereen. Ik ben Robin Verachtert, ik ben al een vijftal jaar beleidsmedewerker bij Natuurpunt en ik ben daar voornamelijk bezig met de thema's: water, waterbeleid en klimaatadaptatie in de brede zin van het woord.

Robin:

Misschien nog goed om te zeggen dat Natuurpunt een onafhankelijke natuurvereniging is, de grootste van Vlaanderen. En het meest belangrijke, denk ik, is dat wij echt een grassroots beweging zijn, dus wij opereren van onderuit. Het zijn onze vrijwilligers, de lokale vrijwilligers, die actief zijn in bijna heel Vlaanderen, die verantwoordelijk zijn voor het beheer, aankoop en de openstelling van onze natuurgebieden. We beheren ongeveer 500 natuurgebieden in Vlaanderen.

Robin:

De vrijwilligers worden ondersteund door verschillende diensten en de beleidsgroep waar ik voor werk is daar één van.

Chloé:

Ok, interessant. Ik denk dat ik hier twee boeiende profielen aan tafel heb om het over open ruimte en natuur te hebben tijdens het gesprek en de impact daarvan op klimaat. Misschien heel kort als we het hebben over open ruimte Erik, wat moeten we daar juist onder begrijpen?

Erik:

Ja voor ons gaat het over alle omgevingen of ruimtes die niet bebouwd zijn, of die niet verhard zijn. Want dat is bijvoorbeeld belangrijk om regenwater te kunnen opvangen. Waar dat we rekening mee moeten houden met de klimaatverandering. Of om de natuur meer plaats te geven. Want natuur in een bebouwde omgeving dat gaat natuurlijk niet altijd goed samen, maar je hebt nu eenmaal onbebouwde ruimte nodig om natuurlijke processen alle mogelijkheden te geven.

Chloé:

En je haalt het al aan. We moeten plaats gaan maken voor de natuur of terug plaats gaan maken voor de natuur. Waarom is dat zo belangrijk?

Erik:

Ja ten eerste voor de biodiversiteit. Omdat het aantal soorten plantjes en dieren achteruit aan het gaan is. Zeker in Vlaanderen, omdat we overal alles maar blijven volbouwen, krijgt die natuur als maar minder plaats.

Erik:

Als natuurgebieden worden versnipperd, kunnen planten of dieren zich niet meer van het ene gebied naar het andere verplaatsen en daardoor gaat de natuur achteruit.

Erik:

Dus onze biodiversiteit is hoe dan ook de eerste en belangrijkste reden. Maar nu met de klimaatverandering, komen er nog andere redenen bij. Opvangen van overtollig water om droge periodes te kunnen overbruggen bijvoorbeeld. Of voldoende bomen planten voor verkoeling tijdens hittegolven. Dus dat zijn een aantal redenen waarom dat zo belangrijk is.

Chloé:

Water is jouw winkel Robin. Zie jij nog extra redenen om plaats te maken voor water?

Robin:

Nee, ik sluit me heel graag aan met wat Erik heeft gezegd. De absolute missie en doelstelling van Natuurpunt is uiteraard om te zorgen voor meer en betere natuur. Maar daarnaast is het ook heel belangrijk dat mensen zich ervan bewust zijn dat de natuur ook effectief ecosysteemdiensten kan opleveren, zoals dat met een moeilijke term heet. En dat is wetenschappelijk onderzoek dat zeker de laatste 10 jaar in een enorme versnelling is geraakt. En dan blijkt steeds opnieuw dat als je werkt met natuur, als je natuur inzet, als een hefboom om ons te wapenen tegen klimaatverandering, dat natuur gebaseerde oplossingen, nature based solutions, steeds als de meest kostenefficiënte oplossingen naar voren komen. Dus dat is ook al meermaals wetenschappelijk aangetoond.

Robin:

Elke euro dat je investeert in natuur, verdien je soms met een factor 10 terug. Daarom is het ons pleidooi in dit memorandum om hier absoluut voor te gaan. We hebben het al gezien met de waterbom die ons land vorig jaar enorm zwaar heeft getroffen, dat wij onze beleidsmakers nog meer willen oproepen om die efficiëntie, die kracht van natuur, die nature base solutions, om die nog meer in het Vlaams beleid te krijgen en zo onze burgers te wapenen tegen de grillen van de klimaatverandering.

Chloé:

Dus natuur kan niet alleen een slachtoffer zijn van de klimaatverandering, maar ook een wapen om ertegen te strijden. Dat is wel een mooie blik of een andere visie daarop. Je haalde ook al aan, Erik, de betonnering van ons land is daarbij een groot probleem. Wat is de situatie vandaag?

Erik:

Wij behoren tot de meest verharde regio’s van gans Europa. Bij ons is ongeveer 15% van onze bodem is hard, beton of andere harde substanties. Dat is veel meer dan in de rest van Europa en dat lijkt misschien niet zoveel, maar je ziet toch van het moment dat het hard regent dat er direct overal problemen ontstaan. Er is te weinig plaats voor wateropvang waardoor je overstromingen krijgt. Je krijgt modderstromen waardoor garages onder water lopen. Het probleem is dat we dat teveel gedaan hebben en ook veel te versnipperd.

Erik:

Wij hebben geen aaneengesloten dorpen en steden, zoals bijvoorbeeld in Nederland, maar bij ons is er echt overal bebouwing zoals bij lintbebouwing en verspreide verkavelingen.

Erik:

Dus die verharding is ook nog eens heel erg verspreid en dat maakt dat we door de klimaatverandering in de problemen komen. Die klimaatverandering legt nu de gebreken van onze ruimtelijke ordening pijnlijk bloot.

Chloé:

Op welke manieren dan?

Erik:

Door het feit dat bij harde regenval verschillende plaatsen in Vlaanderen direct beginnen te overstromen. Maar evengoed met de droogte doordat het regenwater niet meer traag die grond kan indringen en zo die grondwatertafels kan invullen, komen we nu bijvoorbeeld met die langdurige hittegolven in de problemen. Met watertekorten voor de landbouw, voor de scheepvaart voorlopig nog niet voor drinkwater, maar dat gaat vroeg of laat ook gebeuren.

Chloé:

Ik zie jou hevig mee knikken Robin.

Robin:

Ja uiteraard, ik sluit me daar graag bij aan. Misschien ook nog nuttig om mee te geven dat door die verstening, die Vlaamse verstening, en door onze schabouwelijke ruimtelijke wanorde dat wij op wereldschaal ook op de 23e plaats staan wat betreft landen die kampen met waterschaarste. En dat is best uitzonderlijk want we zitten hier in Noord, Atlantisch klimaat.

Robin:

Tot 2018 regende het nog relatief veel, maar blijkbaar onder meer door die verstening – dat is natuurlijk maar één van de oorzaken - blijkt dat wij per capita per inwoner minder water beschikbaar hebben dan bijvoorbeeld Afrikaanse landen onder de Sahel, die echt in dat woestijnklimaat zitten. Dus dat zijn toch wel zaken om van te schrikken. Dat wij als meest welvarende regio ter wereld en van Europa, dat wij toch kampen met zo'n waterschaarste en ik denk niet dat iedereen zich daar van bewust is.

Chloé:

Nee zeker. Hoe pakken we dat probleem van die betonnering dan efficiënt aan, volgens jullie?

Erik:

In de eerste plaats moeten we ervoor zorgen dat we het probleem niet groter maken, want dat gebeurt helaas nog elke dag. Er worden nog altijd bouwvergunningen afgeleverd voor verdere lintbebouwing en voor nieuwe verkavelingen in de open ruimte, dus daar moeten we naar het beleid van de bouwshift.

Erik:

Het beleidsplan ruimte Vlaanderen, zoals het dan noemt. Waar het de bedoeling is om enkel nog te bouwen In de bestaande steden en dorpskernen en de open ruimte tussen die steden en dorpskernen open te laten, dus niet verder te bebouwen. Dat is stap nummer één en dan stap nummer twee is de bestaande situatie proberen te corrigeren.

Erik:

En dat kan. Bijvoorbeeld onthardingsprojecten waarbij men effectief stenen of beton gaat uitbreken om de bodem opnieuw water doorlaatbaar te maken. Die zijn heel populair. Je ziet dat bijvoorbeeld bij scholen waar speelplaatsen worden uitgebroken om een meer natuurlijke, groene speelplaats aan te leggen. Dat soort projecten, daar moeten we nu volop verder op inzetten.

Robin:

Ja, ik denk dat dit in de eerste plaats de verantwoordelijkheid is van onze beleidsmakers. De verantwoordelijkheid om daar het echte probleem aan te pakken is groot en ik denk dat zij op de eerste plaats komen als we moeten kijken naar degene die het voor ons moeten gaan oplossen.

Robin:

Maar daarnaast denk ik dat wij als burger misschien ook nog wel zelf ons steentje kunnen bijdragen. Een idee waar waar wij samen met Bond Beter Leefmilieu en Natuurpunt ook wel heil in zien, is de oprichting van een infiltratiebonus.

Robin:

We hebben ons laten inspireren in Duitsland daarvoor. Want wat blijkt? Net zoals in Duitsland de laatste 10 jaar, zien wij ook in Vlaanderen dat heel wat mensen in voortuinen meer en meer beginnen te verstenen.

Robin:

Ik snap dat ergens wel. Dat zijn tweeverdieners die vaak geen tijd meer hebben om hun tuin nog te onderhouden. En wij denken dat met financiële prijsprikkels of met een soort van nudging dat er echt wel instrumenten zijn om ook de burger wat meer te belonen. Als de burget ervoor zorgt dat zijn water dat op zijn dak valt of op zijn verstening, dat hij dat in plaats van naar de riolering te sluizen, dat hij daarvoor zou kunnen beloond worden door bijvoorbeeld een korting te geven op zijn waterfactuur. Als hij ervoor kiest om het regenwater dat valt op zijn eigen terrein te infiltreren en dan bijvoorbeeld te hergebruiken voor zijn toilet. Maar hij kan dat ook gewoon laten insijpelen in de tuin.

Robin:

En zo'n systeem bestaat bijvoorbeeld in Duitsland. Sommige deelstaten van Duitsland hebben zo een infiltratiebonus en wij denken vanuit de milieubeweging dat bijvoorbeeld zulke nudging instrumenten zeker een grote sprong voorwaarts kunnen betekenen voor Vlaanderen.

Chloé:

Kan je kort even kaderen wat je met nudging bedoelt?

Robin:

Aan de hand van prijsprikkels of kleine sprongetjes burgers bij de hand te nemen zonder dat het betuttelend overkomt. Dat kan een prijsprikkel zijn waardoor we burgers langzaam een richting doen uitgaan waarbij het maatschappelijk belang van zijn actie heel veel oplevert.

Chloé:

Dat de juiste keuze eigenlijk de gemakkelijkste keuze wordt voor de burger. Oké, interessant. We hebben het ook al gehad over plaats maken voor de natuur en hoe die natuur zich ten volle of ook een wapen kan zijn in de klimaatverandering.

Chloé:

In een eerdere aflevering over landbouw hebben we het met een biodynamische boerin, An, gehad over hoe zij ook ziet dat haar land in harmonie met de natuur beter kan worden en dat de scheiding tussen landbouw en natuurgrond daar niet zozeer hoeft te zijn. Hoe kijken jullie daarnaar?

Robin:

Ik denk dat als wij willen dat Vlaanderen terug klimaatrobuust wordt, zoals we dat dan met een mooie term noemen, dan denk ik dat wij dat als milieubeweging niet alleen kunnen en dat we daar ook absoluut onze landbouwers voor nodig hebben. Ik denk dat zij ongeveer 50% van het Vlaams landgebruik in handen hebben.

Robin:

Wij kunnen alleen maar onze hand uitreiken en ook hopen dat zij beloond worden voor het leveren van ecosysteemdiensten. Als ze ervoor kunnen zorgen om nog meer water te bufferen op hun percelen, dat zij daar bijvoorbeeld via Europese landbouwsubsidies voor zouden beloond moeten kunnen worden.

Robin:

Helaas is daar nog wel wat werk aan. Er is al een voorhoede, zoals de persoon die jullie gesproken hebben, die het licht heeft gezien om opnieuw terug die rol als behoeder van het landschap op te nemen. En ik denk dat het ook aan ons als milieubeweging is, maar ook zeker onze politiek, om de landbouwers die hun nek daarvoor uitsteken, om die daar ook financieel voor te belonen als zij die maatschappelijke baten nog meer kunnen valoriseren.

Erik:

Ja, natuur en landbouw kunnen zeker samengaan, Maar het is vandaag de dag wel geen business as usual meer door de klimaatverandering. Wat bijvoorbeeld in heel veel landbouwgebieden gebeurt, is dat het water uit de grond weggetrokken wordt, drainages noemt men dit.

Erik:

Dat is vanuit landbouw oogpunt ergens te begrijpen omdat ze dan al vroeger op het jaar kunnen beginnen zaaien en hun velden kunnen beginnen te bewerken.

Erik:

Maar door al dat water van die velden weg te trekken en dan af te voeren naar zee, zijn we het ook kwijt in de droge periodes, dus we gaan wel een aantal landbouwtechnieken moeten aanpassen om dat samengaan van landbouw en natuur mogelijk te kunnen maken.

Chloé:

Want dat is ook iets wat ik nu al voel, dat veel naar voorkomt, en ook in het memorandum wordt aangehaald, het herstel van de natte natuur. Wat is dat precies en hoe kunnen we dat aanpakken?

Robin:

Natte natuur, de wetlands, zoals we dat ook wel eens durven noemen, dat is elke natuur dat baat heeft om nat te staan. Met een heel hoog grondwaterpeil en natuur waar dat bijna het jaar rond wel iets of wat van water wordt gebufferd en ook blijft staan. Vlaanderen was tot 60, 70 jaar geleden enorm rijk aan zulke wetlands.

Robin:

De laatste 50 jaar is ongeveer 70% van die waterrijke natuur is verdwenen door bijvoorbeeld intensieve landbouw door bijvoorbeeld appartementsblokken op neer te planten. En dat is ook iets wat heel sterk in ons memorandum naar voren komt. Dat het herstel van wetlands, dat dat een enorm potentieel kan geven aan het klimaatrobuust maken van Vlaanderen.

Robin:

Er is een studie van het Inbo Instituut van Natuur en Bos die heeft berekend dat er nog potentieel is om in Vlaanderen 150.000 hectare waterrijke natuur te herstellen. En het goede nieuws daarvan is dat 1/3 daarvan, 50.000 hectare, zich al bevindt in een groene bestemming. Dus dat is al een beetje beslist beleid dat daar ooit natuur moet komen. Dus de clash met de landbouw, om het zo maar even te noemen, gaat daar veel minder zijn.

Robin:

Dus wij denken dat mits de nodige inspanningen vanuit de politiek, dat er een enorme winst zit in het herstel van die wetlands om Vlaanderen veel beter te beschermen tegen periodes van overstromingen en ook tegen die periodes van droogte.

Robin:

Want dat is net de kracht van een wetland. Die kan miljoenen kuub liter water bufferen. En als het dan droog is, geeft die dat water opnieuw terug gestaag af aan zijn brede omgeving.

Chloé:

Oké, dus het is een beetje een waterverzekering die we voor onszelf afsluiten.

Erik:

We moeten ons water echt beginnen aanzien als een strategische voorraad. Zoals dat we nu een strategische voorraad aanleggen voor gasreserves door de oorlog van Rusland tegen Oekraïne, gaan we hetzelfde moeten doen bij water. We moeten echt een strategische voorraad aan water achter de hand houden. En dat is nog niet overal doorgedrongen dat dat eigenlijk op hetzelfde niveau staat.

Robin:

Om het met een boutade te zeggen, Vlaanderen is op dit moment nog een soort van vergiet. Heel veel water dat valt wordt gedraineerd via grachten en wordt zo snel mogelijk terug naar de zee gevoerd, want dan zijn we het kwijt.

Robin:

Wel, het is onze taak om daar terug een soort van spons van te maken. En dan denk ik dat we alle actoren in het buitengebied zoals landbouwers, projectontwikkelaars en burgers nodig hebben om terug zoveel mogelijk het water dat valt te infiltreren en ook bij ons te houden. En dat is ook het recept dat specialisten in die tijden van droogte naar voren schuiven.

Chloé:

Mooie metafoor. We moeten van het vergiet terug een spons maken. Je haalt het ook al aan, water loopt terug naar de zee. Als we gaan kijken naar die zee, dan zien we daar ook wel een problematiek. De zeespiegel is gestegen met 20 cm in de vorige eeuw. Hoe vormt dat een probleem? Want 20 cm lijkt nu misschien niet zo bijster veel. Maar wat zijn de gevolgen daarvan?

Erik:

De gevolgen zijn inderdaad veel groter dan dat je op het eerste zicht ziet. Want de stijging van de zeespiegel kan, zeker op termijn, uiteraard overstromingen veroorzaken aan de kust, maar zover zijn we vandaag nog niet.

Erik:

Maar zorgt er bijvoorbeeld wel al voor dat het zeewater via getijdenrivieren, via de Schelde in de eerste plaats, komt dat ook het binnenland in en daar kan dat wel voor overstromingen zorgen. Maar bijvoorbeeld even goed voor verzilting van het water, dus dat het water zouter wordt waardoor je ook minder toepassingen hebt, bijvoorbeeld als koelwater. Als dit te zout wordt dan begint de apparatuur te verroesten, krijg je corrosie en dan krijg je daar problemen. Maar een ander probleem is bijvoorbeeld ook dat je in kustgemeenten, door de druk van de zee, het grondwater naar boven begint te komen. En dat je ook problemen krijgt met bijvoorbeeld natte kelders.

Erik:

Het is een systeem dat ontregeld wordt.

Robin:

Vlaanderen is ook extra kwetsbaar omdat wij te kampen hebben met een typische delta-situatie. We hebben de Schelde, de Schelde-delta.

Robin:

En het klopt, dat kan wel eens zorgen voor een gevaarlijke situatie. De combinatie stormtij en een stijgende zeespiegel kan effectief dat water ook wel vanuit de zee via de Schelde tot in Gent doen stromen. En dat kan echt wel grote effecten hebben.

Robin:

Vandaar ook gelukkig dat Vlaanderen daar niet op zijn lauweren is gaan rusten en dat zij ook met het Sigmaplan, dat is ongeveer het grootste klimaatadaptatieplan dat wij in België uitvoeren, dat wij aan de hand van overstromingsgecontroleerde gebieden langs de Schelde op strategische plaatsen dat wij die gevolgen van de zeespiegelsstijging ook wel wat mee proberen vorm te geven.

Erik:

Het interessante is ook dat die overstromingsgebieden langs de Schelde nodig zijn voor de veiligheid, maar dat deze ook heel positief zijn voor de natuur.

Erik:

Dat zijn stilaan top natuurgebieden aan het worden in Vlaanderen, die overstromingsgebieden, omdat daar voor de rest natuurlijk niks gebeurt.

Erik:

Daar kan je geen intensieve landbouw doen. Bebouwing kan daar sowieso niet. En zo heeft de natuur veel meer kansen om zich verder te ontwikkelen.

Robin:

Het Sigmaplan is in de eerste plaats een beschermingsproject, maar zorgt daarnaast ook voor veel meer recreatie. Het vastgoed gaat daar blijkbaar ook in stijgende lijn omhoog. Biodiversiteit krijgt daar een boost, noem maar op. Dus dat is net ook de kracht daarvan.

Chloé:

Heel mooie voordelen die eraan vasthangen. Hoe kunnen we de kust zelf nog meer gaan wapenen tegen die stijging van de zeespiegel?

Erik:

In ons geval niet door hogere dijken te bouwen of de stranden op te spuiten, zoals nu nog te vaak gebeurt. Volgens ons moeten we echt samenwerken met de natuur en natuurlijke processen hun gang laten gaan. Dus spontane duinvorming, dan krijgen we eigenlijk duinen voor de dijk, die spontaan ontwikkelen en die ook heel goed beschermen tegen die zeespiegelstijging. Volgens ons liggen daar de echte oplossingen. Het versterken van die natuurlijke processen en bijvoorbeeld duinen laten ontwikkelen waar nu de opgespoten stranden liggen. Dan krijg je meer natuurlijke stranden, dus dat zal ook wel een verandering vragen natuurlijk.

Chloé:

Duinen voor de dijk. Het zou zo een titel van een boek of een film kunnen zijn en ook een hele mooie oplossing voor de bescherming van onze kust.

Chloé:

Naast het probleem dat we hebben of dat we zien met de betonnering en de stijging van de zeespiegel, is er ook de opwarming van onze steden die we zien. Wat is daar de problematiek precies?

Erik:

Het probleem, zeker in de steden, gaat vooral over leefbaarheid, denk ik. Met hittegolven hebben dat nu weer morgen ervaren in juli en augustus. In steden is het nog een pak warmer dan rond het platteland. Dat scheelt toch al gauw 5 à 6 graden.

Erik:

De warmte in steden blijft daar veel meer hangen. Omdat bakstenen en beton warmte opnemen en die dan 's nachts, als het af zou moeten koelen, die warmte weer afgeven.

Erik:

Dus daar is het vooral een kwestie van inzetten op verkoeling op het tegengaan van wat men dan die hitte eilanden noemt. Dat kan volgens ons opnieuw het best door samen te werken met de natuur. Dus door meer bomen aan te planten die voor schaduw zorgen. Door waterlopen, die nu vaak onder de grond en in buizen zitten, terug open te leggen, zodat die ook voor extra verkoeling kunnen zorgen in de steden.

Erik:

En liever dus niet door iedereen een airco te laten installeren. Want dat zorgt weer voor extra klimaatopwarming, dus we moeten echt zoeken naar manieren om die natuurlijke airco beter te laten werken.

Chloé:

En hoe zien jullie het aanplanten van extra natuur? Je reikt bomen als natuurlijke verkoeling, als een natuurlijke oplossing aan. Maar natuurlijk in combinatie met die betonnering of het feit dat er al zoveel bebouwd is, hoe kunnen we daar toch voor zorgen?

Robin:

Wat voor Natuurpunt ook heel interessant is, is om echt te werken met stadsrandbossen of stadsrandnatuur.

Robin:

Dat is uit onderzoek ook al gebleken. Als je de natuur ook in het centrum van de stad gaat plaatsen, maar zeker ook daarnaast, als je dat dan combineert met de overheersende windrichting en je combineert dus die ventilatie met effecten van de verkoeling van bijvoorbeeld een wetland of van een bos, dat die effecten daarvan echt wel heel goed tot in de kern van de stad kunnen reiken.

Robin:

Ik woon aan de kanten van Mechelen, daar heb je het Mechelsbroek. Het valt mij op of ik maak mezelf dat toch wijs, als je het station buiten komt op een warme dag, dat je toch soms het gevoel hebt dat je het effect van het Mechelsbroek, een grote wetland op een tweetal kilometer van het Mechels station, dat je soms toch effectief die effecten voelt.

Robin:

Dus die combinatie van ventilatie en die stadsrandnatuur, die is absoluut cruciaal, denk ik om ons ook te wapenen tegen hittestress effect.

Erik:

Ja en in het geval van individuele woningen zijn geveltuinen een goed idee, dus dat je planten laat groeien tegen je gevel. Iets wat ook hoe langer hoe populairder wordt, dus dat is wel leuk om te zien. Dat gevelgroen zorgt ook voor een natuurlijke afkoeling en minder opwarming van uw woning. Het is niet even goed als echt isoleren. Dat blijft noodzakelijk, Maar dat extra gevelgroen kan toch weer 2 à 3 graden verschil maken. En dat is tijdens een hittegolf altijd mooi meegenomen.

Chloé:

Ja absoluut. Het is ook esthetisch aangenaam om te zien. (Lacht)

Erik:

Ja, veel mooier. (Lacht)

Robin:

Andere rode draad doorheen onze 5 verhalen, is ook die sociale reflex. Door te zien dat je ook de sociaal zwakkeren of de sociaal meer kwetsbaren meeneemt. In ons memorandum vormt de 3-30-300 regel de leidraad. Wij pleiten ervoor dat elke inwoner van Vlaanderen vanuit zijn of haar woning zicht heeft op 3 bomen. Dat elke woonstraat in Vlaanderen beplant wordt met een boom met een kroonbedekking van minstens 30%. En dat ook elk kind van Vlaanderen een soort van groene speelruimte heeft op minder dan 300m van de deur, vandaar de 3-30-300 regel.

Chloé:

We hebben het probleem al gekaderd van de betonnering. Hoe kunnen ook gemeentes op hun niveau daaraan meewerken of iets aan doen?

Erik:

In de eerste plaats moet de financiering van de gemeente aangepast worden. Want nu zijn gemeentes voor hun inkomsten voor het grootste deel van de inkomsten afhankelijk van de belastingen op onroerend goed. Dat wil dus zeggen dat gemeenten er eigenlijk alle baat bij hebben om meer gebouwen toe te laten in hun gemeente, omdat ze dan meer inkomsten krijgen.

Erik:

Wat wij voorstellen is om dat financieringssysteem te herzien en om gemeente inkomsten te laten krijgen vanuit de overheid als open ruimte behouden blijft, zodat ze daar dus ook nog eens financieel voor beloond worden.

Erik:

En op die manier niet gepusht worden om extra te bouwen en op die manier extra inkomsten in de gemeentekas te krijgen.

Erik:

En dat is echt wel belangrijk om dat heel veel gemeenten zitten financieel in zwaar weer. Het gaat niet zo goed met de gemeentelijke financiën en dat dreigt er dus voor te zorgen dat gemeenten juist nog meer gaan kiezen voor extra verkavelingen en bedrijventerreinen om op die manier extra inkomsten te krijgen. Dus die cirkel zouden we zeker moeten doorbreken.

Chloé:

Dus we zouden niet alleen de consument moeten nudgen maar ook de gemeentes.

Robin:

En misschien nog een idee dat wij ook opperen in dit memorandum, is dat wij hopen dat elke stad of elke gemeente een soort van onthardingsambtenaar of onthardingsexpert onder de arm zou nemen.

Robin:

Sommige centrumsteden, zoals Gent en Mechelen, zijn er al mee aan de slag. En ja, dat komt erop neer dat dat volgens ons wel een efficiënte manier kan zijn om die dichtbevolkte woonkernen toch wat te gaan ontharden waar nodig.

Robin:

Zeker In het centrumsteden zou een aanstelling van een onthardingsambtenaar kunnen helpen bij het implementeren van kleinschalige tot zelfs grootschalige onthardingsmaatregelen.

Chloé:

Ja, en wat is dat dan precies? Zo'n onthardingsambtenaar?

Robin:

Dat is iemand die vanaf het begin bij grootschalige infrastructuurprojecten al mee aan tafel zit. Niet achteraf om hier en daar een kleine vierkante meter te gaan ontharden. En dat die samen met projectontwikkelaars en met de gemeente gaat kijken op welke andere plaatsen er kan onthard worden. Dus dat die ervoor zorgt dat bij elke meter nieuwe verharding dat er netto zelfs op een andere plaats verharding weggaat.

Robin:

Op die manier kunnen we wel trapsgewijs naar een soort van nettoverlies van onze verharde ruimte gaan.

Chloé:

Zodat er echt iemand een mandaat heeft om zich daarmee bezig te houden.

Robin:

Klopt ja, want dat ontbreekt vaak nog in het klimaatadaptatiebeleid van onze gemeenten en steden. Die klimaatreflex of die klimaatadaptatiereflex aan het begin van de grote werken. Dat is helaas nog vaak dode letter.

Robin:

Er staan nog miljarden klaar om te investeren in onze open ruimte. Wij denken dat als daar iemand met een met een slimme blik, met een klimaatadaptieve blik naar kan gaan kijken, dat daar nog hele grote winsten te boeken vallen.

Erik:

Ja zeker ook bij het aanleggen van straten. Dat gebeurt meestal door technische diensten van de gemeente, die meestal nogal op een vrij traditionele manier werken. Langs de zijkanten parkeerplaats en in het midden betonnen asfalt.

Erik:

Als je dan een onthardingsambtenaar hebt die hier en daar een parkeerplaats wegknipt en in de plaats daarvan een boom plant of de verharding beperkt, dan zou dat toch een grote stap vooruit kunnen zijn.

Chloé:

Jazeker, lijkt me inderdaad een hele mooie oplossing om dit te introduceren. Een groenere open ruimte kan dus helpen in de strijd tegen klimaatverandering. Maar kan het ook helpen voor de burger om zich überhaupt beter te voelen?

Robin:

Absoluut. Ik sprak daarstraks over de kansen die investeren in de natuur voor kan zorgen. Er is de laatste jaren enorm veel geïnvesteerd in de link tussen natuur en gezondheid. Ik heb daarstraks nog toevallig een onderzoek gelezen in Nature, een van de meest gerenommeerde wetenschappelijk tijdschriften. Dat was een onderzoek in Leipzig in Duitsland.

Robin:

Waarin bleek dat mensen, en dat waren dan vaak ook sociaal kwetsbare mensen, ook al als die onbewust vaak in contact kwamen met natuur met bomen in de nabijheid van hun omgeving dat daar een rechtstreekse link is met minder gebruik van antidepressiva.

Robin:

Dus hoe meer contact met de natuur, zelfs onbewust, hoe gezonder ook het welzijn van heel wat mensen.

Chloé:

Dat is een heel mooi extra voordeel dat we daarvan kunnen voelen. Erik en Robin, ik bedank jullie voor dit boeiende gesprek en ik kijk samen met jullie hoopvol uit naar een minder versnipperd en minder gebetonneerd Vlaanderen.

Chloé:

Bedankt voor het luisteren. Je vindt deze en alle andere afleveringen terug op bondbeterleefmilieu.be/podcast of via je favoriete podcastplatform. Deel ze met vrienden en familie, want enkel samen maken we het verschil.

Follow

Links