Artwork for podcast Derde Ronde van Los Angeles van 1932 tot 2028
Deel 6: Bernard Leene, de pechvogel van 1932 en Carl Lewis, het fenomeen van 1984!
Episode 629th September 2025 • Derde Ronde van Los Angeles van 1932 tot 2028 • Rik Bouman & Boudewijn van Eijck
00:00:00 00:12:48

Share Episode

Shownotes

Bernard Leene, de pechvogel van 1932 en Carl Lewis, het fenomeen van 1984!

De succesvolle Olympische Podcast serie is nu alweer toe aan de zesde aflevering. Vanaf aflevering 7 zullen ook de (voormalige en toekomstige) olympische sporters zelf deelnemen aan onze afleveringen.

The discourse herein elucidates the historical trajectory of the Los Angeles Olympic Games, spanning from 1932 to 2028, with a particular focus on the events surrounding the 1932 Games. We meticulously examine the challenges faced by the Dutch tandem cycling team, notably the unfortunate circumstances that precluded Bernard Lenen from defending his title alongside Daan van Dijk due to financial constraints. The episode further delves into the strategic decisions made by athletes, notably Jacques van Egmond, who grappled with the implications of competing in multiple events on the same day. This discussion encapsulates the broader theme of financial limitations impacting athletic performance and opportunities. Notably, we draw parallels to contemporary issues faced by athletes, underscoring the enduring relationship between fiscal support and success in competitive sports.

Takeaways:

  1. In 1932, financial constraints prevented the Dutch tandem duo from defending their title.
  2. Jacques van Egmond prioritized his sprint events over the tandem race in Los Angeles.
  3. The decision to withdraw from the tandem race was officially attributed to equipment failure.
  4. Carl Lewis's remarkable achievements in 1984 drew comparisons to Jesse Owens's historic performance in Berlin.
  5. The pressure on Lewis's teammates during the relay was immense, given his quest for a fourth gold.
  6. Inevitably, financial issues continue to affect the performance and preparation of athletes today.

Companies mentioned in this episode:

  1. NRC
  2. Wielenunie
  3. Daan van Dijk
  4. Jacques van Egmond
  5. Harry La Vrijsse
  6. Stanley Chambers
  7. Ernst Chambers
  8. Guus Schilling
  9. Carl Lewis
  10. Jesse Owens
  11. Giusem Bolter
  12. Bob Bieman
  13. Sam McGready
  14. Brown
  15. Kelvin Smith
  16. Pietro Menea

Transcripts

Speaker A:

rde ronde van Los Angeles van:

Speaker A:

Met Woudewijn van Eyck en Rick Bouwman.

Speaker A:

even teruggaan in de tijd van:

Speaker A:

Wat daar is misgegaan met de Haagse tandem specialist Bernard Lenen.

Speaker A:

ijk veroverde hij namelijk in:

Speaker A:

Maar bij gebrek aan financiële middelen had het NRC in overleg met de Wielenunie beslist dat de duo de titel in Los Angeles niet mocht verdedigen.

Speaker A:

Er mocht er maar eentje mee.

Speaker A:

En dat was Lene.

Speaker B:

Dus zij hadden onvoldoende kwartjes ingezameld.

Speaker A:

Onvoldoende geld was er ingezameld.

Speaker B:

Zoals die dames wel hadden gedaan.

Speaker A:

Dus die Lene die mocht wel mee, maar dan moest hij wel als een gelegenheidskoppel met Jacques van Egmond aan de slag.

Speaker A:

En Jacques van Egmond, die maakte zich vooral druk over het sprintgebeuren en over het tijdrit gebeuren.

Speaker B:

En die Jacques van Egmond was wel een beetje de Harry La Vrijsse van toen.

Speaker A:

Precies.

Speaker A:

Ja, zeker, zeker.

Speaker A:

En in de Pasadena Rose Bowl kwam de nieuwe...

Speaker B:

Prachtige naam trouwens.

Speaker A:

Hele mooie naam.

Speaker A:

Daar kwam de nieuwe combinatie alleen in de serie tegen het Deense duo in actie.

Speaker A:

Een plaats in de halve finale werd veiliggesteld.

Speaker A:

Maar toen al betwijfelde Van Egmond of het wel verstandig was op dit in zijn ogen niet ongevaarlijke nummer verder te starten.

Speaker A:

De favoriet voor de sprint en de tijdrit zag in het tandem onderdeel niet meer dan een bijnummer.

Speaker A:

Uiteindelijk weigerde hij de halve finale tegen de Britse broers Stanley en Ernst Chambers te rijden, toen bekend werd dat hij op diezelfde dag ook de sprintfinale en de tijdrit over één kilometer zou moeten rijden.

Speaker B:

Ja, maar Rick, daar kan ik me wel iets bij voorstellen.

Speaker A:

Ja, en zeker als het voor hem een bijnummer is en je gaat dan echt voor je gouden medaille.

Speaker B:

Ja, hij is een beetje met de haren bijgeslepen als ik het zo hoor.

Speaker B:

En op die andere nummers voelde hij zich veel sterker.

Speaker B:

Maar je zou zeggen ja, dat is toch allemaal van tevoren bekend het programma.

Speaker A:

Ja, alleen ze wisten toen nog niet, voordat ze er naartoe gingen, dat het alle drie op één en dezelfde dag uiteindelijk uitgespeeld zou worden.

Speaker A:

En voor Van Egmond was dat gewoon te veel.

Speaker B:

Ja, dat was te veel.

Speaker B:

Ja, daar kan ik me wel iets van voorstellen.

Speaker B:

Maar ja, dan is die andere toch ook twee maanden voor niks op stap geweest.

Speaker A:

Ja, één tandem ritje en dat was het.

Speaker B:

Ongelooflijk.

Speaker A:

En die was niet eens uitgereden, want die denen moesten afstappen.

Speaker A:

En daardoor was Nederland verder gekomen in de halve finale.

Speaker A:

Maar goed, Van Egmond twijfelde dus wel geruime tijd of hij dit aan zijn partner mocht aandoen.

Speaker A:

Op fysieke gronden hakte hij tenslotte de knoop door.

Speaker A:

Voor het winnen van het goud op de sprint had hij een rit meer nodig dan was voorzien.

Speaker A:

Lichamelijk voelde hij zich niet meer in staat op de tandem te klimmen, nadat hij daarna ook nog eens een tijdrit zou moeten gaan rijden.

Speaker A:

Dus officieel werd het als reden voor de afwezigheid in de halve finale opgegeven dat de tandem van het Hollandse duo defect was.

Speaker A:

En ze hadden maar één tandem bij zich.

Speaker B:

Maar waarom hebben ze dat toneelstukje eigenlijk opgevoerd zou je zeggen?

Speaker B:

Je kan toch gewoon zeggen, nou ja, hij is overbelast.

Speaker B:

De ene renner, die doet niet mee.

Speaker A:

Van Egmond vond dat te zwaar, zeg maar, om het op die manier te brengen.

Speaker B:

Voor zijn imago.

Speaker A:

Precies.

Speaker A:

Maar goed, die lener die kon natuurlijk wel janken dat Daan van Dijk noodgedwongen was thuisgebleven.

Speaker B:

Ja, kan me voorstellen, ja.

Speaker A:

En zeker omdat ze ook wisten dat in de halve finale de gebroeders Chamber die nu het zilver hebben gepakt, dat die absoluut geen schijn van kans zouden hebben gehad tegen de Nederlanders.

Speaker B:

Ja, dat werd wel gezegd in de pers, ja.

Speaker A:

Dat wisten ze al.

Speaker A:

Dat wisten die twee rijders eigenlijk zelf ook al.

Speaker B:

Ja, ja, ja.

Speaker A:

Maar goed, die lenen hem van Egmond.

Speaker A:

Die keken tenslotte met enige ongenoegen ook nog naar hun trainer verzorger Guus Schilling.

Speaker A:

Want ja, deze liep over van goede bedoelingen.

Speaker A:

Maar veel liever waren ze toch zonder verzorger en dan wel met Daan van Dijk op reis gegaan.

Speaker A:

Dan maar geen verzorger.

Speaker A:

Maar zo ging dat in die tijd.

Speaker B:

Ja, zo ging dat.

Speaker B:

Je kan je dat bijna niet meer voorstellen nu.

Speaker B:

Dat dit soort financiële problemen...

Speaker B:

Echt bij dooiers in de weg staan.

Speaker B:

Nou is het wel zo dat dat NOC elk jaar of om de zoveel jaar natuurlijk in de clinch moet met het kabinet om zoveel mogelijk geld te krijgen.

Speaker B:

En daar is nog steeds een hele duidelijke causale relatie tussen geld en met dooiers.

Speaker B:

Dat is op zich niet anders geworden.

Speaker B:

Dit is dan een beetje knullig allemaal.

Speaker B:

Maar op zich is het wel zo dat hoe meer geld er in die Nederlandse Olympische sports kan worden gestopt, hoe beter de resultaten zijn.

Speaker B:

Daar zullen we trouwens ook nog iemand een keer voor uitnodigen.

Speaker B:

Ja, en de naam Coral Lewis, Rick, die is nu al een paar keer gevallen in onze afleveringen.

Speaker B:

Dus ik had er toch wel even behoefte aan als het om 84 gaat, om nog eens even te kijken wat hij daar nou gepresteerd heeft.

Speaker B:

Wat ik me nog wel kan herinneren is dat hij toch een beetje een soort ingetogen winnaar was.

Speaker B:

Ik weet niet of jij dat nog voor ogen hebt, maar...

Speaker A:

Jazeker.

Speaker A:

Hij was echt heel professioneel bezig, zonder veel gedoe eromheen.

Speaker B:

Ja, en hij was ook heel erg in de heren, wat natuurlijk helemaal prima is, maar daardoor uitte hij ook niet die sportemotie die je eigenlijk verwacht bij dat soort resultaten.

Speaker A:

Nee, hij was echt volledig gefocust op het resultaat en hoe hij dat uiteindelijk zou overbrengen, daar was hij veel minder mee bezig.

Speaker B:

En dat Amerikaanse publiek is ook niet echt met hem weggelopen.

Speaker B:

Dat kan ik me ook nog wel herinneren.

Speaker B:

Terwijl als je dan even kijkt wat hij gepresteerd heeft en er wordt natuurlijk altijd een vergelijking getrokken met Jesse Owens in Berlijn.

Speaker B:

Overigens ook weer spelen waar natuurlijk weer boycotten hebben plaatsgevonden.

Speaker B:

Maar Carl Lewis heeft precies hetzelfde gewonnen als Jesse Owens toen.

Speaker B:

Allereerst goud op de 100 meter.

Speaker B:

Nou dat is toch het koningsnummer.

Speaker B:

Dat wordt altijd primetime uitgezonden.

Speaker B:

De hele wereld kijkt daarnaar.

Speaker B:

Dan die combinatie met de 200 meter.

Speaker B:

Dat vind ik altijd heel knap als je die 100 en die 200 wint.

Speaker B:

Giusem Bolter heeft dat natuurlijk ook gedaan.

Speaker B:

En dan het verspringen.

Speaker B:

Wat ik een combinatie vind die je tegenwoordig eigenlijk niet meer zo vaak ziet of bijna nooit meer ziet.

Speaker B:

En tenslotte, en dat is dan weer logisch, de vier keer 100 meter estafette.

Speaker B:

Nou ja, en als je dan kijkt bij het verspringen, want de verwachting was dat dat wereldrecord van Bob Bieman...

Speaker B:

Ik heb dat trouwens altijd nog voor ogen dat hij min of meer over die jurytafel heen springt.

Speaker A:

Dan lijkt het althans een beetje op.

Speaker B:

Hij springt natuurlijk voor die jurytafel langs.

Speaker A:

Maar het lijkt net alsof hij er altijd overheen springt.

Speaker A:

8,90 meter.

Speaker B:

8,90 meter.

Speaker B:

Nou, en dat is dan typisch die Luis.

Speaker B:

Die had eerst een kwalificatie, sprong van 8 meter 30.

Speaker B:

Nou, toen was hij er al bijna.

Speaker B:

En toen heeft hij in de finale, heeft hij maar twee keer gesprongen.

Speaker B:

De eerste was 8,54 en dat was genoeg.

Speaker B:

En toen dacht hij van nou, dat is goud.

Speaker B:

En toen heeft hij nog wel één keer geprobeerd, maar niet heel erg oprecht.

Speaker B:

Toen werd hem natuurlijk gevraagd van nou, waarom doe je niet nog?

Speaker B:

Waarom ga je niet voor dat wereldrecord?

Speaker B:

Toen zei hij nou, ik wil geen blezuurrisico's nemen en hield hij het verder voor gezien.

Speaker B:

Dus dat is wel heel typerend voor Lewis.

Speaker A:

Maar is toch ook bijzonder dat je bij de eerste sprong al Ja, ja, de sprong maakt en dan ook voor jezelf het idee hebt van nou, dan hoef ik überhaupt niet meer te springen.

Speaker B:

Nee, dan heb je zo'n enorm overwicht.

Speaker B:

Nou, en ook op die honderd meter.

Speaker B:

Ben Johnson werd tweede en Lewis die won uiteindelijk zeggen ze dan afgetekend in 999.

Speaker B:

Nou, dat is inmiddels niet meer het wereldrecord.

Speaker B:

Dat ligt volgens mij wel echt wel een paar tiende lager.

Speaker B:

En als je nu naar die kwalificaties kijkt in Tokyo voor de 100 meter, vanochtend waren er 7 series.

Speaker B:

Dan zie je dat ook de niet-toppers al onder de 10 seconden duiken.

Speaker B:

Dat vraag ik me dan altijd wel af, hoe nou met hardlopen het ook nog zo kan zijn dat je maar sneller en sneller gaat.

Speaker B:

Terwijl je niet zoals Max Verstappen een een of andere Formule 1 auto hebt waar constant aan gesleuteld wordt.

Speaker B:

Een mens is een mens.

Speaker B:

Je kan zeggen er zijn andere schoenen.

Speaker B:

Je kan zeggen nou trainen ze dan anders?

Speaker B:

Is de voeding dan anders?

Speaker B:

Dat maakt toch allemaal kennelijk toch wel verschil uit.

Speaker B:

Maar het gaat natuurlijk met enorme kleine stapjes gaan die records omlaag.

Speaker B:

Ik denk niet dat ze ooit onder de negen seconden zullen duiken.

Speaker B:

Ja, dan heb je natuurlijk een gigantisch gat uiteindelijk geslagen.

Speaker A:

Wat ik dan ook wel bijzonder vind, is die andere drie estafette lopers, waar Carl Lewis een deel van uitmaakte.

Speaker A:

Hoe hebben zij zich gevoeld, wetende dat dit de vierde gouden medaille voor Carl Lewis zou zijn?

Speaker A:

En dat je dan door het feit dat je misschien het estafettestokje laat vallen of dat je het verkeerd overdraagt, dat Carl Lewis daardoor niet zijn vierde gouden medaille kan maken.

Speaker A:

Ja, dan die druk, zeg maar, ook voor die drie anderen.

Speaker B:

Ja, nee, die is gigantisch geweest.

Speaker B:

Nou ja, zo aardig dat je dat zegt, want als je even kijkt naar de tijden van die anderen bij die vier keer 100 meter estafette.

Speaker B:

Ik zei net dat Louis de 100 meter SEC had gewonnen in 9'99.

Speaker B:

Dan heb je een zekere Sam McGready in 10'29.

Speaker B:

Dus die zit er een klein beetje boven.

Speaker B:

Maar Brown zit eronder met 9'19.

Speaker B:

En Kelvin Smith, kan me nog herinneren ook, die atleet.

Speaker B:

Die komt op 9'41 uit.

Speaker B:

Nou is het zo dat je kennelijk toch een wat makkelijkere start hebt met die estafette.

Speaker B:

Waardoor je dus sneller die 100 meter aflegt.

Speaker B:

En dat zie je ook aan de tijd van Lewis in die 4x100.

Speaker B:

Dat was het slotstuk, de laatste dag van de Spelen.

Speaker B:

Ik had het net onder de 9 seconden, maar daar liep hij die 100 meter in 8'94.

Speaker B:

Waanzinnig.

Speaker A:

Ook al is het natuurlijk met een lopende start.

Speaker B:

Maar het is toch wel grappig om te zien dat zo'n lopende start echt een enorm verschil maakt.

Speaker B:

Dat ze daar nog niks op gevonden hebben.

Speaker B:

Als je uit zo'n blok komt, dat duurt natuurlijk langer voordat je op gang komt.

Speaker B:

En nog even naar die tijden.

Speaker B:

Kijk, die 200 meter zet hij een tijd neer van 19 seconden 80.

Speaker B:

Dus 19,80.

Speaker B:

Die 100 meter heb ik net al gezegd, die liep hij dus...

Speaker B:

In bijna 10 seconden, 1 honderd lager.

Speaker B:

In:

Speaker B:

En dat zal waarschijnlijk ook weer zitten in het feit dat hij bij die tweede honderd natuurlijk al aan het hardlopen is.

Speaker B:

Maar de andere kant van de medaille, om het maar even bij de medaille te houden, is dat hij natuurlijk wel die snelheid weet te behouden.

Speaker B:

meter, die eindigt in:

Speaker B:

Pietro Menea.

Speaker A:

Kijk.

Speaker A:

En over hem gesproken, Pietro, die heeft dus ooit 19.72 gelopen.

Speaker B:

19.72?

Speaker B:

Ja.

Speaker B:

Dus dat is sneller dan die 19.80?

Speaker A:

Ja.

Speaker B:

En wanneer was dat?

Speaker B:

Want hij was wereldrecord houder voor die spelen in 84.

Speaker B:

t heeft die Carl Lewis nou in:

Speaker B:

naar de Spelen gaat komen in:

Speaker A:

Ja, dat zou mooi zijn.

Speaker A:

En ik ben benieuwd ook hoe die tegenwoordig uitziet.

Speaker B:

Ja, ja.

Speaker A:

40 jaar later.

Speaker B:

40 jaar later.

Speaker B:

Dus hij zal ergens in de zestig, zeventig zijn.

Speaker B:

Dat is een beetje onze leeftijd waarschijnlijk.

Speaker B:

u, we zullen het gaan zien in:

Speaker A:

Hartstikke goed.

Speaker A:

Mooi verhaal weer.

Speaker B:

Zeker een mooi verhaal, Rick.

Speaker B:

En we gaan op naar aflevering 7.

Speaker B:

En ik denk dat dat zo langzamerhand onze eerste gast gaat komen.

Links

Chapters

Video

More from YouTube