Nico Rienks, de Nederlandse roeiwereld verkoos Rienks tot roeier van de 20ste eeuw, met een roeicarrière van dik twintig jaar, twee keer goud op de Olympische Spelen, één keer in de dubbeltwee in Seoul in 1988, één keer in de acht in Atlanta in 1996, één maal wereldkampioen en drager van talloos ander eremetaal.
The dialogue presented in this episode unveils a profound exploration of the experiences and reflections of a former athlete, Nico, regarding his participation in the 1984 Olympic Games. The conversation begins with an examination of Nico's memories from that event, where he candidly admits that despite not achieving remarkable success—finishing ninth in the double four—his time at the Olympics was marked by an overwhelming sense of camaraderie and celebration. This reflection serves as a poignant reminder of the multifaceted nature of athletic competition, which extends beyond mere accolades to encompass the rich tapestry of shared experiences among athletes. Furthermore, Nico's recollections of attending other events, such as witnessing Carl Lewis's triumphant victory, highlight the unique privileges afforded to athletes during the Games, contrasting sharply with the contemporary restrictions faced by modern competitors. This juxtaposition invites listeners to reflect on the evolving landscape of competitive sports and the shifting dynamics of athlete experiences over time.
The discussion further delves into the logistical and emotional aspects of preparing for the Olympics, including the rigorous training regimen Nico and his team undertook prior to their arrival in Los Angeles. He recounts the challenges they faced during their training camp in Nevada, emphasizing the significance of altitude training in their preparation. The narrative unfolds to reveal the intense travel arrangements, the heightened security measures, and the palpable excitement that enveloped the athletes as they approached the Olympic arena. Within this framework, Nico's narrative illuminates the intricate interplay between preparation, competition, and the broader Olympic experience, offering listeners a nuanced perspective on the sacrifices and triumphs that define an athlete's journey.
Finally, the episode culminates in a reflective discussion on the legacy of the 1984 Games and its implications for future Olympians, particularly those preparing for the upcoming 2028 Los Angeles Olympics. Nico shares his insights on the importance of acclimatization to the climatic conditions athletes may encounter, drawing parallels between his experiences and the prospective challenges faced by modern competitors. This segment of the conversation serves as a valuable resource for aspiring athletes, offering practical advice and fostering an understanding of the relentless pursuit of excellence that characterizes Olympic competition. Ultimately, the episode encapsulates a rich historical narrative, weaving together themes of nostalgia, competition, and camaraderie that resonate deeply within the world of sports. It is a testament to the enduring spirit of the Olympic Games and the athletes who partake in them, inviting listeners to reflect on their own perceptions of achievement and legacy.
Takeaways:
Nico, goedemiddag.
Speaker B:Dag Nico, Boudewijn hier.
Speaker B:1984, jouw eerste Olympische Spelen.
Speaker B:En wat weet je daar nog van te herinneren?
Speaker A:Ja, ik denk best wel veel.
Speaker A:Mijn prestaties waren daar niet fantastisch.
Speaker A:Ik was weer de negende in de dubbel 4.
Speaker A:Maar ja, achteraf was het echt een enorm feest.
Speaker A:Echt de mooiste speler die ik heb meegemaakt.
Speaker A:Als sporter toen ook.
Speaker A:Je mocht overal bij.
Speaker A:Zoals het nu is, als sporter, als je naar andere wedstrijden wil gaan kijken, de afloop van je eigen toernooi, dan word je echt helemaal achteraan weggestopt.
Speaker A:De beste plekken zijn van de sponsoren.
Speaker A:Dat begrijp ik allemaal wel hoor, dat gaat niet om.
Speaker A: Maar in: Speaker A:Echt richt bij de finish op de vijfde rij van beneden.
Speaker A:De beste plekken waren toe voor de sporters.
Speaker B:Maar kun je ons dus meenemen helemaal naar het begin, want daar ben ik ook zelf altijd zo benieuwd naar.
Speaker B:Op een gegeven moment sta je, neem ik aan, met die hele Olympische ploeg op Schiphol en dan gaan jullie met één vliegtuig daar, vlieg je dan in één keer naar Los Angeles met de hele ploeg of gaat dat...
Speaker B:Hoe ging dat?
Speaker A:We gingen met z'n allen terug, dat is wel zo.
Speaker A:Maar de heenweg gaan de meeste sporters, en zeker de roeiploeg, die gaat apart.
Speaker A:Want wij hebben daar een trainingskamp gehad, ook fantastisch mooi daar, ergens hoog in de bergen, op hoogte training.
Speaker A:Donnerleek heette dat, en dat was zo'n, ik denk bijna wel een maand voordat de Spelen begonnen, gingen wij daarheen.
Speaker A:Wij waren daar al, we hebben daar een maand op hoogte getraind met de ploeg.
Speaker B:Ik zag dat die racers, die werden ongeveer 120 kilometer ten noordwesten van Los Angeles gehouden.
Speaker B:In Lake Casitas, als ik het goed heb.
Speaker A:Ja, klopt.
Speaker B:En was dat dan een beetje te vergelijken met waar jullie in het trainingskamp zaten?
Speaker A:Nee, wij zaten in Nevada, dat is echt op hoogte, in de bergen.
Speaker A:En wij moesten daarna met de bus best aan het eind rijden naar Los Angeles toe.
Speaker A:En het roertoernooi was inderdaad behoorlijk ver van het Olympisch Stadion vandaan.
Speaker A:En wij verbleven in Santa Barbara.
Speaker B:Oh, dat is een hele mooie locatie!
Speaker A:Bijna te mooi hoor, bijna te mooi.
Speaker A:Maar goed, we moesten dus voor iedere wedstrijd met de bus heen en weer.
Speaker A:En agenten ervoor, agenten erachter.
Speaker B:En dan ging je als Nederlandse ploeg of ging je met meerdere roeiers in die bussen daar naartoe?
Speaker A:In het trainingskamp waren wij alleen met de Nederlandse ploeg.
Speaker A:Daar werden we ook streng bewaakt, met politieboten voor en achter onze boot en op de kant.
Speaker A:Continu, ook in het trainingskamp, was de politie enscorten.
Speaker A:Maar inderdaad, na de wedstrijden toe, zo is dat ook nog steeds, dan ga je met andere roeiploegen gezamenlijk in de bus.
Speaker A:En dan was ik volgens mij wel anderhalf uur rijden en dan naar de wedstrijd toe.
Speaker A:En dan de wedstrijd roeien en na de wedstrijd weer terug met de bus.
Speaker A:Naar de locatie waar wij dan verbleven als een soort van klein Olympisch dorp.
Speaker A:Alleen voor de roeiers en vaak ook voor de carnavoors.
Speaker A:Dat is nog steeds zo.
Speaker C:Nu was het zo, Nico, dat jij volgens mij de jongste van de vier was?
Speaker A:Ja, aanvankelijk niet.
Speaker A:Ik zat met hemmen van de erebeent.
Speaker A:Bij ons in de boot, het jaar daarvoor, maar die kreeg vijver en toen is hij ingeruild voor Steven van Groningen.
Speaker A:En samen met Frans Geubel, die is van 59 jaar, die was drie jaar ouder dan ik.
Speaker A:En Mark Heim, die was ook drie jaar ouder.
Speaker A:Ja, daar heb ik nooit over nagedacht, maar ik was de jongste.
Speaker C:Maar het was voor jou de eerste Olympische Spelen.
Speaker C:Op welke manier ging je daar naartoe?
Speaker C:Met welke gedachten?
Speaker A:Als ik heel eerlijk ben, weet ik dat ik het liefst in de skif zou hebben geroeid, in mijn eentje.
Speaker A:Het was niet beter gaan, dat zeg ik helemaal niet, maar weet je, in de roeisporten de hoogste eer is toch in je eentje een mooie prestatie neerzetten.
Speaker A:Ja, wij hebben ons met de hakken over de sloot destijds gekwalificeerd.
Speaker A:In Oost-Duitsland was dat, in Grunau, tegen de Oost-Duitsers.
Speaker A:Er stonden enorme golven en normaal.
Speaker A:Ja, weet je, toen...
Speaker A:Ja, het was ook nog wel een beetje de dopingtijd als ik eerlijk ben, dus...
Speaker A:Ja, weet je, hadden we tien halen gemaakt en we lagen er al twintig achter, hè?
Speaker A:Met de Oost-Duitsers.
Speaker A:Ja, dat was echt altijd zo, hoor.
Speaker A:Maar goed, toen enorme golven stonden daar en plotseling wonnen wij een keer van die Oost-Duitsers.
Speaker A:Ja, omdat wij toevallig min of meer goed met die golfoverweg konden.
Speaker A:Nou ja, toen mochten wij dus naar de Spelen.
Speaker A:Maar ja, jouw vraag...
Speaker A:Wij gingen er niet heen met het idee van...
Speaker A:We gaan een medaille winnen, hoor.
Speaker A:Maar goed, je weet maar nooit, natuurlijk.
Speaker A:Achteraf was het natuurlijk ook wel super gunstig voor ons en voor mij.
Speaker A:We hebben wel heel veel ervaring opgedaan in het feest en alles meemaken hadden we al gedaan.
Speaker A:De volgende speler daarna hoeft dat niet meer en dan kan je echt voor de prestatie gaan.
Speaker A:Zo ging het echt wel bij ons.
Speaker A:Maar nogmaals, het was een groot feest.
Speaker A:Dat staat mooi in mijn herinneringgegeven.
Speaker C:Ja Nico en dan komt die eerste race die komt naar voren.
Speaker C:Daarin moesten jullie alleen als nummer één zeg maar weer direct geplaatst voor de finale.
Speaker C:En anders zou je dan herkansing gaan.
Speaker C:Hoe ging die race voor jullie?
Speaker C:Jullie werden derde.
Speaker A:Ja, ja, ik denk dat dat de Frans is.
Speaker A:We hebben volgens mij al door kansrijk geroeid.
Speaker C:Toen was jij kansig, zeg maar, de tweede race voor jullie.
Speaker C:En daar moesten de nummers 1 en 2, die zouden dan plaatsen voor de finale, voor de A-finale.
Speaker C:En daarin werden jullie derde.
Speaker C:Dat was ook net aan, inderdaad.
Speaker A:Ja, het was ook helemaal niet een afgang of zo.
Speaker A:Tegenwoordig halen de Nederlandse ploegen bijna altijd medailles, maar dat was toen helemaal niet zo.
Speaker C:Nee, zeker niet.
Speaker A:Het was echt wel een groot feest als je de finale haalde.
Speaker A:Wij haalden de finale echt bijna.
Speaker A:Volgens mij de Fransen gingen ons net voorbij.
Speaker A:Ja, we waren wel teleurgesteld, maar ook weer niet super.
Speaker A:We vonden het echt dat we best wel een goede race hadden gevraagd, dat weet ik nog.
Speaker A:Ja nogmaals, wij konden ons wel meten met de wereldtop, maar die was wel gewoon alle wedstrijden net iets beter.
Speaker A:Alle spelers daarna zou ik super teleurgesteld zijn als ik de finale niet gehaald zou hebben.
Speaker A:Maar dan denk ik weer aan iets anders.
Speaker A:De Belgen, waar ik mijn hele carrière ook mee samen heb geroeid, die wonnen daar zilver in de Doel 2.
Speaker A:En vooral Ronald, Florijn en ik waren daar wel aangewaagd.
Speaker A:Achteraf hadden wij daar ook misschien wel een medaille kunnen winnen.
Speaker A:Zeker omdat toen de oorspronklanden niet in Los Angeles aanwezig waren.
Speaker B:En nou zei je net dat jullie hebben geroeid voor de Olympische Spelen tegen die Oost-Duitsers.
Speaker B:Hadden jullie een beetje contact met die Oost-Duitse roeiers?
Speaker B:Daar ben ik dan altijd zo benieuwd naar.
Speaker A:Ja, zij mochten dat niet.
Speaker A:En met net die wedstrijd die ik ook noemde, net in Grunauw was dat, dus net iets buiten Berlijn, maar wel Oost-Duitsland, dan de beste roeiers, echt de mensen die de Olympische Spelen medailles hadden gewonnen of zouden kunnen winnen, die waren iets vrijer.
Speaker A:En er stond wel altijd iemand bij hoor.
Speaker A:De toppers van toen mochten met ons praten en dat vond ik zelf ook wel interessant.
Speaker A:Dat deed ik ook wel.
Speaker A:En ik doe het nog, want ik kom nog wel eens die jongens tegen die toen altijd van ons wonnen.
Speaker A:Thomas Lange, olympisch kampioen in Skif, drie keer.
Speaker A:En Hoer Moens, waar wij van wonnen in Seoul later.
Speaker A:En nu heb ik echt het idee dat zij...
Speaker A:Ik zei net dat het doping was toen wel.
Speaker A:Dat ze echt een beetje beschaamd kijken.
Speaker A:Als ik ze nu spreek.
Speaker B:Dat wou ik vragen inderdaad.
Speaker B:Hadden jullie als Nederlandse roeiers destijds het idee dat zij doping gebruikten?
Speaker A:Ja, ja, ja, ja.
Speaker A:Ja, joh.
Speaker A:Want ik al zei van, zij roeiden zoveel harder dan wij denken.
Speaker A:Hoe kan dat nou?
Speaker A:Ik heb maar één, het is ook echt zo, maar één keer van die Thomas Lange die ik net noemde en Uwe Mundt, maar één keer gewonnen.
Speaker A:En dat was de finale in Seuil.
Speaker A:Dat was vier jaar geleden.
Speaker A:In alle andere wedstrijden kansloos.
Speaker B:Jullie hadden heel veel talent, jullie hebben keihard getraind.
Speaker B:Ik kan me voorstellen als sporter dat het heel frustrerend is als je dat in je achterhoofd hebt.
Speaker A:Dat is het ook, maar op een gegeven moment weet je dat.
Speaker A:Groetje kent de verhalen van de zwemmers ook wel.
Speaker A:Dat hoort ook voor de roeiers.
Speaker A:Je wist dat gewoon.
Speaker A:Die zagen er ook zo gespierd uit.
Speaker A:Het had een enorme prioriteit in die landen.
Speaker A:Een beetje zoals nu ook in Nederland.
Speaker A:Met de roeier kunnen we veel winnen, dus er gaat ook veel geld heen.
Speaker A:Maar dat was destijds in die oorspronkelijke landen ook al zo.
Speaker A:Met roeien kan je gewoon heel veel medailles halen en je hebt heel veel verschillende boottypers.
Speaker A:En met name bij, ja toen ook in de damesport, die Oost-Duitsers, die wonnen alles.
Speaker A:Dus bij dames is het nog.
Speaker A:meer beïnvloedbaar door doping, door dergelijke middelen.
Speaker A:Maar goed, bij de mannen ook.
Speaker A:En omdat je dat weet, dan bijvoorbeeld leg je er min of meer al bij neer.
Speaker A:Dus dan ben je ook al blij als je het eerste West-Visserland bent.
Speaker A:Ja, nou ja, als ik naar mezelf kijk...
Speaker A:Ja, je nam het maar gewoon aan, zomaar te zeggen.
Speaker C:Nico, nu vertelde je dat jullie met de roeiploeg natuurlijk ver af zaten van waar veel andere sporten gedaan werden.
Speaker C: raking met andere sporters in: Speaker A:Meestal wel voorafgaand aan de Spelen.
Speaker A:Ik kan me herinneren dat je zo'n kledingpasdag, zeg maar, en dan kom je met...
Speaker A:Dat was volgens mij toen ook al, op Papendal.
Speaker A:Ja, dan spreken ze.
Speaker A:Dus die uitzending van Arte ook, dat is nog steeds precies hetzelfde.
Speaker A:En inderdaad in het vliegtuig terug.
Speaker A:En na afloop van de Spelen heb je...
Speaker A:Ja, toch wel.
Speaker A:Dat doet het NSC NSF best wel goed.
Speaker A:Dan organiseren ze alle activiteiten waarin je elkaar leert kennen.
Speaker A:Maar in de periode daarna, zeg maar, dus als je de sport eraf bent, dan groeit dat nog meer.
Speaker A:Ja, mijn beleving, dat hoor ik ook wel van generaties na mij, zeg maar, er zijn wel heel veel soort van dwarsverwanden in allerlei clubjes, maar dat ontstaat vooral na de actieve sportcarrière.
Speaker A:Troeien is altijd in de eerste week.
Speaker A:In Los Angeles ook.
Speaker A:Dus in de tweede week heb je vrij.
Speaker A:Dan zagen we ons bed nauwelijks.
Speaker A:Dan ging ik naar alle andere sporten.
Speaker A:Ik ben ook wel een sportfanat, net als jullie.
Speaker A:Dus ja, alle andere sporten ging ik kijken.
Speaker B:Dan ging je bijvoorbeeld bij de hockeywedstrijden kijken ofzo?
Speaker A:Ja, ook in het Nederlands.
Speaker A:Wat ik net al zei, Carl Lewis, atletiek is natuurlijk mooi.
Speaker A:Het Olympisch stadion is indrukwekkend, zeker voor de roeiers.
Speaker A:Dat is toch zo anders dan een roeibaan waar soms maar weinig publiek zit.
Speaker A:Ja, en Carl Lewis en de basketbalfinale.
Speaker A:Het was daar niet hoor, maar als je later een medaille wint, dan kom je met je medaille ook makkelijk vooraan te zitten.
Speaker A:Dus ik heb heel veel fantastisch mooie sportmomenten van heel dichtbij meekunnen maken.
Speaker B:Geweldig.
Speaker B: echt een beetje te richten op: Speaker B: Nou heb jij in: Speaker B:Qua warmte, qua vochtigheid, dat soort dingen allemaal.
Speaker B:Wat kan je daar nog van herinneren?
Speaker B: n zou je voor onze roeiers in: Speaker A:Ja, onze roeiers hebben daar echt heel veel ervaring mee.
Speaker A:De afgelopen week was de WK in China, in Shanghai.
Speaker A:Ja, dat was ook een stuk heet.
Speaker A:Tegenwoordig heb je al die poolvesten, die gebruiken de roeiers ook.
Speaker A:Ja, je kan ook trainen in de warmte en dat doen ze ook.
Speaker A:En het roeien is maar vijf à zes minuten.
Speaker A: En dan zijn ze trouwens: Speaker A:Voor het roeien valt het wel mee.
Speaker A:Ik denk natuurlijk voor een marathon, voor lange afstand, sporters, is dat een veel groter probleem.
Speaker A: de geschiedenis is het roeien: Speaker A: Nu is het altijd: Speaker A:Maar goed, ik denk wel dat ze het tweensprogramma er toch een klein beetje op aanpassen.
Speaker A:Het is nog belangrijker dat je goed kan starten, dat je voor ligt met roeien.
Speaker A:Dat is altijd wel handig.
Speaker A:Dan hoef je niet om te kijken.
Speaker A:Als je bij roeien achter ligt moet je omkijken.
Speaker A:Dat geeft toch een beetje balansverstoring.
Speaker B:En dan hadden we bij die laatste WK natuurlijk heel veel geweldige prestaties, maar met name de Holland 8 natuurlijk, dames en mannen.
Speaker A:Ja, grappig dat je dat zegt.
Speaker B:Daar word ik dan een beetje zenuwachtig van, want dan denk ik, hoe gaan we dit drie jaar lang nog volhouden, dat we ook twee gouden medailles in Los Angeles gaan halen?
Speaker A:Dat gebeurt al vaak, want voor een land acht winnen is denk ik wel het mooiste.
Speaker A:Maar ik voel het voor een individuele roeier, die denkt vaak van ja, dat zei ik net ook al, de hoop is in zo'n klein mogelijk nummer.
Speaker A:Vroeger zei ik van ja, als je de schift niet kan winnen, ga je in de dubbeltwee.
Speaker A:Als je die niet kan winnen, ga je in de vier.
Speaker A:En als je die niet kan winnen, ga je in de acht.
Speaker A:Nou, zo denken sommige roeiers.
Speaker A:Dat is natuurlijk echt zo.
Speaker A:Maar voor een land is het het leukste.
Speaker A:Dat vind ik ook.
Speaker A:Ja, dat merk ik ook wel van Holland.
Speaker A: egrip sinds wij dat wonnen in: Speaker A:En dat is ook wel weer mooi.
Speaker A:Er staat tegenover dat als ik jou vraag noem eens wat namen uit die acht, dan is dat best wel moeilijk.
Speaker A:Zelfs uit onze acht, als jullie het weten.
Speaker A:Jan Wiedersen, die ken je van naam, denk ik.
Speaker A:Dat is nog van lang geleden.
Speaker C:Ja, zeker.
Speaker A:Dat geeft ook niet.
Speaker A:Je bent helemaal niet op uitdaging voor al die eer.
Speaker A:Dat heb ik ook helemaal niet.
Speaker A:Maar het is wel zo.
Speaker A:En voor sommige mensen geldt dat natuurlijk.
Speaker A:En wat Caroline Florijn deed ook, in het roeien is dat.
Speaker A:toch wel het hoogst haalbare is, als je het wedstrijd wint.
Speaker B:En ben jij zelf nog betrokken bij het roeien nu?
Speaker B:In coaching of iets dergelijks?
Speaker A:Volgend jaar ben ik een van de organisatoren van de WK op de Bosbaan.
Speaker A:De laatste week van augustus is de WK in Amsterdam.
Speaker A:Dat gaat ook een groot feest worden.
Speaker B: Gaan ze daar al: Speaker A:Nee, dat is een goede vraag.
Speaker A:Nee, het is niet zo.
Speaker A:Het is maar de vraag of dat in het pre-Olympische jaar zo gaat zijn.
Speaker A:Ik verwacht het niet.
Speaker A:Maar aan de andere kant vind ik het ook wel weer mooi dat bij het roeien in Korea soms een hele baan gegraven wordt speciaal voor het roeien.
Speaker A:Dat gaat toch te duur zijn.
Speaker A:Het kan ook best anders.
Speaker A:Jullie kennen vast wel wedstrijden in Henley en Londen.
Speaker A:Eén tegen één.
Speaker A:Waarom niet?
Speaker A:Vind ik ook mooi.
Speaker A:Eén tegen één.
Speaker A:Organiseer het toernooi maar op die manier.
Speaker A:Waarom niet?
Speaker A:Het is veel goedkoper.
Speaker A:Het hoeft niet altijd, wat mij betreft, op twee kilometer.
Speaker A:En het is nu ook in Los Angeles, dus in de stad.
Speaker B:Ja, het is in Long Beach, de Marine Stadium, zag ik.
Speaker B:Dus daar ga je natuurlijk ook veel publiek krijgen.
Speaker A:Trouwens, in Parijs was het voor je ook hartstikke druk, hoor.
Speaker A:In Londen ook al het spelen.
Speaker A:En volgend jaar in Amsterdam ook, schat ik in.
Speaker A:Leuk om nogmaals de herinneringen op te halen.
Speaker A:Je hebt toch weer een goed gevoel.
Speaker A:Ik zei vroeger al dit al, hoor.
Speaker A:Als ik ooit zeg, wat is nou waard, al die medailles, weet je.
Speaker A:Ik denk altijd, ja...
Speaker A:Klinkt gek misschien hoor, maar ja, een medaille is vaak voor de buitenwacht.
Speaker A:Iedereen vindt het super interessant.
Speaker A:En voor mij is het zo, als ik ooit depressief word, zeg maar, dan kijk ik er weer naar.
Speaker A:Dat geeft toch wel weer een soort van prettig gevoel.
Speaker A:Dat is ook echt wel zo.
Speaker A:Dat is een mooie ding.
Speaker A:Met name met z'n allen meegemaakt.
Speaker B:Nou, laten we met deze mooie woorden eindigen, Nico.
Speaker B:Zeer bedankt dat jullie even konden spreken.
Speaker B:En zoals Rick net zei, ik denk dat het hartstikke leuk is als we weer wat verder zijn in deze podcast, dat we graag nog een keer met jou spreken.
Speaker B: ns nog veel meer sporters uit: Speaker B:En ik denk dat Rick je wel even een linkje, als je die nog niet hebt, van de podcast kan sturen.
Speaker A:Ja, doe dat graag.
Speaker A:Dat vind ik leuk.
Speaker B:Gaan we doen.
Speaker C:Hartstikke leuk Nico.
Speaker C:Dankjewel.
Speaker A:Graag gedaan hoor.
Speaker C:En succes met alles.