The focal point of this podcast episode is the examination of the Dutch women's hockey team's experiences and transformations from the 1984 Los Angeles Olympics to the 1988 Seoul Olympics. We delve into the intricate dynamics of team performance, exploring the transition from a golden triumph in Los Angeles to a bronze medal in Seoul, which was met with a sense of unfulfilled potential. Our distinguished guest, Marieke van Dorn, shares her insights on the evolving challenges faced by the team, including the necessity for innovation and adaptation in the face of increased competition. We engage in a profound conversation regarding the psychological and physical demands of elite sports, emphasizing the balance required to ensure athlete well-being while striving for excellence. Ultimately, this episode serves as a reflective exploration of the complexities inherent in high-level competition and the enduring impact of past experiences on future endeavors.
The discussion centers around the experiences of Marieke van Dorn, a prominent figure in Dutch field hockey, particularly focusing on her Olympic journey through the years. The episode begins with a retrospective analysis of the 1984 Los Angeles Olympics, where van Dorn and her team achieved a gold medal, setting the stage for the subsequent Olympics in Seoul in 1988. The conversation delves into the expectations surrounding the Dutch women's hockey team, which had been on a formidable winning streak under the guidance of coach Gijs van Heumen. However, the narrative takes a turn as the team faces unforeseen challenges in Seoul, ultimately resulting in a bronze medal rather than the anticipated gold. The speakers reflect on the evolution of the game, the strategies employed by rival teams, and the necessity for innovation within their own gameplay. Van Dorn's insights into the psychological and emotional dynamics of competing at such a high level, and the impact of coaching decisions on player performance, are particularly poignant, highlighting the complexities inherent in elite sports. The episode intricately weaves together Marieke van Dorn's personal narrative with broader themes in competitive sports, particularly in relation to the psychology of athletes and the impact of coaching methodologies. Van Dorn recounts her experiences leading up to the Seoul Olympics, offering a candid critique of the Dutch team's approach during that period. The dialogue emphasizes the significance of mental resilience and flexibility, particularly in high-pressure situations such as the Olympics. The speakers underscore the necessity of fostering a supportive team environment, where players feel empowered to express their individual needs while still contributing to the collective goal. Van Dorn's insights extend beyond her personal experiences, touching upon the evolving nature of sports, the importance of maintaining a balance between performance and well-being, and the role of coaching in shaping athletes' experiences. As the conversation draws to a close, there is a sense of reflection on past achievements, lessons learned, and the aspirations for future generations of athletes.
Takeaways:
Companies mentioned in this episode:
Dit is aflevering 32.
Speaker A:We zitten nog steeds in de mooie studio van Rijnmond en nog steeds met onze bijzondere gast Marieke van Dorn, die ik de vorige keer al heb geïntroduceerd.
Speaker A:Dus als je wilt weten wie is Marieke van Dorn, moet je even aflevering 31 luisteren.
Speaker A: j de Spelen in Los Angeles in: Speaker A: de Spelen daarna in Seoul in: Speaker A:Een mooie vraag over, Rick.
Speaker B:Ja, wat ik er dan kwijt wil is eigenlijk, het begrip verliezen bestond eigenlijk niet meer voor de hockeysters van Gijs van Heumen.
Speaker B: Tot: Speaker B: Want sinds hij in: Speaker B:Het lag dus zonder meer voor de hand dat in Seoul aan die keten van successen een nieuwe glanzende parel zou worden toegevoegd.
Speaker B:Het lot wilde echter anders.
Speaker B:Het Australische elftal, dat werd uiteindelijk de kampioen.
Speaker B:Met een 3-2 overwinning verstoorde het in de halve finale de Nederlandse droom, die overwegend gevuld was met goud.
Speaker B:Het werd echte brons, want ten koste van Groot-Brittannië werd wel de bronzen medaille gehaald.
Speaker A:Ja, Marieke, goud in Los Angeles en brons met toch, denk ik, een hele goede ploeg nog steeds.
Speaker A:Maar dat moet jij maar vertellen.
Speaker A:In Seoul, hoe kwam dat?
Speaker C:We stonden natuurlijk lang aan de top en die andere landen die kijken natuurlijk alles af en die kwamen gewoon dichterbij.
Speaker C:En ik denk dat wij toen we in 86 hebben nog de WK gehad, toen waren we nog echt heel goed, waren we eigenlijk zelfs beter vond ik dan in LA.
Speaker C:En daarna werd het eigenlijk minder en dat kwam denk ik omdat we eigenlijk niet het goede antwoord hadden.
Speaker C:We hadden eigenlijk weer moeten vernieuwen en dat deden we niet.
Speaker C:Wat we deden, gingen we proberen nog beter te doen in plaats van iets anders doen.
Speaker A:En was Gijs van Heumen nog steeds de coach?
Speaker C:Ja, en daar zat denk ik een beetje de crux.
Speaker C:Het had ons natuurlijk altijd heel veel succes gebracht en als we het nou helemaal perfect zouden doen, dan zou het weer succes zijn.
Speaker C:Maar ik denk dat we toen werden ingehaald door andere teams die ons gewoon goed hadden bestudeerd.
Speaker C:Zelf daar antwoorden op hadden.
Speaker C:En wij hadden eigenlijk geen nieuwe...
Speaker C:Eigenlijk gingen we toen spelen omdat we wilden perfectioneren, om geen fouten te maken.
Speaker C:En dan ga je dus eigenlijk niet meer vrij uit het hoekje.
Speaker C:En dat kon je ook terugzien in ons spel.
Speaker C:We speelden toen niet echt heel vrij uit.
Speaker C:We speelden toen om geen fouten te maken, om het perfect te doen.
Speaker A:Kijk, je hoort dat wel vaker van grote sportploegen.
Speaker A:En wat ik me dan afvraag is, in die periode, denk ik als speelster, merkte je dat zelf misschien ook wel een klein beetje?
Speaker A:Of gaat dat dan toch aan je voorbij en zie je dat pas achteraf?
Speaker C:Nou, ik had toen in die tijd ook echt een heel slechte verhouding met Gijs toen.
Speaker C:Dus op persoonlijk vlak had ik het niet naar mijn zin in hoe het ging.
Speaker C:En achteraf heb ik dat ook in de evaluatie toen met de staf, dat was eigenlijk zonder Gijs, maar daar heb ik het ook wel gezegd.
Speaker C:Eigenlijk had ik misschien toen wel een knuppel in het hoenenmoed moeten gooien.
Speaker C:Net zoals, er zijn wel grenzen in hoe we dingen En doen.
Speaker C:Toen heb ik dat wel persoonlijk vlak gedaan met Gijs, maar dan kwamen we niet echt veel verder.
Speaker C:Dan had ik eigenlijk moeten zeggen, luister, dit leidt tot niks.
Speaker C:En dan had er misschien wel iets veranderd.
Speaker C:Achteraf heb ik gedacht, als ik dat had gedaan, dan had ik misschien wel iets anders gedaan.
Speaker A:En waar zou die verandering dan met dame uit hebben moeten bestaan?
Speaker C:Andere manier van spelen.
Speaker A:Andere manier van spelen.
Speaker A:Omdat die andere ploegen, dat merkte je, dat die zich gingen aanpassen.
Speaker C:En wij hadden wel een aantal, we konden wel een aantal dingen doen, maar we hadden ook kleine dingen.
Speaker C:Dus als we, dan gingen we warming up doen.
Speaker C:En dat was een soort van, ja, warming up bij ons was een soort van volle sprint.
Speaker C:Dus we begonnen ongeveer compleet verzuurd, we begonnen al aan de wedstrijd.
Speaker C:Dus al die atleten die kwamen dan bij ons kijken, waarom doe je dat?
Speaker A:Ja, ja.
Speaker C:Dat was dan, dan zouden we dan, de second wind zouden we dan hebben, weet je wel.
Speaker C:En ik dacht, Ja, ik was zelf natuurlijk ook een beetje...
Speaker C:Het was ook mijn vakgebied, dus ik dacht echt wel...
Speaker C:Ja, dit zijn allemaal dingen waarvan ik dacht van ja, dit is gewoon niet goed.
Speaker C:Ja, maar dat was dan een voorbeeld van ja, als we het zo doen, dan wordt het beter.
Speaker C:Maar dat was gewoon niet zo.
Speaker C:Dus ja, dus daar had ik echt...
Speaker C:Wij hadden bijvoorbeeld in die voorbereiding ook...
Speaker C:In een winterperiode moesten we drie keer in de week tien kilometer hard lopen.
Speaker C:En dan zei ik van ja, Gewoon om ons duurvermogen te verbeteren.
Speaker C:Het duurvermogen wordt wel beter, maar we worden ook langzamer.
Speaker C:Ja, maar dat was dan de visie.
Speaker C:Ik was er niet mee eens.
Speaker C:Ik deed het wel braaf, maar ik was er een beetje overtraind van geraakt.
Speaker C:Het is niet hoe je hockeyt.
Speaker C:Nu gaat dat allemaal heel anders.
Speaker C:Dus we probeerden wel wat dingen, maar het waren niet de goede oplossingen.
Speaker C:We wilden natuurlijk best een goede ploeg.
Speaker C:Ik denk niet meer dat we de...
Speaker C:Na de Olympische Spelen zijn er ook een heleboel gestopt, dus iedereen was ook een beetje...
Speaker A:Maar dan na CEO hè, bedoel je?
Speaker C:Ja, dus er was ook echt wel...
Speaker C:Dus voor een heleboel mensen, de rek was er een beetje uit, maar we konden ons nog wel oprichten.
Speaker C:We zeiden, we zijn hier niet voor niks, we willen nog wel die medaille halen.
Speaker C:Dus we hadden echt wel een goede ploeg.
Speaker C:En vergis je niet, Australië begon toen aan een hele gouden periode.
Speaker C:Die hebben daarna ook jarenlang gedomineerd.
Speaker C:Dus die hadden op dat moment een hele goede ploeg ook.
Speaker C:Dus het is niet dat ze van koekenbakkers hebben verloren.
Speaker C:Een brons medaille was op dat moment ook wel reëel.
Speaker C:Ik denk echt wel reëel.
Speaker C:Dus ik denk dat het wel klopte.
Speaker A:Ja, Marieke, je zei het was eigenlijk net niet hè?
Speaker C:Ja, op alle fronten, het was allemaal net niet.
Speaker C:Alles was, ja...
Speaker C:De rek was er een beetje uit, denk ik.
Speaker C:Zo moet je het een beetje zien, denk ik.
Speaker A:En wat is er na 88 gebeurd met die ploeg?
Speaker A:Wanneer ben jij opgehouden?
Speaker C:Ik ben na 88 gestopt.
Speaker C:Dus ik ben van 88, zat ik daar in.
Speaker C:En een heleboel met mij.
Speaker C:En toen kwam er een nieuwe lichting.
Speaker C: En die hebben volgens mij in: Speaker A:Zo snel alweer?
Speaker C:Ja, maar dat was niet meer met Gijs.
Speaker C:Dat was met Roland Oldman.
Speaker A:En jij bent op een gegeven moment zelf gaan coachen?
Speaker C:Ja, dat was nog niet toen.
Speaker C: In: Speaker A:Toen was je al afgestudeerd?
Speaker C:Ja, ik was in opleiding tot sportarts.
Speaker C:Toen was ik gevraagd.
Speaker C:Eigenlijk was ik invaller en toen uiteindelijk steeds meer.
Speaker C:En toen was de manager Franklin.
Speaker C:Maar die was eigenlijk ook assistent trainer.
Speaker C:Dat was een dubbel functie.
Speaker C:En voor de Olympische Spelen moet er best heel veel geregeld worden.
Speaker C:Met allerlei logistiek en alles.
Speaker C:En bij de Olympische Spelen neem je niet altijd je eigen dokter mee, je eigen fysio's.
Speaker C:Voor de hele ploeg wordt dat een beetje verdeeld.
Speaker C:Oké, wij nemen die mee en dan mag jij die.
Speaker C:Dan neem jij de dokter mee en dan mag jij de fysio meenemen.
Speaker C:Dat werd een beetje verdeeld, want dat is maar een beperkt aantal plaatsen.
Speaker C:Toen hadden ze gevraagd aan mij, omdat ik wel helemaal in dat team zat, of ik dat toen wilde doen.
Speaker C:Dus dat was in 92.
Speaker A:En toen ben je dus wel naar Barcelona ook...
Speaker C:Als chef de equipe, ja.
Speaker C:Dus ik was eigenlijk meer de manager dan de dokter.
Speaker A:En hoe vond je dat in die rol?
Speaker A:Dat je aan de zijlijn in feite stond?
Speaker C:Nou nee, dat ging me makkelijk af.
Speaker C:Ik was toen geen coach.
Speaker C:Ik was toen nog geen coach.
Speaker C:Ik had natuurlijk wel veel met jeugd of dat soort dingen gedaan, maar ik was toen nog niet de coach op het hoogste niveau.
Speaker C:En na het afloop van mijn eigen hockeycarrière had ik vol ingezet op mijn maatschappelijke carrière.
Speaker C:Dus dat was wel waar ik de hele tijd mee bezig was.
Speaker C:Ik was toen ook in dat jaar ook meegeweest naar de Mount Everest expeditie.
Speaker C:Dus ik was bij het hockey betrokken geweest.
Speaker C:Toen was ik even drie maanden weg geweest en toen kwam ik terug.
Speaker C:En toen was ik wel geschrokken van wat ik aantrof.
Speaker C:Het team was dus 90 kampioen geworden.
Speaker C:Dat klopte niet met wat er binnen de groep gebeurde.
Speaker C:En als staf kregen ze dan niet genoeg krippel.
Speaker A:En wie was toen de coach?
Speaker C:Dat was Roelof.
Speaker C:En die kreeg het niet gekeerd.
Speaker C:En als je er dan in zit is het ook lastig te zien, maar ik was er dus even uit geweest door die expeditie en kwam toen terug.
Speaker C:Toen dacht ik, wat is hier gebeurd?
Speaker C:En die dynamiek kregen we niet goed en dat is toen ook niet goed gegaan.
Speaker C:Toen zijn we 60 geworden volgens mij.
Speaker A:En wat ging er dan in zijn algemeenheid even niet helemaal goed?
Speaker C:Er zat te weinig gunfactor in dat team.
Speaker C:Er zat te weinig gunfactor in.
Speaker A:Onderling bedoel je?
Speaker A:Van ik geef jou een goal of...
Speaker C:Ja, gewoon wie de kar moest trekken, wie de waterdragers moesten zijn.
Speaker C:De onderlinge karakters boterden niet in dat team.
Speaker C:En het waren allemaal leuke meiden, was het niet.
Speaker C:Maar dat klikte gewoon niet.
Speaker C:Dat ging werken en dat vringen en dat is nooit meer echt helemaal lekker gegaan.
Speaker A:Maar jouw kennende, heb je daar wel iets van gevonden en iets van gezegd?
Speaker C:Ik kreeg mijn ogen natuurlijk aan het uit, ja.
Speaker C:Ik zat dan, omdat ik een paar maanden weg was geweest, ik heb het wel aangekaart, maar het vond niet dat het aan mij was om daar dan...
Speaker C:Ik was daar in een dienende rol en niet in een sturende rol.
Speaker A:Nee, een faciliterende rol, ja.
Speaker C:Dus dat heb ik toen...
Speaker C:Maar daarna in de evaluatie natuurlijk wel meegenomen.
Speaker C:In al die teams heb je dingen die...
Speaker C:Soms gaat het en dan is het bijna niet bij te sturen.
Speaker C:Soms gaat die dynamiek zo.
Speaker C:Dat is soms best heel lastig.
Speaker A:Ja, zeker op zo'n eindtoernooi lukt dat natuurlijk niet meer.
Speaker C:Nee, nou met name als het in een team niet...
Speaker C:Kijk, als je niet goed speelt, maar je hebt het samen wel heel goed, dan gaat dat makkelijker.
Speaker C:Dan ga je bij elkaar zitten en zeggen, jongens, zo werkt het niet.
Speaker C:Hoe gaan we het samen oplossen?
Speaker C:Maar als die dynamiek er niet is, dan komt er niet een oplossing.
Speaker A:Was het niet zo dat Spanje daar eerste werd?
Speaker C:Ja, die thuisfactor bij de Olympische Spelen is echt een groot factor.
Speaker B: we daar even naar kijken naar: Speaker B:Hoe was het op zich, het Olympische Spelen zelf?
Speaker B:In jouw situatie, andere vorm?
Speaker C:Ik stond er eentje buiten, dus ik was niet speelster.
Speaker C:Dan is het sowieso anders.
Speaker C:Dan ben je de hele tijd bezig om het voor iedereen zo goed mogelijk te regelen.
Speaker C:Dat is een heel ander gevoel.
Speaker C:Het is niet dat je zelf een medaille verliest daar.
Speaker C:Dus dat maakt het wel anders.
Speaker C:Barcelona was natuurlijk een fantastische speler.
Speaker C:De hele setting was fantastisch.
Speaker B:Heb je daardoor ook nog andere sporten meegemaakt?
Speaker C:Ja, we hebben daar een verlangen zien winnen, dus daar waren we bij.
Speaker C:Dat was eenmaal fantastisch.
Speaker C:We hebben ook nog naar de volleyballers gekeken.
Speaker C:Nee, dat was echt leuk.
Speaker C:Juist omdat je zelf geen speler bent, kan je daar wat makkelijker van genieten.
Speaker C:Daar ben je niet de hele tijd bezig van...
Speaker C:Gaat dit impact hebben op mijn eigen functie als speelster?
Speaker A:We noemden net even Spanje en dat is niet helemaal zonder reden.
Speaker A:Want ik heb zelf een jaartje in Madrid gehockeyd, dat was 86-87.
Speaker A:En dan speelden wij met de club de Campo tegen Polen in Barcelona, wat toen ook al enorme rivaliteit gaf.
Speaker A:Maar toen was er een wat ze noemen objectivo noventaidos, dat betekent doelstelling 92.
Speaker A:Dus in 687 heeft die hockeybond al dat hele beleid uitgestippeld van nou we willen medailles gaan halen in Barcelona.
Speaker A:En dat betekende ook dat de hockeywedstrijden van de hoofdklasse, en zeker deze wedstrijd, dat werd allemaal uitgezonden.
Speaker A:En dat was een heel programma.
Speaker A:En dat heeft dus vijf jaar geduurd.
Speaker A:Het is natuurlijk toch wel heel knap dat die dames toen, dat is volgens mij de enige keer geweest, met zo'n uitgestippeld beleid naar die Spelen toe, daar die gouden medaille hebben gepakt.
Speaker C:Het was echt fantastisch, want die hebben ook echt goed gespeeld.
Speaker C:Twee jaar geleden was die...
Speaker C:Toen was die WK er, deels in Nederland en deels in Spanje.
Speaker C:Toen werden ze bij die finale ook weer geëerd.
Speaker A:Ik ken ze natuurlijk allemaal, want ik.
Speaker C:Was er natuurlijk al jarenlang bij betrokken.
Speaker C:Uiteindelijk ben je dan ongeveer twaalf jaar bij dat Nederlandse elftal of als speelster of als staf betrokken.
Speaker C:Het was een hele leuke ontmoeting.
Speaker C:Zij was bijvoorbeeld die Mercedes.
Speaker A:Ja, Mercedes Kogin.
Speaker C:Die was ook vlaggedraagster bij de sluitingsceremonie en dat was echt heel bijzonder.
Speaker C:Het was echt leuk om te zien.
Speaker C:Het werd ze ook gegund.
Speaker A:Ja, het werd ze heel erg gegund.
Speaker A:Ik was afgelopen weekend bij de EHL, de Club de Campodamus daar weer.
Speaker A:En toen zag ik weer een paar van die bekende gezichten natuurlijk ook in de staf zitten.
Speaker C:Dat was echt heel leuk.
Speaker C:Maar het was trouwens in Syrook ook.
Speaker C:Het was Korea, Zuid-Korea, was daar tweede.
Speaker A:Oké, ja ja.
Speaker C:Dat is ook echt, alleen bij Zuid-Korea, en dat is ook een beetje Amerika ook last van heeft.
Speaker C:In Zuid-Korea werd er echt zo'n heel vol programma, maar dat is zo spelig geweest.
Speaker C:En dan is het in Korea, die dames werden uitgehuwelijkd en dan hield het vaak hun sportcarrière op en dan moesten ze weer opnieuw beginnen.
Speaker C:En dat was in Amerika natuurlijk met die collegehockey, was dat ook elke keer wel lastig om daar langere continuïteit in te krijgen.
Speaker C:En dat hebben wij als Nederland met die clubstructuur natuurlijk als voordeel.
Speaker A:Dat is voor ons veel makkelijker.
Speaker B: gelopen Olympische Spelen van: Speaker B: r jou als sportliefhebber dat: Speaker B:Ja, fantastisch.
Speaker C:Ja, we hebben natuurlijk altijd best wel...
Speaker C:In het Nederlands weten we altijd alles beter.
Speaker C:En we hebben best wel kritiek op heel veel van die bonden.
Speaker C:Maar ik vind dat de hockeybond daar echt wel credits voor verdient.
Speaker C:Ze hebben dus een structuur neergezet waarin dat kan.
Speaker C:En ze hebben dat echt goed gedaan.
Speaker C:Bij het dameshockey is er natuurlijk veel gebeurd de laatste jaren.
Speaker A:En jij hebt daar misschien ook nog even wat van meegekregen.
Speaker C:Toen dat knalde was ik er net bij.
Speaker C:Dus ik heb eigenlijk de herstelwerkzaamheden richting de WK meegemaakt.
Speaker A: Dat was: Speaker C:En daar was ik echt als sportarts naar de WK mee geweest.
Speaker C:En als sportarts ben ik als staf verantwoordelijk voor het faciliteren van de optimale prestatie, maar als sportarts ben je ook echt van belang voor de gezondheid van die speeltjes op de lange termijn.
Speaker C:En dat is wel opgepakt echt door de Hockeybond.
Speaker C:Die Hockeybond heeft natuurlijk met de dames uiteindelijk veel succes gehad.
Speaker C:En dan word je in het evalueren soms wat minder gek.
Speaker C:Dus dan denk je, blijkbaar heeft het succes gehad, dus dan gaan we rustig zo door.
Speaker C:En dat is niet hoe je moet evalueren.
Speaker C:Als het goed is, gaat het nu wel echt veel beter.
Speaker C:Als je steeds wint, wat de dameslijn natuurlijk best wel veel gedaan heeft, dan is het best lastig om dat goed te laten blijven functioneren.
Speaker A:Maar dat ging met name denk ik ook over hoe ga je met je spilsters om, met het welzijn van de spilsters.
Speaker A:En dan kom je eigenlijk op een heel algemeen thema, waar de laatste jaren natuurlijk in allerlei sporten veel over naar buiten is gekomen.
Speaker A:Is topsport eigenlijk wel gezond, om het maar even zo uit te drukken?
Speaker A:Het brengt veel, maar het kost ook veel.
Speaker A:Hoe maak jij die balans op?
Speaker C:Niet gezond, ik zeg maar.
Speaker C:Je functioneert op de grenzen, fysiek, maar ook mentaal en wat het doet met je omgeving.
Speaker C:Dus vergis je niet, als je als topsporter ergens binnenkomt, dan ben jij Jantje of Pietje de voetballer of de tennisser of weet ik veel wat.
Speaker C:En niet Jantje of Pietje de persoon.
Speaker C:Dus het doet ook echt veel met mensen.
Speaker C:Het is echt ook een beetje afhankelijk van je privé situatie, je thuisfront, hoe stabiel dat is, hoe goed je daarin gesteund of begeleid wordt, maar dus ook verantwoordelijk voor de staf, maar ook voor de bonden.
Speaker C:Bijvoorbeeld, toen ik er was, hadden we die COVID-periode met dat hokje.
Speaker C:Dat was best ingewikkeld.
Speaker C:En dan had je met de quarantainregels en met testen en dan...
Speaker C:Toen speelde net die hele toestand dat die meiden dus gezegd hadden, zo gaat het niet langer, het moet echt anders.
Speaker C:En dat de bond daarin mee was gaan.
Speaker C:En toen moesten wij voor zo'n pro-league wedstrijd naar India.
Speaker C:En toen had ik aangegeven, we hadden toen net een pro-league wedstrijd gehad, ook in Spanje, een trainingskamp.
Speaker C:Toen zei ik, nou dan komt iedereen terug, gaat iedereen ergens naar zijn studio of zijn werk en dan gaan we weer door.
Speaker C:En dan moesten we naar India.
Speaker C:Ik zeg, nou je weet zeker dat er een aantal van die speelsters in die periode, die één, twee weken daartussen, iets oplopen.
Speaker C:Dus als wij, en dat kunnen wij nog niet testen dan, tenminste soms wel, maar soms nog net niet.
Speaker C:Dan gaan we naar India en komen we daar aan op Bombay, moeten we allemaal testen.
Speaker C:En als daar dat dingetje omslaat, moeten ze in een quarantainehotel zitten en wij moeten doorvliegen naar Bhubaneswar.
Speaker A:Ja, naar de volgende plek, ja.
Speaker C:Dus ik vind dat, zeker in die situatie waarin het team toen bevond, dat was echt heel wiebelig.
Speaker C:Ja, gaan we dat niet doen?
Speaker C:Maar dat was tegen het zere been van de Internationale Hockeybond en ook tegen het zere been van de KNIB.
Speaker C:Ik was er net bij, dus het was voor mij ook best wel ingewikkeld.
Speaker C:Ik zei van ja, maar jullie vertrouwen mij deze taak toe.
Speaker C:En ik waak over de gezondheid van die speelsters.
Speaker C:En niet alleen fysiek, maar ook het mentale stukje.
Speaker C:En ik vind dat niet verantwoord wat we doen.
Speaker C:Dus als jullie gaan, stop ik met mijn functioneren.
Speaker C:Ik ga niet.
Speaker C:En mijn medestaf, de fysio's die we hebben...
Speaker C:Want dat ging niet in mijn eentje.
Speaker C:Dat had ik natuurlijk wel gecheckt met allerlei anderen.
Speaker C:Dus met de herenhockeyploeg, artsen van andere bonden, met NOC-artsen.
Speaker C:Hoe moeten we hierin functioneren?
Speaker C:En ook met de medische commissie had ik overleg gehad van mijn dilemma daarin voort te leggen.
Speaker C:Dat was best een lastige, maar uiteindelijk is die wedstrijd inderdaad niet doorgegaan.
Speaker C:Zijn we niet gegaan en toen gingen wij als alternatief, want we hadden wel die week staan.
Speaker C:Dan gaan we dus ook niet ergens anders heen vliegen.
Speaker C:We kunnen best naar Duitsland, waar we gewoon met de auto of de bus heen gaan, zodat we ook weer terug kunnen zonder dat het probleem oplevert.
Speaker C:Toen gingen we naar Duitsland en waren er inderdaad daar mensen positief voor.
Speaker C:Uiteindelijk bewijs je daarin je gelijk.
Speaker C:Er wordt nooit meer wat gehoord.
Speaker C:Maar dat klopt, dus mijn visie daarin was.
Speaker C:Maar dat zijn best wel ingewikkelde dingen.
Speaker C:En dat gaat dan natuurlijk ook over geld.
Speaker C:Dus de uitzendrechten en zeker die Indiaanse bond stopten heel veel geld in dat hokje.
Speaker C:Dat is allemaal best ingewikkeld.
Speaker C:En als je daar dan je vinger opsteekt van dat gaan we zo niet doen.
Speaker C:Dus dat was best wel een beetje spannend.
Speaker A:Even nog terugkomen op topsport.
Speaker A:Hoe krijgen we dat nou in het juiste vaarwater?
Speaker A:Om het zo maar te zeggen.
Speaker A:Dat je enerzijds natuurlijk inderdaad die optimale prestatie kan leveren.
Speaker A:Zeker internationaal gezien.
Speaker A:Zeker als je op spelen bent.
Speaker A:Ten opzichte van dat het niet teveel schade uiteindelijk aanricht.
Speaker C:Op de korte termijn zoek je soms die grens op, maar ze moeten wel terug kunnen vieren.
Speaker C:En als sporter moet je wel het gevoel hebben dat iedereen het beste met je voor heeft.
Speaker C:Richting de prestatie, maar ook richting je welbevinden.
Speaker C:En dat is hockey nog een makkelijk sport omdat het één een teamsport is en twee omdat er niet heel veel geld mee wordt verdiend.
Speaker C:Natuurlijk, die mensen die daar nu in zitten, die speelsters en spelers, dat is een boterham.
Speaker A:Een tijdelijke boterham denk ik.
Speaker C:Maar het is niet eentje waar je, zoals voetballers, waar je je geld mee moet binnenhalen, waar je tot je pensionering mee moet doen.
Speaker C:Dus dat maakt het voor de hockeyjuist nog wat makkelijker denk ik.
Speaker C:Maar het is ingewikkeld, want het is echt balanceren op de grens.
Speaker A:Ja, want ik heb het gevoel dat...
Speaker A:Kijk, jij beschreef in die vorige aflevering jouw onafhankelijkheid, wat hem ook zat van nou, ik wil ook een lolletje hebben en ik wil studeren.
Speaker A:Dat is heel typisch natuurlijk heel lang voor de hockeywereld geweest, dat je op hoofdklassenniveau dat kon doen.
Speaker A:Maar jij weet ook, net zoals ik, dat dat tegenwoordig natuurlijk toch ook anders ligt.
Speaker C:Nee, dat ben ik niet met je eens.
Speaker C:Ik vind dat dat nog steeds daar de ruimte voor moet zijn.
Speaker A:Ja, nee, dat vind ik ook.
Speaker A:Alleen ik denk dat ze die er steeds minder nemen, laat ik het zo zeggen.
Speaker C:Ja, want het is niet eens opgelegd.
Speaker C:Dat had ik zelf ook hoor.
Speaker C:Ik dacht van, dan was ik op vakantie, dan moet ik nog wel even lopen, want ik wil niet helemaal, weet je wel.
Speaker C:Dus je bent altijd, het zit altijd in je achterhoofd.
Speaker C:Altijd.
Speaker C:En wat ik zei, het is nu ook de way of living.
Speaker C:En dat was bij ons natuurlijk ook wel.
Speaker C:Ik had ook wel dat ritme, het hoekje zat er elke dag wel in.
Speaker C:Maar het was toch, we hadden niet die social media.
Speaker C:Tegenwoordig wordt ook alles, weet je, alles staat overal.
Speaker C:Je moet voor je werk bouwen.
Speaker C:Je moet ook elke dag beschikbaar zijn bij wijze van spreken.
Speaker C:Je bent er elke dag mee bezig en op een gegeven moment word je er soms best...
Speaker C:Dat is ook wat we zeggen, soms moet je ook invullen.
Speaker C:Hoe voel je je vandaag?
Speaker C:Moet je een kleur aangeven?
Speaker C:Om te kijken of je niet overtraind raakt.
Speaker C:Maar dat maakt alweer dat je er op het moment dat je opstaat al mee bezig bent.
Speaker C:Want dan moet je iets invullen.
Speaker C:En dan, weet je wel, dus elke dag...
Speaker C:Van het begin tot het eind van de dag word je gemonitord.
Speaker C:Met alle trackers en info lijstjes en kleuren.
Speaker C:En soms word je daar wel knettergek van.
Speaker A:Vind je dat, voor zover je dat kan overzien, dat we het nu met die nationale teams redelijk in balans hebben?
Speaker C:Ik vind dat wat heel goed is, die overtraining eruit halen en dat er ruimte is voor Nou, dat zie je ook naar de Olympische Spelen, dat heel veel jongens of meiden er dan toch even tussenuit gaan.
Speaker A:Ja, dat heb je nu een aantal keren gezien.
Speaker A:Dat is even een soort sabbatical-achtig.
Speaker A:Wat ook gewoon geaccepteerd wordt.
Speaker C:Dat was in mijn tijd ook, hoor.
Speaker C:Ik heb dat toen ook wel twee, drie maanden.
Speaker C:Maar toen miste ik het en toen wilde ik eigenlijk wel niet door.
Speaker C:Maar dat is goed, weet je.
Speaker C:En ik had ook zelf wel die onafhankelijkheid.
Speaker C:Ik heb alternatieven.
Speaker C:Maar die alternatieven worden wat minder.
Speaker C:En dat is ook wel mijn zorg.
Speaker C:Dus wat ik zei, het voordeel is dat er geen geld, geen grote sommige geld, maar dat is ook het nadeel.
Speaker C:Dus dat ze dus eindeloos doorgaan, omdat er geen alternatief is.
Speaker C:Ze hebben een studie.
Speaker C:Dus bij de dames gaat dat nog wel.
Speaker C:Bij de hier is dat volgens mij, dat iedereen denkt van ja, met mijn naamsbekendheid, met aangetonen doorzettingsvermogen en zo.
Speaker C:Maar dat is niet meer zo.
Speaker C:Je maten gaan, waar je mee Ooit in de jeugdhockey, die zijn al lang en breed bezig met de maatschappelijke carrière.
Speaker C:En jij staat er gewoon tien jaar achter.
Speaker C:En dan kan je nog wel zo hard werken.
Speaker C:Die anderen zijn gewoon verder.
Speaker C:En daar worden ze ook wel in begeleid.
Speaker C:Vanuit de bond wordt er ook wel aandacht aan besteed.
Speaker C:Dat ze dat soort dingen proberen, ruimte voor te creëren, maatschappelijke stages, studie, de dingen die daar spelen.
Speaker C:Dat deden wij allemaal zelf.
Speaker B:Nu had je het net over topsport, dat dat niet altijd zomaar even gedaan kan worden.
Speaker B:En ook soms misschien voor de gezondheid niet het allerbeste is.
Speaker B: van is toch wel de finale van: Speaker B:Want wat een bizar iets was dat.
Speaker C:We zijn door het oog van de naald gekomen.
Speaker C:Ik vond dat China beter was.
Speaker C:Dat vonden we eigenlijk allemaal wel beter.
Speaker C:Maar op individuele klassen is dat binnengehaald.
Speaker B:En dan was er ook nog een coach aan de andere kant.
Speaker C:En technisch-tactisch is het de beste die er is, denk ik.
Speaker C:En op dat andere vlak...
Speaker C:Ik ben eigenlijk tekort met haar samengewezen, maar je hoopt dat er iemand dan naast staat.
Speaker C:Die haar daar een beetje begeleidt.
Speaker C:Het lastige is altijd, want die is ook wel geweest in de tijd dat ze in Nederland-Zuid-Australië deed, maar je kan, het is echt ook wel door de staf aangegeven, en er zijn ook wel een aantal stafleden vertrokken onder haar vanwege de gang van zaak, maar je wil als staf toch met één woord spreken, want als de helft van de staf iets anders zegt dan de coach, ja dat werkt ook niet.
Speaker C:Dus dat is best ingewikkeld, maar wij hebben dat in onze staf ook wel gehaald.
Speaker C:Dat als er iets niet liep, we hebben in de voorbereiding voor die WK vlak nadat Ellison dus weg was, is er ook oud zeer die uit de lucht gehaald moest worden.
Speaker C:Dat het best ingewikkeld is en dat je heel snel zegt van nou, we gaan eerst dat toernooi doen en daarna zien we wel weer verder.
Speaker C:Maar dat moet je dus voor het welbevinden van die speelsters niet zo doen.
Speaker C:Nee, dat hebben wij ook toen gezegd, dan moet alles op tafel, alles moet eruit.
Speaker B:Maar in ieder geval, dit soort finales moeten niet te veel komen, want dan wordt de gezondheid toch echt wel een probleempje.
Speaker C:Paul van Assen heeft het op mentale vlak goed gedaan.
Speaker A:Marieke, ik vind het leuk om nog even naar jou als coach te gaan, want je hebt natuurlijk tot nu toe heel veel verteld over hoe je ook zelf als speelster coaches hebt ervaren.
Speaker A:Ook een beetje van de zijlijn natuurlijk.
Speaker A:Wat heb je nou uit die ervaringen als speelster meegenomen in je coach functioneren?
Speaker C:Een van de eerste dingen die ik deed is dat je het team echt als Het team is het beste als ze individueel het zelf ook heel erg naar hun zin hebben.
Speaker C:Dus je moet ze eigenlijk toch best individueel begeleiden.
Speaker C:En dus niet, we gaan als team dit doen.
Speaker C:Dus dat je eerst zegt, oké jij werkt, jij studeert nog.
Speaker C:Dus dat maakt de belasting voordat je gaat trainen al zo anders.
Speaker C:Iemand die uit zijn werk raced om op tijd op te trainen, dat is anders dan iemand die vanuit zijn studie met een relaxed gevoel vast een beetje infietst en wat krachttraining doet en dan het veld op gaat.
Speaker C:Dus je moet heel individueel, dat heb ik echt vanaf het begin gedaan, dat was soms ook nieuw, dat je zegt jij mag niet komen trainen want jij gaat maar thuis op de bank zitten of naar de film of doe iets leuks bij je.
Speaker C:Dat je aan de anderen moest uitleggen waarom je dat deed.
Speaker C:Omdat je dacht, ik moet de elastiteit weer terugkrijgen.
Speaker C:Dus dat was ingewikkeld.
Speaker C:Dat was voor het eerst dat ze zeiden, als zij vrij krijgt, mag ik dan ook vrij.
Speaker C:Nee, jij mag geen vrij.
Speaker C:Jij komt net kijken.
Speaker C:Jij moet nog heel veel trainingsuren maken voordat je dat soort privilege krijgt.
Speaker C:Maar dat je dus heel individueel, daar heb ik ze altijd begeleid.
Speaker C:En ook wel...
Speaker C:Autonomie gunnen aan de speelsters en spelers.
Speaker C:Dat ze, als zij het gevoel hebben van dit werkt voor mij het best, dat je ze dan ook de kans geeft om het op hun manier te doen, ten goede kwam aan een team.
Speaker C:Als het alleen maar voor eigenbelang was, dan was het natuurlijk snel afgelopen.
Speaker C:Dus echt wel vrij individueel.
Speaker C:Dat mensen toch wel de ruimte kregen om hun eigen invulling aan te geven.
Speaker A:Vond je dat moeilijk of makkelijk als coach?
Speaker C:Wat ik zei, ik ben natuurlijk wel redelijk eigenwijs.
Speaker C:En ik weet dat ik tactisch best wel beslaagd te ijf kom.
Speaker C:Dus als ze dingen wil.
Speaker C:Soms was er bijvoorbeeld een speelster die dacht dan echt dat ze meestal terecht kwam als spits.
Speaker C:Waarvan ik dacht, nee, dat klopt niet.
Speaker C:Je bent echt veel meer een middenvelder.
Speaker C:Maar dan liet ik ze ook spelen als spits en daarna pakten we de video.
Speaker C:Dan ging je zeggen, oké, dit is wat jij wil en dit is wat ik denk dat het beter is.
Speaker C:En niet alleen voor die speels, maar ook voor het team.
Speaker C:Dus je probeert ze dan wel mee te nemen.
Speaker C:Dus ze kregen dan wel de ruimte, maar dan namen ze je wel mee in hun in team.
Speaker C:Hoe je het uiteindelijk samen voor elkaar wilde krijgen.
Speaker C:Dat is vrij eenvoudige benadering.
Speaker A:En ik denk dat jij, want ik weet dat al toevallig een klein beetje natuurlijk, ook nog twee andere dingen eigenlijk, ja, vond ik al heel goed aanpakten.
Speaker A:En dat was één, als je zag dat de potentie door iemand niet werd gehaald, nou dan had je eigenlijk aan jou een hele goeie, maar in hun ogen misschien ook een slechte.
Speaker A:Dat was heel erg belangrijk.
Speaker A:En je zette ook meteen een soort, ja hoe zeg je dat, de lat wat hoger.
Speaker A:Van nou jongens, dit is wat we kunnen bereiken.
Speaker A:Ik vind het altijd moeilijk om in het amateurhockey en het jeugdhockey van topsport te spelen, maar dat is wel een term die iedereen een beetje kent.
Speaker A:Jij zet dan op een gegeven moment wel een bepaalde lijn neer van nou, zo moeten we het gewoon gaan doen.
Speaker A:Wat heel duidelijk is.
Speaker C:Ik was dat wel heel duidelijk.
Speaker C:Ik denk dat een De willekeurige, ook in mijn werk in de zorg.
Speaker C:Als je de grenzen goed aangeeft, dus dit is een grens aan deze kant, dit is een grens aan die kant, maar daarbinnen heb je vrijheid.
Speaker C:En als je geen grenzen aangeeft, want iedereen denkt dan dat je, ik was dan al streng omdat ik een aantal grenzen had, maar als je die grenzen aangeeft, dan heb je eigenlijk meer vrijheid, want iedereen weet, oké, dit zijn de afspraken en daarbinnen mag ik veel meer doen wat ik denk dat goed is.
Speaker C:Dus als je die grenzen niet aangeeft, gaat de ene, Net elke keer net te ver en de anderen denken van ja, ik denk niet dat dat goed is, dus ik blijf maar een beetje op de vlakte.
Speaker C:Eigenlijk ben je al minder vrij, denk ik, in zo'n teaminformering.
Speaker C:Ik heb bijvoorbeeld in de jeugd, jongens in de zaal, die zaten er al net tegenaan en toen vroegen ze, wil jij een coach?
Speaker C:En toen zag je al heel veel ouders en een meisje bij die jongens.
Speaker C:Maar dan vroeg je, wat willen jullie dan?
Speaker C:We willen dan echt een landskampioen.
Speaker C:Dan moet je dus echt goed spreken.
Speaker C:Hoeveel willen we daar dan voor trainen?
Speaker C:Nou, één keer in de week.
Speaker C:Dat je echt denkt, oké, weet je wel.
Speaker C:Maar dat kon je dan ook spiegelen.
Speaker C:Ik zeg, oké jongens, als we dat willen, dan moeten we wel boter bij de feest.
Speaker C:Dus ik ga met jullie mee.
Speaker C:Jullie mogen zeggen waar we heen willen.
Speaker C:Maar dan maken we daar wel afspraken over.
Speaker C:En dan uiteindelijk...
Speaker A:Dat zijn ook wel die grenzen natuurlijk in feite.
Speaker C:Ja, merken dat het wel zo werkt.
Speaker C:Je kan beter met z'n allen naar links gaan en dan met volle overtuiging naar links gaan, dan een beetje naar rechts en een beetje naar links, want dan kom je daar niet.
Speaker C:Ik zei altijd, je kan beter streven naar eerste, dan word je misschien af en toe vierde, dan had je altijd streven naar tweede of derde, want dan word je nooit eerste.
Speaker A:En heb je uit die Mount Everest-expeditie nog dingen gehaald die je als coach hebt kunnen gebruiken?
Speaker A:Want dat is weer een hele andere wereld natuurlijk.
Speaker C:Het is een hele andere wereld.
Speaker C:Ik werd daarvoor benaderd.
Speaker C:Eerst zei ik nee.
Speaker C:Ik weet helemaal niks van bergklimmen, maar het is wel echt topsport in al facetten, mentaal, fysiek, omstandigheden, hoe je met elkaar omgaat, dus sociaal.
Speaker C:Dus toen ben ik meegegaan.
Speaker C:Wat heel grappig is, wat heel bijzonder is, want bergklimmen zijn natuurlijk Het is een heel individueel iets.
Speaker C:Iedereen wil de top halen, maar je hebt elkaar nodig om de top te halen en maar ook gewoon het lijstje te behouden.
Speaker C:Dus als iemand ergens in de problemen komt, moet de rest hem gaan redden.
Speaker C:En dat is een hele andere dimensie dan op het hoekjeveld, of je wel of niet wint.
Speaker C:Daar kom je wel of niet terug.
Speaker C:En Berckx en de groep waarin ik was, waren allemaal super slim.
Speaker C:Echt de ene nog slimmer dan de ander.
Speaker C:Natuurkunde, wiskunde, weet je allemaal.
Speaker C:En ik vroeg ook eens aan de jongens van wat heb je nou voor over om die top te halen?
Speaker C:Nou dat was behoorlijk veel dat ik dacht.
Speaker C:Nou dat zou ik echt never nooit doen.
Speaker C:Met mijn gezondheid, dus dan ben je toch wel Echt als dokter, gezondheid gaat omhoog.
Speaker A:Dus hij ging ook heel ver in het topsportstreven.
Speaker C:En wat leuk was om te zien daar, dat degenen met het meeste ervaring dit vers kwamen.
Speaker C:Dus niet de beste klimmer.
Speaker C:Maar door ervaring weet je van oké, ik heb het eigenlijk over, dus ik zou nog verder kunnen, maar ik moet reserve houden om het zometeen...
Speaker C:Te kunnen trekken.
Speaker C:En degenen die die ervaring hadden, uiteindelijk hebben die het gered.
Speaker C:En dat is bij hockey toch ook wel af en toe zo.
Speaker C:Ik ben zelf altijd van, ga er maar lekker onbevangen in.
Speaker C:Maar je ziet ook wel dat als je goed met de omstandigheden om kan gaan, en dat is natuurlijk tegenwoordig wel anders.
Speaker C:In de hockey is het, alles wordt Net zoals wij, we gingen voor de Olympische Spelen griepen al kijken.
Speaker C:Maar zelfs ik ben zelf voorstander van laat iedereen de warming-up lekker op zijn eigen manier.
Speaker C:Dat is natuurlijk nergens meer zo.
Speaker C:Alle voetballers, de hockeyers doen alles gezamenlijk.
Speaker C:Terwijl ik denk, de één heeft juist nodig om de spanning eraf te lopen en de ander moet juist...
Speaker C:Aangezet worden.
Speaker C:Dus de ene heeft een hele andere warming-up nodig dan de andere.
Speaker C:En dan vraag ik dat aan het team.
Speaker C:Dan zeg ik, voor mij mag het, hè?
Speaker C:Voor mij mag je individueel...
Speaker C:Nee, dat willen ze dan niet.
Speaker C:Ze willen allemaal als team inlopen.
Speaker C:En alles moet van tevoren op de dag zijn.
Speaker C:Maar er gaat altijd iets anders.
Speaker C:Dan is het bus te laat of een openingsceremonie duurt te lang.
Speaker C:En dan moet je, de hele voorbereiding loopt in de war.
Speaker C:En ik denk, ja, als je dat wat vrijer laat, kan je er ook makkelijker op inspelen.
Speaker C:Dan zeg je, nou oké, dan gaan we vandaag links om en de andere keer gaan we rechts om.
Speaker C:Dat is niet zo.
Speaker A:Er zijn allerlei dingen die spelen in zo'n groep, als je daar niet naar vraagt, die je helemaal niet weet.
Speaker A:Ik heb een keer jongens A1 gedaan.
Speaker A:Dat zijn natuurlijk jongens, wat jij zei, ambitie, eerste worden.
Speaker A:Maar wat bij jongens heel belangrijk is, is of ze in de basis starten of niet.
Speaker A:Wat bij het hockey helemaal niet zo belangrijk meer is, want je hebt dat interchange.
Speaker A:In principe speel je bijna allemaal evenveel of een paar minuten minder, maar dat maakt niet zoveel uit.
Speaker A:En toen zijn we met die groepen zo op een gegeven moment...
Speaker A:Ik merkte dat er iets was, dat de aandacht tijdens de wedstrijdbesprekingen niet helemaal oké was.
Speaker A:En wat kwam er dan uit, uit die gesprekken met die jongens?
Speaker A:Dat het grote merendeel, de overgrote deel van die groep, die wilde in de eerste minuut van het praatje horen wat de opstelling was.
Speaker A:Terwijl ik eerst uitlegde, nou we spelen zus of zoveel dagen niet op de tegenstander.
Speaker A:Nou je kent het wel.
Speaker A:En dan het einde.
Speaker A:Dus dat heb ik toen omgedraaid.
Speaker A:En toen weer geëvolueerd, dan blijkt dus dat ze veel meer oppakken van wat je daarna zegt.
Speaker A:Als je dus als coach niet openstelt en zelf die gesprekken aangaat, daar spreekt dat heel erg aan wat jij zegt, die individuele aanpak en die grenzen zetten en dan meer vrijheid genereren.
Speaker A:Ja, ik denk dat dat een hartstikke mooi uitgangspunt is.
Speaker C:Ik deed de teambespreking altijd op vrijdagavond voor de wedstrijd van zondag.
Speaker A:Ja, dat speelt ook mee van wanneer je horen zit.
Speaker C:Iedereen kan er dan op anders.
Speaker C:En bij mij was ook de beginopstelling niet de belangrijkste.
Speaker C:De eindopstelling is de belangrijkste.
Speaker A:Ja, ja.
Speaker C:Eigenlijk worden wedstrijden bijna altijd precies in het laatste stukje.
Speaker A:Dat zie je in voetbal nu helemaal, met dat finish.
Speaker C:Iedereen begint dan met z'n sterkste opstelling.
Speaker C:Als je speler komt net terug, kan maar 60 minuten spelen.
Speaker C:Dan word je ingezet in het begin en niet aan het eind.
Speaker C:Ik denk, ja.
Speaker C:Dat is out of the box.
Speaker A:Ja, dat is heel out of the box.
Speaker C:Er is aangetoond dat als je goed wilt trainen, dat je eigenlijk moet beginnen met een partijtje.
Speaker C:Dat krijg je niet voor elkaar.
Speaker C:Als je dat doet met een team, je kan nog wel een beetje bovenzit partijtjes spelen, maar beginnen met een partijtje...
Speaker C:Je moet eindigen met een partij, want dan staat iedereen helemaal aan en op scherp.
Speaker C:Terwijl effectief is het beter om te beginnen.
Speaker C:Maar dat gaat gewoon niet werken.
Speaker C:Dan vinden ze niks.
Speaker C:Dan vinden ze echt helemaal niks.
Speaker A:Marieke, nog even over jouw gouden team van Los Angeles 84, want daar willen we denk ik een beetje mee afsluiten.
Speaker A:Zien jullie elkaar nog wel eens?
Speaker A:Hoe gaat dat na die spelen?
Speaker C:We hadden echt een heel leuk team.
Speaker C:Je had er binnen natuurlijk altijd wel een paar die elkaar veel intensiever zien en een paar die je sowieso af en toe even spreekt.
Speaker C:En nu krijgen we eindelijk een beetje het eind van zijn werkende periode.
Speaker C:Dus er komt wat meer ruimte in de agenda's.
Speaker C:Want iedereen zat natuurlijk in de gezin of met werk of weet ik veel wat.
Speaker C:En nu komt er wat meer ruimte in iedereen zijn agenda's.
Speaker C:Dus nu gaan we binnenkort weer met elkaar golven en lekker eten.
Speaker C:En dat is echt leuk.
Speaker C:En iedereen vindt het ook leuk om elkaar te zien.
Speaker C:Dus als er een datum wordt geprukt en iemand kan niet, dan is het echt, kunnen we niet toch schuiven, dat weet je wel.
Speaker C:Dat kunnen natuurlijk weer anderen niet.
Speaker C:Dus iedereen vindt het echt leuk om elkaar te zien.
Speaker C:En wat ik zei, iedereen gaat gelijk weer in dezelfde rol betonen.
Speaker A:Ja, dat vond ik vage.
Speaker C:Net als thuis in je oude gezin.
Speaker C:Dus alles gaat echt in dezelfde dynamiek gaat het weer door.
Speaker C:Dat is echt heel grappig.
Speaker C:Dat is op een of andere manier.
Speaker A:Komen die spelen dan nog naar boven, of is dat er eigenlijk niet meer waard over gaat?
Speaker C:Nee, de laatste keer dat we bij elkaar waren, hadden er twee aan een quiz georganiseerd over dingen van de spelen van toen.
Speaker C:Nou, daar moest iedereen echt heel erg graven.
Speaker C:Maar als het dan...
Speaker C:Ja, wat wil ze doen?
Speaker C:En dan worden er ook altijd weer hele foute grappen gemaakt natuurlijk.
Speaker C:Wordt iedereen weer even op zijn plek gezet.
Speaker C:Iedereen is wel meer bezig met wat we nu allemaal doen.
Speaker C:Wat wel heel leuk was, van ons team zijn er heel veel nog betrokken geweest in de loop der jaren met het team.
Speaker C:Heel veel, Marlijn Ijsvogel, eerst als manager, later in het bestuur gezeten.
Speaker C:Sander Lepole, manager geweest.
Speaker C:Mark-Giet Segers, manager geweest.
Speaker C:Die Z heeft nog wel wat dingen gedaan.
Speaker C:Fieke heeft natuurlijk ook al heel veel dingen gedaan.
Speaker C:Dus heel veel van die meiden van onze groep zijn daarna in de bond heel actief geweest.
Speaker C:Dus ik heb dan bijvoorbeeld die maatschappelijke geleiding, die stichting bestuur, wat nu door het NOC wordt gedaan.
Speaker C:Dat heeft de Hockeybond eerder opgepakt.
Speaker A:Toch in die zin ook wel een soort bijzondere generatie, waar je wel achteraf bezien in hebt gezeten.
Speaker C:Ja, heel actief.
Speaker C:Ik denk dat het ook een beetje zo is.
Speaker C:En dat zul je bij die andere sporters die u spreekt ook horen.
Speaker C:Ik ben echt bevoorrecht.
Speaker C:Ik heb heel veel meemogen, maar ik heb de wereld gezien.
Speaker C:Ik heb ook op een jonge leeftijd onder druk leren presteren.
Speaker C:Je krijgt heel veel bagage mee doordat je daarin hebt gezeten.
Speaker C:En het is ook leuk om dingen terug te geven.
Speaker C:Het is ook een beetje payback time, zeg maar.
Speaker C:Dus iedereen is op een of andere manier ook wel bereid om dingen terug te doen.
Speaker A: illen meegeven met het oog op: Speaker A:Waar moeten ze zich op instellen?
Speaker C:Wat grappig hè?
Speaker C:Tijden zijn natuurlijk veranderd.
Speaker C: l, in de Olympische Spelen in: Speaker C:Want die hoorden natuurlijk toen al USA, dus als het maar niet USA is, is het goed.
Speaker C:In de huidige tijden is dat nog veel extremer natuurlijk.
Speaker C:En dat is zeker wat er nu in de wereld in de wereld gebeurt.
Speaker C:Is.
Speaker C:Dat was toen.
Speaker C:Dus als je daar over straat liep en die mensen waren allemaal helemaal blij als ze iemand met een trainingsjacket zagen, want dat vonden ze echt geweldig.
Speaker C:Ze zijn heel sport minded.
Speaker C:Dus dat is wel echt wel.
Speaker C:En dat is denk ik, wij kijken daar, ik denk dat als je daar eenmaal zit, dat het allemaal wel meevalt zoals we nu naar de wereld van de Verenigde Staten kijken.
Speaker C:Maar met name van, weet je, het is Pas achteraf zie je hoe bijzonder het is, zo'n Olympische Spelen.
Speaker C:En dat je er ook echt van moet genieten, dat het zo bijzonder is.
Speaker C:Als je erin zit, heb je dat allemaal niet zo door.
Speaker C:Wat ik zei, ik ben van tevoren zijn van, nou laat maar zitten waar wij spreken.
Speaker C:Dat je dat echt doorheen ziet, het is echt heel bijzonder.
Speaker C:Er zijn er maar een paar die het voorrecht hebben om daar in mee te mogen.
Speaker A:Maar kijk, deze ploeg die wint nu alles.
Speaker A:Wint al heel lang alles.
Speaker C:En nu ook een goede coach.
Speaker A:Nou, het duurt nog twee jaar ongeveer.
Speaker A:Dat kan natuurlijk een enorme valkuil zijn.
Speaker A:Alhoewel, als je mij vraagt, wie zou er van Nederland moeten winnen nu?
Speaker A:Zou ik ook niet zo'n antwoord hebben.
Speaker A:Dan heb je China en België, die dan dicht tegen Nederland wellicht aanzitten.
Speaker A:Maar zie jij die valkuil ook nog?
Speaker C:Nee, dus er is wel weer een switch gemaakt en in Parijs maakten we wel weer een nieuwe start.
Speaker C:Ik vond toen dat we echt een beetje wat minder werden, maar nu zie je ze echt wel weer beter.
Speaker C:Het is natuurlijk wel een systeem als je een halve finale...
Speaker C:Elk toernooi heb je één wedstrijd waar je het gewoon niet wil.
Speaker C:En dat moet je wel op het goede moment hebben.
Speaker C:Maar daar moet je je bijvoorbeeld ook op instellen.
Speaker C:Daar moet je oplossingen voor verzinnen, op voorhand.
Speaker C:Er is elk toernooi altijd één wedstrijd...
Speaker A:Ja, dat je bijvoorbeeld een kwartfinale...
Speaker A:Dat het ineens helemaal niet loopt.
Speaker C:Nee, dat het niet loopt.
Speaker C:En Nederland had dat in Parijs bij de finale.
Speaker C:Er is altijd één wedstrijd en daar moet je doorheen komen.
Speaker C:En daar moet je...
Speaker C:Ik zou gunnen dat ze iets flexibeler zijn, van kom dan met de oplossingen.
Speaker C:Dat deed ik ook wel eens.
Speaker C:Als je zelf een team begeleidde, dan zag je dat het misging.
Speaker C:Dan liet je het ook wel eens misgaan, om te kijken wie er nou op staat.
Speaker C:Wie komt er met een oplossing?
Speaker C:Wie gaat er iets nieuws verzinnen?
Speaker C:Wie zet het weer neer?
Speaker C:En dat is tegenwoordig is alles zo voor geprogrammeerd.
Speaker C:Wat ik zei, alles wordt gemotiveerd.
Speaker C:Alles staat op beeld.
Speaker C:Dat er steeds minder ruimte is.
Speaker C:Dat perfectioneert het spel.
Speaker C:Maar als het dan niet loopt, heb je minder tools om het dan alsnog op te lossen.
Speaker A:Dat ben ik met je eens.
Speaker A:Kijk, in het hockey, je kan zo verdedigend spelen wat vaak gebeurt.
Speaker A:En dan met een paar counts of een corner kan je ineens 1-2-0 voorkomen.
Speaker A:Dan kan het heel lastig worden.
Speaker C:Eerst hadden wij de Pro League natuurlijk.
Speaker C:Net zoals bij het voetbal heb je zo'n toernooi dat eigenlijk nergens om gaat.
Speaker C:Maar daar zit nu ook weer een prijs aan.
Speaker C:Dus als je eerste wordt, dan heb je je ticket voor de Olympische Spelen.
Speaker C:Dus dat vrijblijven is er ineens af.
Speaker C:Want Duitsland ging altijd met allerlei opleidingsjongens daarheen.
Speaker C:Zowel in de staf als in het team.
Speaker C:Dan lieten ze allemaal mensen lekker warm draaien op het internationale speelveld.
Speaker C:Nederland deed dat altijd wat minder.
Speaker C:Te weinig, vind ik, dat we dat te weinig doen.
Speaker C:Ze hebben wel grote trainingsgroep hoor, ze hebben dat wel.
Speaker A:Er zit ook wel veel verjonging in, toch, de laatste tijd?
Speaker C:Ja, die trainschools, daar zitten ze echt wel...
Speaker C:Dus dat doen ze wel heel goed, vind ik.
Speaker C:Maar als het puntje bij Patrick komt, je moet onder druk presteren.
Speaker C:Dat leer je eigenlijk alleen maar tegen grote tegenstanders.
Speaker A:Nou Marieke, ik denk dat we aan het einde van deze mooie tweede aflevering zijn gekomen.
Speaker A:Ik wil je ontzettend bedanken voor beide afleveringen.
Speaker A:Hartstikke leuk en ook goed om te horen hoe jij het als speelserp ervaart.
Speaker A:Maar met name ook als coach en daarna en wat je er allemaal omheen hebt gedaan.
Speaker A:Ik denk dat het zeer luisterwaardige afleveringen zullen zijn.
Speaker A:Dus we zullen ons best doen om dit zo breed mogelijk te verspreiden.
Speaker A:Maar ontzettend bedankt.
Speaker C:Graag gedaan, ik vond het leuk.
Speaker C:Vond ik echt leuk.
Speaker A:En wederom zeer bedankt Rick, maar ook Rijnmond waar we in deze hele prettige studio met een cappuccino bij de hand mochten zitten.
Speaker A:Dankjewel.
Speaker C:Graag gedaan.