Artwork for podcast Epische Reizen
De Ongelooflijke Overlevingstocht van Walvisvaarder Hidde Dirks Kat (1777)
Episode 378th March 2026 • Epische Reizen • Robert Tetteroo
00:00:00 00:19:45

Share Episode

Shownotes

In september 1777 vergaan meerdere Nederlandse walvisvaarders voor de kust van Groenland. Het kruiende ijs vermorzelt de schepen als notendoppen en honderden zeelui komen om het leven in het ijskoude water.

Commandeur Hidde Diriks Kat van Ameland overleeft de ergste scheepsramp uit de geschiedenis van de Nederlandse zeevaart. Later schrijft hij alles op. Dit is het ongelooflijke overlevingsverhaal van een man die wekenlang op drijvend ijs leeft, bijna verpletterd wordt tussen de schotsen, zijn bemanningsleden één voor één verliest, en uiteindelijk gered wordt door de gastvrije Inuït – de inheemse bewoners van Groenland.

In deze aflevering horen we:

  1. Hoe een hele vloot walvisvaarders wordt vernietigd door het kruiende poolijs
  2. Waarom ijsberenvlees zowel je kan redding als je ondergang kan betekenen.
  3. Het laatste gezang van 78 wanhopige mannen, die de volgende ochtend spoorloos zijn verdwenen zijn
  4. Hoe Hidde Kat een noodbericht schreef met bloed op een zeehondenhuid
  5. Wat de Inuit hem leerden over leven in de extreme omstandigheden

Het verhaal is gebaseerd op Kat's eigen dagboek: Dagboek eener reize ter walvisch- en robbenvangst, gedaan in de jaren 1777 en 1778, gepubliceerd in 1818. Een primaire bron van zeldzame eerlijkheid en precisie.

Luisteraar Walraven Hofker uit Ameland, tipte mij op het verhaal van zijn eilandgenoot.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief: https://epischereizen.substack.com/

#groenland #inuit #hiddedirkskat #walvisvaart #overlevingsverhaal #Ameland #dagboek #1777 #1778 #ijsberen #epischereizen

Een bijdrage om deze podcast mogelijk te maken en voort te zetten wordt zeer gewaardeerd en is van harte welkom! Al is het maar twv een kop koffie voor de maker (!) https://petjeaf.com/epischereizen

Instagram: @epischereizen en @linschotenvereeniging

Epische Reizen wordt gemaakt door Robert Tetteroo

#denbriel #1april #alva #arnezuidhoek #vestingstad #historischereizen #geschiedenis #VOC #WIC #linschotenvereeniging #maritiemegeschiedenis #historischepodcast #piraten #Kapers #Kaapvaart #Zilvervloot #goudeneeuw #Batavia #Scheepswrak #Watergeuzen #VOC #WIC #ontdekkingsreizigers #Michielderuyter #Nederlands-Indie #Recife #Nieuwholland #nieuwnederland #nederlandsbrazilie #piethein #pietheijn #Cornelisjol #Houtebeen #piraten #Curaçao #Westindischecompagnie #Johandelaet #Leiden #Amsterdam #Heren17 #Heren19 #denbriel #brielle #1april #alva #arnezuidhoek michielvangroesen #jeroenterbruggen #gekeburger #lorenzoruijter #tristanmostert #jaapjacobs #vestingstad #historischereizen #geschiedenis #VOC #WIC #linschotenvereeniging #watergeuzen #innaamvanoranje #australie #antarctica #ontdekkingsreizen #kapers #boekaniers #vrijbuiters

Transcripts

Het is september:

Dit is Epische Reizen, een podcast over Nederlandse en Vlaamse reizigers door de eeuwen heen.

In deze aflevering vertel het ongelooflijke overlevingsverhaal van commandeur Hidde Dirks Kat, een walvisvaarder van Ameland.

Ik werd op dit verhaal gewezen door Walraven Hofker, luisteraar van Epische Reizen en zelf ook afkomstig van Ameland. Door zijn interesse in de lokale geschiedenis wist hij van dit verhaal.

Hij schreef mij: De ontberingen die Hidde heeft ondergaan zijn onvoorstelbaar. Stel je eens voor dat je met meerdere schepen en de bemanning in het ijs vast zit. ’s Avonds hoor je tientallen mannen - die op een ijsschots naast je vastzitten - nog zingen. De volgende ochtend zijn ze allemaal verdwenen. Dood. Het is met geen pen te beschrijven. Maar de Heer Kat heeft het overleefd en opgeschreven.

Kat noteerde in het zijn:

benvangst, gedaan in de jaren:

Ameland. In maart van het jaar:

zitten. En in de nazomer van:

Op 18 augustus werden de schepen van commandeurs Pieter Andersen en Albert Jans door het ijs verbrijzeld. Hierdoor dreven er grote hoeveelheden walvisspek en traan in het water rondom de overgebleven schepen.

De sterke geur van het spek trekt ijsberen aan. Omdat de bemanningen van de vergane schepen waren verdeeld over de overgebleven schepen, waaronder die van Kat, ontstond er een tekort aan voedsel. De mannen schoten de beren dood om ze op te eten. De hongerige mannen die het vlees meteen aten, zonder het eerst goed te laten uitvriezen, werden ziek.

Hidde schrijft dat de huid van de mannen, die van het berenvlees gegeten hebben, na een paar dagen loslaat. In hun mond, hun tong, hun handen en voeten. Beangstigend.

We weten nu is dat dit een klassiek symptoom is van een acute vitamine A vergiftiging. De lever van een ijsbeer bevat een voor mensen giftige, soms zelfs dodelijke hoeveelheid vitamine A. Ze aten dus letterlijk voor hun redding tegelijkertijd hun dood tegemoet. Maar dat is pas het begin van een lange uitputtingstocht.

In september varen de overgebleven schepen langs de kust van Groenland als een noordoostelijke orkaan opsteekt. Ze zien geen walvissen, zeehonden en zelfs geen vogels meer. Kat bemerkt dat ze steeds verder door het ijs worden ingesloten. Vanaf dek zien ze de open zee op nog geen mijl afstand, en dat geeft de bemanning hoop om uit het ijs te komen. Maar het lukt niet. En de zee verandert steeds verder in ijsvelden die de schepen langzaam in haar greep krijgt.

Onze schepen bleven zoo goed als onbeschadigd. Maar op den 30ste September, toen de wind allengs begon af te nemen, werden onze drie schepen door de geweldige deining tusschen het ijs ingedrongen, en door ontzettende stooten in één oogenblik verbrijzeld. De masten buitelden op het ijs. Elk zocht op de best mogelijke wijze lijfsberging op de woedende schotsen.

Na het vergaan van onze schepen, hadden wij het geluk om een gedeelte van onzen leeftocht bij ons op het ijs te bergen. Ook redde ik zeven sloepen. Hier stonden wij in dezen angstvollen toestand onder den blooten kouden hemel, zonder schuilplaats. 21 mijlen ver van land op het ijs, in zee, op 64 graden Nooderbreedte.

De schepen waren al overbemand door de schepen die eerder vergingen. Maar nu lijkt zich een ramp te voltrekken die zijn weerga niet kent.

Ik en Kommandeur HANS PIETERS bevonden ons met onze schepen, toen deze vergingen, dicht bij elkander en Kommandeur JASPERS was twee mijlen verder landwaarts van ons. In dit tijdstip werd diens schip ook verbrijzeld. Hij nam de vlucht naar het schip van Kommandeur KLAAS KASTERKOM, hetwelk schoon buiten ons gezicht, door hem gezien kon worden. Twee sloepen met twaalf man bleven bij het verongelukte schip van JASPERS, welke daar verongelukten. Kommandeur KASTERKOM bevond zich op zijn schip met 286 man, toen het bij Statenhoek verging. Van dit getal zijn slechts eenige terecht gekomen. Alle overigen zijn vergaan.

Dit is volgens mij de grootste scheepsramp ooit in de geschiedenis van de Nederlandse zeevaart. Als je de bemanningen in zijn verslag bij elkaar optelt, heb je het over minimaal 350 slachtoffers.

De overlevenden hebben geen keuze. Ze moeten hun geplette schepen verlaten voordat deze door het kruiende ijs verzwolgen wordt. En dan begint de hel pas echt. De overlevenden verzamelen zich op en rondom de zeven sloepen die ze hebben kunnen redden.

Alsof de situatie nog niet uitzichtloos genoeg was beschrijft Hidde misschien wel het meest ijzingwekkende moment van de hele tocht. Hij hoort vanaf een nabijgelegen ijsschots een groep van 78 man een gezang aanheffen. Een laatste psalm klinkt door het geluid van klotsende schotsen en het fluiten van de wind.

De volgende ochtend is het stil. De ochtendmist trekt op en de schots is leeg. 78 man zijn spoorloos verdwenen. In de nacht zijn ze door de enorme deining van de schots gespoeld en verdronken. Dat breekt de moraal van de achterblijvers volledig, die open en bloot op de ijsvlakte vastzitten.

Het stelt hen voor een onmogelijke keuze. Want als kort daarna ook hun eigen schots doormidden breekt, verliezen ze nog eens vier van de zeven sloepen, en bijna al hun voorraden. De groep raakt verdeeld over wat te doen. En wat kunnen ze doen?

Blijven op die slinkende onstabiele ijschots en hopen op een wonder, of waag je een levensgevaarlijke tocht over het kruiende ijs naar een kust die je nauwelijks kunt zien?

Een groep van 27 man waagt de gok en vertrekt te voet, springend van schots naar schots richting het vaste land. Hun lot is onbekend. Ze zijn nooit meer gezien.

Kat bleef met 49 man achter. Verslagen zitten ze op de ijsschots, kijken elkaar wanhopig aan of zijn in diep gepeins verzonken. Ze zien de dood voor ogen. Zonder een schuilplaats tegen de weerbarstige elementen. Ze zijn verkleumd tot op het bot. Ten einde raad komt dan toch dat kleine wonder. Op miraculeuze wijze wijkt het ijs door de stroming uiteen.

Kat verdeelt de mannen snel over de drie sloepen en zeilen tussen de schotsen door op zoek naar veilig bevaarbaar water. Met een gunstige wind stevenen ze op Statenhoek aan, het zuidelijkste puntje van Groenland.

Wij hadden een kompas, konden het land zien en zeilden des nachts langs het wit blinkend ijs. Des middags bevonden wij ons, naar gissing, 6 mijlen beoosten Statenhoek. Hier dreven wij met het ijs zo verre in zee, dat mijn volk uit onkunde en vrees weigerde om langer langs het ijs zeewaarts te zeilen. Hetwelk nochtans noodzakelijk was, vermits dit ijs

aan Statenhoek vast lag en ons om de punt heen leidde.

Ook al was Hidde Kat liever in de sloepen gebleven, hij stemt in met de meerderheid. Ze besluiten het drijvende ijsveld aan te meren om vanaf daar naar het land te lopen. Maar eerst breken ze het hout van de sloepen om vuur te maken. Niemand kan verder zonder zich eerst op te warmen, om de kleren te drogen en thee te zetten. Maar niet iedereen kan mee…

Na deze verkwikking namen wij een zeer aandoenelijk afscheid van twee onzer lotgenooten, welken wij Gods groote genade toewenschten. Wij moesten hen, door dien zij niet gaan konden, bij de sloepen laten. De laatste groete aan deze twee achterblijvende mannen viel ons zeer smartelijk. Wij hadden 2 haken, 1 theeketel, en 1 biermok, tot ons gerief bij ons.

Van 7 tot den 10 October liepen wij, afgemat door honger en koude, van het eene stuk ijs op het ander, om land te winnen. Het ijs ging door de zeewelling of deining onophoudelijk met geweld open en toe. Sommige onzer, pogende van de eene op de andere schots te komen, geraakten door de gladheid van het ijs, tusschen de schotsen, in het water, verdronken en werden tusschen het ijs verpletterd. Ik zelf geraakte tweemaal van het ijs af, doch werd telkens weêr opgehaald en gered door de twee haken. Net vóórdat het ijs zich weêr toesloot, en moest zoo met mijne natte kleederen al den volgenden tijd gaan, hetwelk mij ongemeen verzwakte.

Als ze eindelijk in zicht van het land komen, blijkt het ijs niet aan te sluiten op het land. Weer zit er niets anders op dan te wachten. Ze brengen de nacht zittend, staand of liggend door. Geen enkele houding geeft enige verlichting. Als Hidde Kat de volgende ochtend wakker wordt, is de man rechts van hem doodgevroren. Tot zijn schrik ontdekt hij dat een andere Kommandeur met zijn mannen op een schots is weggedreven van Hidde’s groep. Ze zijn nu met slechts twintig man overgebleven.

Als ze op hun drijvende schots de monding van een rivier passeren, stappen ze over op een andere ijsmassa die vastzit aan land. Weer moeten ze een man achterlaten die het aan kracht ontbreekt om de overstap te maken.

Maar als ze aan land komen is er weinig reden tot vreugde. Ze vinden nog steeds geen enkele bescherming tegen de koude van vorst, sneeuw en wind. Het eerste wat de mannen doen is op zoek gaan naar voedsel, en het weinige brandhout dat te vinden is. Bij laagwater vinden ze mosselen die ze dankbaar koken in de kleine theeketel. In een vallei groeien struiken waarin blauwe bessen groeien. Hiervan maken ze sap dat hun enigszins aansterkt.

Van daar ontdekte Pieter Hendriks zeewaarts in den mond van de rivier, drie voorwerpen in de gedaante van vogelen op het water. Hij riep mij toe, wat men daar van denken moest? Ik liep met haast naar hem toe, en zag terstond dat het Wilden of inboorlingen konden zijn. Nu kwam het gezelschap naar ons toe. Wij verhieven tweemaal een luid geschreeuw, dat door gezegde wilden gehoord werd, die diensvolgens op ons afkwamen.

Wij liepen gezamenlijk naar het zeestrand, om hen in onze armen te ontvangen. Doordien ik de landtaal niet machtig was, en niet wist, hoe die Wilden omtrent ons gezind waren, besloot ik mijn volk naar de voornoemde plaats terug te doen keeren. Nu stond ik daar alleen, en noemde in mijne verlegenheid een woord, waarvan ik zelf de beteekenis niet wist, te weten “ome kageit”. Dit woord beteekent, gelijk de Hernhutters mij naderhand zeiden, “vriend kom hier!” Daarop kwamen zij, bij drieën in een schuitje, bij mij. Ik hielp hen uit hunne schuitjes en omhelsde hen; hetwelk zij met wederliefde beantwoordden.

Hu redders zijn de lokale Inuït. Kat noemt ze in zijn dagboek steeds ongedoopte wilden. Maar wat opvalt is dat hij zich later dankbaar uitlaat in woorden die beroemd geworden zijn.

De overgroote liefde dier wilde menschen, welke waarlijk die van vele Christenen te boven gaat, maakte onze harten weemoedig en dankbaar tot God. Het scheen ons, als of wij in ons eigen huis waren. Zij verkwikten ons met eene soort van soep van Zeehonden of Robbevleesch met water gekookt.

De Inuït tonen een medemenselijkheid en gastvrijheid die Hidde Dirks Kat en zijn mannen nooit meer vergeten zijn. Ze redden hun levens, zonder er iets terug te vragen. Maar makkelijk gaat dat niet. De Inuït leven in kleine nederzettingen en ze zijn niet voorbereid op het voeden van 18 extra monden.

De Inuït helpen hen verder, en brengen ze van nederzetting naar nederzetting langs de Groenlandse kust. Zo dragen de verschillende groepen de zorg over en delen zo de druk op hun eigen overleving. Maar voor Hidde en zijn mannen is het onderdak, de warmte en het voedsel dat ze krijgen een geschenk uit de hemel. Ze zijn gered. Ook al is die redding pas het begin van een hele lange weg terug. Ze kunnen niet zomaar een ticket naar huis boeken.

Op een gegeven moment krijgt Hidde een stuk wit gelooid zeehondenvel, waarop hij een boodschap in het Deens schrijft met het bloed van een geslachte zeehond. Hij geeft dat vel mee aan een groep Inuït die verder naar het zuiden reist. Hij hoopt dat het bericht ooit een Deense handelspost bereikt.

In zijn dagboek noteert Hidde veel bijzonderheden over de leefwijze van de inheemse bevolking. Hij is diep onder de indruk van hun cultuur en hun vaardigheden. Hij beschrijft heel gedetailleerd T-vormige huizen van leem en stenen, waarvan de deels verzonken toegang zorgt dat de koude buiten, en de warmte binnen blijft. De huizen hebben zelfs ramen, gemaakt van aan elkaar genaaide zeehondendarmen. Sterk en doorschijnend.

Hidde bewondert ook vaardigheden waarmee ze hun kajaks en jachtgerei maken. Alles is perfect aangepast aan de extreme omstandigheden. Hij beschrijft hoe de Inuït zich 's avonds wassen in hun eigen urine. Hoewel hij de stank nauwelijks kan verdragen. Hij wast zich en ontdekt dat het makkelijk de olieachtige walvistraan van zijn lijf te verwijderen.

Na een lange zware tocht bereiken ze eindelijk een Deense kolonie, een handelspost genaamd Juliaans Hoop. Een veilige haven waar ze de winter kunnen doorbrengen. Daar ontmoet Kat nog een aantal overlevenden van de ramp, waaronder een andere commandeur die ook door hulp van de bewoners hebben overleefd.

Pas in de zomer van:

Daarna kwam ik den 27 September met een vaartuig op het eiland Ameland en ontmoette vrouw en kind in goede gezondheid. Het is mij onmogelijk deze zielroerende blijdschap te beschrijven. De mensen op straat hieven een vreugdevol gejuich aan en riepen elkander mijne terugkomst toe.

nkzij zijn dagboek dat hij in:

In een volkstelling uit:

Dit was Epische Reizen, een podcast over reizigers door de eeuwen heen. Wil je meer weten over deze reisverhalen, geef je dan op voor de nieuwsbrief. De link vind je in de shownotes, of zoek op Substack naar Epische Reizen.

Chapters

Video

More from YouTube